Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2014, 37055Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 december 2014, 2014-0000185391, tot wijziging van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ met betrekking tot de aanspraak op vakantietoeslag met ingang van 1 januari 2015

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 31, zesde lid, van de Participatiewet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9 wordt -in het kalenderjaar 2014- vervangen door: in het kalenderjaar 2015.

B

In artikel 11 wordt de tabel vervangen door:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

490,05

 

8,00%

x ink

     

490,05

531,45

 

5,08%

x ink

     

531,45

639,34

 

7,76%

x ink

– €

14,25

 

639,34

1.341,41

 

5,99%

x ink

– €

2,96

 

1.341,41

     

5,48%

x ink

– €

2,70

 

C

In artikel 12 wordt de tabel vervangen door:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

465,76

 

8,00%

x ink

     

465,76

502,97

 

5,08%

x ink

     

502,97

1.156,40

 

8,00%

x ink

– €

14,69

 

1.156,40

     

7,31%

x ink

– €

13,24

 

D

In artikel 13 wordt de tabel vervangen door:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

972,81

 

7,99%

x ink

     

972,81

     

7,31%

x ink

     

E

Artikel 14, eerste lid, onderdelen a tot en met d, komen te luiden:

a. alleenstaande

     

6,38%

x ink

   

b. alleenstaande ouder, indien

         

– het inkomen € 1.042,55 of meer bedraagt

6,24%

x ink

– € 13,49

 

– het inkomen lager is dan € 1.042,55

 

6,24%

x ink

   

c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

6,68%

x ink

   

d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien

     

– het inkomen € 865,13 of meer bedraagt

6,68%

x ink

– € 12,06

 

– het inkomen lager is dan € 865,13

 

6,69%

x ink

   

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 15 december 2014

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma

TOELICHTING

Deze regeling bevat de aanpassing met ingang van 1 januari 2015 van de bedragen en percentages van de bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand op grond van de Participatiewet in aanmerking te nemen aanspraak op vakantietoeslag.

Op grond van artikel 31, zesde lid, van de Participatiewet wordt de aanspraak op vakantietoeslag die over een inkomen bestaat, niet vastgesteld op het te zijner tijd feitelijk uit te betalen bedrag, maar wordt deze, uitgaande van het maandinkomen, forfaitair vastgesteld, rekening houdend met de bepalingen van paragraaf 6 (Vakantietoeslag) van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Uitgangspunt bij de opstelling van de in die paragraaf opgenomen rekenregels is dat de vastgestelde vakantietoeslag slechts binnen beperkte marge mag afwijken van het feitelijk door betrokkene te ontvangen bedrag. In deze regeling zijn daartoe de belastingtarieven en premies verwerkt die van toepassing zijn in het jaar waarop de verrekening van het inkomen plaatsvindt. Met ingang van 1 januari 2015 wijzigen de belastingtarieven. In verband hiermee dienen de desbetreffende bedragen en percentages van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ daaraan te worden aangepast.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma