Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 maart 2014, nummer WBV 2014/14, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/28 Vreemdelingencirculaire 2000 wordt toegevoegd en komt te luiden:

28. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda

28.1 Besluitmoratorium

Ten aanzien van Uganda geldt geen besluit in de zin van artikel 43, aanhef en onder a, Vw.

28.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

28.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
28.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND beschouwt Uganda niet als land waarin sprake is van groepsvervolging.

28.3.2 Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND heeft met betrekking tot Uganda geen risicogroepen aangewezen.

28.3.3 Lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen (LHBT’s)

De IND beoordeelt de asielaanvraag van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.

De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.

Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, mede als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND in de regel aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, verleent, tenzij contra-indicaties vergunning verlening in de weg staan.

28.4 Foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de zin van artikel 3 EVRM
28.4.1 Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

In Uganda is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM.

28.4.2 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

In Uganda is geen sprake van systematische blootstelling aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.

28.4.3 Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

De IND heeft met betrekking tot Uganda geen kwetsbare minderheidsgroepen aangewezen.

28.5 Bescherming
28.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc

De IND acht het voor Ugandese LHBT’s niet mogelijk om bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.

28.5.2 Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc

De IND neemt ten aanzien van Ugandese LHBT’s geen vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.

28.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Aan de hand van paragraaf B8/6 Vc wordt beoordeeld of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Uganda geldt in ieder geval dat:

  • algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  • de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

28.7 Vertrekmoratorium

Ten aanzien van Uganda geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.

28.8 Bijzonderheden

Geen bijzonderheden.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 20 maart 2014

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze: de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder.

TOELICHTING

ALGEMEEN

Naar aanleiding van de anti-homoseksualiteitswet welke is aangenomen in Uganda, is in de brieven aan de Tweede Kamer (kenmerk 469525, 488902 en 485714) van respectievelijk 14 februari, 17 februari en 25 februari 2014 een toelichting gegeven op de gevolgen voor asielaanvragen van LHBT’s uit Uganda. De ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet wordt gezien als een bevestiging van de fragiele positie van Ugandese LHBT’s. Het kan ook leiden tot een verdere verslechtering van de positie van LHBT’s in de Ugandese samenleving.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze, de Directeur-generaal Vreemdelingenzaken, L. Mulder

Naar boven