Mededeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 juni 2015, 2015-0000145621, betreffende herziening van de normen en bedragen, genoemd in de IOAW en IOAZ, met ingang van 1 juli 2015

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

deelt op grond van de artikelen 5, elfde lid, en 8, vierde en zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 5, tiende lid, en 8, dertiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 2:8, tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en 5, derde lid, van de Regeling vermogenswaardering Ioaz mee dat met ingang van 1 juli 2015:

A

De bedragen, genoemd in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als volgt worden gewijzigd:

  • 1. In artikel 5, derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 686,31’ vervangen door: € 687,59

  • 2. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

    • a. In het tweede lid wordt ‘€ 309,36’ vervangen door: € 306,12.

    • b. In het vijfde lid wordt ‘€ 199,81’ vervangen door: € 200,03;

    • c. In het zevende lid wordt ‘€ 124,00’ vervangen door: € 124,05.

B

De bedragen, genoemd in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, als volgt worden gewijzigd:

  • 1. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

    • a. In het tweede lid, onderdeel 3, wordt ‘€ 23.087,00’ vervangen door: € 23.204,00.

    • b. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

      • 1°. In onderdeel a wordt ‘€ 686,31’ vervangen door: € 687,59.

      • 2°. In onderdeel b wordt ‘€ 960,83’ vervangen door: € 962,63.

  • 2. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

    • a. In het derde lid wordt ‘€ 309,36’ vervangen door: € 306,12.

    • b. In het negende lid wordt ‘€ 199,81’ vervangen door: € 200,03;

    • c. In het elfde lid wordt ‘€ 124,00’ vervangen door € 124,05.

C

In artikel 2:8, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten wordt ‘€ 2.339,00’ vervangen door: € 2.340,00.

D

In artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling vermogenswaardering Ioaz wordt ‘€ 118.771,00’ telkens vervangen door: € 118.819,00.

Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 juni 2015

de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, R.G. de Boer Directeur Participatie en decentrale voorzieningen

TOELICHTING

In de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) zijn de netto bedragen opgenomen waaraan de op grond van artikel 5 van de IOAW en IOAZ door de Minister vast te stellen grondslagen netto gelijk dienen te zijn. De genoemde bedragen dienen te worden aangepast met ingang van de dag waarop het netto minimumloon en het netto minimumjeugdloon wijzigen, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag.

Aangezien met ingang van 1 juli 2015 het bruto minimumloon met 0,40% wordt verhoogd, dienen de in de IOAW en de IOAZ genoemde netto bedragen eveneens te worden aangepast. Ook enkele bedragen genoemd in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en de Regeling vermogenswaardering Ioaz worden gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het netto minimumloon. Met deze mededeling worden deze bedragen bekend gemaakt.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, R.G. de Boer Directeur Participatie en decentrale voorzieningen

Naar boven