Medegebruik militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen, De Kooy, Woensdrecht en De Peel ten behoeve van KNVvL modelvliegsport

14 januari 2015

Nr. MLA/009/2015

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart van 19 september 2014;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de leden van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart (KNVvL), de afdeling modelvliegsport en de daarbij aangesloten verenigingen, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen, De Kooy, Woensdrecht en De Peel ten behoeve van de modelvliegsport.

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van het betrokken militaire luchtvaartterrein kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015. Deze beschikking vervalt met ingang van 1 november 2016 of zoveel eerder als er voor alle desbetreffende militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 14 januari 2015

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans Kolonel-vlieger

Hoofddorp, 14 januari 2015

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Schurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister” wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Infrastructuur en Milieu. Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister”, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangs-bepaling van de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen, De Kooy, Woensdrecht en De Peel.

Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2016 of zoveel eerder als er voor alle desbetreffende militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Zodra een luchthavenbesluit voor de genoemde militaire luchthavens (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchthavens Gilze-Rijen, De Kooy, Woensdrecht en De Peel gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. De Wet luchtvaart of Luchtvaartwet kent geen berekeningsmodel voor de geluidsbelasting veroorzaakt door startende of landende modelluchtvaartuigen. Per militair luchtvaartterrein wordt daarom een zodanige locatie gekozen, dat dit de minste overlast voor omwonenden oplevert en tegelijkertijd ten opzichte van het overige verkeer veilig is. Daarnaast resulteren technische ontwikkelingen in een aantoonbare vermindering van het geluid afkomstig van de met verbrandingsmotoren aangedreven modelluchtvaartuigen. Er is een duidelijke trend waarneembaar van motoren op basis van het 2-tact-principe naar het 4-tact-principe. Voorts vindt er een sterke verschuiving plaats naar het vliegen met (geluidsarme) elektromotoren.

In de onmiddellijke nabijheid van de militaire luchtvaartterreinen zijn Habitatrichtlijngebieden en Vogelrichtlijngebieden gelegen. Ten aanzien van het verzoek om voortzetting van het bestaande medegebruik kan worden gesteld dat er geen redenen zijn aan te nemen dat als gevolg van dit voortgezette gebruik significante effecten zullen optreden waarvoor de gebieden zijn aangewezen.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien de ontheffing een verlenging betreft van een reeds bestaand uitvoeringsbesluit op grond van de Luchtvaartwet en er naar verwachting geen intensivering zal optreden van het aantal vliegtuigbewegingen.

Naar boven