Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2014, 35494Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 december 2014, 2014-0000179202, tot wijziging van het Examenreglement basisexamen inburgering in verband met aanpassing van het basisexamen en bevoegdheidsoverdracht naar DUO, en het Examenprogramma basisexamen inburgering in verband met het wijzigen van de wijze van examineren

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 3.98a, derde, vierde en zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;

Besluit:

ARTIKEL I EXAMENREGLEMENT BASISEXAMEN INBURGERING

Het Examenreglement basisexamen inburgering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs.

2. In het tweede lid wordt ‘Onze Minister’ vervangen door: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2. Aanmelden en betalen

  • 1. De vreemdeling die aan het basisexamen wenst deel te nemen, meldt zich daartoe aan door het indienen van het ingevulde aanmeldformulier bij DUO en ontvangt van DUO een bevestiging van de aanmelding.

  • 2. De deelnemer dient bij aanmelding te vermelden welke toetsen hij wenst af te leggen en op welke examenlocatie hij dit wenst te doen.

  • 3. Het basisexamen bestaat uit de toetsen leesvaardigheid, spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving.

  • 4. Het examengeld, bedoeld in artikel 3.98b, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit, is als volgt opgebouwd:

    • a. Voor de toets leesvaardigheid: € 100;

    • b. voor de toets spreekvaardigheid: € 150;

    • c. voor de toets kennis van de Nederlandse samenleving: € 100.

  • 5. DUO verstrekt na ontvangst de verschuldigde bedragen een bewijs van betaling.

C

Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a. Maken van een afspraak

  • 1. Na ontvangst van het bewijs van betaling, maakt de deelnemer onder vermelding van het door DUO toegekende referentienummer mondeling of schriftelijk een afspraak bij het hoofd.

  • 2. Het hoofd maakt de examenlocatie, datum en het tijdstip waarop het basisexamen kan worden afgelegd, bekend. De deelnemer ontvangt een bevestiging van de gemaakte afspraak. De gemaakte afspraak kan door de deelnemer eenmalig worden gewijzigd.

  • 3. Het verzoek tot wijzigen van de examendatum of het examentijdstip, moet uiterlijk tot 24 uur voor het examen door de deelnemer zijn ingediend bij het hoofd.

  • 4. Indien de deelnemer het examen niet meer wenst af te leggen kan de deelnemer een verzoek indienen bij DUO voor restitutie van het betaalde examengeld. Dit verzoek dient uiterlijk tot 24 uur voor het examen door DUO te zijn ontvangen op de door DUO aangegeven wijze.

D

Aan het slot van artikel 4, derde lid, wordt na ‘toegestaan’ toegevoegd: of om op enigerlei wijze mededeling te doen aan anderen over de inhoud van het basisexamen.

E

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt ‘kan het hoofd’ vervangen door ‘kunnen’ en wordt ‘verklaren’ vervangen door ‘worden verklaard’.

2. In het derde lid wordt ‘het hoofd’ vervangen door: DUO

F

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6. Uitslag

  • 1. De uitslag van het basisexamen wordt door DUO bekend gemaakt door toezending, uitreiking of op een andere geschikte wijze.

  • 2. De uitslag wordt per afgelegd examenonderdeel uitgedrukt in een cijfer op de schaal van 1 tot 10. Een deelnemer moet een voldoende behalen (6 of hoger) om te slagen voor het examenonderdeel. Een deelnemer is geslaagd voor het basisexamen wanneer hij voor alle drie examenonderdelen een voldoende heeft behaald.

  • 3. Indien voor een of meer van de examenonderdelen een onvoldoende is behaald, kan de deelnemer het betreffende examenonderdeel of de betreffende onderdelen opnieuw afleggen. De deelnemer dient zich voor dit examenonderdeel of deze onderdelen opnieuw aan te melden bij DUO.

ARTIKEL II EXAMENPROGRAMMA BASISEXAMEN INBURGERING

De bijlage bij Examenprogramma Basisexamen Inburgering komt te luiden:

BIJLAGE EXAMENPROGRAMMA BASISEXAMEN INBUGERING

Examenstof

Het basisexamen inburgering heeft tot doel na te gaan of personen die in aanmerking willen komen voor een machtiging tot voorlopig verblijf voldoen aan de eisen op het gebied van de beheersing van de Nederlandse taal en van kennis van de Nederlandse samenleving. In het basisexamen inburgering worden getoetst:

  • a. de leesvaardigheid in het Nederlands;

  • b. de spreekvaardigheid in het Nederlands;

  • c. de kennis van de Nederlandse samenleving.

Het examenprogramma is een uitwerking van de examenstof zoals omschreven in het advies over het niveau van het basisexamen inburgering in het buitenland van de Adviescommissie Normering Inburgeringseisen en de maatregelen uit de brief aan de Tweede Kamer inzake Huwelijks- en gezinsmigratie (2 oktober 2009, Kamerstukken II, 2009-2010, 32 175, nr. 1).

Afnamecondities

De examenonderdelen leesvaardigheid, spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving kunnen worden afgenomen in één zitting maar kunnen vanaf 1 november 2014 ook afzonderlijk worden afgenomen. Alle drie de examenonderdelen worden afgenomen met behulp van een computer. De opgaven worden in het Nederlands gepresenteerd. De antwoorden van de kandidaten worden automatisch opgeslagen.

Beoordeling

De examenonderdelen leesvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving bestaan uit meerkeuzevragen en worden automatisch door de computer beoordeeld. Het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt beoordeeld door gecertificeerde menselijke beoordelaars.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt bij het vaststellen van de examenonderdelen en de daarbij behorende beoordeling, de cesuur vast.

Een kandidaat is geslaagd voor het basisexamen wanneer hij voor alle drie examenonderdelen een voldoende heeft behaald. Indien voor een of meer van de examenonderdelen een onvoldoende is behaald, dan kan de kandidaat het betreffende examenonderdeel of de betreffende onderdelen opnieuw afleggen. Dit is alleen van toepassing op kandidaten die op of na 1 november 2014 examen doen.

Leesvaardigheid
De inhoud van het examen

Met het examenonderdeel leesvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten het Latijnse schrift beheersen en geschreven Nederlands kunnen lezen en begrijpen. De items worden geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende combinatie van opgaven krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel Leesvaardigheid bestaat uit twee delen:

  • A. Technische leesvaardigheid

    Dit onderdeel wordt op twee manieren getoetst. In de ene vorm hoort de kandidaat een woord, getal of zin en moet hij kiezen uit drie of vier geschreven antwoordmogelijkheden. In de andere vorm ziet/leest de kandidaat een woord en moet hij kiezen uit drie of vier gesproken antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren.

  • B. Functionele leesvaardigheid

    Bij dit onderdeel krijgt de kandidaat op het scherm zes leesteksten te zien, gekoppeld aan de domeinen werk, opleiding en dagelijks leven uit het Raamwerk NT2. Per leestekst krijgt de kandidaat telkens twee meerkeuzevragen met drie of vier antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren.

Duur van het examen

De kandidaat krijgt 35 minuten de tijd om het examen te maken.

Beoordeling

Het examenonderdeel leesvaardigheid wordt automatisch beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.

Spreekvaardigheid
De inhoud van het examen

Met het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten Nederlands kunnen spreken. Kandidaten moeten tien vragen beantwoorden en twaalf gesproken zinnen afmaken. Het examenonderdeel Spreekvaardigheid bestaat uit twee delen:

  • A. Vraag en antwoord

    De kandidaat krijgt vragen en dient hierbij zelf zijn antwoorden te formuleren. De vragen in dit onderdeel zijn functioneel van karakter, het zijn vragen die kandidaten ook in het dagelijks leven zouden kunnen tegenkomen.

  • B. Zinnen afmaken

    De kandidaat hoort een korte zin, gevolgd door het eerste gedeelte van een zin die door de kandidaat aangevuld moet worden. Een afbeelding op het scherm geeft hulp bij de interpretatie van de situatie die in de eerste zin wordt geschetst.

Duur van het examen

De kandidaat krijgt 30 minuten de tijd om het examen te maken.

Beoordeling

Het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt met een gestandaardiseerd beoordelingsmodel door twee gecertificeerde personen beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.

Kennis van de Nederlandse samenleving
De inhoud van het examen

Met het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving wordt gemeten in hoeverre kandidaten basiskennis hebben van Nederland en de Nederlandse samenleving. Een kandidaat hoort en ziet vragen, met daarbij twee antwoordmogelijkheden. De vragen zijn voorzien van bijbehorende foto’s. Dit betreffen foto’s van beelden uit de film ‘Naar Nederland’.

De kandidaat kan kennis nemen van alle vragen uit de totale verzameling van de vragen via het zelfstudiepakket ‘Naar Nederland’. Met de gelijknamige film, het fotoboek en de bijbehorende DVD in dit pakket kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen.

Inhoud van de vragen

De vragen hebben betrekking op zeven onderwerpen, die ook als zodanig in de film ‘Naar Nederland’ voorkomen:

  • 1. Nederland: geografie, vervoer en wonen

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de bevolkingsdichtheid van Nederland, de wegen in Nederland, de vervoermiddelen in Nederland, de woningen in Nederland.

  • 2. Geschiedenis

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen.

  • 3. Staatsinrichting, politiek en Grondwet

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: democratie, de Grondwet, het politieke stelsel, de belangrijkste grondrechten, rechten en verplichtingen, omgangsvormen.

  • 4. De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de Nederlandse taal, lesmethoden, volwassenenonderwijs.

  • 5. Opvoeding en onderwijs

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen.

  • 6. Gezondheidszorg

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: verplichte ziektekostenverzekering, huisarts en gespecialiseerde artsen, consultatiebureau.

  • 7. Werk en inkomen

    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, wanneer en waar moet je werk zoeken, in welke sectoren is er werk, regels sollicitatiegesprek in Nederland.

Duur van het examen

De kandidaat krijgt 30 minuten de tijd om het examen te maken.

Beoordeling

Het examenonderdeel kennis van de Nederlandse samenleving wordt automatisch beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2014.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 3 december 2014

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van het Examenreglement basisexamen inburgering en de bijlage bij het Examenprogramma basisexamen inburgering. Per 1 november zijn er wijzigingen aangebracht in het basisexamen inburgering in het buitenland. Ter uitvoering van deze wijziging worden met onderhavige regeling ook het Examenreglement basisexamen inburgering en het Examenprogramma basisexamen inburgering gewijzigd.

Met de wijziging van de bijlage bij het Examenprogramma basisexamen inburgering worden in het basisexamen inburgering de onderdelen spreekvaardigheid, leesvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) buitenland aangepast. Inhoudelijk verandert het examen niet, de eindtermen blijven hetzelfde.

Allereerst wordt de wijze van examinering en beoordeling van het onderdeel spreekvaardigheid veranderd. Het spreekvaardigheidsexamen krijgt een andere vorm van afname en vervangt daarmee de huidige Toets Gesproken Nederlands (TGN). De beoordeling van dit onderdeel vindt geheel door gecertificeerde menselijke beoordelaars plaats.

Daarnaast wordt het mogelijk voor kandidaten die vanaf 1 november 2014 examen doen om de drie examenonderdelen tegelijk of afzonderlijk af te leggen. Hierdoor hoeft een kandidaat niet het hele examen over te doen als voor een examenonderdeel de score onvoldoende is.

Kandidaten die voor die datum voor het examen zijn gezakt voor een of meer examenonderdelen moeten alle onderdelen opnieuw afleggen.

Tegelijkertijd met het aangepaste examen wordt door de wijziging van het Examenreglement basisexamen inburgering de uitvoering van het basisexamen inburgering in het buitenland bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) belegd. Dit omvat bijvoorbeeld taken met betrekking tot het informeren, aanmelden, betalen en ter beschikking stellen van het examen en het terugkoppelen van de examenresultaten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) voerde deze taken uit met betrekking tot het examen zoals dat werd afgenomen tot 1 november 2014. Het daadwerkelijk afnemen van het basisexamen op de diplomatieke posten blijft ook vanaf 1 november 2014 onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van BZ vallen.

Deze wijzigingsregeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 november 2014, omdat het basisexamen vanaf die datum aangepast is.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher