Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Stichting Autoriteit Financiële MarktenStaatscourant 2014, 4423Convenanten

Samenwerkingsconvenant AFM-NZa

Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de samenwerking en de uitwisseling van informatie met betrekking tot toezicht en regulering uit hoofde van de Wet marktordening gezondheidszorg en toezicht uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht, de Wet handhaving consumentenbescherming, de Wet toezicht accountantsorganisaties en de Wet toezicht financiële verslaggeving

Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007;

Overwegende dat:

  • in artikel 17 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) is bepaald dat de NZa afspraken maakt met de AFM met het oog op een effectieve en efficiënte besluitvorming over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang en het verzamelen van informatie ten behoeve daarvan;

  • de NZa op grond van artikel 16 van de Wmg onder meer is belast met:

    • markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering op het terrein van de gezondheidszorg,

    • het toezicht op de rechtmatige uitvoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) door de zorgverzekeraars,

    • het toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) door de AWBZ-verzekeraars en de zorgkantoren,

    • het toezicht op de informatieverstrekking door of namens ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders aan consumenten, en

    • het toezicht op ziektekostenverzekeraars bij de uitvoering van de artikelen 41 tot en met 43 van de Wmg over verkoop op afstand en toezicht op rechtmatige en doelmatige uitvoering van de in artikel 16, onder f, van de Wmg genoemde taken door het Centraal Administratie Kantoor;

  • de AFM op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) is belast met:

    • het toezicht op aanbieders van financiële producten zoals ziektekostenverzekeringen, alsook op adviseurs en bemiddelaars in ziektekostenverzekeringen, en

    • het toezicht op de interne klachtenregeling voor consumenten als onderdeel van de bedrijfsvoering van ziektekostenverzekeraars;

  • de AFM ingevolge de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) is aangewezen als de bevoegde autoriteit met betrekking tot intracommunautaire inbreuken op bepaalde consumentenrechten;

  • de AFM op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) is belast met het toezicht op externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers;

  • de AFM op grond van de Wet toezicht financiële verslaggeving (Wtfv) is belast met het toezicht op de financiële verslaggeving van beursgenoteerde ondernemingen, waaronder zorgverzekeraars;

  • de NZa en de AFM bij de uitvoering van hun taken kunnen worden geconfronteerd met informatie die relevant kan zijn voor een taak van de andere partij;

  • de ziektekostenverzekeraars als aanbieders in de zin van de Wft zijn vrijgesteld van de transparantiebepalingen in de Wft, zoals de informatieverstrekking aan consumenten, reclame-uitingen en verkoop op afstand nu dergelijke bepalingen in de Wmg zijn opgenomen;

  • waar de toezichtstaken van de AFM en de NZa elkaar raken het nodig is om samen te werken door onderling kennis en informatie uit te wisselen alsook door (gezamenlijk) beleid te ontwikkelen;

Komen de AFM en de NZa (hierna ook: partij, of gezamenlijk: partijen) het volgende overeen:

HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 – Definities

De definities uit de Wmg, Wft, Whc, Wta, Wtfv en Verordening (EG) Nr. 2006/20041 zijn in dit samenwerkingsconvenant van toepassing.

Artikel 2 – Reikwijdte

De in dit samenwerkingsconvenant vastgelegde afspraken hebben betrekking op de samenwerking tussen de AFM en de NZa in het kader van regulering en toezicht als bedoeld in de Wmg, en toezicht als bedoeld in de Wft, Whc, Wta, Wtfv en Verordening (EG) Nr. 2006/2004, en zien onder andere op de wijze van samenwerking in verband met de uitvoering hiervan en op de uitwisseling van informatie.

HOOFDSTUK II SAMENWERKING EN INFORMATIE-UITWISSELING

Artikel 3 – Samenwerking en informatie-uitwisseling

  • 1. Partijen voeren overleg over de aangelegenheden die elkaars taken raken, waaronder de ontwikkelingen in wet- en regelgeving, het beleid en de interpretaties van vergelijkbare bepalingen in hun verschillende wetten.

  • 2. Partijen wisselen zo spoedig mogelijk informatie uit die voor de taak van de ander van belang is of kan zijn en voor zover daartoe een wettelijke grondslag bestaat.

  • 3. Partijen waarborgen overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving de vertrouwelijkheid, integriteit en bescherming van de door hen ontvangen en uitgewisselde vertrouwelijke informatie. Partijen nemen in acht het bepaalde in artikel 1:93, eerste lid, onderdeel e, van de Wft, artikel 93, eerste en derde lid, van de Zvw, artikel 57b, eerste en derde lid, van de AWBZ, de artikelen 65, 67, 69 en 70, tweede lid, van de Wmg, artikel 4 van de Regeling categorieën persoonsgegevens WMG, artikel 63a van de Wta, artikel 6 van de Wtfv alsook de specifieke wet- en regelgeving die van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens.

  • 4. Partijen informeren elkaar over voor de andere partij relevante onderzoeken bij onder andere ziektekostenverzekeraars en voeren deze onderzoeken gezamenlijk uit voor zover dit mogelijk en wenselijk is. Voor gezamenlijk onderzoek worden nadere werkafspraken gemaakt.

  • 5. Indien partijen de onder dit samenwerkingsconvenant verkregen (vertrouwelijke) informatie willen gebruiken in het kader van hun handhaving, met inbegrip van het uitvoeren van onderzoek of het voeren van (juridische) procedures, vindt overleg tussen partijen plaats.

  • 6. Partijen beschrijven bij de uitwisseling van informatie die ziet op een vermoedelijke overtreding van een bepaling waar de andere partij op toeziet voor zover van toepassing:

    • de aard en de omvang van de vermoedelijke overtreding en de periode waarin deze plaatsvond;

    • de gegevens van de betrokkene(n);

    • de gegevens van de betreffende ziektekostenverzekeraar;

    • het moment van de constatering van de vermoedelijke overtreding;

    • de gegevens als bedoeld in de artikelen 37 en 38 van de Zvw;

    • of contact is geweest met de betrokkene(n) en/of (indirect) met de zorgverzekeraar over de betrokkene(n).

  • 7. Wanneer partijen informatie opvragen bij ziektekostenverzekeraars of andere onder toezicht staande instellingen of personen, welke informatie mogelijk de taak van de andere partij raakt, stemmen zij hun informatiebehoeften voorafgaand hieraan onderling af. Partijen vragen geen informatie op bij derden indien de benodigde informatie al bij de andere partij aanwezig is en kan worden uitgewisseld.

  • 8. Partijen verstrekken de van elkaar verkregen (vertrouwelijke) informatie niet zonder toestemming van de andere partij door aan derden, tenzij de verstrekkende partij hiertoe op grond van de wet- en regelgeving of voor de uitvoering van haar taak verplicht is, of de doorverstrekking past binnen het doel waarvoor de informatie is verkregen. In dit laatste geval stelt de verstrekkende partij de andere partij hiervan op de hoogte.

  • 9. Partijen werken bij aangelegenheden van wederzijds belang samen bij de afhandeling van klachten en vragen, bijvoorbeeld van consumenten en ziektekostenverzekeraars over wet- en regelgeving en beleid. Zo nodig dragen zij zorg voor een passende en afgestemde reactie of antwoord op de gestelde vraag.

Artikel 4 – Europese verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming

  • 1. Indien de AFM een verzoek ontvangt om wederzijdse bijstand als bedoeld in de Europese verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming over een gedraging ten aanzien waarvan ook de NZa bevoegd is, zet de AFM het verzoek door naar de NZa.

  • 2. Indien de NZa een verzoek ontvangt als bedoeld in het eerste lid neemt zij de nodige toezichts- en/of handhavingsmaatregelen ten aanzien van de betreffende gedraging, tenzij sprake is van een van de voorwaarden als bedoeld in artikel 15 van die verordening. De NZa neemt contact op met de AFM als sprake is van (een van) de betreffende voorwaarden.

  • 3. Partijen maken alle gegevens over genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen bekend aan de Autoriteit Consument en Markt, die als ‘verbindingsbureau’ is belast met de (nationale) coördinatie van de toepassing van de onderhavige verordening.

Artikel 5 – Advisering over beleid

Partijen adviseren, op verzoek dan wel op eigen initiatief, waar mogelijk gezamenlijk, de minister van Financiën en/of de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over aangelegenheden van beleid en wet- en regelgeving, voor zover deze aangelegenheden de taak van beide partijen raken.

Artikel 6 – Contactpersonen

  • 1. Partijen wijzen elk vanuit de interne organisatie een contactpersoon aan die het aanspreekpunt is voor wat is afgesproken in dit samenwerkingsconvenant.

  • 2. Partijen faciliteren waar mogelijk elkaars contacten met (buitenlandse) toezichthouders en andere relevante organisaties.

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

Artikel 7 – Wijzigingen

  • 1. Indien met betrekking tot dit samenwerkingsconvenant of de uitvoering daarvan tussen partijen een geschil ontstaat, treden partijen in overleg over een oplossing.

  • 2. Wijzigingen van het samenwerkingsconvenant worden na overleg tussen partijen schriftelijk overeengekomen.

Artikel 8 – Inwerkingtreding

Dit samenwerkingsconvenant treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dagtekening van de publicatie in de Staatscourant.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te Amsterdam, 30 januari 2014

Stichting Autoriteit Financiële Markten, namens deze: Th.F. Kockelkoren Waarnemend voorzitter

G.J. Everts Bestuurslid

Nederlandse Zorgautoriteit, namens deze: T.W. Langejan Voorzitter

M.E. Homan Bestuurslid


X Noot
1

Verordening (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming.