Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 januari 2015, nr. 4484468, houdende instelling van de jury excellente scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs (Instellingsbesluit jury excellente scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. jury:

jury excellente scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2;

c. inspectie:

Inspectie van het onderwijs;

d. inspecteur-generaal:

inspecteur-generaal van het onderwijs.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een jury excellente scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs.

  • 2. De jury ressorteert onder de inspectie.

  • 3. De jury heeft tot taak:

    • a. Het bepalen van de criteria voor de beoordeling van excellente scholen en het (beperkt) afbakenen van excellentiegebieden waarop een school kan excelleren.

    • b. Het doen van een oproep aan alle scholen om zichzelf aan te melden bij de jury. De oproep hiertoe en de wijze waarop scholen zich kunnen aanmelden worden nader uitgewerkt door de jury.

    • c. De jury adviseert jaarlijks de inspecteur-generaal over welk beperkt aantal scholen in het primair onderwijs het predicaat ‘excellent’ verdient.

    • d. De jury adviseert jaarlijks de inspecteur-generaal over welk beperkt aantal schoolsoorten in het voortgezet onderwijs het predicaat ‘excellent’ verdient.

    • e. De jury adviseert jaarlijks de inspecteur-generaal over welk beperkt aantal scholen in het speciaal onderwijs het predicaat ‘excellent’ verdient.

Artikel 3. Instellingsduur

  • 1. De jury wordt ingesteld met ingang van 27 januari 2015.

  • 2. Per 1 januari 2021 zal het bestaan van de commissie worden geëvalueerd.

Artikel 4. Informatieplicht

De jury verstrekt aan zowel de minister als de inspecteur-generaal desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5. Leden

  • 1. De jury bestaat uit tenminste drie leden, waaronder in ieder geval een voorzitter.

  • 2. De jury wordt bijgestaan door een secretaris, ambtenaar bij de inspectie. De secretaris is geen lid van de jury.

  • 3. De benoeming geschiedt voor maximaal drie jaar. Herbenoeming is mogelijk.

  • 4. De leden worden benoemd en ontslagen door de inspecteur-generaal.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1. De jury stelt in overleg met de inspecteur-generaal haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De inspectie voorziet in de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van de jury.

Artikel 7. Vergoeding

  • 1. De voorzitter en andere leden van de jury, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

  • 2. De vergoeding per vergadering van de leden van jury bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de jury bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de jury is toegekend.

  • 4. De voorzitter en andere leden van de jury ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland. Deze vergoeding wordt door de secretaris van de commissie afgehandeld.

  • 5. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 8. Kosten van de jury

  • 1. De kosten van de jury komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek,

    • b. de kosten voor publicatie van rapportages.

Artikel 9. Verantwoording

De jury biedt de inspecteur-generaal jaarlijks een verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van het voorafgaande jaar.

Artikel 10. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de jury worden vervaardigd, worden niet door de jury openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de inspecteur-generaal uitgebracht.

Artikel 11. Intellectuele eigendom

De leden van de jury werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de inspecteur-generaal noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de inspecteur-generaal van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De jury draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de inspectie.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit jury excellente scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

TOELICHTING

In 2011 heeft de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het excellentiebeleid ingezet. Om hier invulling aan te geven heeft de minister begin 2012 de Jury Excellente Scholen geformeerd. De huidige achthoofdige jury is samengesteld op basis van de jarenlange ervaringen van de juryleden in de verschillende sectoren van het onderwijs. De jury is voor 3 jaar ingesteld, van 2012 tot 2014.

Per 2015 zal het benoemen van excellente door de onderwijsinspectie worden uitgevoerd. Dit is een uitwerking van het regeerakkoord waarin staat ‘het oordeel van de Onderwijsinspectie over scholen zal zich ook gaan uitstrekken tot de categorieën “goed” en “excellent”’, en de aankondiging van de overname van de beoordeling excellente scholen zoals beschreven in de Kamerbrief ‘toezicht in transitie’ van 28 maart 2014.

De stap van goed naar excellent vraagt om een andere benadering dan de stap van onvoldoende naar voldoende, of van voldoende naar goed. Een school is excellent wanneer deze zich onderscheidt van andere goede scholen door een expliciet excellentiegebied aan te bieden en dit succesvol en integraal uit te voeren in de gehele school. Juist voor de beste scholen moet er ruimte worden gegeven aan de eigen ambities en visie van de school. Daarom wordt binnen het toezicht voorzien in een specifieke aanpak voor het benoemen van excellente scholen; via een onafhankelijke jury en op basis van zelfaanmelding door de school.

De jury brengt jaarlijks een advies uit aan de Inspecteur-generaal over het benoemen van excellente scholen. Alle werkzaamheden betreffende de beoordeling van potentieel excellente scholen worden door de leden van de jury uitgevoerd en niet door de Inspectie van het Onderwijs.

De jury zal bestaan uit een voorzitter, drie deelvoorzitters voor de sectoren PO, VO en SO en een variabel aantal juryleden, afhankelijk van het jaarlijkse aantal aanmeldingen. De kosten die door de jury worden gemaakt zullen op basis van een nadere regeling tussen de onderwijsinspectie en het ministerie worden verdeeld. De juryleden ontvangen een vergoeding conform het maximum uit de wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Naar boven