Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2014, houdende Subsidieregeling ADL-assistentie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 7.1.1 van het Besluit langdurige zorg;

BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

accountant:

accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

ADL-aanbieder:

privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die ADL-assistentie verleent;

ADL-assistentie:

gedurende het gehele etmaal direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen in en om de ADL-woning, waaronder alarmopvolging bij een noodoproep;

ADL-cluster:

cluster als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a;

ADL-eenheid:

ruimte in de omgeving van de ADL-woningen van waaruit de ADL-assistent wordt opgeroepen;

ADL-woning:

woning die deel uitmaakt van een aantal bij elkaar horende rolstoeldoorgankelijke sociale huurwoningen;

jaarrekening:

jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

minister:

minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

oordeel van het CIZ:

besluit als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Besluit langdurige zorg waaruit blijkt dat de verzekerde in aanmerking komt voor ADL-assistentie;

verzekerde:

persoon die overeenkomstig de wet is verzekerd;

wet:

Wet langdurige zorg;

zorg:

zorg in de zin van de wet.

Artikel 1.2

Het Zorginstituut kan aan een ADL-aanbieder een subsidie verstrekken ten behoeve van het verlenen van ADL-assistentie aan verzekerden die:

  • a. woonachtig zijn in een ADL-woning,

  • b. ten tijde van het verkrijgen van de ADL-assistentie beschikken over een oordeel van het CIZ en

  • c. in en om de ADL-woning uitsluitend ADL-assistentie ontvangen van de subsidieontvanger.

Artikel 1.3

  • 1. Voor subsidie komt in aanmerking ADL-assistentie in en om een ADL-woning die aan de volgende eisen voldoet:

    • a. de ADL-woning maakt deel uit van een cluster van ten minste vijftien en ten hoogste vierentwintig ADL-woningen en een ADL-eenheid;

    • b. het ADL-cluster heeft niet meer 4-kamerwoningen dan 3-kamerwoningen;

    • c. de loopafstand tussen de ADL-woningen en de ADL-eenheid is niet groter dan 150 meter en de loopafstand tussen de twee verst uit elkaar gelegen ADL-woningen is niet meer dan 200 meter;

    • d. het ADL-cluster maakt deel uit van een wooncomplex van ten minste vijftig woningen;

    • e. de ADL-woningen zijn in de totale woonbebouwing geïntegreerd, grenzen zo weinig mogelijk aan elkaar en zijn van buitenaf niet of nagenoeg niet als ADL-woning herkenbaar;

    • f. de ADL-woningen, de ADL-eenheid en het ADL-cluster voldoen aan het op 14 december 2006 door het toenmalige College voor zorgverzekeringen vastgestelde Programma van eisen en besteksbepalingen voor ADL-clusterprojecten.

  • 2. Indien voor de bouw van de ADL-woning een subsidie is verstrekt op grond van de Regeling subsidies AWBZ, voldoet de ADL-woning in afwijking van het eerste lid aan de eisen die aan die subsidie verbonden waren.

Artikel 1.4

  • 1. ADL-assistentie komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de ADL-aanbieder een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten met de rechtspersoon die het ADL-cluster beheert en de ADL-woningen verhuurt.

  • 2. In de overeenkomst is bepaald dat de ADL-woningen uitsluitend worden verhuurd aan verzekerden die:

    • a. beschikken over een oordeel van het CIZ en

    • b. ADL-assistentie in en om de woning uitsluitend ontvangen van de ADL-aanbieder.

Artikel 1.5

De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 1.6

  • 1. Het subsidieplafond voor het verstrekken van de subsidies bedraagt voor het jaar 2015 € 86.600.000.

  • 2. Het bedrag van de subsidie die voor het jaar 2015 ten hoogste wordt verleend aan een subsidieontvanger wordt berekend overeenkomstig de formule

    (A / B) x € 86.600.000

    waarbij wordt verstaan onder:

    • A: de som van:

      • 1°. het totaal aantal uren ADL-assistentie vermeld in de rekenstaat behorende bij de beschikking, bedoeld in artikel 50 van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor het jaar 2014 die ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling gold voor de subsidieontvanger en

      • 2°. een raming van het aantal in 2015 te verlenen uren ADL-assistentie in en om een ADL-woning waarop de beschikking, bedoeld onder 1°, niet van toepassing is en waarmee het aantal ADL-woningen waar de subsidieontvanger ADL-assistentie aanbiedt is toegenomen;

    • B: de som van A voor alle subsidieontvangers.

  • 3. De raming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel A, onder 2°, wordt gebaseerd op het aantal ADL-woningen en een berekening van de behoefte aan ADL-assistentie in en om die woningen.

  • 4. De subsidie die aan een subsidieontvanger voor het jaar 2015 ten hoogste wordt verleend bedraagt niet meer dan het aantal uren ADL-assistentie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel A, vermenigvuldigd met het uurtarief, bedoeld in artikel 5.5.

HOOFDSTUK 2. AANVRAAG

Artikel 2.1

  • 1. De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

  • 2. Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ontvangen uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. Een aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vorige lid, wordt ontvangen wordt afgewezen.

Artikel 2.2

De aanvrager doet in de aanvraag tot verlening van de subsidie opgave van:

  • a. het totaal aantal uren ADL-assistentie bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 1°, en

  • b. de raming bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 2°.

Artikel 2.3

  • 1. Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 2.4

  • 1. De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van:

    • a. afschriften van de beschikking en de bijbehorende rekenstaat, bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 1°;

    • b. stukken ter onderbouwing van de raming bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 2°.

    • c. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;

    • d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de aanvrager te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht voor het ondertekenen van de aanvraag;

    • e. een afschrift van de inschrijving van de aanvrager in het Handelsregister;

    • f. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken dan wel op verzoek van het Zorginstituut, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.

  • 2. De stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met f, kunnen achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit mag gaan dat deze gegevens bij het Zorginstituut bekend zijn.

Artikel 2.5

  • 1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt het Zorginstituut de subsidieaanvrager in de gelegenheid de aanvraag tot verlening van de subsidie binnen drie weken aan te vullen.

  • 2. Het Zorginstituut besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet of niet voldoende is aangevuld.

HOOFDSTUK 3. VERLENING

Artikel 3.1

Het Zorginstituut besluit voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd over de verlening van de subsidie.

Artikel 3.2

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximum bedrag dat aan subsidie wordt verleend.

HOOFDSTUK 4. BEVOORSCHOTTING EN VERPLICHTINGEN

Artikel 4.1

  • 1. Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het bedrag van de verleende subsidie.

  • 2. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het Zorginstituut van de percentages, genoemd in het eerste lid, afwijken.

Artikel 4.2

De subsidieontvanger verleent ADL-assistentie aan elke verzekerde die:

  • a. woonachtig is in een ADL-woning behorend tot een cluster waar de subsidieontvanger ADL-assistentie aanbiedt en

  • b. beschikt over een oordeel van het CIZ.

Artikel 4.3

  • 1. De subsidieontvanger legt binnen acht weken na aanvang van het verlenen van de ADL-assistentie in overleg met de verzekerde een dossier aan waarin in ieder geval zijn opgenomen:

    • a. een omschrijving van het doel van de ADL-assistentie;

    • b. de wijze waarop de ADL-assistentie voorziet in de behoeften van de verzekerde;

    • c. een beschrijving van eventuele risico's van de ADL-assistentie;

    • d. toetsbare afspraken over de ADL-assistentie, onder meer met betrekking tot het beperken van de risico's, bedoeld in onderdeel c.

  • 2. In overleg met de verzekerde evalueert en actualiseert de subsidieontvanger jaarlijks het dossier.

Artikel 4.4

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

  • a. de doelstellingen van de gesubsidieerde activiteiten op doelmatige wijze worden nagestreefd,

  • b. de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op verantwoorde wijze wordt bestuurd en

  • c. de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd.

Artikel 4.5

  • 1. De subsidieontvanger houdt een zodanig ingerichte administratie bij dat daarin altijd kan worden nagegaan:

    • a. het totaal aantal verleende uren ADL-assistentie;

    • b. het aantal verleende uren ADL-assistentie per verzekerde gedurende de periode dat deze verzekerde beschikt over het oordeel van het CIZ en woonachtig is in een ADL-woning van de subsidieontvanger;

    • c. de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen.

  • 2. De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.

  • 3. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 4.6

  • 1. De subsidieontvanger meldt meteen aan het Zorginstituut als:

    • a. het tijdens de periode waarvoor de subsidie is verleend aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,

    • b. het aannemelijk is geworden dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of

    • c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2. De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 4.7

  • 1. De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens het Zorginstituut ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Zorginstituut inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie. De subsidieontvanger verplicht zijn accountant tot medewerking aan het onderzoek.

  • 2. De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid van de minister.

Artikel 4.8

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel of gedeeltelijk worden beëindigd of indien de subsidie wordt beëindigd, verstrekt de subsidieontvanger aan het Zorginstituut op diens verzoek alle gegevens, bescheiden, informatie en medewerking die redelijkerwijs verlangd kan worden of kunnen worden voor de continuïteit van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 4.9

Het Zorginstituut kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

HOOFDSTUK 5. VASTSTELLING

Artikel 5.1

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen tweeëntwintig weken na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

  • 2. Het Zorginstituut kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.2

  • 1. Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 5.3

  • 1. De subsidieontvanger doet in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie opgave van het totaal aantal uren ADL-assistentie dat is verleend in het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De subsidieontvanger toont in de aanvraag tot vaststelling aan dat voldaan is aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie.

Artikel 5.4

  • 1. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

    • a. een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol;

    • b. een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

  • 2. Op verzoek van het Zorginstituut legt de subsidieontvanger in aanvulling op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een jaarrekening over.

Artikel 5.5

De subsidie ten behoeve van het jaar 2015 wordt vastgesteld op het totaal aantal in dat jaar door de subsidieontvanger verleende uren ADL-assistentie vermenigvuldigd met € 60,10 tot ten hoogste het maximum bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 5.6

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag.

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.1

  • 1. In afwijking van artikel 2.1 wordt een aanvraag ten behoeve van 2015 uiterlijk ingediend binnen vier weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

  • 2. In afwijking van artikel 3.1 besluit het Zorginstituut binnen acht weken na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, over de verlening van de subsidie.

  • 3. In afwijking van artikel 4.1 kan het Zorginstituut na ontvangst van de aanvraag ten behoeve van 2015 ambtshalve voorschotten verstrekken.

Artikel 6.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 6.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ADL-assistentie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Op grond van deze regeling kunnen subsidies worden verstrekt voor ADL-assistentie die zorgaanbieders verlenen aan cliënten in en om een ADL-woning.

De doelgroep van ADL-assistentie bestaat uit mensen met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking die hun leven leiden vanuit het principe “eigen regie voorop”. Als zij ADL-assistentie nodig hebben, is deze op afroep beschikbaar. Bij het verlenen van ADL-assistentie worden de aanwijzingen van de cliënt gevolgd. Cliënten wonen verspreid over een woonwijk in elkaars buurt: de ADL-woningen vormen samen een cluster.

In deze algemene toelichting zal achtereenvolgens aan de orde komen:

  • de geschiedenis van deze subsidieregeling;

  • de subsidiesystematiek;

  • de uitkomsten van de fraudetoets;

  • de raming van de administratieve lasten;

  • de toekomstige ontwikkelingen.

Geschiedenis

Tot 1 januari 2012 werd het verlenen van ADL-assistentie op grond van de Regeling subsidies AWBZ vergoed. Tot 1 januari 2009 werd ook het realiseren of aanpassen van ADL-woningen gesubsidieerd op grond van die regeling. Daarbij werden bouwkundige eisen gesteld. De meeste huidige ADL-woningen dateren uit die periode. Eind 2014 zijn drie aanbieders van ADL-assistentie actief in iets meer dan 1.500 ADL-woningen.

Tussen 1 januari 2012 en 1 januari 2015 hadden cliënten een aanspraak op ADL-assistentie uit hoofde van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Vanaf 1 januari 2015 wordt het verlenen van ADL-assistentie weer gesubsidieerd. Deze regeling op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) bevat daartoe de voorschriften.

Voor een aparte subsidieregeling is gekozen, omdat de gevarieerde doelgroep met deze specifieke vorm van zorg niet volledig zou passen binnen de Wlz, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Een deel van de cliëntengroep is te “zwaar” voor zorg, diensten of hulp uit hoofde van de Wmo, en een deel is te “licht” om in aanmerking te komen voor zorg uit hoofde van de Wlz. ADL-assistentie voor deze doelgroep is thans het beste te waarborgen met een subsidieregeling gericht op de zorgaanbieders. Aldus wordt de ADL-assistentie voortgezet waarop tot 1 januari 2015 aanspraak op bestond.

Subsidiesystematiek

ADL-assistentie wordt verleend aan verzekerden die daar naar het oordeel van het CIZ voor in aanmerking komen. Dit is een aanvullende taak van het CIZ die voortvloeit uit artikel 5.2.1 van het Besluit langdurige zorg (Blz).

De subsidie wordt verstrekt aan de aanbieders van ADL-assistentie. Deze zorg wordt verleend in een cluster van ADL-woningen. Per cluster is er één zorgaanbieder. Indien een aanbieder in meerdere clusters van ADL-woningen ADL-assistentie verleend, wordt de subsidie niet per cluster verstrekt, maar voor alle clusters tezamen. De subsidies worden verleend, bevoorschot, verantwoord en ten slotte vastgesteld.

Het budget voor deze subsidieregeling bedraagt € 86,6 miljoen. Volgens gegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is dit het bedrag dat jaarlijks gemoeid is met ADL-assistentie. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd voor loon- en prijsbijstellingen op de voor de zorg gebruikelijke wijze. Het budget wordt als volgt verdeeld. Voor het bestaande zorgaanbod wordt de ADL-assistentie die in het verleden is gegeven als indicatie gehanteerd voor de in het subsidiejaar te verlenen ADL-assistentie. Betreft het nieuw zorgaanbod, dan wordt een onderbouwde raming gemaakt van de te verlenen ADL-assistentie. Op deze wijze worden zorgaanbieders een maximum subsidiebedrag verleend.

Gedurende het jaar wordt de subsidie in maandelijkse termijnen bevoorschot.

Na afloop van elk jaar wordt de verleende subsidie verantwoord en vastgesteld door het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut). De vaststelling geschiedt op basis van het totaal aantal verleende uren ADL-assistentie. De subsidie per uur bedraagt € 60,10. De vaststelling is echter nooit hoger dan het verleende subsidiebedrag.

Fraudetoets

Deze regeling is in overleg met het Zorginstituut getoetst op fraudegevoeligheid. De kans op fraude wordt laag ingeschat. De subsidiesystematiek is eenvoudig: de subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal verleende uren ADL-assistentie. Dit aantal wordt gecontroleerd door een externe accountant. Of cliënten in aanmerking komen voor ADL-assistentie is vastgelegd in een besluit van het CIZ. Indien nodig, beschikt het Zorginstituut over afdoende controle- en handhavingsmogelijkheden voor de uitvoering van deze subsidieregeling.

Administratieve lasten

Deze regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten of nalevingskosten voor bedrijven (zorgaanbieders) en burgers (cliënten). De gevolgen van deze regeling ten opzichte van de bestaande situatie zijn in termen van administratieve lasten verwaarloosbaar. De informatie die zorgaanbieders voor het verkrijgen van de subsidie aan het Zorginstituut verschaffen is vergelijkbaar met de informatie die voorheen nodig was voor hun bekostiging. Voor cliënten, die ook in de nieuwe situatie te maken hebben met een aanbieder van ADL-assistentie, verandert niets.

Toekomstige ontwikkelingen

Met deze regeling wordt alleen subsidie verstrekt aan aanbieders van ADL-assistentie in en om ADL-woningen die aan bepaalde eisen voldoen. Deze eisen dateren uit 2006, toen ADL-woningen met subsidies werden gerealiseerd, en zijn gaande weg op onderdelen aangepast. In de loop van 2015 zal worden getoetst of deze bouweisen nog voldoen.

Artikelsgewijs

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In artikel 1.1 zijn begripsbepalingen opgenomen, waarvan de meeste voor zich spreken.

De definitie van ADL-assistentie vloeit voort uit artikel 10.1.4 van de Wlz. Daarin staat voor welke assistentie subsidie verstrekt kan worden.

Het oordeel van het CIZ is geregeld in het Blz. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het oordeel van het CIZ of een verzekerde al dan niet in aanmerking komt voor ADL-assistentie een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen het oordeel van het CIZ staat derhalve bezwaar en beroep open.

Dit oordeel van het CIZ over ADL-assistentie dient te worden onderscheiden van het indicatiebesluit. Een indicatiebesluit wordt ook genomen door het CIZ, maar dat gaat over het recht op zorg in de zin van de Wlz. Het indicatiebesluit is geregeld in de Wlz zelf.

Artikel 1.2

Voor subsidie komt in aanmerking ADL-assistentie, verleend aan verzekerden die aan enkele eisen voldoen. Zij zijn woonachtig in een ADL-woning en door het CIZ is vastgesteld dat zij in aanmerking komen voor ADL-assistentie. Die assistentie betrekken zij bij de zorgaanbieder die actief is in het cluster waartoe de ADL-woning van de verzekerde behoort. Voor hun activiteiten sluiten de zorgaanbieders exclusieve contracten met de verhuurders van de ADL-woningen. De subsidies voor ADL-assistentie worden door het Zorginstituut verstrekt aan de zorgaanbieders.

Artikel 1.3

De eisen die aan een ADL-woning gesteld worden zijn vrijwel gelijk aan de meest recente bouwkundige eisen voor het verkrijgen van een subsidie ten behoeve van het verwezenlijken van ADL-woningen (artikel 2.7.3 Regeling subsidies AWBZ zoals deze tot 1 januari 2009 luidde). Het enige verschil is de centrale registratie van cliënten bij het toenmalige College voor Zorgverzekeringen; daar is nu geen sprake meer van.

Artikel 1.4

Door een schriftelijke overeenkomst tussen de zorgaanbieder en de beheerder/verhuurder van de ADL-woningen, wordt de bestemming van de ADL-woning vastgelegd. De cliënt die in een ADL-woning wil wonen, neemt automatisch de ADL-assistentie af bij de aanbieder die in het betreffende cluster de ADL-assistentie levert. Indien een bewoner geen ADL-assistentie meer wenst af te nemen van deze aanbieder, dient hij te verhuizen. Hierbij wordt uiteraard wel een redelijke termijn aangehouden. Met dit artikel is gegarandeerd dat de ADL-woningen behouden blijven voor het doel waarvoor zij zijn gebouwd, de omvang van het cluster gehandhaafd blijft en daarmee de continuïteit van de assistentieverlening aan cliënten gegarandeerd is.

Artikel 1.6

De verdeling van het beschikbare budget à € 86,6 miljoen is voor 2015 gebaseerd op het aantal gecontracteerde uren ADL-assistentie in 2014. Uitgegaan wordt van de meest recente tariefbeschikkingen van de NZa (november 2014). Bij recent gerealiseerde ADL-woningen is zo'n tariefbeschikking niet beschikbaar. In die gevallen wordt een onderbouwde inschatting gemaakt van het verwacht aantal te verlenen uren ADL-assistentie. De € 86,6 miljoen wordt verdeeld naar rato van het aldus bepaalde aantal uren per zorgaanbieder, zij het dat per zorgaanbieder niet meer subsidie wordt verleend dan dit aantal uren vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per uur.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Artikel 2.1

In verband met de verdeling van het budget dat beschikbaar is voor het verlenen van subsidies, geldt er een fatale termijn voor het indienen van de aanvragen. Om de subsidies te kunnen verlenen, moet vaststaan welke zorgaanbieders voor subsidie in aanmerking komen. Een aanvraag die te laat wordt ontvangen, wordt afgewezen. Het Zorginstituut zal de termijnen strikt hanteren. De aanbieder is zelf verantwoordelijk voor een tijdige aanvraag.

Artikelen 2.2

De aanvrager doet opgave van het aantal uren die meetellen voor de verdeling van het beschikbare budget.

Artikel 2.3

Het formulier voor het aanvragen van subsidie is te verkrijgen bij het Zorginstituut.

Artikel 2.4

De aanvraag bevat een opgave van het aantal uren dat meetelt voor de verdeling van het beschikbare budget. Dat aantal dient onderbouwd te worden met relevante stukken.

Verder gaan er bij de aanvraag stukken over de zorgaanbieder en over de bevoegdheid van degene die de aanvraag heeft ondertekend. Enkele stukken mogen bij het Zorginstituut bekend worden verondersteld als eerder een aanvraag is ingediend en de situatie van de zorgaanbieder niet is gewijzigd. In dat geval kan het meezenden van de stukken achterwege blijven.

Artikel 2.5

Bij onjuiste of onvolledige aanvragen tot verlening van subsidie wordt eenmaal de gelegenheid geboden om de aanvraag te completeren. Wordt deze gelegenheid niet, niet tijdig of niet genoegzaam benut, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Het fatale karakter van deze termijn is nodig in verband met het verdelen van het budget dat beschikbaar is voor het verlenen van subsidies.

Hoofdstuk 3. Verlening

Artikel 3.2

In het besluit tot verlening wordt altijd het maximaal subsidiebedrag vermeld, berekend overeenkomstig artikel 1.6. Dit maximum kan bij de vaststelling van de subsidie niet worden overschreden.

Hoofdstuk 4. Bevoorschotting en verplichtingen

Artikel 4.1

Het Zorginstituut verleent tegelijk met de subsidie voorschotten. Elke maand wordt een bepaald percentage van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot betaald. Hiervan kan het Zorginstituut desgevraagd alleen in uitzonderlijke omstandigheden afwijken, bijvoorbeeld wanneer de zorgaanbieder uitsluitend vanwege deze wijze van bevoorschotting in liquiditeitsproblemen zou geraken.

Artikel 4.2

De subsidieontvanger is verplicht daadwerkelijk ADL-assistentie te verlenen aan cliënten die daarvoor blijkens het oordeel van het CIZ voor in aanmerking komen. Uiteraard geldt dit alleen voor de clusters met ADL-woningen waar de zorgaanbieder assistentie aanbiedt. Indien de subsidieontvanger hier in gebreke blijft, kan dit gevolgen hebben voor de hoogte van de te verstrekken subsidie.

Artikel 4.3

De zorgaanbieder dient samen met de cliënt een dossier aan te leggen, het zogenaamde zorgplan of cliëntondersteuningsplan, waarin de toepassing van de ADL-assistentie voor de betreffende cliënt wordt omschreven. De afspraken in dit dossier dienen in overeenstemming te zijn met eventuele andere zorg, diensten of hulp die de cliënt ontvangt. Bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp. Het dossier dient jaarlijks te worden geëvalueerd en geactualiseerd om tijdig de afspraken tussen cliënt en aanbieder te kunnen aanpassen.

De IGZ houdt toezicht op de ADL-assistentie. Dat wordt bepaald in artikel 8.1.4 Blz. Het dossier zoals hiervoor genoemd, is voor de IGZ een instrument om te kunnen toetsen of de ADL-assistentie naar behoren wordt verleend.

Artikel 4.4

De subsidieontvanger dient ernaar te streven ADL-assistentie op doelmatige wijze te verlenen. Hierbij wordt rekening gehouden met het bijzondere karakter van ADL-assistentie waardoor de productiviteit van de uren beperkt wordt doordat assistentie alleen verleend wordt op afroep van de cliënt en op de door de cliënt gewenste wijze. Dit hoort bij het concept.

Artikel 4.5

De administratie van de subsidieontvanger moet aan een aantal voorwaarden voldoen. De subsidieontvanger dient in ieder geval de gegevens bij te houden op basis waarvan uiteindelijk de subsidie wordt vastgesteld. Dit is het verleend aantal uren ADL-assistentie dat voor subsidie in aanmerking komt. Nagegaan moet kunnen worden of de verleende uren ADL-assistentie aan de eisen voor subsidiëring voldoen.

Artikel 4.6

Deze bepaling schrijft in drie situaties een meldingsplicht voor. Ten eerste is de subsidieontvanger verplicht te melden wanneer de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel worden verricht. Ten tweede geldt een meldingsplicht indien niet, niet tijdig of niet geheel wordt voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Ten derde kunnen zich, los van de activiteiten en verplichtingen, ook andere wijzigingen in de omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de subsidieverstrekking en daarom gemeld dienen te worden. Een evident voorbeeld doet zich voor indien de subsidieontvanger in surseance van betaling is geraakt of haar faillissement wordt aangevraagd of uitgesproken. Ook een statutenwijziging of een fusie kan tot een zodanige meldingsplicht leiden.

Artikel 4.7

De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan onderzoek van het Zorginstuut en van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Onderzoek van het Zorginstituut kan nodig zijn voor een beslissing over het verstrekken van een subsidie. Daarnaast kan VWS beleidsonderzoek verrichten.

Artikel 4.8

Wanneer de subsidieontvanger stopt met het verlenen van ADL-assistentie kan in het belang van de continuïteit van de zorg voor cliënten verlangd worden dat de subsidieontvanger meewerkt aan de overdracht.

Artikel 4.9

Op voorhand dienen zich geen verdere verplichtingen voor de subsidieontvanger aan. Het is evenwel niet uitgesloten dat het Zorginstituut naar aanleiding van een aanvraag van subsidie het toch opportuun acht een verplichting op te leggen. Deze mogelijkheid is beperkt tot verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Hoofdstuk 5. Vaststelling

Artikel 5.1

De subsidieontvanger dient zelf het initiatief te nemen tot het indienen van een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 5.2

Het formulier voor de aanvraag tot vaststelling is te verkrijgen bij het Zorginstituut.

Artikel 5.3

Met de verantwoording legt de subsidieontvanger alle gegevens over die van belang zijn voor de vaststelling van de subsidie.

Artikel 5.4

De verantwoording wordt gecontroleerd door een accountant. Het protocol dat daarbij in acht genomen dient te worden en de modellen die de accountant dient te hanteren zijn te verkrijgen bij het Zorginstituut.

Artikel 5.5

De subsidie wordt vastgesteld op een vast bedrag per uur ADL-assistentie dat is verleend overeenkomstig de eisen van deze regeling. In 2015 is dat bedrag € 60,10 per uur. De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op het totaal aantal uren ADL-assistentie dat volgens de meest recente cijfers van de NZa wordt verleend. Gerelateerd aan het beschikbare budget, dat eveneens is gebaseerd op de recente werkelijke uitgaven, ontstaat een gemiddeld bedrag van € 60,10 per uur ADL-assistentie.

De subsidie wordt nooit op een hoger bedrag vastgesteld dan de verleende subsidie.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1

De subsidie voor 2015 kan worden aangevraagd tot vier weken na de publicatie van deze regeling in de Staatscourant. Deze termijn is korter en eindigt later dan gebruikelijk bij het aanvragen van subsidies. De zorgaanbieders en het Zorginstituut zijn echter nauw betrokken geweest bij het vormgeven van deze regeling. Zij treffen al de nodige voorbereidingen voor een snelle uitvoering. Temeer daar ook is voorzien in een grondslag voor deze regeling voor het geval de Wlz niet per 1 januari 2015 in werking zou treden. Dan zou aan de AWBZ artikel 43a zijn toegevoegd (Kamerstukken II, 2013/14, 33 988, nr.6).

De beslistermijn van acht weken is korter dan gebruikelijk bij het verlenen van subsidies. Desondanks streeft het Zorginstituut ernaar al eerder te beslissen op een aanvraag. De reden hiervoor is zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de subsidie voor 2015. Toch zal waarschijnlijk niet eerder dan begin 2015 de subsidie verleend kunnen worden.

Indien dat – ondanks de voortvarendheid waarmee het Zorginstituut voornemens is deze regeling uit te voeren – nodig is, kan het Zorginstituut na ontvangst van de aanvraag en voorafgaand aan de verlening van de subsidie reeds een voorschot verstrekken.

Artikel 6.2

Gelet op de beoogde inwerkingtreding van de Wlz per 1 januari 2015, treedt deze regeling ook per die datum in werking.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven