Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente: besluit inzake het buiten de coördinatie houden van een omgevingsvergunning, Ministerie van Economische Zaken

De Minister van Economische Zaken,

Overwegende,

Dat Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V., hierna aan te duiden als: Akzo Nobel, het voornemen heeft om gasolie op te slaan in uitgeproduceerde zoutcavernes in Enschede, welk voornemen hierna wordt aangeduid als het project ‘Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente’;

Dat ‘Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente’ wordt aangemerkt als een mijnbouwwerk ten behoeve van de opslag van stoffen als bedoeld in artikel 141a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Mijnbouwwet, zodat op de realisatie van dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is;

Dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister van Economische Zaken met deze coördinatie is belast;

Dat ten behoeve van het project ‘Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente’ gebleken is dat een nader uitvoeringsbesluit benodigd is naar aanleiding van een gedetailleerde technische uitwerking. Dat dit meer specifiek betreft een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘milieuneutraal veranderen’ (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) ten behoeve van een aanpassing van het vulproces van de cavernes;

Dat, op grond van artikel 141c, eerste lid, van de Mijnbouwwet, gelezen in samenhang met artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten (hierna: het Uitvoeringsbesluit) een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in ieder geval een besluit is als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b van de Wro en zodoende wordt meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;

Dat op grond van artikel 141c, derde lid, van de Mijnbouwwet de Minister van Economische Zaken kan bepalen dat het desbetreffende, hiervoor bedoelde, besluit, in afwijking van het voorgaande niet als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wro wordt aangemerkt, en daarmee niet in de gecoördineerde voorbereiding wordt betrokken, wanneer dat besluit de gecoördineerde voorbereiding van de benodigde besluiten zou belemmeren of ernstig zou bemoeilijken;

Dat de voor realisatie van het project ‘Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente’ benodigde besluiten voor het merendeel in een eerdere uitvoeringsmodule in 2013 zijn verleend en dat die uitvoeringsbesluiten inmiddels van kracht en onherroepelijk zijn.

Dat het betreffende hiervoor genoemde uitvoeringsbesluit een wettelijke procedurele doorlooptijd kent van maximaal acht weken. Dat de doorlooptijd langer zou zijn, indien het betreffende besluit gecoördineerd zou worden voorbereid. Dat hier sprake is van een besluit dat op ondergeschikte punten wijzigingen in de reeds vergunde situatie aanbrengt.

Dat het, gelet op het voorgaande, in de rede ligt het hiervoor bedoelde uitvoeringsbesluit niet als een besluit als bedoeld in artikel 3:35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening aan te merken.

Gelet op artikel 141c, derde lid, van de Mijnbouwwet;

Besluit:

Artikel 1

Inzake het project ‘Gasolieopslag in zoutcavernes, regio Twente’ wordt de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘milieuneutraal veranderen’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo, niet aangemerkt als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking de dag na die waarop het bekend is gemaakt en werkt terug tot en met 21 mei 2015. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, namens deze, J. van Bergenhenegouwen MPA wnd. MT-lid directie Energiemarkt

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 7.1 in samenhang met artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).

Naar boven