NL.IMRO.0579.Buitenlust-VA01
Het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest maakt bekend dat er bij
besluit van 19 mei 2015 een omgevingsvergunning is verleend om af te wijken van het
bestemmingsplan ‘Flora Buitenlust’, met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder
a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het verzoek om vergunning heeft betrekking op de herstructurering van de wijk Buitenlust.
Er worden 70 woningen gesloopt en 61 woningen teruggebouwd. Een deel van de woningen
zal worden gebouwd buiten bestaande bouwvlakken. Het project voorziet ook in meer
parkeerplaatsen.
Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken heeft ter inzage gelegen van donderdag
19 maart 2015 tot en met woensdag 29 april 2015. Gedurende deze periode zijn geen
zienswijzen ontvangen.
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.10 Wabo jo. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) maakt het college bekend dat het besluit met bijbehorende stukken gedurende
6 weken ter inzage ligt, met ingang van donderdag 21 mei 2015 tot en met woensdag 1 juli 2015. De stukken zijn op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur in te zien bij de welkomstbalie
van het gemeentehuis aan de Rhijngeesterstraatweg 13 te Oegstgeest. Op de website
van de gemeente Oegstgeest (www.oegstgeest.nl) zijn de stukken in Pdf-formaat beschikbaar via de rubriek 'Inwoners', 'Bestemmingsplannen'
onder 'Nu ter inzage'.
De kennisgeving van de ter inzagelegging staat ook op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) met identificatienummer: NL.IMRO.0579.Buitenlust-VA01.
Nadere informatie is verkrijgbaar bij het team Ruimte via telefoonnummer 14071.
Tegen een verleende omgevingsvergunning die tot stand is gekomen met de uitgebreide
voorbereidingsprocedure kunnen belanghebbenden, binnen zes weken na de dag waarop
het besluit ter inzage is gelegd, beroep aantekenen bij de rechtbank ’s-Gravenhage,
Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Dit kan alleen als er tijdens
de ter inzagelegging van het ontwerpbesluit zienswijzen zijn ingediend door deze belanghebbenden
of als de belanghebbenden redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijzen
naar voren hebben gebracht.