Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing voor de Eerste Nederlandse Parachutisten Club (Skydive ENPC) van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van het uitwerpen van voorwerpen

Datum: 14 april 2015

Nummer: ILT-2015/25915

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing van 25 februari 2015 van de Eerste Nederlandse Parachutisten Club (Skydive ENPC), contactpersoon: L. Degenaar, adres: Bergdreef 151, 4822 TR Breda, tel.: + 06 3614 8816; e-mail: l.degenaar@hotmail.com;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitwerpen van voorwerpen (broodjes) op verschillende locaties in de Bommelerwaard in het kader van de herdenking van 70 jaar bevrijding;

Gelet op artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op het luchtvaartuig van het type Cessna 182 met als registratie D-EMKS, of een vergelijkbaar vervangend luchtvaartuig in gebruik bij de Eerste Nederlandse Parachutisten Club (Skydive ENPC), waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van het uitwerpen van voorwerpen (broodjes) ter gelegenheid van de herdenking van 70 jaar bevrijding.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 bedoelde vliegtuig wordt op 5 mei 2015 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de toegestane minimum VFR-vlieghoogte, maar nietboven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig;

  • c. er worden geen vluchten uitgevoerd boven aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen;

  • d. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3°. vee niet wordt verstoord;

    • 4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichting, etc. worden gemeden, en

    • 5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • e. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;

  • f. vóór en ná de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan benodigd voor het uitwerpen van de voorwerpen (broodjes);

  • h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel.: 020 5025693, fax: 020 5025699 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. de naam van de gezagvoerder, de registratie en het model/type helikopter;

    • 2°. de route en de periode van de voorgenomen vlucht;

  • i. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk; tel.: 020 4062201; fax: 020 4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden.

Artikel 3

  • 1. Het verwijderen van voorwerpen voldoet aan de voorschriften, gesteld in de Regeling verwijderen van voorwerpen. Deze regeling is terug te vinden op www.wetten.nl;

  • 2. De droplocatie wordt duidelijk gemarkeerd zodat deze duidelijk waarneembaar is vanuit het luchtvaartuig.

  • 3. Door de organisatie worden de verschillende droplocaties vrij gehouden van toeschouwers.

Artikel 4

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 2 en 3, kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken en is een overtreding.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 5 mei 2015 en vervalt met ingang van 6 mei 2015.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Tegen deze beschikking kunt u binnen een termijn van 6 weken na dagtekening bezwaar indienen. Het bezwaar moet minimaal bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaar kan onder vermelding van ‘bezwaar’ gestuurd worden naar het volgende adres:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven