Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing voor de Tiger Formation Vliegend Museum Seppe van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van training voor verkrijgen en behoud van Display Autorisatie

Datum: 28 april 2015

Nummer: ILT-2015/27325

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing van 12 april 2015 van de Tiger Formation, Vliegend Museum Seppe, contactpersoon: M. van Straaten, adres: Pastoor van Breugelstraat 93e, 4722 RC Bosschenhoofd, tel.: 06 5106 6795; e-mail: mike@vdstraaten.nl;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het trainen voor het verkrijgen en behoud van Display Autorisatie om deel te komen nemen aan luchtvaartvertoningen in het circuitgebied van de luchthaven Seppe en Midden-Zeeland;

Gelet op artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op het luchtvaartuig in gebruik bij de Tiger Formation, Vliegend Museum Seppe van het type DH-82 Tiger Moth, N2S3 Boeing Stearman, L18 Piper Cub, Super Cub, Auster, of een vergelijkbaar vervangend luchtvaartuig in gebruik bij Tiger Formation, Vliegend Museum Seppe, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van training voor het verkrijgen en behoud van Display Autorisatie.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 bedoelde vliegtuig wordt van 28 april 2015 tot 28 april 2016 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de toegestane minimum VFR-vlieghoogte, maar nietboven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de minimum toegestane hoogte bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig;

  • b. boven de start- en landingsbaan van de luchthaven Seppe en Midden-Zeeland mag zoveel lager gevlogen worden als aangegeven door de exploitant van de luchthaven;

  • c. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte in het circuitgebied van de luchthaven Seppe en Midden-Zeeland;

  • d. de aanvrager maakt voorafgaand aan de vlucht afspraken met de exploitant van de luchthaven over de wijze van uitvoeren van de vlucht. Hierin wordt o.a. afgesproken in welke periode vluchten toegestaan zijn en op welke wijze overige gebruikers van de luchthaven geïnformeerd worden over deze afwijkende activiteit;

  • e. er worden geen vluchten uitgevoerd boven aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen;

  • f. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3°. vee niet wordt verstoord;

    • 4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichting, etc. worden gemeden, en

    • 5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan benodigd voor de beoordeling voor het verkrijgen en behoud van Display Autorisatie;

  • h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel. 020 5025693, fax: 020 5025699 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. de naam van de gezagvoerder, de registratie en het model/type helikopter;

    • 2°. de route en de periode van de voorgenomen vlucht.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in artikel 2, kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken en is een overtreding.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 28 april 2015 en vervalt met ingang van 29 april 2016.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Tegen deze beschikking kunt u binnen een termijn van 6 weken na dagtekening bezwaar indienen. Het bezwaar moet minimaal bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaar kan onder vermelding van ‘bezwaar’ gestuurd worden naar het volgende adres:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven