Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2014, 31455Overig

Bestuursovereenkomst N35 Wijthmen – Nijverdal, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

27 oktober 2014

Bestuursovereenkomst N35 Wijthmen – Nijverdal

tussen de staat der Nederlanden, de Provincie Overijssel, de Regio Twente, de gemeenten Zwolle, Dalfsen, Raalte en Hellendoorn betreffende het uitvoeren van maatregelen ter verhoging van de verkeersveiligheid en verbetering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid van en langs de N35 Wijthmen – Nijverdal.

De ondergetekenden:

1. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mevrouw drs. M.H. Schultz van Haegen, handelend als bestuursorgaan en namens de staat der Nederlanden, hierna te noemen: “het Rijk”

en

2. De publiekrechtelijke rechtspersoon Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door gedeputeerde G.J. Kok MDR, daartoe gevolmachtigd door commissaris van de Koning mw. drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten, alsmede namens gedeputeerde staten van Overijssel als bestuursorgaan, handelend ter uitvoering van besluit van gedeputeerde staten van 21 oktober 2014, hierna te noemen: "de Provincie Overijssel"

en

3. Het dagelijks bestuur van de Regio Twente, vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Mobiliteit, de heer drs. J. Bron, handelend als bestuursorgaan ter uitvoering van het besluit van het dagelijks bestuur van 20 oktober 2014, en handelend namens de voorzitter als vertegenwoordiger van Regio Twente, hierna te noemen: “de Regio Twente”

en

4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle, vertegenwoordigd door wethouder F.M. van As, handelend als bestuursorgaan, ter uitvoering van het collegebesluit op 24 oktober 2014 en door de burgemeester gemachtigd als vertegenwoordiger van de gemeente Zwolle, hierna te noemen: “de gemeente Zwolle”

en

5. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen, vertegenwoordigd door wethouder R.W.J. van Leeuwen, handelend als bestuursorgaan, ter uitvoering van het collegebesluit 1026 van 21 oktober 2014 en handelend namens de burgemeester als vertegenwoordiger van de gemeente Dalfsen, hierna te noemen: “de gemeente Dalfsen”

en

6. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte, vertegenwoordigd door wethouder W.J.M. Wagenmans, op grond van artikel 171, lid 2 van de Gemeentewet daarvoor gemachtigd door de burgemeester van Raalte, bij volmacht d.d. 21 oktober 2014, en handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Raalte van 21 oktober 2014, hierna te noemen: “de gemeente Raalte”

en

7. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn, op grond van het bepaalde in artikel 77 Gemeentewet vertegenwoordigd door wethouder J.J. Beintema, handelend ter uitvoering van het collegebesluit van 21 oktober 2014, nummer 14INT04823 hierna te noemen: “de gemeente Hellendoorn”

partijen 1 tot en met 7 gezamenlijk, hierna te noemen: “Partijen”,

partijen 2 tot en met 7 gezamenlijk, hierna te noemen: “Regio”,

partijen 4 tot en met 6 gezamenlijk, hierna te noemen: “Gemeenten”.

Overwegende dat:

  • 1. De N35 een belangrijke verbindingsroute vormt tussen de economische centra Zwolle – Kampen en Twente. Om de kwaliteit van de N35 te verbeteren, werken het Rijk en Regio nauw samen; voor de financiering van de maatregelen zijn met name door Rijk en Provincie Overijssel middelen gereserveerd.

  • 2. De N35 tot het Hoofdwegennet behoort waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het initiatief neemt.

  • 3. De N35 is gecategoriseerd als regionale stroomweg tussen Zwolle en Twente. Deze is echter niet als zodanig ingericht. De weg heeft een 1 x 2 80-profiel en kent geen fysieke rijbaanscheiding, heeft gelijkvloerse kruispunten, vele oversteken en op meerdere plaatsen een beperkte obstakelvrije ruimte. Mede door de hoge verkeersintensiteiten geeft dit een risico op (ernstige) frontale ongevallen (door inhalen), enkelvoudige ongevallen en kruispuntongevallen.

  • 4. Ook tussen Wijthmen en Nijverdal de N35 de onder 3 beschreven inrichting en de genoemde veiligheidsrisico's heeft.

  • 5. De N35 daarnaast met name in de toekomst belangrijke aandachtspunten ten aanzien van de doorstroming / bereikbaarheid en leefbaarheid heeft.

  • 6. Wordt verwacht dat na de verbeteringen op andere delen van de N35 (Zwolle -Wijthmen en Nijverdal – Twente) de intensiteiten verder toenemen waardoor ook verkeersveiligheidsrisico's tussen Wijthmen en Nijverdal verder toenemen. Ook leidt dit mogelijk tot een toename van het sluipverkeer over het onderliggend wegennet en een forse verslechtering van de oversteekbaarheid.

  • 7. Het Rijk op verzoek van de Tweede Kamer in december 2011 heeft toegezegd samen met de Regio een MIRT onderzoek te doen om de problemen in kaart te brengen en met de Regio over potentiële financiering te spreken.

  • 8. Het MIRT onderzoek in het voorjaar van 2012 is gestart als gezamenlijk project van Rijk en Regio.

  • 9. Het MIRT onderzoek specifiek in gaat op knelpunten die bestaan ten aanzien van bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid (inclusief barrièrewerking) op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal in de huidige situatie, de middellange termijn (2020) en de lange termijn (2030).

  • 10. Uit scenarioberekeningen in het MIRT onderzoek naar voren komt dat de intensiteit van het verkeer op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal tussen 2012 en 2030 naar verwachting met 30 tot 60 procent zal toenemen. Tevens blijkt dat deze groei voor een belangrijk deel het gevolg is van de verbeterde doorstroming op andere delen van de N35. Daarnaast speelt ook de verwachte regionale groei van economische activiteiten en mobiliteit een rol.

  • 11. Er voor de verkeersveiligheid op de N35 Wijthmen – Nijverdal belangrijke knelpunten zijn:

    • a. de kans op ernstige ongevallen in vergelijking met vergelijkbare rijkswegen is hoger dan het gemiddelde in Nederland en het gemiddelde in de regio.

    • b. er bevinden zich op het tracé vier locaties die op basis van de Eurorap methode een onvoldoende score (2 sterren) hebben gekregen voor het wegontwerp en niet voldoen aan de rijksdoelstelling van 3 sterren in 2020.

    • c. het wegontwerp niet aan de meest actuele adviezen over een veilig wegontwerp voor een gebiedsontsluitingsweg voldoet: de aanwezigheid van erfaansluitingen / het ontbreken van parallelwegen / landbouwverkeer op de rijbaan, bomen op korte afstand van de weg en een makkelijk overrijdbare rijrichtingscheiding zijn hierbij de belangrijkste tekortkomingen.

    • d. de oversteekbaarheid is een belangrijk aandachtspunt: er is een aantal plaatsen met een gelijkvloerse oversteek zonder aanvullende voorzieningen, waardoor het erg moeilijk is om tijdens de spits de N35 over te steken en/of op te rijden.

  • 12. Voor de bereikbaarheid geldt, dat de reistijden op het tracé zullen toenemen met name voor het deeltraject Wijthmen-Heino, waar zich in 2030 dusdanig veel verkeer op dit tracé bevindt dat er een grote kans op congestievorming en stilstand bestaat. Naast deze aspecten geldt ook dat zich in het gebied een aantal alternatieve routes bevindt die sluipverkeer aantrekkelijk maken.

  • 13. Voor de leefbaarheid geldt, dat met name de barrièrewerking een aandachtspunt is in de kernen Raalte en Mariënheem.

  • 14. In 2012 genoemd MIRT onderzoek is afgerond en naar aanleiding daarvan in bestuurlijk overleg is afgesproken op basis hiervan een plan van aanpak op te stellen om met name de verkeersveiligheidsknelpunten aan te pakken, maar ook een verbetering van de doorstroming en leefbaarheid (vermindering barrièrewerking) te bevorderen. Ook is in bestuurlijk overleg afgesproken een Bestuursovereenkomst te sluiten, waarna de voorbereiding en uitvoering van maatregelen kan starten.

  • 15. Begin 2013 de Minister invulling heeft gegeven aan de opgelegde bezuinigingen met betrekking tot het Infrastructuurfonds, waarbij ook de eerder toegezegde 5 miljoen euro als bezuiniging werd genoemd.

  • 16. In april 2013 door de Tweede Kamer leden Elias en Kuiken een motie (33 400 A nr. 55) is ingediend met als doel de onder punt 15 genoemde bezuiniging ongedaan te maken en deze motie door de Tweede Kamer is aangenomen. De rijksbijdrage zal worden gefinancierd vanuit Meer Veilig 3.

  • 17. Eind 2013 het college van gedeputeerde staten en provinciale staten van Overijssel ingestemd hebben met een budgetreservering van 10 miljoen euro, zodat nu, eind 2014, kan worden uitgegaan van een taakstellend budget van Rijk en Regio van 15 miljoen euro (ten behoeve van dekking van de kosten, inclusief BTW).

  • 18. Het hiervoor genoemde budget wordt ingezet om de grootste knelpunten / aandachtspunten aan te pakken met betrekking tot de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid; belangrijke voorwaarde is dat deze maatregelen niet strijdig zijn met toekomstplannen (i.c. de Marsroute) en zo nodig bij aanvullende financiering uitbreidbaar zijn.

  • 19. In 2013 een plan van aanpak is opgesteld waarin uitgangspunten en randvoorwaarden voor de uitvoering van maatregelen voor het traject N35 Wijthmen – Nijverdal zijn opgenomen. Tevens bevat dit plan van aanpak een concept voorlopig indicatief uitvoeringsprogramma voor de oplossing van knelpunten. Dit plan van aanpak is begin 2014 in de Bestuurlijke Begeleidingsgroep vastgesteld.

  • 20. Bij de prioriteitsstelling van maatregelen een werkwijze wordt gevolgd, waarbij knelpunten uit het Concept voorlopig Indicatief Uitvoeringsprogramma (Plan van Aanpak, vastgesteld op 9 januari 2014) zijn beoordeeld met behulp van criteria voor verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Dit is vastgesteld tijdens het BBG van 14 juni 2014.

  • 21. Op basis van deze beoordeling en een kostenraming een ranking lijst is opgesteld van de indicatieve maatregelen (zie bijlage 1).

Komen het volgende overeen:

Artikel 1: Begrippen

a. Bestuursovereenkomst:

de(ze) overeenkomst waarin afspraken worden vastgelegd over de aanpak van knelpunten met betrekking tot verkeersveiligheid en bereikbaarheid voor de N35 Wijthmen – Nijverdal.

b. Bestuurlijke Begeleidingsgroep (BBG):

bestuurders van de Provincie Overijssel, Regio Twente, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, gemeenten: Zwolle, Dalfsen, Raalte en Hellendoorn.

c. Het project:

Het project N35 Wijthmen – Nijverdal, de aanpak van knelpunten zoals beschreven in het Plan van aanpak.

d. Taakstellend budget:

budget dat maximaal beschikbaar is om het project uit te voeren.

e. MIRT:

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.

f. Plan van aanpak:

Plan van aanpak, N35 Wijthmen – Nijverdal, vastgesteld in de Bestuurlijke Begeleidingsgroep van 9 januari 2014.

g. Uitvoeringsprogramma:

het programma van maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de N35.

h. Marsroute:

het plan (2009) waarin de Regionale partijen hun visie geven op de opwaardering van de N35 tot stroomweg.

i. Meer Veilig 3:

is een programma voor verkeersveiligheidsmaatregelen op het rijkswegennet in de periode 2015 t/m 2018.

Artikel 2: Doelstelling

  • 1. Partijen stellen zich tot doel om voor het traject N35 Wijthmen – Nijverdal allereerst verkeersveiligheidsknelpunten aan te pakken ten aanzien van het functioneren van de huidige N35 als gebiedsontsluitingsweg. Daarbij hanteren Partijen als uitgangspunt dat voor het behalen van regiodoelstellingen voor bereikbaarheid en leefbaarheid naar synergie wordt gezocht.

  • 2. Partijen stellen zich ten doel om de N35 Wijthmen – Nijverdal stapsgewijs te verbeteren, waarbij het zowel om de korte als lange termijn gaat. Bij deze aanpak werken het Rijk en Regio nauw samen, zowel bij de voorbereiding als de financiering.

  • 3. Deze doelen passen bij de fasering in aanpak die is beschreven in de Marsroute uit 2009, waarin de Regio haar visie op de opwaardering van de N35 tot stroomweg heeft verwoord.

Artikel 3: Doel van de overeenkomst

  • 1. Deze overeenkomst heeft tot doel afspraken vast te leggen over:

    • a. het taakstellend budget

    • b. de werkwijze / aanpak

    • c. de planning en voortgangsbewaking

    • d. de inspanningsverplichting van partijen

    • e. publiekrechtelijke bevoegdheden

    • f. rechten en geschillen

    • g. looptijd en einde van de overeenkomst

Artikel 4: Taakstellend budget

  • 1. Het taakstellend budget is € 15 miljoen: hiervan is de bijdrage van de Provincie Overijssel € 10 miljoen en van het Rijk € 5 miljoen vanuit Meer Veilig 3. Alle hierboven genoemde bijdragen van de Partijen zijn op prijspeil 2014. De bijdragen in artikel 4 eerste lid worden vanaf 2014 jaarlijks geïndexeerd conform de door het Centraal Planbureau geraamde IBOI bij Centraal Economisch Plan, tenzij de Minister van Financiën besluit de middelen die samenhangen met deze IBOI niet of niet volledig uit te keren aan de Minister van Infrastructuur en Milieu.

  • 2. Het taakstellend budget dekt de kosten voor de uitvoering van de maatregelen inclusief de BTW.

  • 3. Ten aanzien van de kosten voor beheer en onderhoud is overeengekomen dat de beheerder van de infrastructuur de kosten voor het beheer en onderhoud voor zijn rekening neemt.

  • 4. Het budget wordt ingezet ten behoeve van het project.

  • 5. Gemeenten kunnen aanvullende bijdragen leveren aan het project.

  • 6. De gefaseerde aanpak kan er toe leiden dat op een later tijdstip aanvullende maatregelen worden geïnitieerd; de partij die hiervoor het initiatief neemt draagt zorg voor de benodigde – aanvullende – middelen en legt afspraken vast in een nadere overeenkomst.

  • 7. De Provincie Overijssel stelt haar volledige bijdrage, € 10 miljoen, in 2014 geïndexeerd aan het Rijk ter beschikking.

  • 8. Het BBG ziet er op toe dat het taakstellend budget wordt uitgeput.

  • 9. Het taakstellend budget mag niet worden overschreden. Indien dit onverhoopt wel het geval is treden partijen met elkaar in overleg.

  • 10. Eventuele overschotten worden naar rato van inleg tussen het Rijk en de Provincie Overijssel gedeeld.

  • 11. Eventuele tekorten worden naar rato van inleg tussen het Rijk en de Provincie Overijssel gedeeld.

Artikel 5: Het project / werkwijze / aanpak

  • 1. Partijen spannen zich gezamenlijk in het project te realiseren. In het kader daarvan willen zij intensief samenwerken met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en financiering van maatregelen.

  • 2. Het project wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat onder regie van het Rijk.

  • 3. Per maatregel kunnen over de uitvoering nadere afspraken worden gemaakt tussen Rijkswaterstaat en één van de partijen bij deze overeenkomst.

  • 4. Het project bestaat uit de maatregelen uit bijlage 1 bij het plan van aanpak die binnen het taakstellend budget kunnen worden gerealiseerd.

  • 5. De maatregelen worden uitgevoerd in de volgorde zoals zij zijn opgenomen in bijlage van deze overeenkomst (bijlage 1).

  • 6. Deze maatregelen zijn gericht op het oplossen van de grootste knelpunten op het project. Indien zich bij de nadere uitwerking van de maatregelen een andere oplossing aandient, dan blijft het budget voor het aangegeven knelpunt beschikbaar, onder de voorwaarde dat deze maatregel tenminste het zelfde oplossend vermogen van dat knelpunt heeft.

  • 7. Het BBG besluit over de aanwending van middelen.

  • 8. Ten einde het risico te vermijden dat het taakstellend budget wordt overschreden, laat de Bestuurlijke Begeleidingsgroep eerst dan de maatregel uitvoeren als redelijkerwijs vaststaat dat het budget toereikend is.

  • 9. De maatregelen die niet kunnen worden uitgevoerd binnen het taakstellend budget vallen buiten het project.

  • 10. Indien blijkt uit de toets op maatschappelijk draagvlak dat de maatregelen niet of later kunnen worden uitgevoerd of complexer zijn dan tot nog toe is verondersteld, dan kan de volgende maatregel in prioriteit worden aangepakt. Het BBG besluit daarover.

Artikel 6: Planning en voortgangsbewaking

  • 1. De in het project opgenomen Quick wins (op korte termijn te realiseren maatregelen) worden voor medio 2015 gerealiseerd; hiervoor wordt eind 2014 een starthandeling verricht.

  • 2. De rijksbijdrage wordt uiterlijk 2018 uitgegeven.

  • 3. Van afzonderlijke maatregelen wordt door Rijkswaterstaat een planning gemaakt. Deze planning is gereed vóór 31 december 2014.

  • 4. Over de planning en de voortgang van de realisatie wordt periodiek, maar tenminste één maal per jaar door Rijkswaterstaat aan het BBG ter zake gerapporteerd zolang het taakstellend budget niet is uitgeput.

Artikel 7: Inspanningsverplichting van partijen

  • 1. Elke Partij verbindt zich jegens de andere partijen om relevante voorstellen- voor zover nodig- betreffende het project met spoed in te dienen bij Raden en provinciale staten.

  • 2. Partijen hebben de inspanningsverplichting om het project uit te voeren tegen zo min mogelijk bijkomende administratieve/lasten bij de realisatie van het project.

  • 3. Alle partijen nemen hun interne kosten voor personeelsinzet voor eigen rekening.

  • 4. Alle partijen committeren zich de benodigde personele capaciteit ter beschikking te stellen voor de uitvoering van het project.

  • 5. Partijen komen overeen dat zij ieder voor zich en gezamenlijk, overeenkomstig hun verantwoordelijkheden conform deze overeenkomst, (wettelijke) taken en bevoegdheden, een zodanig inzet realiseren in daadkracht, menskracht, benodigde productie en bestuurlijke besluitvormingstrajecten, dat tijdig en voortvarend, tegen zo laag mogelijke kosten en zorgvuldig de realisatie van het project plaatsvindt.

Artikel 8: Publiekrechtelijke bevoegdheden

  • 1. Partijen spannen zich jegens elkaar in om voor de uitvoering van deze overeenkomst benodigde publiekrechtelijke besluiten rechtmatig vast te stellen respectievelijk te nemen, waarbij als uitgangspunt geldt dat de uitvoering van het project publiekrechtelijk is toegestaan.

  • 2. Partijen zullen daarbij zoveel mogelijk, doch met inachtneming van wettelijke procedures en te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, bevorderen dat de procedures tot verlening van (bestemmings- en uitwerkings)plannen, (bouw)vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen met voortvarendheid worden doorlopen.

  • 3. De in het kader van deze overeenkomst door Partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

  • 4. Partijen zullen steeds zorg dragen voor onderlinge afstemming van de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke besluitvorming ten aanzien van het project.

Artikel 9: Geschillenbeslechting

  • 1. Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Bestuursovereenkomst, zullen beslecht worden in het BBG.

Artikel 10: Looptijd en einde van de overeenkomst

  • 1. De Bestuursovereenkomst treedt in werking de dag na die waarop Partijen deze Bestuursovereenkomst hebben ondertekend.

  • 2. De Bestuursovereenkomst eindigt nadat het budget van € 15 miljoen is uitgeput en het project is gerealiseerd.

  • 3. Het project en de onderdelen zullen na realisatie worden overgedragen aan de diverse beheerders. Daarover zullen nadere afspraken worden gemaakt.

  • 4. Rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Bestuursovereenkomst en die naar hun aard geacht worden door te werken of eventueel ontstaan na de beëindiging van deze overeenkomst, worden afgehandeld in overeenstemming met het bepaalde in deze overeenkomst.

Artikel 11: Publicatie

De Bestuursovereenkomst wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Aldus opgemaakt, overeengekomen en ondertekend te Deventer, 27 oktober 2014

Het Rijk, De Minister van Infrastructuur en Milieu M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

De Provincie Overijssel G.J. Kok

De regio Twente J. Bron

Zwolle, 24 oktober 2014

De gemeente Zwolle F.M. van As

De gemeente Dalfsen R.W.J. van Leeuwen

De gemeente Raalte W.J.M. Wagenmans

De gemeente Hellendoorn J.J. Beintema

BIJLAGE 1 BIJ BESTUURSOVEREENKOMST N35 WIJTHMEN – NIJVERDAL 27 OKTOBER 2014