Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2014, 36281Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 december 2014, nr. 2014-0000657849, houdende wijziging van de Regeling basisregistratie personen ter indexering van de vergoedingen voor een verstrekking uit het centraal archief van overledenen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 49 van het Besluit basisregistratie personen;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 33, derde lid, van de Regeling basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 4,05’ vervangen door ‘€ 4,10’ en ‘€ 8,10’ vervangen door: € 8,20.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 3,70’ vervangen door: € 3,75.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

TOELICHTING

Deze regeling strekt tot het aanpassen van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP) op het punt van de vergoedingen die moeten worden betaald voor verstrekkingen van gegevens uit het centraal archief van overledenen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is op grond van artikel 4.7, tweede lid, Wet basisregistratie personen (Wet BRP) verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het centraal archief van overledenen. Het centraal archief van overledenen bestaat uit de persoonskaarten, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van het tot 1 oktober 1994 geldende Besluit bevolkingsboekhouding. Het feitelijk beheer van het centraal archief is bij overeenkomst van 24 maart 1995 overgedragen aan het bestuur van de Stichting Centraal Bureau voor Genealogie (CBG).

Op grond van artikel 4.8 van de Wet BRP en artikel 49 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP) stelt de minister van BZK regels omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit het centraal archief van overledenen. De bedragen van de vergoedingen voor een niet-systematische verstrekking van gegevens uit het centraal archief van overledenen zijn opgenomen in artikel 33 van de Regeling BRP. In het verleden zijn deze bedragen slechts een enkele keer aangepast, waardoor zij meermaals niet in lijn waren met de werkelijke kosten van de geleverde diensten van het CBG. Om deze onwenselijke situatie in de toekomst te voorkomen, is besloten om deze vergoedingen in het vervolg jaarlijks te indexeren.

Indexering tarieven

De jaarlijkse indexering van de vergoedingen vindt plaats aan de hand van de voor het komende jaar ingeschatte kostenontwikkeling, waarbij wordt uitgegaan van de mutatie van het consumentenprijsindexcijfer, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de maand juni van het lopende jaar in vergelijking tot de maand juni van het voorgaande jaar. De aldus berekende factor wordt toegepast op de niet afgeronde bedragen van de geïndexeerde vergoedingen, zoals die eerder voor het lopende jaar zijn berekend. Daarmee wordt een ‘opstapeling van afrondingen’ voorkomen. Dit laatste onderdeel van de systematiek zal voor de berekening van de bedragen voor 2015 overigens nog niet kunnen worden toegepast, omdat dit jaar in het kader van de Regeling BRP voor het eerst met de indexering wordt begonnen. Dit betekent dat voor het jaar 2015 de indexeringsfactor wordt toegepast op de afgeronde bedragen die in de Regeling BRP zijn opgenomen. Deze regeling trad op 6 januari 2014 in werking.

De op dit moment in de Regeling BRP vermelde vergoeding voor een verstrekking uit het centraal archief van overledenen bedraagt € 4,05 per persoon op wie het verzoek betrekking heeft, met dien verstande dat ten minste € 8,10 in rekening wordt gebracht (artikel 33, derde lid, onderdeel a) en € 3,70 per persoon op wie het verzoek betrekking heeft, indien het verzoek betrekking heeft op meer dan honderd personen (artikel 33, derde lid, onderdeel b).

De factor waarmee het consumentenprijsindexcijfer (CPI) voor de maand juni 2014 is gestegen ten opzichte van de maand juni 2013 is vastgesteld op 1,00934. Deze factor wordt toegepast op de bovengenoemde bedragen. De nieuwe vergoedingen voor het jaar 2015 en de wijze van berekening van de vergoedingen zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

2014

* CPI factor 1,00934

2015 afgerond

Per persoon

€ 4,05

4,087827

€ 4,10

Minimum tarief aanvraag

€ 8,10

8,175654

€ 8,20

Bij meer dan 100 personen

€ 3,70

3,734558

€ 3,75

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk