Vergunning recreatief burgermedegebruik militaire luchthaven Eindhoven ten behoeve van de Eindhovense Aero Club/Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegcombinatie

27 oktober 2014

Nr. MLA/225/2014

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de voorzitter van de Eindhovense Aero Club/Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegcombinatie van 1 juli 2014;

Handelende na overleg met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 10.27 van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Artikel 1

Ter beoefening van de zweefvliegsport wordt aan de Eindhovense Aero Club/Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegcombinatie (EAC/KLU zc) vergunning verleend om in afwijking van de verbodsbepaling van artikel 10.13, eerste lid, van de Wet luchtvaart onder zijn verantwoordelijkheid (motor)zweef- en sleepvliegtuigen op te doen stijgen van of te doen landen op de militaire luchthaven Eindhoven.

Artikel 2

Het medegebruik, bedoeld in artikel 1, wordt vergund voor de dagen en tijdstippen, genoemd in artikel 4.3.2, met inachtneming van artikel 5.3 van het Luchthavenbesluit Eindhoven.

Artikel 3

Ten aanzien van burgerluchtverkeer in de vorm van zweef-, sleep- en motorzweefvliegen geldt de vergunning voor maximaal 1500 vliegtuigbewegingen.

Artikel 4

De EAC/KLU zc registreert en verstrekt de gegevens inzake feitelijk uitgevoerde vliegtuigbewegingen op de in artikel 3 van de Regeling registratie en verstrekking gegevens militaire luchthavens voorgeschreven wijze.

Artikel 5

  • 1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 november 2014 en vervalt met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Eindhoven.

  • 2. Artikel 3 vindt voor het jaar 2014 naar rato toepassing.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans Kolonel-vlieger

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Onder het in de Luchtvaartwet geldende ontheffingensysteem is het uitvoeren van vliegtuigbewegingen met burgerluchtvaartuigen van en naar een voor de militaire luchtvaart aangewezen luchtvaartterrein in strijd met de aanwijzing en derhalve verboden, tenzij de gezagvoerder, eigenaar of houder van het burgerluchtvaartuig de beschikking heeft over een ontheffing op grond van artikel 34 van de Luchtvaartwet.

Met ingang van 1 november 2014 treedt het Luchthavenbesluit Eindhoven in werking. Met de inwerkingtreding van dit luchthavenbesluit komt er een einde aan het burgermedegebruik van deze luchthaven op grond van het hierboven geschetste ontheffingensysteem.

Onder het nieuwe regime van de Wet luchtvaart wordt niet langer gesproken van militaire luchtvaartterreinen, maar van militaire luchthavens. Het starten van of landen op een militaire luchthaven met een burgerluchtvaartuig is ook op grond van artikel 10.13 van de Wet luchtvaart verboden, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door de Minister van Defensie, na overleg met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verleende vergunning voor (structureel) burgermedegebruik, vrijstelling (onder andere algemeen maatschappelijk belang) of ontheffing (incidenteel medegebruik).

Het burgermedegebruik van de militaire luchthaven Eindhoven kenmerkt zich door een combinatie van structureel commercieel burgerluchtverkeer door tussenkomst van een burgerexploitant en recreatief burgerluchtverkeer in de vorm van motorsportvliegen, waaronder begrepen historische vliegtuigen en (motor)zweefvliegen. In onderhavig geval is aan de Eindhovense Aero Club/Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegcombinatie (EAC/KLU zc) een vergunning verleend voor structureel recreatief burgermedegebruik als bedoeld in artikel 10.27 van de Wet luchtvaart. Daar EAC/KLU zc reeds op grond van een ontheffing ex artikel 34 Luchtvaartwet medegebruik van de luchthaven maakte, betreft het hier enkel het omzetten van voornoemde ontheffing in een vergunning. Er is geenszins sprake van nieuw gebruik van de militaire luchthaven Eindhoven.

Kenmerkend voor structureel recreatief burgermedegebruik is dat het medegebruik zich afspeelt door tussenkomst van een rechtspersoon waaraan bepaalde rechten en plichten worden toegedeeld. Zo dient de EAC/KLU zc, alsook de personen onder diens verantwoordelijkheid, binnen de voorwaarden, gesteld in deze beschikking, het Luchthavenbesluit Eindhoven en het Besluit militaire luchthavens, verplichtingen op het gebied van registratie en handhaving van het burgermedegebruik na te leven.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. De grenswaarde voor de geluidsbelasting door het recreatieve burgerluchtverkeer dat medegebruik maakt van de militaire luchthaven Eindhoven krijgt gestalte door een in het luchthavenbesluit vastgelegd maximum aantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar (de periode van een jaar die loopt van 1 januari tot en met 31 december).

Voor het recreatief burgerluchtverkeer in de vorm van zweef-, sleep- of motorzweefvliegen geldt als grenswaarde een maximum van 11.808 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar. De limitering van 1500 vliegtuigbewegingen in onderhavige beschikking is gebaseerd op de hoeveelheid vliegtuigbewegingen die door de EAC/KLU zc in de afgelopen jaren is uitgevoerd.

Met het jaarlijkse aantal van 1500 vliegtuigbewegingen wordt de EAC/KLU zc in staat geacht hetzelfde vliegprogramma uit te voeren als in de afgelopen jaren. Daar het een omzetting betreft, vindt de toepassing van het jaarlijks vastgestelde aantal vliegtuigbewegingen voor het jaar 2014 naar rato plaats.

De operationele druk op gemengd recreatief-commercieel burgerluchtverkeer is door de ontwikkeling van het commercieel luchtverkeer op de militaire luchthaven Eindhoven in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarom is begin 2008 aan de EAC/KLU zc bericht dat Defensie zich het recht voorbehoudt tussentijds te evalueren of het nog langer mogelijk is de zweefvliegactiviteiten op Eindhoven te blijven voortzetten. De EAC/KLU zc en de provincie Noord-Brabant verrichten gezamenlijk inspanningen om een nieuwe geschikte locatie te vinden. In afwachting van de ontwikkelingen terzake maakt de in het Luchthavenbesluit Eindhoven voorziene overgangsbepaling het mogelijk om het huidige recreatieve burgerluchtverkeer in de vorm van zweefvliegen, sleepvliegen en motorzweefvliegen voort te zetten tot een nader te bepalen tijdstip.

Naar boven