Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 maart 2014, tot wijziging van de regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 1 april 2004, nr. CZW04/19880, houdende nadere regels omtrent de wijze en het tijdstip van de mededeling, bedoeld in artikel Y 32, achtste lid, van de Kieswet

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel Y 7 van het Kiesbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

De regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 1 april 2004, nr. CZW04/19880, houdende nadere regels omtrent de wijze en het tijdstip van de mededeling, bedoeld in artikel Y 32, achtste lid, van de Kieswet, wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

  • 1. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzendt namens burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk na de zevende dag na de kandidaatstelling de gegevens van de personen, bedoeld in artikel Y 3, onder b, van de Kieswet, waarvan de kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement is geregistreerd aan de autoriteiten, bedoeld in artikel Y 32, achtste lid, van de Kieswet.

  • 2. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontleent de gegevens, voor zover mogelijk, aan de basisregistratie personen.

  • 3. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op diens verzoek uiterlijk de zevende dag na de kandidaatstelling per beveiligde e-mail de gegevens die ter vervulling van de taak, bedoeld in het eerste lid, niet uit de basisregistratie personen kunnen worden verstrekt.

B

Artikel 3 vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

TOELICHTING

Op grond van de richtlijn tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen onderdanen van andere lidstaten van de Europese Unie die in Nederland wonen, in Nederland aan de verkiezing van de leden van het Europees Parlement deelnemen. 1 Deze kiezers moeten zich daarvoor in Nederland registreren, overeenkomstig de bepalingen van artikel Y 32 van de Kieswet. Burgemeester en wethouders delen vervolgens aan de lidstaat van herkomst van de kiezer mede dat de kiezer zich in Nederland heeft geregistreerd. De lidstaat van herkomst van de kiezer kan dan de kiezer schrappen uit het kiezersregister, om te voorkomen dat de kiezer tweemaal zijn stem kan uitbrengen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is aangewezen om, namens de burgemeester en wethouders, de gegevens door te geven aan de andere lidstaten van de Europese Unie. De minister van BZK ontleent de gegevens daarvoor aan de basisregistratie personen (BRP). Burgemeester en wethouders nemen daarin namelijk de gegevens op van kiezers uit andere lidstaten die hun kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van het Europees Parlement in Nederland willen registreren. Op grond van de Wet BRP kan dan ten behoeve van die wijze van vervulling van de taak een besluit tot verstrekking van gegevens uit de BRP worden genomen (art. 3.2 Wet BRP). In bepaalde gevallen is het mogelijk dat de gegevens niet ter vervulling van deze taak aan de minister van BZK verstrekt kunnen worden uit de BRP. In die gevallen verstrekken burgemeester en wethouders per beveiligde e-mail de gegevens aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dat zijn bijvoorbeeld categorieën van personen van wie de kiesgerechtigdheid niet in de BRP wordt opgenomen, vanwege hun bijzondere verblijfsrechtelijke positie. Voor zover deze personen kiesgerechtigd zijn, dient de registratie daarvan buiten de BRP plaats te vinden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ambassadeurs en consulaire ambtenaren. Hiervoor zal nog steeds een gemeentelijke administratie moeten worden aangewend. Aan gemeenten wordt een instructie verstrekt die uitlegt hoe zij de gehele procedure met betrekking tot de uitwisseling van gegevens dienen aan te vatten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Richtlijn nr. 93/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (PbEG 1993, L 329/34).

Naar boven