Toestemming overdracht opsporingsvergunning aardwarmte gebied genaamd De Lier 3, Ministerie van Economische Zaken

30 oktober 2014

DGETM/EM/14168513

Procesverloop:

  • Harting Vollebregt B.V. is houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (hierna: EZ) van 8 december 2009 met kenmerk ET/EM/ 9194777 (Staatscourant 2009, nr. 19203) verleende opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied genaamd De Lier 3, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Minister van EZ van 16 januari 2014 met kenmerk DGETM-EM/14000905 (Staatscourant 2014, nr. 1956);

  • bij brief van 17 oktober 2013, aangevuld op 2 januari 2014, 18 september 2014 en 3 oktober 2014 heeft de vergunninghouder verzocht om toestemming tot overdracht, op grond van artikel 20, van de Mijnbouwwet, van de opsporingsvergunning voor het gebied genaamd De Lier 3 aan Geothermie De Lier B.V. en de Bruijn Geothermie B.V., na welke overdracht Geothermie De Lier B.V. uitvoerder zal zijn;

  • Staatstoezicht op de mijnen heeft op verzoek van de Minister van EZ op 9 oktober 2014 advies uitgebracht (kenmerk: 14165979).

Gelet op:

Artikel 20, eerste en derde lid, en artikel 22, vijfde en zevende lid, van de Mijnbouwwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied genaamd De Lier 3, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2009 met kenmerk ET/EM/9194777, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Minister van Economische Zaken met kenmerk DGETM-EM/14000905, wordt toestemming verleend tot overdracht van de opsporingsvergunning, zodat Geothermie De Lier B.V. en De Bruijn Geothermie B.V. gezamenlijk houder zullen zijn van de opsporingsvergunning aardwarmte De Lier 3.

Artikel 2

Geothermie De Lier B.V. is direct na overdacht de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.H. Brouwer MT-lid, directie Energiemarkt

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken. Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven