Ontheffing medegebruik militair luchtvaartterrein Twenthe ten behoeve van de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers

29 oktober 2014

Nr. MLA/173/2014

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers van 5 september 2014;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen van de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers (NAV) wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet, met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe op dagen en tijden zoals nader is overeengekomen met de coördinator van het militair luchtvaartterrein Twenthe.

Artikel 2

  • 1. Alle vliegtuigbewegingen dienen te worden afgestemd met de voor het recreatieve vliegverkeer aangewezen vliegcoördinator, als bedoeld in artikel 34 van de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden. De NAV wijst hiervoor een verantwoordelijke functionaris aan.

  • 2. Indien er geen recreatief vliegverkeer plaats vindt draagt de NAV zelf zorg voor coördinatie. Dit houdt in dat toezicht wordt uitgeoefend op een juist en veilig gebruik van het luchtvaartterrein en dat er regelend wordt opgetreden bij de inzet van hulpdiensten.

Artikel 3

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan en onder “Commandant” de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit.

  • 2. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 3, 5, 8 en 22 van de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik door derden niet van toepassing.

  • 3. De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit en de coördinator van het militair luchtvaartterrein Twenthe kunnen nadere aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

Artikel 4

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Twenthe niet wordt overschreden.

Artikel 5

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de civiel wettelijke vereisten ten aanzien van brandweervoorzieningen in acht worden genomen.

Artikel 6

  • 1. Gezagvoerders houden zich aan de door de Joint Aviation Authorities gestelde Joint Aviation Requirements (JAR-OPS).

  • 2. Gezagvoerders houden zich te allen tijde aan zowel de obstakel- als weerminima, die zijn vermeld in:

    • a. JAR-OPS;

    • b. Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

    • c. Militaire A.I.P. Nederland.

  • 3. Gezagvoerders houden zich te allen tijde aan de door de Minister van Infrastructuur en Milieu gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de hiervoor genoemde A.I.P.’s.

Artikel 7

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 november 2014 en vervalt met ingang van 1 november 2015.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 29 oktober 2014

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans Kolonel-vlieger

Hoofddorp, 29 oktober 2014

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Schurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Algemeen

De Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers (NAV) maakt sinds geruime tijd medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe op basis van een ontheffing ex artikel 34 van de Luchtvaartwet. Hoewel het militaire luchtvaartterrein Twenthe sinds 2007 niet meer in gebruik is als vliegbasis, is de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein, en daarmee het ontheffingenregime op basis van de Luchtvaartwet, nog steeds van kracht.

De ontheffing van de NAV van 15 november 2010, nr. MLA/222/2010, vervalt met ingang van 1 november 2014. Bij brief van 5 september 2014 heeft de NAV verzocht om ook na 1 november 2014 gebruik te mogen maken van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.

Burgermedegebruik

Ingevolge de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016. Deze verlenging is eveneens van toepassing op de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.

Sinds het Commando Luchtstrijdkrachten de vliegbasis Twente niet meer gebruikt als operationele basis voor de jachtvliegtuigen en er plannen werden gemaakt voor een doorstart als civiele luchthaven, heeft Defensie geen maatregelen genomen die de continuïteit van de luchthaven kunnen doorkruisen. Daarom is de aanwijzing militair luchtvaartterrein tot nu toe niet ingetrokken.

Inmiddels heeft de provincie Overijssel een Commissie van Wijzen onder voorzitterschap van de heer Wientjes gevraagd op korte termijn advies uit te brengen over de toekomst van het gebied. In deze situatie is het niet aan Defensie om door praktisch onomkeerbare maatregelen een hypotheek te leggen op de toekomstmogelijkheden van dit terrein. Daarom zal Defensie de aanwijzing, die loopt tot 1 november 2016, nu dan ook niet intrekken.

Gelet op het bovenstaande is het verzoek van de NAV om het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein te continueren op de tot nu toe gebruikelijke wijze in behandeling nemen.

In afwachting van voornoemd advies is besloten het medegebruik met een jaar te verlengen tot 1 november 2015.

Geluidsbelasting

Ten aanzien van de geluidsbelasting het volgende. De luchtvaartuigen van de NAV behoren tot de kleine luchtvaart. De normstelling van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, die door de zogenaamde kleine luchtvaart wordt veroorzaakt, is voor de eerste maal vastgesteld in het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Stb 1991, 22), een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 25, tweede lid, van de Luchtvaartwet (oud). De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in geluidsbelastingseenheden kleine luchtvaart (bkl). Dit besluit is ingevolge artikel 3, aanhef en onder a, niet van toepassing op gebieden binnen een zone waarop het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen (Stb 1988, 151) van toepassing is en is niet van toepassing op militaire luchtvaartterreinen.

Door een wijziging van de Luchtvaartwet in 1994 (Stb 1994, 601) is de wettelijke grondslag voor de eerder genoemde algemene maatregelen van bestuur gewijzigd. Als gevolg hiervan vallen thans ook onder de normering van de geluidsbelasting van de grote luchtvaart (Kosten-eenheden) de vliegtuigbewegingen van vastvleugelige luchtvaartuigen met schroefaandrijving met een toegelaten totaal-massa van minder dan 6.000 kg, maar meer dan 390 kg, voor zover dit vliegtuigen betreft die gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6.000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van tenminste 6.000 kg (artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a).

In de afgelopen jaren zijn veelvuldig vliegtuigbewegingen met kleine luchtvaartuigen uitgevoerd. Voor zover deze vliegtuigbewegingen moeten worden gerekend tot de Bggl-geluidsnormering tellen deze normaal mee in de berekening van de geluidsbelasting, welke wordt uitgedrukt in Kosten-eenheden.

Milieu

In de onmiddellijke nabijheid van het militaire luchtvaartterrein Twenthe is het Lonnekermeer gelegen dat als Habitatrichtlijngebied heeft te gelden. Ten aanzien van het verzoek om voortzetting van het bestaande medegebruik kan worden gesteld dat er geen redenen zijn aan te nemen dat als gevolg van dit voortgezette gebruik significante gevolgen zullen optreden waarvoor het gebied is aangewezen.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien de ontheffing een verlenging betreft – en er geen redenen zijn om aan te nemen dat een intensivering zal optreden van het aantal vliegtuigbewegingen – van een reeds bestaand uitvoeringsbesluit op grond van de Luchtvaartwet. Geconstateerd wordt dat de NAV sinds jaren een overwegend constant aantal vliegtuigbewegingen uitvoert.

Naar boven