Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2015, 16155 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2015, 16155 | Ontheffingen |
Datum: 4 juni 2015
Nummer: ILT-2015/38640
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 30 juni 2014 van het Commando Luchtstrijdkrachten, adres: Postbus 8762, 4820 BB Breda; contactpersoon: LTZ 1 ing. J.J. Kesteloo, tel.: +31 76 544 7184; e-mail: jj.kesteloo@mindef.nl, aangevuld met de e-mail van 9 maart 2015;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie onder andere blijkt uit de opdracht van de Directie Kustwacht Nederland voor het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken;
Gelet op de artikelen 10, vierde lid, 18, tweede lid en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Dornier 228-212, met als nationaliteits- en inschrijvingkenmerk PH-CGN en PH-CGC, of een gelijkwaardig vervangend vliegtuig, in gebruik bij het Commando Luchtstrijdkrachten, waarmee VFR-vluchten en IFR-vluchten worden uitgevoerd boven het zeegebied van de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ), boven de territoriale wateren (TTW), boven de Waddenzee en de Zeeuwse wateren en boven het IJsselmeer en boven land ten behoeve van het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van voorwerpen of stoffen ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken in opdracht van, onder andere, de Directie Kustwacht Nederland en Rijkswaterstaat Noordzee.
VERWIJDEREN VAN VOORWERPEN OF STOFFEN TIJDENS DE VLUCHT
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 27 mei 2015 tot en met 30 september 2015 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 10, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 om tijdens VFR-vluchten voorwerpen of stoffen uit het luchtvaartuig te verwijderen. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. de vlieghoogte bedraagt tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht tussen de 100 en 300 ft boven het water;
b. het vliegzicht voldoet aan de VFR-minima;
c. op het moment van het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht mag ander luchtverkeer hier geen hinder van ondervinden;
d. het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht vindt alleen plaats boven het zeegebied van de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ), boven de territoriale wateren (TTW), boven de Waddenzee en de Zeeuwse wateren en boven het IJsselmeer;
e. tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen heeft de gezagvoerder voortdurend zicht op het water;
f. het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht gebeurt dusdanig dat personen daardoor niet worden gehinderd of gevaar lopen en zaken op het water niet worden beschadigd.
VFR-VLUCHTEN BUITEN DE DAGLICHTPERIODE
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 27 mei 2015 tot en met 30 september 2015 ontheffing verleend van het verbod van artikel 18, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor IFR-vluchten, aangevuld met verlichting van instrumenten en installaties, navigatielichten, een landingslichtinstallatie, verlichting in de passagiersruimte en een elektrische zaklantaarn voor ieder lid van het stuurhutpersoneel;
b. de gezagvoerders beschikken over een geldige CPL met bevoegdverklaring IR;
c. voor de vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend;
d. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
e. het vliegzicht voldoet aan het gestelde in de luchtvaartgids, ENR 1.2 Visual Flight Rules.
VFR-VLIEGEN BENEDEN DE MINIMUM VFR-VLIEGHOOGTE
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 27 mei 2015 tot en met 30 september 2015 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de minimum VFR-vlieghoogte bedraagt 60 m (200 ft) boven de grond of het water, of zoveel lager als voor de uitvoering van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van voorwerpen of stoffen ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken, noodzakelijk is, doch ten minste 30 m (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
3. in geval van een motorstoring op een veilige wijze op de nog werkende motor kan worden weggeklommen;
c. c. bij het uitvoeren van een vlucht als bedoeld in onderdeel a worden afzonderlijke gebouwen, ingericht voor het verblijf van personen, zoveel als mogelijk vermeden;
d. d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van voorwerpen of stoffen ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken, noodzakelijk is;
e. één uur vóór aanvang van elke vlucht wordt gecoördineerd met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 2, 3, 4 en 5 kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Beschikking ILT-2014/41471 van 9 juli 2014 wordt ingetrokken.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M.A.M. van Velzen Senior Inspecteur
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-16155.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.