Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2015, 10829Interne regelingen

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 15 april 2015, nr. WJZ/15023462, houdende instelling van de besturing van een afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten (Instellingsbesluit besturing elektronische toegangsdiensten)

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten:

de laatst vastgestelde versie van het geheel van afspraken op het gebied van organisatie, beheer, architectuur, toepassingen, techniek, procedures en het netwerk voor elektronische toegangsdiensten;

deelnemer:

een partij die conform het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten één of meer rollen vervult binnen het netwerk voor elektronische toegangsdiensten;

dienstverlener:

een overheidsorganisatie, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een onderneming niet zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon die elektronische diensten aanbiedt;

elektronische toegangsdiensten:

diensten ten behoeve van het authenticeren en vaststellen van bevoegdheid bij en het ondertekenen van transacties in het kader van elektronische diensten van dienstverleners;

gebruiker:

een overheidsorganisatie, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon die conform het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten elektronische toegangsdiensten afneemt.

minister:

de Minister van Economische Zaken;

toehoorder:

vertegenwoordiger in het Strategisch Beraad van een rechtspersoon die niet is toegetreden tot het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten;

waarnemer:

ambtenaar ressorterend onder de minister;

afgevaardigde:

een vertegenwoordiger die namens een dienstverlener, deelnemer of gebruiker zitting heeft in het Strategisch Beraad, het Tactisch Beraad of het Operationeel Beraad.

Paragraaf 2. Het Strategisch Beraad

Artikel 2

  • 1. Er is een Strategisch Beraad ten behoeve van het strategisch beheer van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

  • 2. In het Strategisch Beraad heeft een afvaardiging van deelnemers, dienstverleners en gebruikers zitting.

  • 3. Het Strategisch Beraad kan een toehoorder uitnodigen.

Artikel 3

Het Strategisch Beraad heeft tot taak de minister te adviseren over het strategisch beheer van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

Artikel 4

  • 1. Lid van het Strategisch Beraad zijn:

    • a. een onafhankelijke voorzitter;

    • b. minimaal vier en maximaal acht afgevaardigden van de deelnemers;

    • c. vier en maximaal zes afgevaardigden van de dienstverleners;

    • d. vier afgevaardigden van de gebruikers.

  • 2. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 3. De voorzitter wordt benoemd door de minister. De voorzitter kan door de minister worden geschorst en ontslagen.

  • 4. De afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en de gebruikers worden benoemd en ontslagen door de minister.

Artikel 5

  • 1. De leden worden benoemd vanwege hun kennis en ervaring met elektronische toegangsdiensten.

  • 2. De leden die zitting hebben in het Strategisch beraad als afgevaardigden van deelnemers, dienstverleners en gebruikers dragen zorg voor de afstemming met en de verwerving van draagvlak bij hun achterban over de door hen in het Strategisch beraad ingebrachte standpunten.

Paragraaf 3. Werkwijze van het Strategisch Beraad

Artikel 6

  • 1. Het Strategisch Beraad komt ten minste vier keer per jaar bijeen.

  • 2. Tijdens een bijeenkomst kan een waarnemer of een toehoorder aanwezig zijn.

Artikel 7

De voorzitter van het Strategisch Beraad bespreekt voorafgaand aan een bijeenkomst de agenda van een bijeenkomst met een waarnemer.

Artikel 8

  • 1. Het Strategisch Beraad kan na iedere bijeenkomst een advies uitbrengen aan de minister. In een advies kan het Strategisch Beraad voorstellen doen voor strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten en ontwikkelingen die daarmee samenhangen.

  • 2. Het Strategisch Beraad brengt zijn adviezen schriftelijk uit aan de minister. De adviezen bevatten een deugdelijke financiële onderbouwing en een inschatting van de financiële consequenties voor de deelnemers, dienstverleners, gebruikers en de Beheerorganisatie.

  • 3. Een advies houdende voorstellen voor strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten en ontwikkelingen die daarmee samenhangen neemt de minister over tenzij het publiek belang of het recht zich daartegen verzet. Onder publiek belang wordt onder meer verstaan economische motieven van deelnemers en het uitvoeringsbelang.

  • 4. Indien de minister voornemens is een advies, houdende voorstellen voor strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten en ontwikkelingen die daarmee samenhangen, niet over te nemen, overlegt hij vooraf met de voorzitter.

Artikel 9

  • 1. Het secretariaat van het Strategisch beraad stelt drie weken voorafgaand aan een bijeenkomst de agenda vast.

  • 2. De agenda en bijhorende de schriftelijke stukken van het Strategisch Beraad worden twee weken voorafgaand aan een bijeenkomst beschikbaar gesteld aan alle deelnemers, dienstverleners en gebruikers.

  • 3. De deelnemers, dienstverleners en gebruikers die geen afgevaardigde hebben in het Strategisch Beraad kunnen tot één week voorafgaand aan een bijeenkomst hun mening bekend maken aan het secretariaat.

Artikel 10

  • 1. Het Strategisch Beraad stelt eenmaal per drie jaren een meerjarenplan op ten aanzien van de werkzaamheden van het Strategisch Beraad. In het meerjarenplan doet het Strategisch Beraad voorstellen voor strategische wijzigingen van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten. Het meerjarenplan is voorzien van een deugdelijke financiële onderbouwing. Het meerjarenplan behoeft goedkeuring van de minister.

  • 2. Het Tactisch Beraad stelt jaarlijks een jaarplan op ten aanzien van zijn werkzaamheden. Het jaarplan is voorzien van een deugdelijke financiële onderbouwing. Het jaarplan behoeft goedkeuring van het Strategisch Beraad en de minister.

Artikel 11

  • 1. Het Strategisch Beraad beslist over zaken bij meerderheid van stemmen van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 2. De voorzitter, een waarnemer en een toehoorder hebben geen stem. De andere leden kunnen ieder één stem uitbrengen, met dien verstande dat deelnemers en dienstverleners evenveel stemmen hebben

  • 3. Bij staking van de stemmen is het voorstel verworpen.

Paragraaf 4. Het Tactisch Beraad

Artikel 12

  • 1. Er is een Tactisch Beraad ten behoeve van het operationeel en tactisch beheer van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

  • 2. In het Tactisch Beraad heeft een afvaardiging van deelnemers, dienstverleners en gebruikers zitting.

Artikel 13

Het Tactisch Beraad heeft tot taak conform het jaarplan:

  • a. het Strategisch Beraad te adviseren over het operationeel en tactisch beheer van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten en voorgestelde strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten;

  • b. operationele wijzigingen door te voeren in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten die vallen binnen het meerjarenplan en de door de minister overgenomen adviezen van het Strategisch Beraad;

  • c. operationele wijzigingen door te voeren in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten die door de minister worden voorgeschreven;

  • d. beslissingen te nemen ten aanzien van alle operationele en tactische aangelegenheden en operationele incidenten die het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten als geheel raken.

Artikel 14

  • 1. Lid van het Tactisch Beraad zijn:

    • a. een onafhankelijke voorzitter;

    • b. vier en maximaal 6 afgevaardigden van de deelnemers;

    • c. vier afgevaardigden van de dienstverleners;

    • d. drie afgevaardigden van de gebruikers.

  • 2. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 3. De voorzitter wordt benoemd door de minister. De voorzitter kan door de minister worden geschorst en ontslagen.

  • 4. De overige leden worden benoemd en ontslagen door het Strategisch Beraad.

Artikel 15

De leden worden benoemd vanwege hun kennis en ervaring met elektronische toegangsdiensten.

Paragraaf 5. Werkwijze van het Tactisch Beraad

Artikel 16

  • 1. Het Tactisch Beraad komt maandelijks bijeen.

  • 2. Ingeval van een operationeel incident kan het secretariaat een extra bijeenkomst vaststellen.

Artikel 17

  • 1. Het Tactisch Beraad brengt voorafgaand aan elke bijeenkomst van het Strategisch verslag uit aan het Strategisch Beraad over:

    • a. de voortgang van de werkzaamheden zoals beschreven in het jaarplan;

    • b. de beslissingen over operationele wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten, operationele en tactische aangelegenheden en operationele incidenten die zijn genomen in de bijeenkomsten van het Tactisch Beraad en waarmee invulling wordt gegeven aan het meerjarenplan.

  • 2. Het Tactisch Beraad kan voorafgaand aan elke bijeenkomst van het Strategisch Beraad een advies uitbrengen aan het Strategisch Beraad over het operationeel en tactisch beheer van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

  • 3. Het Tactisch Beraad brengt haar adviezen schriftelijk uit aan het Strategisch Beraad. Een advies bevat een deugdelijke financiële onderbouwing en een inschatting van de financiële consequenties voor deelnemers, dienstverleners en gebruikers.

Artikel 18

  • 1. Het secretariaat van het Tactisch Beraad stelt voorafgaand aan een bijeenkomst de agenda vast.

  • 2. De agenda en bijhorende de schriftelijke stukken van het Tactisch Beraad wordt een week voorafgaand aan een bijeenkomst beschikbaar gesteld aan alle deelnemers, dienstverleners en gebruikers.

Artikel 19

  • 1. Het Tactisch Beraad beslist over zaken bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 2. De voorzitter heeft geen stem. De andere leden kunnen ieder één stem uitbrengen, met dien verstande dat deelnemers en dienstverleners evenveel stemmen hebben.

  • 3. Bij staking van de stemmen is het voorstel verworpen.

Paragraaf 6. Het Operationeel Beraad

Artikel 20

  • 1. Er is een Operationeel Beraad ten behoeve van het change en releaseproces van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

  • 2. Het Operationeel Beraad is een afvaardiging van deelnemers en staat open voor afvaardiging van dienstverleners en gebruikers.

Artikel 21

Het Operationeel Beraad heeft tot taak het Tactisch Beraad te adviseren over de wijzigingen en releases in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten. Tevens bereidt het Operationeel Beraad de wijzigingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten voor.

Artikel 22

  • 1. Lid van het Operationeel Beraad zijn een voorzitter en ten hoogste vier afgevaardigden van deelnemers.

  • 2. Van het Operationeel Beraad kunnen lid zijn ten hoogste drie afgevaardigden van dienstverleners en ten hoogste drie afgevaardigden van gebruikers.

  • 3. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 4. De voorzitter is werkzaam bij de Beheerorganisatie. De voorzitter wordt benoemd door de Beheerorganisatie in overleg met een waarnemer. De voorzitter kan door de Beheerorganisatie worden geschorst en ontslagen.

  • 5. De afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en gebruikers worden benoemd en ontslagen door de respectievelijke afgevaardigden van het Tactisch Beraad.

Artikel 23

De leden worden benoemd vanwege hun kennis en ervaring met elektronische toegangsdiensten.

Paragraaf 7. Werkwijze van het Operationeel Beraad

Artikel 24

Het Operationeel Beraad komt bijeen wanneer de voorzitter dit nodig acht om te adviseren over de implementatie van wijzigingen en releases in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

Artikel 25

Het Operationeel Beraad brengt haar adviezen schriftelijk uit aan het Tactisch Beraad.

Artikel 26

  • 1. Het secretariaat van het Operationeel Beraad stelt voorafgaand aan een bijeenkomst de agenda vast.

  • 2. De agenda en bijhorende de schriftelijke stukken van het Operationeel Beraad worden een week voorafgaand aan een bijeenkomst beschikbaar gesteld voor alle deelnemers, dienstverleners en gebruikers.

Artikel 27

  • 1. Het Operationeel Beraad beslist bij meerderheid van stemmen van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 2. De voorzitter heeft geen stem. De andere leden kunnen ieder één stem uitbrengen.

  • 3. Bij staking van de stemmen is het voorstel verworpen.

Paragraaf 8. De Beheerorganisatie

Artikel 28

  • 1. Er is een beheerorganisatie die het secretariaat voert van het Strategisch Beraad, het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad.

  • 2. De beheerorganisatie beheert de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Strategisch Beraad, het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad.

Paragraaf 9. Werkgroepen

Artikel 29

  • 1. Het Strategisch Beraad is bevoegd werkgroepen in te stellen die het Strategisch Beraad kunnen adviseren ten aanzien van strategische onderwerpen.

  • 2. Bij de instelling van een werkgroep bepaalt het Strategisch Beraad de werkwijze van een werkgroep.

Artikel 30

  • 1. Het Tactisch Beraad is bevoegd werkgroepen in te stellen die het Tactisch Beraad kunnen adviseren ten aanzien van operationele en tactische onderwerpen.

  • 2. Bij de instelling van een werkgroep bepaalt het Tactisch Beraad de werkwijze van een werkgroep.

  • 3. De instelling van een werkgroep behoeft goedkeuring van het Strategisch Beraad.

  • 4. Het Strategisch Beraad is bevoegd een werkgroep te ontbinden.

Paragraaf 10. Vergoeding

Artikel 31

  • 1. Aan de voorzitter van het Strategisch Beraad wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0.1.

  • 2. Aan de voorzitter van het Tactisch Beraad wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0.21.

Paragraaf 11. Slotbepalingen

Artikel 32

Het Instellingsbesluit besturing eHerkenning wordt ingetrokken.

Artikel 33

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2017.

Artikel 34

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit besturing elektronische toegangsdiensten.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 april 2015

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

TOELICHTING

I. Algemeen

Dit besluit beschrijft de zeggenschap van partijen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

1. Inleiding

Steeds meer zaken kunnen met de overheid elektronisch worden afgehandeld. Voor betrouwbare dienstverlening is elektronische authenticatie en machtigingen noodzakelijk. De partijen die zaken met elkaar doen kunnen elkaar immers niet zien. De dienstverlener wil vaak weten dat de partij die zaken wil doen, daadwerkelijk de partij is die ze zegt te zijn en dat de persoon die handelt hier ook toe bevoegd is. De deelnemers van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten leveren deze zekerheden op verschillende betrouwbaarheidsniveaus en op geüniformeerde wijze.

Het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten (hierna: het Afsprakenstelsel) is het vervolg van het Afsprakenstelsel eHerkenning dat vanaf 2009 is ontwikkeld door marktpartijen en overheidsorganisaties onder regie van het Ministerie van Economische Zaken. De Minister van Economische Zaken (hierna: minister) is (politiek) verantwoordelijk voor het Afsprakenstelsel en borgt het publiek belang. Het publiek belang van het Afsprakenstelsel bestaat eruit dat de diensten elektronische authenticatie en machtigingen veilig, continu en tegen redelijke prijzen beschikbaar zijn ten behoeve van betrouwbare elektronische communicatie met de overheid en in het handelsverkeer.

Het Afsprakenstelsel wordt in opdracht van de minister beheerd door Logius, een Agentschap van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De diensten binnen het Afsprakenstelsel worden geleverd door marktpartijen en overheidsinstanties (hierna: deelnemers). De afnemers van deze diensten zijn overheidsorganisaties en bedrijven die elektronische diensten aanbieden enerzijds en ondernemers, consumenten en burgers, die van deze diensten gebruik willen maken anderzijds. Al deze partijen krijgen zeggenschap over de inhoud en verdere ontwikkeling van de standaarden die binnen het Afsprakenstelsel worden ontwikkeld. In dit besluit is op hoofdlijnen geregeld hoe de zeggenschap vorm krijgt.

De ontwikkelingen rondom elektronische identiteiten staan niet stil. Bij de publicatie van het Instellingsbesluit besturing eHerkenning is dan ook reeds voorzien dat het Afsprakenstelsel eHerkenning op termijn zou kunnen worden verbreed en dat dit tot wijziging zou kunnen leiden van het Instellingsbesluit besturing eHerkenning. Dit besluit is het gevolg van die ontwikkeling. Er is echter voor gekozen het Instellingsbesluit eHerkenning niet te wijzigen maar te vervangen door het onderhavige besluit.

2. Publiek-privaat stelsel

Het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten is een publiek-privaat stelsel. De diensten worden geleverd door deelnemers. Deelnemers sluiten daartoe een contract met een gebruiker. De deelnemers hebben een contract met de beheerder van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten. In dit contract is geregeld dat de deelnemers een beschermd merk, zoals eHerkenning mogen voeren mits ze zich aan de daarvoor geldende eisen uit het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten houden. De Staat is eigenaar van de merken die binnen het Afsprakenstelsel kunnen worden gebruikt en heeft een contract met de Beheerorganisatie. In dit contract is geregeld dat de Beheerorganisatie het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten beheert namens de Staat en de minister.

Binnen het afsprakenstelsel is zowel sprake van samenwerking als van concurrentie tussen deelnemers. Deelnemers werken samen op het gebied van standaarden zodat een inter-operabel netwerk ontstaat waardoor de gebruiker met één elektronische sleutel overal terecht kan. Er is concurrentie op het gebied van producten en prijzen. Dit is een bekend concept uit de financiële wereld waar banken samenwerken op het gebied van techniek met de bankpas, betaalautomaten en Ideal en concurreren met betaalpakketten en dienstverlening.

3. Publiek belang

Het publiek belang van het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten en de middelen die het kan faciliteren bestaat eruit dat de diensten elektronische authenticatie en machtigen veilig, continu en tegen redelijke prijzen beschikbaar zijn ten behoeve van betrouwbare elektronische communicatie in het handelsverkeer. Een uitgebreidere onderbouwing van het publieke belang dat is betrokken is opgenomen in de toelichting bij het Instellingsbesluit besturing eHerkenning.

4. Zeggenschap van partijen en de rol van de minister

De partijen in het Afsprakenstelsel hebben zeggenschap over de inhoud en ontwikkeling van de standaarden. Deze zeggenschap door partijen binnen het Afsprakenstelsel vindt plaats op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Op drie niveaus zijn drie gremia ingesteld: het Strategische Beraad, het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad. In deze gremia zitten, via een afvaardiging van deelnemers, dienstverleners en gebruikers, de betrokken partijen aan één tafel. Deze gremia adviseren over de inhoud en ontwikkeling van het Afsprakenstelsel. Het Strategisch Beraad geeft strategische adviezen ten aanzien van het Afsprakenstelsel aan de minister. Aangezien de minister het merkrecht van het Afsprakenstelsel heeft, moet hij deze adviezen overnemen om daadwerkelijk strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel mogelijk te maken. Het Tactisch Beraad kan, binnen de kaders van een goedgekeurd jaarplan zelfstandig beslissingen nemen over wijzigingen van het Afsprakenstelsel. De bewoordingen van het besluit geven dit weer. Artikel 3 van het besluit bepaalt dat het Strategisch Beraad, het hoogste gremium van zeggenschap, de minister adviseert over wijzigingen en ontwikkelingen van het Afsprakenstelsel. Het besluit bepaalt verder dat de minister de adviezen van het Strategisch Beraad in principe overneemt, behalve wanneer het publiek belang of het recht zich hiertegen verzet. Dit betekent feitelijk dat het Strategisch Beraad zelfstandig beslist over de strategische wijzigingen en ontwikkelingen en dat de minister enkel toeziet op de vraag of dit niet in strijd is met het recht of het publiek belang. Wanneer dit aan de orde is zal de minister een advies helemaal of op onderdelen niet overnemen en blijft de situatie zoals deze was.

4.1 Overlegstructuur en taken gremia

In beginsel hebben deelnemers, dienstverleners en gebruikers gelijkwaardige zeggenschap in de gremia. De bedoeling van de overlegstructuur is dat ‘vraag’ en ‘aanbod’ er samen uitkomen zodat een goed lopende markt ontstaat. EZ is opdrachtgever van de Beheerorganisatie, bewaakt het publiek belang en is politiek en beleidsmatig verantwoordelijk voor het Afsprakenstelsel.

4.2 Taken van het Strategisch Beraad

Het Strategisch Beraad heeft tot taak te adviseren over onderwerpen van strategische aard zoals financiering(smodellen), (door)ontwikkeling, gebruik van nieuwe voorzieningen, gebruik in nieuwe domeinen, transparantie (prijzen, producten), naleving en veiligheid. Deze adviezen zijn steeds gerelateerd aan het Afsprakenstelsel en worden, behoudens de beschreven uitzonderingsbepalingen, in principe overgenomen.

Het Strategisch Beraad stelt een meerjarenplan op dat aan de minister wordt voorgelegd ter goedkeuring. Een door de minister goedgekeurd meerjarenplan vormt het kader voor het jaarplan van het Tactisch Overleg dat tevens moet worden goedgekeurd. Zo nodig kan het Strategisch Beraad werkgroepen instellen om strategische kwesties uit te werken.

Het staat het Strategisch Beraad vrij om de minister te adviseren over zaken die met het Afsprakenstelsel samenhangen zoals; de relatie met andere e-overheidsbouwstenen, verantwoordelijkheidsverdeling in de keten, internationale vraagstukken, zoals het grensoverschrijdend gebruik van authenticatiemiddelen binnen de Europese Unie. De minister is niet verplicht om deze adviezen over te nemen.

4.3 Taken van het Tactisch Beraad

Het Tactisch Beraad vormt de verbinding tussen de feitelijke werking van de middelen die in het kader van het Afsprakenstelsel worden ontwikkeld. Het Tactisch Beraad kan zelfstandig beslissingen nemen over wijzigingen in het Afsprakenstelsel mits deze overeenkomstig het vastgestelde jaarplan zijn. Daarnaast beslist het Tactisch Beraad zelfstandig over operationele wijzigingen in het Afsprakenstelsel. Het Tactisch Beraad informeert het Strategisch Beraad over de wijzigingen. Verder kunnen ook overige tactische onderwerpen worden besproken zoals veiligheidsincidenten, communicatie, het beheer van de website, en vraagstukken ten aanzien van het wijzigingsproces. Ook ervaringen van gebruikers kunnen aan de orde komen. Ook het Tactisch Beraad kan zo nodig werkgroepen instellen om operationele kwesties uit te werken.

4.4 Taken van het Operationeel Beraad

De taak van het Operationeel Beraad is om wijzigingen voor te bereiden ten aanzien van het Afsprakenstelsel, waarbij de vraag centraal staat of de voorgestelde wijziging implementeerbaar is. Over die vraag brengt het Operationeel Beraad advies uit aan het Tactisch Beraad.

4.5 De Beheerorganisatie

Het secretariaat van de gremia wordt gevormd door de Beheerorganisatie. De Beheerorganisatie ondersteunt derhalve de gremia bij hun taken. Logius, een onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken functioneert als Beheerorganisatie.

4.6 Benoemingen

Bij de totstandkoming van het onderhavige besluit is belang gehecht aan een zorgvuldige migratie en continuïteit. Er is dan ook gekozen om de benoemingen die in het kader van eHerkenning zijn gedaan te respecteren en de bewuste personen voor de reeds toegezegde periode te benoemen in de nieuwe structuur zoals deze door dit besluit ontstaat. Het gevolg van deze keuze is echter dat gedurende een bepaalde periode meer personen lid zijn van het Strategisch Beraad en Tactisch beraad dan wenselijk om het gewenste evenwicht tussen deelnemers, dienstverleners en gebruikers te bereiken. Om te voorkomen dat dit verstoorde evenwicht zich ook kan vertalen in de stemverhoudingen is in artikel 11, tweede lid en artikel 19, tweede lid, bepaald dat deelnemers en dienstverleners evenveel stemmen hebben. In die gevallen dat een stemming aan de orde is zullen de leden hiermee rekening dienen te houden. Op termijn is de verwachting dat voor alle groepen afgevaardigden het minimaal aantal voorgeschreven leden zal worden benoemd.

II. Artikelen

Artikel 4 en 14

De voorzitter van het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad zijn onafhankelijk. Onder onafhankelijk wordt verstaan: niet werkzaam voor de minister noch voor een deelnemer, een dienstverlener of een gebruiker en heeft geen belangen in een van de ondernemingen of organisaties van de deelnemers, dienstverleners en gebruikers.

Profiel voorzitter van het Strategisch Beraad

De voorzitter van het Strategisch Beraad leidt de vergaderingen en bevordert door de afgevaardigden gedragen adviezen over de verdere ontwikkeling van het Afsprakenstelsel. De voorzitter van het Strategisch Beraad heeft affiniteit met elektronische dienstverleningsketens. De voorzitter is onafhankelijk, samenbindend en heeft bewezen ervaring met publiek private samenwerking. Ook heeft de voorzitter ervaring in het politiek-bestuurlijke krachtenveld en weet hij draagvlak te creëren.

Profiel voorzitter Tactisch Beraad

De voorzitter van het Tactisch Beraad leidt de vergaderingen en is deskundig op het gebied van elektronische authenticatie en machtigingen. De voorzitter is onafhankelijk, in staat om uiteenlopende belangen te verenigen en strategische doelen te verbinden aan veranderingen in het Afsprakenstelsel en concrete dienstverlening. De voorzitter heeft ervaring met publiek private samenwerking en is praktisch ingesteld.

Om een goede afspiegeling te krijgen in het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad mag van een deelnemer, een dienstverlener of een gebruiker slechts één afgevaardigde voor elk gremium benoemd worden.

Gelet op de taken van het Strategisch Beraad, zullen de afgevaardigden op het niveau van directeur functioneren en in staat moeten zijn om de strategische ontwikkelingen te relateren aan de primaire processen van organisaties.

Binnen het Tactisch Overleg worden alle afgevaardigden benoemd door de Stelselraad.

Binnen beide gremia worden de leden voor ten hoogste drie jaar benoemd, maar zijn wel herbenoembaar. In beginsel zullen de leden ook voor drie jaar benoemd worden, er kan echter aanleiding zijn om sommige leden voor kortere duur te benoemen bijvoorbeeld als ze zelf hebben aangegeven slechts voor kortere tijd lid te willen zijn.

Artikel 6

Tijdens een bijeenkomst van de Stelselraad is een waarnemer van EZ aanwezig om EZ zichtbaar te laten zijn en goed de gevoelens van het Strategisch Beraad voor ogen te hebben. De waarnemer ‘bewaakt’ het publiek belang. Een toehoorder wordt uitgenodigd indien het Strategisch beraad dit wenselijk vindt met het oog op strategische ontwikkelingen in het Afsprakenstelsel elektronische toegangsdiensten.

Artikel 7

In dit artikel is bepaald dat de voorzitter van het Strategisch Beraad voorafgaand aan een bijeenkomst van het Strategisch Beraad overleg heeft met een waarnemer.

Artikel 8

Het Strategisch Beraad adviseert de minister ten aanzien van het strategisch beheer van het Afsprakenstelsel. Daarbij het Strategisch Beraad uit eigener beweging voorstellen doen voor strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel. Deze voorstellen worden uitgebracht in de vorm van een advies. Dit neemt de minister over, tenzij het publiek belang of het recht zich hiertegen verzet. In het derde lid wordt uitgelegd wat onder meer onder publiek belang wordt verstaan. Economische motieven van deelnemers kunnen een reden zijn om af te zien van de wijziging om te voorkomen dat deelnemers worden verplicht tot het doen van onrendabele investeringen.

Indien de minister voornemens is een advies niet over te nemen, dan overlegt hij vooraf met de voorzitter van het Strategisch Beraad. Het staat de minister echter vrij om naar aanleiding van dit overleg al dan niet het advies inderdaad niet over te nemen.

Het Strategisch Beraad kan de minister eveneens adviseren over zaken die met het afsprakenstelsel samenhangen, maar die niet tot wijzigingen in het Afsprakenstelsel leiden. De minister is vrij om deze adviezen over te nemen, dan wel naast zich neer te leggen.

Artikel 9, 18 en 26

Op grond van het tweede lid worden de agenda en bijhorende de schriftelijke stukken van het Strategisch Beraad, en het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad twee weken respectievelijk één week voorafgaand aan een bijeenkomst beschikbaar gesteld aan alle deelnemers, dienstverleners en gebruikers. Door middel van deze openbaarheid kan elke partij tijdig haar mening vormen. Partijen kunnen deze mening overdragen aan afgevaardigden, die dit mee kunnen nemen in de bijeenkomsten.

Bij het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad is in tegenstelling tot bij het Strategisch Beraad niet expliciet de mogelijkheid geboden om opmerkingen bij het secretariaat in te dienen, aangezien het Tactisch Beraad en het Operationeel Beraad veel vaker bijeenkomen en het organisatorisch mogelijk moeilijk is om nog iets bruikbaars met deze inbreng te kunnen doen. Het wordt derhalve aan de gremia vrij gelaten om dit verder in te vullen.

Artikel 10

Ten aanzien van de werkzaamheden van het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad dient een meerjarenplan respectievelijk een jaarplan te worden vastgesteld. Deze plannen vormen onder meer het kader waarbinnen het Tactisch Beraad zelfstandig operationele wijzigingen in het Afsprakenstelsel kan doorvoeren. Derhalve is het van belang dat ze duidelijk beschrijven welke wijzigingen van het Afsprakenstelsel eHerkenning worden beoogd. Het meerjarenplan en het jaarplan moeten worden goedgekeurd door de minister. Dit goedkeuringsvereiste moet niet te zwaar worden opgevat. De minister kijkt bij de goedkeuring naar de financiën en of de plannen overeenstemmen met het publiek belang en het recht. Met het overige zal hij zich in principe niet inlaten.

Artikel 11, 20 en 28

Alles wat namens de drie gremia als standpunt wordt gebracht, moet bij meerderheid van stemmen gebeuren. Dit betekent dat ze enkel kunnen adviseren dan wel wijzigingen kunnen aanbrengen bij meerderheid van stemmen. Dit geldt ook voor het voorleggen van het meerjarenplan en het jaarplan. In alle drie de gremia heeft de voorzitter geen stem en wordt een voorstel verworpen bij staking van stemmen.

Artikel 13

Dit artikel legt vast wat de taken zijn van het Tactisch Beraad. Het Strategisch Beraad adviseert de minister ten aanzien van strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel. Binnen de door de minister overgenomen kaders kan het Tactisch Beraad zelfstandig besluiten over wijzigingen die invulling geven aan die kaders en wijzigingen van operationele aard. Deze kaders worden gevormd door het meerjarenplan, het jaarplan en de door de minister overgenomen adviezen van het Strategisch Beraad.

Op grond van onderdeel c van dit artikel kan de minister wijzigingen voorschrijven. Deze voorstellen moeten dan doorgevoerd worden in het Afsprakenstelsel. Dergelijke voorstellen zijn gerelateerd aan het publiek belang van het Afsprakenstelsel en het recht. Hiervan zal bijvoorbeeld sprake zijn indien dit noodzakelijk is vanwege internationale verplichtingen. Deze voorstellen zullen wel in de gremia aan de orde worden gesteld, maar de gremia kunnen niet adviseren deze voorstellen niet over te nemen.

Daarnaast adviseert het Tactisch Beraad het Strategisch Beraad over het operationeel en tactisch beheer van het Afsprakenstelsel en voorgestelde strategische wijzigingen in het Afsprakenstelsel en kan het Tactisch Beraad beslissingen nemen ten aanzien van alle operationele en tactische aangelegenheden en operationele incidenten die het Afsprakenstelsel als geheel raken.

Gelet op de taken van het Tactisch Beraad zullen de afgevaardigden veelal verantwoordelijken voor producten en processen met mandaat zijn en minimaal op het niveau van senior medewerker opereren.

Onder operationele en tactische aangelegenheden vallen bijv. de implementatieplanning van nieuwe releases, wijzigingen in het operationeel handboek, testonderdelen en use cases en wijzigingen van de website over het Afsprakenstelsel. Hieronder vallen niet: toe- en uittreding, naleving, klachten en geschillen en hetgeen waarover het Strategisch Beraad beslist.

Artikel 17

Op grond van dit artikel heeft het Tactisch Beraad een rapportageplicht jegens het Strategisch Beraad en kan het Tactisch Beraad het Strategisch beraad adviseren over het operationeel en tactisch beheer van het Afsprakenstelsel.

Artikel 20 en 22

Het Operationeel Beraad is er ten behoeve van het change en releaseproces binnen het Afsprakenstelsel. Derhalve moet het Operationeel Beraad minimaal bestaan uit een afvaardiging van deelnemers van het Afsprakenstelsel. Het Operationeel Overleg staat echter ook open voor afgevaardigden van dienstverleners en gebruikers. Het is echter aan deze partijen om te beslissen of zij een afvaardiging noodzakelijk vinden. Wel is het aantal afgevaardigden zowel van de deelnemers als van de dienstverleners en gebruikers beperkt zodat het gremium niet te groot wordt.

Gelet op de taak van het Operationeel Beraad zullen de leden veelal bestaan uit inhoudelijke experts en op medewerkerniveau opereren.

Ook binnen het Operationeel Beraad worden de leden benoemd voor ten hoogste drie jaar. In tegenstelling tot het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad is de voorzitter van het Operationeel Beraad niet onafhankelijk, maar een persoon werkzaam bij de Beheerorganisatie. Deze voorzitter wordt dan ook benoemd door de Beheerorganisatie in overleg met een waarnemer.

De afgevaardigden van de deelnemers binnen het Operationeel Beraad worden benoemd door de afgevaardigden van de deelnemers binnen het Tactisch Beraad.

De afgevaardigden van de dienstverleners binnen het Operationeel Beraad worden benoemd door de afgevaardigden van de dienstverleners binnen het Tactisch Beraad.

De afgevaardigden van de gebruikers binnen het Operationeel Beraad worden benoemd door de afgevaardigden van de gebruikers binnen het Tactisch Beraad.

Artikel 29 en 30

Aan het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad wordt in deze artikelen de mogelijkheid geboden om een werkgroep in te stellen die hen kan adviseren ten aanzien van strategische respectievelijk tactische en operationele onderwerpen. Eventuele vergoedingen aan de voorzitter of leden van deze werkgroepen worden niet betaald door het ministerie. De instelling van een werkgroep door het Tactisch Beraad behoeft de goedkeuring van het Strategisch Beraad.

Een werkgroep kan altijd weer worden opgeheven door het gremium dat de werkgroep heeft ingesteld. Dit hoeft niet uitdrukkelijk te worden bepaald. In het vierde lid van artikel 30 is echter wel expliciet geregeld dat de Stelselraadbevoegd is een werkgroep te ontbinden. Daartoe kan aanleiding bestaan indien blijkt dat het bestaan of de werkzaamheden van de werkgroep in strijd zijn met het recht, het publiek belang of het beleid van het Rijk of als blijkt dat de noodzaak voor de werkgroep is komen te vervallen.

Artikel 31

In dit artikel is geregeld dat de voorzitters van het Strategisch Beraad en het Tactisch Beraad een vergoeding krijgen voor hun werkzaamheden die zij uitvoeren. De voorzitter van het Operationeel Beraad krijgt geen vergoeding, aangezien deze werkzaam is bij de Beheerorganisatie en reeds in dat verband betaald wordt voor zijn werkzaamheden.

Artikel 32

Het onderhavige besluit vervangt het Instellingsbesluit besturing eHerkenning. Het Instellingsbesluit besturing eHerkenning wordt daarom ingetrokken.

Artikel 33

Dit Instellingsbesluit vervalt zodra de Wet op het eID Stelsel van kracht wordt. Dit is naar verwachting 31 december 2017. Voor dat tijdstip zal ook duidelijk zijn of het eID stelsel kan worden gerealiseerd of dat wordt teruggekeerd naar de situatie zoals die voor het eID stelsel bestond.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp