Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
overigStaatscourant 2014, 37694Interne regelingen

Besluit van de directeur Staatsbosbeheer van 17 december 2014 houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen bij Staatsbosbeheer

De directeur Staatsbosbeheer,

Overwegende:

  • dat ingevolge artikel 13 lid 3 van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer van 11 september 1997 (Stbl. 1997, 514) Staatsbosbeheer in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd door de directeur;

  • dat de directeur derhalve als zodanig bevoegd is om besluiten te nemen en voor of namens Staatsbosbeheer privaatrechtelijke rechtshandelingen of andere handelingen te verrichten;

  • dat het wenselijk is om nader aan te duiden functionarissen bij Staatsbosbeheer de bevoegdheid te verlenen om namens de directeur Staatsbosbeheer in bepaalde aangelegenheden besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten of andere handelingen te verrichten;

  • dat Staatsbosbeheer met ingang van 1 januari 2015 organisatorisch is samengesteld uit:

    • de directie (directeur en plaatsvervangend directeur) met een bureau Directieondersteuning;

    • drie divisies: Beheer & Ontwikkeling, Grond & Gebouwen, en Beleven & Benutten;

    • het bureau Concernzaken;

    • afdelingen, die onderdeel uitmaken van de genoemde divisies of het bureau Concernzaken;

    • teams, die onderdeel uitmaken van de bedoelde afdelingen, van de provinciale eenheden of van gebieden;

    • productgroepen, die onderdeel uitmaken van afdelingen bij de divisie Beleven & Benutten;

    • provinciale eenheden, die onderdeel uitmaken van de genoemde drie divisies;

    • gebieden, die onderdeel uitmaken van de bedoelde provinciale eenheden en die begrensd zijn op basis van functionele samenhang;

    • beheereenheden, die onderdeel uitmaken van de bedoelde provinciale eenheden en – in voorkomend geval – van de bedoelde gebieden;

  • Dat in verband met aanpassingen in de organisatiestructuur per 1 januari 2015, waarbij de functie districtshoofd verdwijnt en de functies provinciehoofd en gebiedsmanager worden geïntroduceerd, de Mandaatregeling Staatsbosbeheer 2014 overeenkomstig dient te worden aangepast;

Gelet op:

  • de artikelen 3, 13 en 16 van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer van 11 september 1997 (Stbl. 1997, 514), in werking getreden bij KB van 15 december 1997 (Stbl. 1997, 678);

  • Hoofdstuk 9 en de artikelen 10:1. e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;

  • Titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  • de Ambtenarenwet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen;

Besluit:

Paragraaf 1: Algemeen

Artikel 1.1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

afdelingshoofden:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan de afdelingen;

beheerders:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan de beheereenheden;

besluit:

een besluit als bedoeld in artikel 1:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht;

contractwaarde:

de op geld waardeerbare verplichtingen die voor Staatsbosbeheer als contractpartij met een contract of met een andere rechtshandeling gemoeid zijn; bij meerjarige contracten gaat het om de som van alle jaarbedragen;

directeur:

de directeur Staatsbosbeheer, bedoeld in artikel 13 lid 1 en 3 van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer;

divisiedirecteuren:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan de divisies van Staatsbosbeheer; voor de toepassing van deze regeling wordt de financieel directeur gerekend tot de divisiedirecteuren;

financieel directeur:

de als zodanig aangestelde medewerker die leiding geeft aan het bureau Concernzaken en belast is met de functionele aansturing van de afdelingshoofden Financiën & Administratie bij de drie divisies; voor de toepassing van deze regeling wordt de financieel directeur gerekend tot de divisiedirecteuren;

functionaris:

een medewerker die een bepaalde functie uitoefent;

gebiedsmanagers:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan geografisch begrensde gebieden;

hoofden productgroepen:

als (senior) hoofd productgroep aangestelde medewerkers die leiding geven aan de productgroepen;

managers buitencentra:

als (senior) manager buitencentrum aangestelde medewerkers die leiding geven aan de buitencentra;

medewerker:

een persoon, niet zijnde de directeur, die op basis van aanstelling, arbeidscontract, inhuur of detachering werkzaam is voor Staatsbosbeheer;

plaatsvervangend directeur:

de uitsluitend of mede als zodanig aangestelde medewerker die als plaatsvervanger van de directeur kan optreden; ten tijde van inwerkingtreding van deze regeling wordt deze functie gecombineerd met die van financieel directeur;

projectleiders:

medewerkers die op basis van een door het bevoegde management goedgekeurd projectplan zijn aangewezen om leiding te geven aan projecten;

provinciehoofden Staatsbosbeheer:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan de provinciale eenheden van Staatsbosbeheer;

teamleiders:

als zodanig aangestelde medewerkers die leiding geven aan de teams;

de Wet:

de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.

Artikel 1.2 Toepassing van deze regeling

  • 1. Waar in deze regeling een bevoegdheid wordt toegekend aan bepaalde genoemde functionarissen, betekent dit dat andere functionarissen dan de genoemde deze bevoegdheid niet hebben, tenzij anders blijkt uit deze regeling.

  • 2. Ter zake van één en hetzelfde soort besluit, privaatrechtelijke rechtshandeling en/of andere handeling kunnen meerdere bepalingen inzake bevoegdheid van toepassing zijn. In dat geval gelden de betreffende bepalingen en de eventueel daaruit voortvloeiende bevoegdheidsbeperkingen aanvullend op elkaar.

Paragraaf 2: Mandaten, volmachten en machtigingen

Artikel 2.1 Plaatsvervangend directeur

De plaatsvervangend directeur is bevoegd alle (rechts-) handelingen te verrichten waartoe de directeur Staatsbosbeheer bevoegd is, met uitzondering van het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die door de plaatsvervangend directeur zelf zijn genomen krachtens het mandaat dat hem met deze regeling wordt verleend.

Artikel 2.2 Budgetten en financiële verplichtingen

  • 1. Divisiedirecteuren, provinciehoofden, afdelingshoofden, gebiedsmanagers en het senior hoofd productgroep Buitencentra zijn bevoegd om binnen het aan hun organisatieonderdeel toegekende budget deelbudgetten vast te stellen.

  • 2. Divisiedirecteuren zijn bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, daaronder begrepen meerjarige overeenkomsten, met een maximale totale contractwaarde zoals vermeld in lid 4, ter zake van:

    • aankoop, verkoop, ingebruikgeving of ingebruikneming van (toekomstige) roerende zaken en producten, niet zijnde zaken en producten als bedoeld in lid 6;

    • het door derden verrichten van diensten en tot stand brengen van werken voor Staatsbosbeheer.

  • 3. Provinciehoofden, afdelingshoofden, gebiedsmanagers, beheerders, teamleiders, hoofden productgroepen, managers buitencentra en projectleiders zijn bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, niet zijnde meerjarige overeenkomsten, met een maximale totale contractwaarde zoals vermeld in lid 4, ter zake van:

    • aankoop, verkoop, ingebruikgeving of ingebruikneming van (toekomstige) roerende zaken en producten, niet zijnde zaken en producten betreft als bedoeld in lid 6;

    • het door derden verrichten van diensten en tot stand brengen van werken voor Staatsbosbeheer.

  • 4. De in lid 2 en 3 bedoelde maximale totale contractwaarden bedragen:

    • € 500.000,– voor divisiedirecteuren;

    • € 100.000,– voor provinciehoofden en afdelingshoofden;

    • € 25.000,– voor gebiedsmanagers, beheerders, teamleiders, hoofden productgroepen en projectleiders;

    • € 10.000,– voor managers buitencentra,

    welke bedragen, voor zover van toepassing, exclusief BTW zijn.

  • 5. Financiële verplichtingen als bedoeld in lid 2 en 3 mogen slechts worden aangegaan wanneer deze zijn voorzien in het jaarplan of projectplan en de betreffende functionaris beschikking heeft over een budget dat toereikend is. Wanneer echter in voorkomend geval wordt gehandeld in strijd met deze gestelde voorwaarde, zal de betreffende rechtshandeling niet om die reden onbevoegd zijn verricht.

  • 6. Overeenkomsten ter zake van hout (niet zijnde brandhout), biomassa en (te) ontgraven grond worden uitsluitend aangegaan door de divisiedirecteur Beleven & Benutten, afdelingshoofden bij de divisie Beleven & Benutten en/of hoofden productgroepen, zulks met overeenkomstige inachtneming van het bepaalde in lid 2, 3 en 4.

  • 7. Divisiedirecteuren, provinciehoofden, afdelingshoofden en gebiedsmanagers zijn bevoegd subsidies aan te vragen. Voor zover het daarbij gaat om cofinanciering van projecten e.d. waarbij Staatsbosbeheer zelf financiële verplichtingen aangaat, gelden de bepalingen elders in deze regeling overeenkomstig.

Artikel 2.3 Onroerende zaken

  • 1. De divisiedirecteur Grond & Gebouwen is bevoegd:

    • a. overeenkomsten aan te gaan tot verwerving en vervreemding van onroerende zaken en rechtshandelingen te verrichten ter zake van de overdracht daarvan, voor zover de contractwaarde niet hoger is dan € 500.000,–;

    • b. overige (rechts)handelingen te verrichten ter zake van het verkrijgen van onroerende zaken, voor zover de contractwaarde niet hoger is dan € 500.000,–;

    • c. ter zake van beperkte zakelijke rechten op onroerende zaken:

      • overeenkomsten met een contractwaarde van maximaal € 500.000,– aan te gaan tot vestiging, vervreemding, verkrijging, wijziging en/of beëindiging, en

      • in dat verband goederenrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

      • contractueel vereiste toestemmingen e.d. te verlenen aan zakelijk gerechtigden;

    • d. tot het doen bouwen, onderhouden, renoveren of slopen of anderszins verwijderen van gebouwen, voor zover het gaat om aanneembedragen van in totaal maximaal € 500.000,– per gebouw met aanhorigheden;

    • e. tot het verlenen, verkrijgen, wijzigen, verlengen of beëindigen van persoonlijke gebruiksrechten op grond en/of gebouwen, niet zijnde rechten als bedoeld in lid 4 sub a, met contractwaarde van maximaal € 500.000,–.

  • 2. Het afdelingshoofd Grondzaken bij de divisie Grond & Gebouwen is bevoegd:

    • a. ter zake van beperkte zakelijke rechten op onroerende zaken, gebouwen daaronder begrepen:

      • overeenkomsten met contractwaarde van maximaal € 100.000,– aan te gaan tot vestiging, vervreemding, verkrijging, wijziging en/of beëindiging, en

      • in dat verband goederenrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

      • contractueel vereiste toestemmingen e.d. te verlenen aan zakelijk gerechtigden;

    • b. tot het verlenen, verkrijgen, wijzigen, verlengen of beëindigen van persoonlijke gebruiksrechten op grond en/of gebouwen, niet zijnde rechten als bedoeld in lid 4 sub a, met contractwaarde van maximaal € 100.000,–.

  • 3. Het afdelingshoofd Gebouwen bij de divisie Grond & Gebouwen is bevoegd tot het doen bouwen, doen onderhouden, renoveren of slopen of anderszins verwijderen van gebouwen, voor zover het gaat om aanneembedragen van in totaal maximaal € 100.000,– per gebouw met aanhorigheden.

  • 4. Provinciehoofden en gebiedsmanagers zijn bevoegd:

    • a. tot het verlenen, wijzigen, verlengen of beëindigen van persoonlijke gebruiksrechten op grond met een niet verlengbare looptijd van zes jaar of korter, met contractwaarde van maximaal € 100.000,–;

    • b. tot het doen doen uitvoeren van dagelijks onderhoud aan gebouwen, niet zijnde monumenten of gebouwen die in gebruik zijn gegeven aan derden, voor zover het om opdrachten gaat waarmee niet meer dan € 10.000,– gemoeid is.

  • 5. Het senior hoofd van de productgroep Buitenleven bij de divisie Beleven & Benutten is bevoegd tot het verhuren van vakantiewoningen en kampeerplaatsen.

Artikel 2.4 Personele zaken

  • 1. Divisiedirecteuren zijn bevoegd besluiten te nemen en handelingen te verrichten inzake personele aangelegenheden die betrekking hebben op individuele functies en medewerkers, waaronder begrepen het uitvoeren van personeels- en arbobeleid en het toepassen van arbeidsvoorwaarden en het nemen van de bijbehorende rechtspositionele beslissingen. In uitzondering hierop zijn divisiedirecteuren niet bevoegd:

    • a. bovenformatief personeel aan te stellen;

    • b. tot verplichte overplaatsing, zoals bedoeld in artikel 57 lid 2 van het ARAR;

    • c. disciplinaire straffen op te leggen, zoals bedoeld in de artikelen 80 en 81 van het ARAR;

    • d. tot schorsing, zoals bedoeld in artikel 91 van het ARAR;

    • e. bezoldiging in te houden, zoals bedoeld in artikel 92 van het ARAR;

    • f. een dienstverband te beëindigen op grond van artikel 96, 96a, 96b, 97b, 98, 98a, 98b of 99 van het ARAR;

    • g. besluiten in bezwaar- en (hoger) beroepszaken in personele aangelegenheden te nemen.

  • 2. Divisiedirecteuren zijn daarnaast bevoegd:

    • a. overleg met de Onderdeelscommissie of een daarvoor in de plaats komend overleg te voeren;

    • b. opleidingsplannen vast te stellen voor hun organisatieonderdeel;

    • c. dienstwoningen ter bewoning aan te wijzen en ter zake voorschriften te stellen, zoals bedoeld in artikel 56 lid 2 van het ARAR.

  • 3. Provinciehoofden, afdelingshoofden en gebiedsmanagers zijn bevoegd:

    • a. overeenkomsten aan te gaan betreffende de inhuur van tijdelijke werkkrachten;

    • b. werktijden vast te stellen;

    • c. vakantie en verlof toe te kennen;

    • d. individuele opleidingsplannen vast te stellen en studiefaciliteiten toe te kennen;

    • e. functioneringsgesprekken te voeren;

    • f. vergoedingen toe te kennen met betrekking tot dienstreizen en woon-werkverkeer;

    • h. personeels- en arbobeleid uit te voeren voor zover ze daar op grond van hun functie(omschrijving) toe gehouden zijn.

  • 4. Beheerders, teamleiders, hoofden productgroepen en managers buitencentra zijn bevoegd:

    • a. vakantie en verlof toe te kennen;

    • b. functioneringsgesprekken te voeren;

    • c. personeels- en arbobeleid uit te voeren voor zover ze daartoe op grond van hun functie(omschrijving) gehouden zijn.

Artikel 2.5 Samenwerking met rechtspersonen

  • 1. Divisiedirecteuren zijn bevoegd een duurzame samenwerking met andere rechtspersonen aan te gaan, daaronder begrepen overeenkomsten inzake sponsoring van Staatsbosbeheer door derden,

    • 1e wanneer met die samenwerking wordt bijgedragen aan de taken en doelstellingen van Staatsbosbeheer als bedoeld in artikel 3 van de Wet, en

    • 2e voor zover deze samenwerking niet moet worden aangemerkt als zijnde van ingrijpende betekenis voor Staatsbosbeheer zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en sub e van de Wet, en

    • 3e voor zover met deze samenwerking voor Staatsbosbeheer een financieel belang is gemoeid van maximaal € 25.000,– per jaar.

  • 2. Divisiedirecteuren zijn bevoegd een duurzame samenwerking met andere rechtspersonen te verbreken, voor zover die samenwerking niet of niet meer moet worden aangemerkt als zijnde van ingrijpende betekenis voor Staatsbosbeheer zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en sub e van de Wet.

  • 3. Onder het aangaan van een duurzame samenwerking als bedoeld in lid 1 is niet begrepen het (mede) oprichten van een rechtspersoon.

Artikel 2.6 Juridische aangelegenheden

  • 1. Divisiedirecteuren, afdelingshoofden, provinciehoofden en gebiedsmanagers zijn bevoegd:

    • a. vergunningen en ontheffingen aan te vragen, zulks onverminderd het bepaalde in lid 4;

    • b. het nodige te (doen) verrichten om buiten rechte geldvorderingen te incasseren;

    • c. aangifte te doen van strafbare feiten, zulks onverminderd het bepaalde in lid 4;

    • d. Staatsbosbeheer te vertegenwoordigen bij strafrechtelijke onderzoeken en in lopende strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures.

  • 2. Divisiedirecteuren zijn bevoegd:

    • a. zienswijzen in te dienen met betrekking tot plannen, besluiten e.d. van zowel overheden als particulieren, welke raken aan de belangen van Staatsbosbeheer;

    • b. bezwaarschrift- en (hoger) beroepsprocedures te voeren inzake aangelegenheden als bedoeld in lid 1 sub a, lid 2 sub a en lid 4, en ter zake voorlopige voorzieningen te vragen;

    • c. bezwaarschriftprocedures te voeren inzake WOZ- beschikkingen, belastingaanslagen en heffingen, waaronder gemeentelijke belastingen en waterschapsaanslagen;

    • d. civiele rechtsgeschillen te behandelen of aanhangig te maken bij de rechter en zo nodig ter zake hoger beroep of cassatie aan te tekenen, en zich als benadeelde partij te voegen in strafzaken;

    • e. de advocatuur in te schakelen voor de behandeling van daarvoor in aanmerking komende juridische procedures;

    • f. alle taken en bevoegdheden op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (klachtbehandeling) uit te oefenen, behoudens voor zover het klachten (mede) omtrent hun persoon betreft;

    • g. besluiten te nemen inzake verzoeken en bezwaarschriften op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).

  • 3. De financieel directeur is bevoegd (hoger) beroepsprocedures te voeren inzake WOZ- beschikkingen, belastingaanslagen en heffingen, waaronder gemeentelijke belastingen en waterschapsaanslagen, en ter zake voorlopige voorzieningen te vragen.

  • 4. De bevoegdheid om vergunningen en ontheffingen aan te vragen alsmede de bevoegdheid om aangifte te doen van strafbare feiten komt tevens toe aan beheerders en managers buitencentra.

  • 5. Medewerkers die als jurist zijn aangesteld bij Staatsbosbeheer, zijn bevoegd om ter zake van juridische procedures die reeds aanhangig zijn bij een rechterlijk of bestuurlijk college dan wel bij een bezwaarcommissie op te treden namens de directeur Staatsbosbeheer, daaronder begrepen het ondertekenen van ter zake relevante stukken.

Artikel 2.7 Overige

Divisiedirecteuren zijn bevoegd:

  • a. verzoeken aan de minister van Infrastructuur en Milieu te richten om te bevorderen dat een Koninklijk Besluit tot stand komt houdende de onttrekking van een weg aan het openbaar verkeer als bedoeld in artikel 8 lid 1 van de Wegenwet;

  • b. verzoeken aan de minister van Infrastructuur en Milieu te richten om te bevorderen dat een Koninklijk Besluit tot stand komt houdende de overdracht van het beheer of het onderhoud van waterstaatswerken als bedoeld in artikel 1 lid 2 en 3 van de Waterstaatswet 1900;

  • c. verzoeken aan het bevoegd gezag te richten tot gezamenlijke Natuurschoonwet rangschikking;

  • d. verzoeken aan het bevoegd gezag te richten om een verkeersbesluit te nemen.

Paragraaf 3: Voorwaarden

Artikel 3.1 Bevoegdheidsuitoefening namens directeur

Voor de in deze regeling verleende bevoegdheden geldt dat deze worden uitgeoefend namens de directeur Staatsbosbeheer.

Artikel 3.2 Beperking bevoegdheden

De in deze regeling verleende bevoegdheden zijn beperkt tot de terreinen die zijn gelegen in-, en zaken en aangelegenheden die betrekking hebben op de organisatorische eenheid waaraan de betreffende functionaris leiding geeft of waarvoor de betreffende functionaris werkzaam is.

Artikel 3.3 Wettelijke en beleidsmatige kaders

De op basis van deze regeling verleende bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend met inachtneming van de geldende wettelijke en beleidsmatige kaders. Wanneer echter in voorkomend geval wordt gehandeld in strijd met beleidsmatige kaders, zal de betreffende rechtshandeling niet om die reden onbevoegd zijn verricht.

Artikel 3.4 Ondertekening

  • 1. De in deze regeling verleende bevoegdheden omvatten waar nodig tevens de bevoegdheid tot ondertekening van akten, besluiten en overige ter zake doende stukken. In de daarvoor in aanmerking komende stukken dient tot uitdrukking te worden gebracht dat gehandeld wordt namens de directeur, door ondertekening op de volgende wijze:

    De directeur, namens deze,

    <naam>,

    <functie> <aanduiding organisatieonderdeel>,

  • 2. In afwijking van lid 1 wordt door de divisiedirecteuren, daaronder in dit geval niet begrepen de financieel directeur, bij ondertekening ter zake van aangelegenheden van de provinciale eenheden en de gebieden geen aanduiding van het organisatieonderdeel vermeld, maar wordt slechts de functie 'Divisiedirecteur' vermeld. Bij andere aangelegenheden wordt de volledige functienaam, inclusief organisatieonderdeel, gebruikt.

Paragraaf 4: Overige bepalingen

Artikel 4.1 Overdracht bevoegdheden

  • 1. Wanneer dit aantoonbaar om praktische redenen gewenst is, is het aan een in deze regeling genoemde functionaris toegestaan om aan een derde, al dan niet zijnde een medewerker van Staatsbosbeheer, voor een concreet geval tevoren een volmacht of machtiging te verlenen om een in deze regeling aan hem, functionaris, toegekende bevoegdheid, niet zijnde een bevoegdheid tot het nemen van een besluit, uit te oefenen. Het gaat hierbij uitdrukkelijk niet om een overdracht van bevoegdheden voor meer dan een concreet geval.

  • 2. Het is aan de in deze regeling genoemde functionarissen toegestaan om de aan hen in deze regeling verleende bevoegdheden tevoren over te dragen aan derden, in geval van- en voor de duur van afwezigheid, zoals bijvoorbeeld vakantie. Een bevoegdheidsoverdracht als hier bedoeld vindt alleen plaats aan een medewerker van Staatsbosbeheer, waarbij de overdracht bij voorkeur 'horizontaal' plaatsvindt aan een medewerker met een zoveel mogelijk gelijke functie.

  • 3. Het verlenen van een bijzondere volmacht of machtiging en het overdragen van bevoegdheden als bedoeld in lid 1 en 2 geschiedt schriftelijk, door middel van een ondertekende verklaring, dan wel per e-mail.

Artikel 4.2 Slotbepalingen

  • 1. Deze regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • 3. De Mandaatregeling Staatsbosbeheer 2014 (Stcrt. 9 januari 2014, nr. 528) wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

  • 4. Deze regeling kan worden aangehaald als: Mandaatregeling Staatsbosbeheer 2015.

Driebergen, 17 december 2014,

S. Thijsen directeur Staatsbosbeheer