Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 22 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/112915, tot wijziging van de Regeling zeevarenden in verband met eisen voor nachtverblijven op schepen voor bijzondere doeleinden

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 48 van de Wet zeevarenden;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling zeevarenden wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘norm A3.1, zesde lid’ vervangen door: norm A3.1, lid 6.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid tot derde tot en met achtste lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Voor schepen voor bijzondere doeleinden kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van norm A3.1, lid 6, onderdeel d, van het Maritiem Arbeidsverdrag, voor het plaatsen van nachtverblijven zonder daglicht boven de lastlijn indien de grootte, het type of de beoogde dienst van het schip een andere ligging praktisch onmogelijk maakt en de lichtsterkte van de verlichting in de nachtverblijven variabel instelbaar is om het gebrek aan daglicht naar behoefte van de zeevarende te kunnen compenseren.

B

Bijlage D komt te luiden:

BIJLAGE D - VERKLARING NALEVING MARITIEME ARBEID

VERKLARING NALEVING MARITIEME ARBEID – DEEL I

(NOOT: Deze verklaring moet bij het Certificaat maritieme arbeid van het schip worden gevoegd)

Uitgegeven onder het gezag van de Minister van Infrastructuur en Milieu

Met betrekking tot de voorschriften van het Maritiem arbeidsverdrag, 2006 (hieronder ook aangehaald als ‘het Verdrag’) wordt het schip met de volgende referenties:

Naam van het schip

IMO Nummer

Bruto tonnage

..........................................................

.......................................

...........................GT

in stand gehouden in overeenstemming met norm A5.1.3 van het Verdrag.

De ondergetekende verklaart, namens de bovengenoemde bevoegde autoriteit, dat:

  • (a) de voorschriften van het Verdrag volledig zijn opgenomen in de nationale eisen waarnaar hieronder wordt verwezen;

  • (b) deze nationale eisen zijn opgenomen in nationale voorschriften waarnaar hieronder wordt verwezen; waar nodig wordt uitleg gegeven met betrekking tot de inhoud van die voorschriften;

  • (c) de details van elke wezenlijk gelijkwaardige bepaling overeenkomstig artikel VI, paragrafen 3 en 4, staan vermeld in het deel dat daarvoor hieronder is opgenomen;

  • (d) elke ontheffing die door de bevoegde autoriteit is verleend in overeenstemming met Titel 3, wordt duidelijk aangegeven in het deel dat daarvoor beneden is opgenomen;

  • (e) naar elke specifieke eis voor het scheepstype in de nationale wetgeving wordt eveneens verwezen onder de betreffende eisen.

1. Minimumleeftijd (Voorschrift 1.1)

De Arbeidstijdenwet, artikelen 1:2, 2:8, 3:1 en 3.2 (1 en 2), nader gespecificeerd in de Nadere regeling kinderarbeid, artikel 1:1 (2h), bepaalt dat geen persoon jonger dan 16 jaar als een zeevarende mag werken, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Arbeidstijdenbesluit vervoer, artikelen 6.1.2 en 6.5.3, bepaalt dat een persoon jonger dan 18 jaar niet gedurende de nacht mag werken, in overeenstemming met het Verdrag.

‘Nacht’ is gedefinieerd als de periode tussen 00.00 en 05.00 uur.

Het Arbeidstijdenbesluit vervoer, artikel 6.5.3 (3b), bepaalt dat een persoon jonger dan 18 jaar gedurende de nacht mag werken indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikelen 1.1 (5), 1.36, 1.37 en 6.27, verbiedt het uitvoeren van gevaarlijk werk door personen jonger dan 18 jaar, in overeenstemming met het Verdrag.

2. Geneeskundige verklaringen (Voorschrift 1.2)

De Wet zeevarenden, artikelen 40, 40a, 41, 45 en 47, en het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikelen 104-105, 107 en 113, schrijven voor dat alle zeevarenden medisch gekeurd moeten zijn en in het bezit moeten zijn van een geneeskundige verklaring in overeenstemming met hun functie, in overeenstemming met het Verdrag.

3. Kwalificaties van zeevarenden (Voorschrift 1.3)

De Wet zeevarenden, artikelen 18, 19a (1 en2), 25 en 25b, bevatten de vereiste kwalificaties, in overeenstemming met het STCW-verdrag, zoals gewijzigd, en met het Verdrag.

Het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikel 119, schrijft aanwezigheid van een arts aan boord voor, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikelen 120 en 120a, schrijft een scheepskok of een persoon die is opgeleid of geïnstrueerd op de gebieden voedsel, persoonlijke hygiëne en behandeling en opslag van proviand aan boord voor, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikel 116 (3 en 4), schrijft voor dat alle zeevarenden een familiarisatie-training in overeenstemming met het STCW Verdrag, zoals gewijzigd, moeten hebben gevolgd.

4. Arbeidsovereenkomsten (Voorschrift 2.1)

Het Burgerlijk Wetboek, Boek 7, artikelen 675, 677, 690, 693-695, 697-699, 717-720, 722-725, 734, 734a-734l en de Wet zeevarenden, artikelen 38 en 69c (1 en 2) bevatten de voorschriften terzake van de zeearbeidsovereenkomst, in overeenstemming met het Verdrag.

5. Arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Voorschrift 1.4)

De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, artikelen 1, 1a, 3, en 9-11, en het Besluit aanspraken zeevarenden, arbeidsbemiddeling en ter beschikkingstelling van arbeidskrachten in de zeevaart, artikelen 10-12, bevatten de voorschriften voor de werkzaamheden van bureaus voor arbeidsbemiddeling en terbeschikkingstelling van arbeidskrachten op Nederlandse schepen, in overeenstemming met het Verdrag.

6. Arbeids- en rusttijden (Voorschrift 2.3)

Het Arbeidstijdenbesluit vervoer, artikelen 6.4:1-6.4:2 en 6.5.2-6.5.7, bevat voorschriften voor de arbeids- en rusttijden aan boord, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Verdrag bepaalt dat een lidstaat arbeidstijden dan wel rusttijden voorschrijft. In Nederland worden rusttijden voorgeschreven.

7. Bemanningssamenstelling (Voorschrift 2.7)

De Wet zeevarenden, artikelen 4 en 5, bevatten bemanningsvoorschriften, waarbij rekening wordt gehouden met de zorg ter voorkoming van oververmoeidheid, alsmede het vereiste van een bemanningscertifcaat, in overeenstemming met het SOLAS-verdrag en het Verdrag.

8. Huisvesting (Voorschrift 3.1)

De Wet zeevarenden, artikelen 48 en 48a, en, in concreto, de Regeling zeevarenden, § 3, artikelen 3.1-3.23, bevatten de voorschriften over de huisvesting, voor schepen die zijn gebouwd op of na het tijdstip waarop het Verdrag voor Nederland in werking is getreden,

Voor schepen waarvan de kiel is gelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Verdrag voor Nederland blijven de voorheen geldende huisvestingsvoorschriften van het Wetboek van Koophandel en, in concreto, het Schepelingenbesluit, artikelen 46-56 en 58-65, van toepassing, met enige terminologische aanpassingen. Deze schepen worden in het Schepelingenbesluit aangeduid als ‘bestaande schepen’ dan wel, voor zover de kiel is gelegd voor 1 augustus 1983, als ‘oude schepen’

Een en ander is in overeenstemming met voorschrift 3.1 van het Verdrag en de bijbehorende normen.

9. Recreatieve voorzieningen (Voorschrift 3.1)

De Wet zeevarenden, artikel 48, en, in concreto, de Regeling zeevarenden, artikelen 3.13-3.14 alsmede 3.21-3.22, bevatten de voorschriften met betrekking tot de recreatieve voorzieningen, voor schepen die zijn gebouwd op of na het tijdstip waarop het Verdrag voor Nederland in werking is getreden.

Het Wetboek van Koophandel en, in concreto, het Schepelingenbesluit, artikel 57, bevatten de voorschriften over de recreatieve voorzieningen voor bestaande schepen. Voor deze schepen zijn de Wet zeevarenden, artikel 48 en 48a en, in concreto, de Regeling zeevarenden, § 3, artikelen 3.20 en 3.21, eveneens van toepassing.

Een en ander is in overeenstemming met voorschrift 3.1 van het Verdrag en de bijbehorende normen.

10. Voeding en drinkwater (Voorschrift 3.2)

De Wet zeevarenden, artikel 48a (1, 3 en 4), en de Regeling zeevarenden, § 3, artikel 3.18 en § 4, artikelen 4.1-4.3 schrijven de hoeveelheid en de kwaliteit van voedsel, drinkwater en de standaard van voedselbereiding voor in overeenstemming met het Verdrag.

De Regeling zeevarenden, § 4, artikel 4.6, schrijft een maandelijkse inspectie voor van de voedsel- en drinkwatervoorraad, in overeenstemming met het Verdrag.

Het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikelen 120 en 120a, schrijft aanwezigheid aan boord van een scheepskok of een persoon die gekwalificeerd is of op de gebieden voedsel, persoonlijke hygiëne en behandeling en opslag van proviand aan boord voor, in overeenstemming met het Verdrag.

11. Gezondheid, veiligheid en ongevallenpreventie (Voorschrift 4.3)

In overeenstemming met het Verdrag worden voorzieningen voor de gezondheid, veiligheid en het voorkomen van ongevallen aan boord geregeld in:

  • de Arbeidsomstandighedenwet, artikelen 1 (1, 2 en 3i), 2 (c), 3, 5, 6, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 15(a) en 16,

  • het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikelen 1.1 (4a), 1.36, 1.37, 1.38, 2.1, 3.2, 3.5 (g and h), 3.8, 3.16, 3.20, 4.1b-4.10d, 4.11-4.23, 4.37-4.54d, 4.84-4.105, 5.2, 5.3, 5.4, 5.5, 5.6, 6.1, 6.3, 6.7, 6.8, 6.11, 6.11b-e, 6.27 (3 en 4), 7.3, 7.4a, 7.5, 7.6, 7.7, 7.9, 7.17a-b, 7.24-7.29, 8.1-8.3, 9.3, en

  • de Regeling arbeidsomstandigheden, artikel 1.11.

12. Medische zorg aan boord (Voorschrift 4.1)

De Regeling veiligheid zeeschepen, artikelen 25 en 49 en Bijlage 5, bevat voorschriften voor medische zorg in overeenstemming met het Verdrag.

Het Wetboek van Koophandel en, in concreto, het Schepelingenbesluit, artikel 61, bevat voorschriften voor ziekenverblijven aan boord van schepen waarvan de kiel is gelegd voor het tijdstip waarop het Verdrag voor Nederland in werking treedt.

Het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, artikelen 42, 119 en 121 geeft de opleidingseisen voor eerste medische hulp en medische zorg, in overeenstemming met het STCW-Verdrag, zoals gewijzigd.

De Regeling zeevarenden, artikel 3.12, bevat voorschriften voor ziekenverblijven aan boord voor schepen die zijn gebouwd op of na het tijdstip waarop het Verdrag voor Nederland in werking is getreden.

13. Klachtenprocedure aan boord (Voorschrift 5.1.5)

De Wet zeevarenden, artikel 69a, en de Regeling zeevarenden, artikelen 7.1-7.2 stellen de eisen ten aanzien van de klachtenprocedure aan boord, in overeenstemming met het Verdrag.

14. Betaling van lonen (Voorschrift 2.2)

Het Burgerlijk Wetboek, Boek 7, artikelen 616, 625, 626, 628, 631, 706-709 en 715, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, artikel 8, en de toepasselijke Collectieve Arbeidsovereenkomst regelen de betaling van lonen aan zeevarenden in overeenstemming met het Verdrag.

Naam:

 

Titel:

 

Handtekening:

 

Plaats:

 

Datum:

 

(Zegel of stempel van de overheid, zoals gebruikelijk)

Wezenlijk gelijkwaardige bepalingen

(NB Alleen de toegepaste wezenlijk gelijkwaardige bepalingen worden opgenomen)

De volgende wezenlijk gelijkwaardige bepalingen, zoals voorzien onder Artikel VI, paragrafen 3 en 4 van het Verdrag, in afwijking van het bovengestelde, worden vermeld:

  • 1. In afwijking van Norm A2.1, paragraaf 1(a) van het Verdrag, is het op Nederlandse schepen toegestaan dat zee-arbeidsovereenkomsten niet alleen door de scheepsbeheerder of diens vertegenwoordiger, maar ook door een andere werkgever dan de scheepsbeheerder of diens vertegenwoordiger worden getekend en heeft daarvoor de volgende bepalingen opgenomen om wezenlijke gelijkwaardigheid te verkrijgen:

    • Burgerlijk Wetboek, Boek 7, artikelen 690, 693, 694, 735 en 738;

    • Burgerlijk Wetboek, Boek 8, artikelen 211 en 216,

    • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, artikelen 1 (1c en 3), 1a, 8, 9, 9a en 11;

    • Besluit aanspraken zeevarenden, arbeidsbemiddeling en terbeschikkingstelling van arbeidskrachten in de zeevaart, artikelen 9 en 11;

    • Arbeidstijdenwet, artikel 1:1 (1 en 2); en

    • Arbeidsomstandighedenwet artikel 1 (1 en 2).

  • 2. Voor de accommodatie op commerciële jachten worden in de Regeling zeevarenden, artikel 3.4, wezenlijk gelijkwaardige bepalingen gegeven.

  • 3. Voor nachtverblijven op schepen van minder dan 500 GT worden in de Regeling zeevarenden, artikel 3.5, wezenlijk gelijkwaardige bepalingen gegeven.

  • 4. Voor nachtverblijven op passagiersschepen en schepen voor bijzondere doeleinden worden in de Regeling zeevarenden, artikel 3.6, wezenlijk gelijkwaardige bepalingen gegeven.

  • 5. Voor buitenlandse schepen, waarvan de kiel is gelegd op of na inwerkingtreding van het verdrag, die onder Nederlandse vlag gaan varen, en voor schepen met een innovatief ontwerp of innovatieve bouwwijze, worden in de Regeling zeevarenden, artikel 3.22 wezenlijk gelijkwaardige bepalingen gegeven.

  • 6. Voor de accommodatie op schepen voor bijzondere doeleinden wordt in de Regeling zeevarenden, in het kader van wezenlijk gelijkwaardige bepalingen, een ontheffingsmogelijkheid opgenomen in artikel 3.7, tweede lid, voor het plaatsen van nachtverblijven zonder daglicht boven de lastlijn indien de grootte, het type of de beoogde dienst van het schip een andere ligging praktisch onmogelijk maakt en de lichtsterkte van de verlichting in de nachtverblijven variabel instelbaar is om het gebrek aan daglicht naar behoefte van de zeevarende te kunnen compenseren.

Naam:

 

Titel:

 

Handtekening:

 

Plaats:

 

Datum:

 

(Zegel of stempel van de overheid, zoals gebruikelijk)

Ontheffing

De volgende ontheffingen, zoals voorzien in Titel 3 van het Verdrag, zijn verleend door de bevoegde autoriteit:

(NB Alleen de toegepaste ontheffingen worden opgenomen)

  • 1. Ontheffing voor de hoogte van de verblijven van minder dan 2030 mm tot niet minder dan 1930 mm (artikel 3.2, eerste en tweede lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 2. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot airconditioning voor schepen van minder dan 200 GT (artikel 3.2, derde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 3. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot individueel nachtverblijf voor elke zeevarende op schepen van minder dan 3000 GT (niet zijnde passagiersschepen) en op schepen voor bijzondere doeleinden (artikel 3.7, derde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 4. Ontheffing voor schepen van minder dan 3000 GT, passagiersschepen of schepen voor bijzondere doeleinden van het voorschrift met betrekking tot het minimale vloeroppervlak van individuele nachtverblijven, indien daarmee kan worden voorzien in individuele nachtverblijven. Het minimale vloeroppervlak is ten minste 3,75 m2 (artikel 3.7, vierde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 5. Ontheffing voor schepen van minder dan 3000 GT van het voorschrift met betrekking tot een afzonderlijk dagverblijf voor kapitein, hoofdwerktuigkundige en eerste stuurman (artikel 3.7, vijfde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 6. Ontheffing voor schepen van minder dan 200 GT van het voorschrift met betrekking tot minimale vloeroppervlakken van nachtverblijven, met dien verstande dat het vloeroppervlak van individuele nachtverblijven ten minste 3 m2, van nachtverblijven voor meer dan één persoon ten minste 2 m2 per persoon en voor officieren ten minste 4 m2 (artikel 3.7, zesde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 7. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot sanitaire voorzieningen voor elk nachtverblijf (artikel 3.7, zevende lid, onderdeel a, tweede lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 8. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot gescheiden nachtverblijven voor zeevarenden die overdag of ’s nachts werken (artikel 3.7, zevende lid, onderdeel b, van de Regeling zeevarenden).

  • 9. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot een afzonderlijk dagverblijf voor de tweede werktuigkundige (artikel 3.7, zevende lid, onderdeel c, van de Regeling zeevarenden).

  • 10. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot aanwezigheid van afzonderlijke dagverblijven (artikel 3.9, tweede lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 11. Ontheffing voor schepen van minder dan 3000 GT van het voorschrift met betrekking tot de plaatsing van dagverblijven (artikel 3.9, derde lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 12. Ontheffing voor schepen van minder dan 1600 GT van het voorschrift met betrekking tot de toegang to sanitaire ruimten vanaf de navigatiebrug, de machinekamer of het controlecentrum van de machinekamer (artikel 3.11, eerste lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 13. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot de aanwezigheid van een zwembad, als dat gelet op de inrichting van het schip niet goed te realiseren is (artikel 3.14 van de Regeling zeevarenden).

  • 14. Ontheffing van het voorschrift met betrekking tot het plaatsen van nachtverblijven voor de midscheeps indien de grootte, het type schip of de beoogde dienst een andere ligging praktisch onmogelijk maakt (artikel 3.7, eerste lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 15. Ontheffing voor passagiersschepen van het voorschrift dat in nachtverblijven daglicht kan toetreden (artikel 3.7, tweede lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 16. Ontheffing voor schepen van minder dan 3000 GT van het voorschrift met betrekking tot het hebben van afzonderlijke kantoren (artikel 3.16, eerste lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 17. Ontheffing voor schepen van minder dan 200 GT ten aanzien van het voorschrift met betrekking tot wasvoorzieningen (artikel 3.16, tweede lid, van de Regeling zeevarenden).

  • 18. Ontheffing voor schepen waarop doorgaans zeevarenden varen met uiteenlopende gewoonten van godsdienstige of sociale aard van de voorschriften ten aanzien van huisvesting, mits dit niet leidt tot situaties die voor één of meer zeevarenden minder gunstig zijn (artikel 3.17 van de Regeling zeevarenden).

Naam:

 

Titel:

 

Handtekening:

 

Plaats:

 

Datum:

 

(Zegel of stempel van de overheid, zoals gebruikelijk)

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

TOELICHTING

1. Algemeen

Met deze wijzigingsregeling is de Regeling zeevarenden gewijzigd in de zin dat in artikel 3.7 een nieuw lid is opgenomen op grond waarvan de Minister van Infrastructuur en Milieu ontheffing kan verlenen van norm A3.1, lid 6, onderdeel d, van het Maritiem Arbeidsverdrag. In verband hiermee is bijlage D geactualiseerd.

De Regeling zeevarenden omvat een aantal uitvoeringsaspecten die voortvloeien uit de implementatie van het op 23 februari 2006 te Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) (hierna: Verdrag). Een van die aspecten betreft de huisvesting en voorzieningen ten behoeve van zeevarenden aan boord van zeeschepen. Met de bovengenoemde nieuwe lid kan de minister ontheffing verlenen van norm A3.1, lid 6, onderdeel d, van het Verdrag indien er sprake is van een wezenlijk gelijkwaardig bepaling als bedoeld in artikel VI, lid 3, van het Maritiem Arbeidsverdrag.

Het uitgangspunt van norm A3.1, lid 6, onderdeel d, is dat nachtverblijven van zeevarenden op schepen voor bijzondere doeleinden, onder de lastlijn geplaatst mogen worden op voorwaarde dat voldoende voorzieningen voor verlichting en ventilatie zijn getroffen. Dit in afwijking van norm A3.1, lid 6, onderdeel c, dat stelt dat nachtverblijven boven de lastlijn gelegen zijn, in samenhang met norm A3.1, lid 8, dat stelt dat nachtverblijven met daglicht verlicht zijn.

Het plaatsen van nachtverblijven onder de lastlijn op schepen voor bijzondere doeleinden kan nodig zijn vanwege het doel en de daadwerkelijke inzet van dergelijke werkschepen. De inzet van zulke schepen kan zeer breed zijn en staat lang niet altijd voorafgaand aan de bouw van het schip vast. Wat betreft inzet kan gedacht worden aan werkzaamheden op het gebied van de oliewinning, windfarming of de baggerindustrie. Daar komt bij dat op deze schepen in bepaalde periodes naar verhouding veel zeevarenden te werk kunnen worden gesteld waardoor er naar verhouding veel verblijven voor zeevarenden aanwezig moeten zijn, die overigens niet altijd structureel worden gebruikt. De ruimte voor de plaatsing van motoren, pompen, overige apparatuur en nachtverblijven op werkschepen is vaak beperkt en plaatsing geschiedt veelal onder de lastlijn. Nachtverblijven geplaatst onder de lastlijn van schepen beschikken per definitie niet over daglichttoetreding. Nachtverblijven onder de lastlijn zijn extra gevoelig zijn voor geluid en warmte door de plaatsing boven of nabij de machinekamer of andere apparatuur. Uit oogpunt van veiligheid en comfort van zeevarenden geniet het de voorkeur om dergelijke nachtverblijven, ook als deze niet beschikken over verlichting middels daglicht, eerder boven dan onder de lastlijn te plaatsen.

Het plaatsen van nachtverblijven zonder daglicht boven de lastlijn wijkt af van norm A3.1, lid 8, van het Verdrag. Het betreft echter een door betrokken partijen gewenste situatie en de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing voor dergelijke situaties kan met toepassing van norm A3.1, lid 6, beschouwd worden als een wezenlijk gelijkwaardige bepaling als bedoeld in artikel VI, lid 3, van het Verdrag. Met de procedure in de vorm van een ontheffingsmogelijkheid opgenomen in artikel 3.7, tweede lid, is een adequate afweging van belangen van werkgevers en werknemers gewaarborgd doordat vroegtijdige betrokkenheid en overeenstemming van de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden vereist is. Ook wordt voorkomen dat te lichtvaardig wordt gekozen voor genoemde mogelijkheid.

Het formulier Verklaring naleving maritieme arbeid (bijlage D) is met het bovenstaande in overeenstemming gebracht. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele foutieve verwijzingen in het formulier naar de Wet zeevarenden en de Regeling zeevarenden te corrigeren.

2. Uitvoering en handhaving

Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

3. Gevolgen

Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven.

4. Consultatie

Deze wijzigingsregeling is in overleg met betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tot stand gekomen. Hiertoe is onder andere overleg gevoerd met de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) en Nautilus, de belangenorganisatie voor zeevarenden. Bij dit overleg hebben partijen aangegeven dat uit het oogpunt van veiligheid of comfort van zeevarenden het de voorkeur geniet om nachtverblijven op bovengenoemde schepen, ook als deze niet beschikken over verlichting middels daglicht, eerder boven dan onder de lastlijn te plaatsen. Deze regeling voorziet in deze mogelijkheid. Gezien deze consultatie en omdat deze regeling geen ingrijpende verandering teweeg heeft gebracht in de rechten en plichten van burgers en bedrijven heeft geen internetconsulatie (Kamerstukken 29 279, nr 114) plaatsgevonden.

5. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt met ingang van 1 oktober 2015 in werking en daarmee op een vast verandermoment.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven