Kennisgeving in het kader van de uitvoering van het project Weguitbreiding Schiphol – Amsterdam – Almere, Rijkswaterstaat

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit. Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Milieu kennis van het feit dat het volgende ontwerpbesluit is genomen.

Welk ontwerpbesluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het Tracébesluit Weguitbreiding Schiphol – Amsterdam – Almere is onderstaand ontwerpbesluit genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4, van de Tracéwet in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betreft een aanvraag van aannemerscombinatie SAAone om een ontheffing op grond van artikel 7.7 van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland (VFL) voor het gebruik maken van de openbare weg, anders dan waartoe deze bestemd is door daarin, daarop, daaronder of daarboven werken te maken of te behouden dan wel daarin, daarop, daaronder of daarboven op andere wijze handelingen te verrichten.

In opdracht van Rijkswaterstaat realiseert SAAone de verbreding van de A1/A6 tussen de knooppunten Diemen, Muiderberg en de aansluiting Almere Havendreef. Deze werkzaamheden maken deel uit van de weguitbreiding Schiphol – Amsterdam – Almere (SAA). De extra rijstroken zorgen ervoor dat de doorstroming verbetert en daarmee de bereikbaarheid van de noordelijke Randstad.

Het ontwerpbesluit heeft betrekking op:

  • inleidende verkeersmaatregelen voor de uitvoering van werkzaamheden binnen het aangegeven gebied;

  • faseringen;

  • aanpassingen aan VRI-installaties;

  • werkuitritten;

  • alle overige bij ‘werken in uitvoering’ gebruikelijk te nemen verkeersmaatregelen,

een en ander ten behoeve van de aansluiting S101 (Hogering).

Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?

Het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken liggen met ingang van 30 april 2015 tot en met 10 juni 2015 op maandag, dinsdag en donderdag tijdens kantooruren ter inzage op het provinciehuis van Flevoland, Visarenddreef 1 te Lelystad.

Hoe kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht?

Van 30 april 2015 tot en met 10 juni 2015 kan eenieder tegen het ontwerpbesluit schriftelijk gemotiveerde zienswijzen kenbaar maken aan gedeputeerde staten van Flevoland, Postbus 55, 8200 AB Lelystad. Tevens kunnen gedurende deze termijn door eenieder mondeling gemotiveerde zienswijzen kenbaar gemaakt worden. Degenen die mondeling willen reageren kunnen dat, na telefonische afspraak, doen bij mevrouw mr. P. Peters: 0320 – 26 55 71.,

Gewezen wordt op het feit dat alleen belanghebbenden die zienswijzen hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit of aan wie redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij geen zienswijzen hebben ingebracht op het ontwerpbesluit, te zijner tijd beroep kunnen instellen tegen het definitieve besluit.

Meer informatie?

Voor nadere informatie met betrekking tot het ontwerpbesluit kunt u zich wenden tot mevrouw mr. P. Peters, telefoon 0320 – 26 55 71.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd van de afdeling BJV-Projectadvisering bij de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat, A.K. van de Ven

Naar boven