Wijziging vergunning voor aanleg van pijpleiding met umbilical K18-G1 naar K18-G2

DGETM/EM/15048813

15 april 2015

Procesverloop:

  • Bij besluit van 7 juli 2014, kenmerk DGETM-EM/14110305 (Staatscourant 2014, nr. 20353), is aan Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, een vergunning verleend ingevolge artikel 94 van het Mijnbouwbesluit;

  • bij e-mailbericht van 2 april 2015 heeft Wintershall Noordzee B.V. verzocht om wijziging van de diameter van de aan te leggen pijpleiding.

Gelet op:

De artikelen 92, 93 en 94 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op de artikelen 1.7.1 en 10.1 van de Mijnbouwregeling;

De voorschriften en beperkingen verbonden aan het besluit van 7 juli 2014, kenmerk DGETM-EM/14110305, worden vervangen door de volgende voorschriften en beperkingen.

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Aan Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, wordt een vergunning verleend voor het aanleggen van een pijpleiding inclusief umbilical met een diameter van 10,16 cm (4 inch) op het continentaal plat in het hieronder in het tweede lid omschreven traject.

  • 2. De vergunning geldt voor een traject tussen de bestaande subsea mijnbouwinstallatie K18-G1 en de nieuw te installeren subsea mijnbouwinstallatie K18- G2.

    De coördinaten van het begin en eindpunt zijn:

    • K18-G1: 564310,32 Easting en 5890066,71 Northing

    • K18-G2: 564271,32 Easting en 5890042,71 Northing

    De ligging van de in het tweede lid bedoelde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten volgens het stelsel van de European Terrestrial Reference System 1989 (ETRS89).

Artikel 2

  • 1. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 14 dagen voorafgaande aan de beoogde uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de Chef Hydrografie.

  • 2. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de daadwerkelijke uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de directeur van de Kustwacht.

  • 3. De bij de aanlegwerkzaamheden betrokken schepen melden zich voor de daadwerkelijke aanvang en bij beëindiging van de werkzaamheden bij het Kustwachtcentrum te Den Helder.

Artikel 3

In de periode tussen leggen en het plaatsen van de betonnen matrassen dient voor het op afstand houden van de scheepvaart minimaal 1 wachtschip aanwezig te zijn.

Artikel 4

De minimale dekking voor de pijpleiding inclusief de umbilical bedraagt 0,20 meter top of pipe.

Artikel 5

Bij gebruik van stortsteen of grind voor gronddekking geldt als maximum korreldiameter voor de afsluitende bovenlaag D90=85 mm

Artikel 6

De vrije waterkolom boven de pijpleiding, kabel, stortsteen, grind en matrassen is te allen tijde minimaal -18 meter LAT. De vrije waterkolom boven de protectie-dome van K18-G2 is te allen tijde -18 meter LAT.

Artikel 7

De pijpleiding activiteiten in het defensiegebied EHD 41 mogen worden uitgevoerd zoals overeengekomen tussen Wintershall Noordzee B.V. en het Ministerie van Defensie.

Artikel 8

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.H. Brouwer wnd. plv. directeur Energiemarkt

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven