Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2015, 1578 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2015, 1578 | Ontheffingen |
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet in samenhang met artikel 3:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Maakt bekend:
Om het voor de sector aantrekkelijker te maken te investeren in mestverwerking hebben de staatssecretarissen van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu besloten een voorziening te treffen die ziet op een gedeeltelijke ontheffing van de aan het stelsel van productierechten verbonden uitbreidingsverboden voor bedrijven met varkens en pluimvee die hun gehele bedrijfsoverschot laten verwerken. Met de voorziening wordt beoogd bedrijven die investeren in mestverwerking tegemoet te komen door het treffen van een voorziening waardoor zij slechts voor een deel van de voor hun uitbreiding de benodigde productierechten hoeven te verwerven.
Op 16 december 2014 is hiertoe de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 december 2014, nr. WJZ/14129109, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (tijdelijke ontheffing varkens- en pluimveerechten), gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 36002).
Met deze wijziging wordt een voorziening getroffen waarmee bedrijven met varkens en pluimvee, onder voorwaarden, ontheffingen kunnen krijgen van het verbod, zoals neergelegd in de artikelen 19 en 20, eerste lid, van de Meststoffenwet, om meer dierlijke meststoffen te produceren dan het op het bedrijf rustende productierecht.
In paragraaf 5 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wordt bepaald onder welke voorwaarden een aanvraag kan worden ingediend en welke verplichtingen er aan ontheffing worden verbonden.
Het plafond voor de voorziening bedraagt voor de varkenshouderij 121.622 varkenseenheden en voor de pluimveehouderij 1.200.000 pluimvee-eenheden.
Om te voorkomen dat, gezien het voornoemde plafond voor de voorziening, slechts enkele bedrijven van de voorziening gebruik kunnen maken, is er per bedrijf een maximum gesteld aan de omvang van de in het kader van de voorziening te verlenen ontheffing. Dit maximum bedraagt 2.500 varkenseenheden respectievelijk 20.000 pluimvee-eenheden.
Een landbouwer die een uitbreiding realiseert tussen 28 september 2011 en 31 december 2015, moet voor de helft van de voor deze uitbreiding benodigde varkens- of pluimvee-eenheden productierechten verwerven. Voor de andere helft kan hij een ontheffing aanvragen. Het in varkens- of pluimvee-eenheden uitgedrukte gemiddelde aantal dieren waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd is derhalve afhankelijk van de – eveneens in varkens- of pluimvee-eenheden uitgedrukte – productierechten die hij tussen 28 september 2011 en 31 december 2015 verwerft.
Bedrijven waaraan een ontheffing wordt verleend zijn gehouden 100% van het bedrijfsoverschot te laten verwerken overeenkomstig artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet. Verwerking door het sluiten van vervangende verwerkingsovereenkomsten (artikel 33a, derde lid, onderdeel c, van de Meststoffenwet) is niet toegestaan.
Per bedrijf waarop een productierecht rust kan maximaal één aanvraag voor varkenseenheden en één aanvraag voor pluimvee-eenheden worden ingediend.
De aanvragen worden verdeeld in de volgorde van rangschikking. De aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen waarbij de aanvrager heeft aangegeven dat de varkens of het pluimvee wordt gehouden of zal worden gehouden in een integraal duurzame stal, worden als hoogste gerangschikt. Indien met deze aanvragen het aantal beschikbare eenheden wordt overschreden, zal de verdeling plaatsvinden door middel van loting onder de aanvragers die in deze categorie een aanvraag hebben ingediend. Indien na toewijzing van eenheden aan aanvragers in de eerste categorie nog eenheden overblijven, worden de resterende eenheden verdeeld onder de categorie overige aanvragen. Ook hier geldt dat indien door het aantal aanvragen de voornoemde plafonds worden overschreden, de verdeling zal plaatsvinden door middel van loting.
De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 5 januari 2015, 09:00 uur, tot 30 januari 2015, 17:00 uur via mijn.rvo.nl bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).
De Staatssecretaris van Economische Zaken is voornemens de gevraagde ontheffingen, onder voorwaarden, tot 1 januari 2018 te verlenen aan bedrijven die aan de voorwaarden voldoen.
Gedurende zes weken na dagtekening van deze Staatscourant kunnen het ontwerp van de ontheffingen en de daarop betrekking hebbende stukken worden opgevraagd bij het secretariaat van Programma Mest via telefoonnummer (070) 3798952, of op werkdagen tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 14.00 uur en 17.00 uur worden ingezien op het secretariaat van het Programma Mest van het Ministerie van Economische Zaken, Prins Clauslaan 8 te Den Haag.
Gedurende dezelfde termijn kan eenieder zijn zienswijze met betrekking tot de ontwerpontheffing schriftelijk kenbaar maken aan:
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag, onder vermelding van ‘Ontheffingen Meststoffenwet varkens- en pluimveerechten’.
Voor nadere inlichtingen over de procedure, voor het maken van een afspraak als u een zienswijze mondeling kenbaar wilt maken of wanneer u het ontwerp van de ontheffingen in wilt komen zien, neemt u contact op met het secretariaat van het programma mest via telefoonnummer (070) 3798952.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-1578.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.