Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2015, 12705Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 1 mei 2015, nr. WJZ/15057045, houdende wijziging van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 en de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de verduidelijking van de categorie wind op land één op één vervanging en enkele technische aanpassingen

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 8 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, zesde lid, wordt ‘artikel 15 van het besluit’ vervangen door: artikel 15 of 48 van het besluit.

B

In de artikelen 8, aanhef, 12, aanhef, 14 en 62 wordt ‘of een vermogen dat minder dan 1 MW afwijkt’ vervangen door: tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt.

C

In artikel 10, aanhef, wordt de zinsnede ‘met een vermogen dat minder dan 1 MW afwijkt,’ geschrapt.

D

In artikel 32 wordt ‘voor de productie van warmte’ vervangen door: voor de productie van stoom.

ARTIKEL II

De Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8, eerste lid, onderdeel b, wordt ‘artikelen 14, vijfde lid, 22, vijfde lid’ vervangen door: artikelen 14, vierde lid, 22, vierde lid.

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en tweede lid, onderdeel b, onder 2°, wordt ‘artikel 22, zesde lid’ telkens vervangen door: artikel 22, vijfde lid.

b. In het eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, en tweede lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, wordt ‘artikel 14, zesde lid’ telkens vervangen door: artikel 14, vijfde lid.

C

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a. in het eerste lid, aanhef, en tweede lid wordt ‘artikel 3, eerste tot en met derde lid, van het besluit’ telkens vervangen door: artikel 3, eerste en tweede lid, van het besluit.

b. het derde lid vervalt.

D

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a. in het eerste en derde lid, wordt ‘artikel 3, tweede lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, onderdeel a, van het besluit’ telkens vervangen door: artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van het besluit.

b. in het vierde lid wordt ‘artikel 3, tweede lid, onderdeel c, derde lid, onderdeel c, en vierde lid, onderdeel b, van het besluit’ vervangen door: artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c en derde lid, onderdeel c, van het besluit.

E

In artikel 14, vijfde lid, aanhef, wordt ‘artikel 15, vierde lid, van het besluit’ vervangen door: artikel 15, zesde lid, van het besluit.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 mei 2015

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

TOELICHTING

I. ALGEMEEN

Met deze regeling wordt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 gewijzigd. Met de wijziging wordt een onduidelijkheid betreffende de afbakening van de categorie wind op land één op één vervanging weggenomen. Tevens worden met deze wijziging enkele verwijzingen in de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie verbeterd.

1. Wind op land één op één vervanging

Met ingang van 31 maart 2015 is er met de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 een nieuwe categorie voor één-op- één vervanging van windmolens geopend. Deze categorie betreft de plaatsing van een nieuwe windturbine:

  • op dezelfde locatie als de oude windturbine;

  • waarbij het vermogen van de nieuwe windturbine toeneemt met minder dan 1 MW ten opzichte van de oude productieinstallatie;

  • waarbij de oude windturbine die op dezelfde locatie staat of heeft gestaan op het moment van aanvraag minimaal 10 jaar daarvoor in gebruik is genomen.

Door het gebruik van de formulering ‘een productie-installatie’ kan onduidelijkheid ontstaan over wanneer er sprake is van een toename in vermogen van 1 MW of meer. Een productie-installatie kan immers uit meer dan één windturbine bestaan. Met deze wijziging wordt in de betreffende categorieën verduidelijkt dat de voorwaarde ten aanzien van het vermogen bij wind op land één op één vervanging per windturbine geldt.

2. Vaste verandermomenten

Bij de inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van het kabinetsstandpunt inzake de vaste verandermomenten. De regeling treedt niet in werking op een vast verandermoment (1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober) en is niet de vereiste twee maanden van tevoren gepubliceerd. Afwijking van het kabinetsstandpunt is in dit geval toegestaan omdat er sprake is van private voordelen bij een eerdere invoering (uitzonderingsgrond 1). De doelgroep van de subsidie voor duurzame energieproductie is gebaat bij een spoedige inwerkingtreding vanwege de verduidelijking die met deze wijziging wordt bewerkstelligd.

II. ARTIKELEN

Artikel I, onderdeel A

In artikel 2, zesde lid, wordt een onjuiste verwijzing aangepast. Het afgeven van meerdere beschikkingen voor dezelfde productie-installatie en voor de productie van dezelfde soort hernieuwbare energie wordt alleen gedaan voor de categorie meestook van biomassa in kolencentrales. In deze categorie wordt niet enkel hernieuwbare elektriciteit gesubsidieerd, maar tevens de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte. Daarom dient er naast een verwijzing naar artikel 15 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie ook te worden verwezen naar artikel 48 van dit besluit.

Artikel I, onderdeel B

In de categorieën wind op land winddifferentiatie, wind op verbindende waterkeringen, wind in meer en de wind op land overgangsbepaling is uitgesloten dat er één op één vervanging plaatsvindt, doordat is bepaald dat voor deze categorieën geen subsidie wordt verstrekt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine tenminste 1 MW toeneemt. Het is onwenselijk dat een producent die in de categorie wind op land één op één vervanging valt, ook subsidie kan aanvragen in één van deze categorieën vanwege de lagere kosten die hoeven te worden gemaakt voor de één op één vervanging van windturbines, dit zou leiden tot overstimulering. Pas wanneer het vermogen van de nieuwe windturbine aanzienlijk hoger ligt dan de te vervangen windturbine is het gewenst dit te subsidiëren tegen het gebruikelijke basisbedrag. Om onduidelijkheid te voorkomen over de definitie wordt ook de formulering van deze categorieën productie-installaties verduidelijkt.

Artikel I, onderdeel C

Met deze wijziging wordt de beperking dat alleen subsidie wordt verstrekt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een vermogen dat minder dan 1 MW afwijkt geschrapt. Wanneer de nieuwe windturbine meer dan 1 MW afwijkt, is het aan de aanvrager om te beslissen of hij onder de categorie wind op land één op één vervanging wil aanvragen, waarvoor een lager basisbedrag geldt, of in een andere categorie voor de subsidiëring van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie.

Artikel I, onderdeel D

In de categorie ‘ketel industriële stoom uit houtpellets’ wordt in het artikel extra verduidelijkt enkel de productie van warmte uit stoom wordt gesubsidieerd.

Artikel II

Bij Besluit van 27 januari 2015, houdende wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie is het Besluit stimulering duurzame energieproductie gewijzigd. Bij deze wijziging zijn een aantal artikelleden of onderdelen vernummerd. Met de wijzigingen onder artikel II van deze regeling worden een aantal verwijzingen aangepast.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp