VERKEERSBESLUIT
Logo Schiedam
Schiedam, 14 oktober 2014
Burgemeester en Wethouders van Schiedam,
Gelet op:
  • -
    artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap;
  • -
    artikel 15, lid 1 van de WVW 1994 ingevolge de plaatsing van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;
  • -
    artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW),dat het plaatsen van borden model C 02 en C 03 en het verwijderen van borden model G 05 en G 06 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en Verkeerstekens (hierna RVV 1990) moet geschieden krachtens en verkeersbesluit’;
  • -
    artikel 24 van het BABW ingevolge verkeersbesluiten worden genomen na overleg met een gemachtigde van de korpschef van de politie Rotterdam-Rijnmond.
Overwegende dat:
  • -
    de Beierlandsestraat, Ouddorpsestraat, Goereesestraat en het Rozenburgseplein gelegen zijn binnen de bebouwde kom en in eigendom, beheer en onderhoud zijn bij de gemeente Schiedam;
  • -
    beiden zijden van de genoemde straten worden gebruikt als parkeergelegenheid, iets dat noodzakelijk is om in de plaatselijke parkeervraag te voorzien;
  • -
    de genoemde straten beperkte wegbreedtes kennen;
  • -
    gelet op de beperkte wegbreedtes verkeersbewegingen in twee richtingen vanuit verkeersveiligheidsoogpunt niet wenselijk zijn;
  • -
    met het instellen van eenrichtingswegen in de genoemde straten zo veel mogelijk aan de parkeervraag wordt voorzien, waarbij de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid ter plaatse worden gewaarborgd;
  • -
    het (brom)fietsverkeer wordt uitgezonderd van deze verplichte rijrichtingen, aangezien de aanwezigheid van het (brom)fietsverkeer geen invloed heeft op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid ter plaatse;
  • -
    de Beierlandsestraat, ter hoogte van het Rozenburgseplein, door middel van paatjes is afgesloten voor het gemotoriseerd verkeer waardoor dit gedeelte van de Beierlandsestraat in tweerichtingen toegankelijk blijft;
  • -
    bij het bepalen van de rijrichtingen zoveel mogelijk rekening gehouden is met de wensen van de bewoners alsmede de impact en verkeersstructuur in de wijk;
  • -
    de genoemde straten formeel een woonerf zijn, maar niet als zodanig zijn ingericht;
  • -
    bij de herinrichting de genoemde straten worden ingericht als 30km/uur straten en ook als zodanig worden aangeduid;
  • -
    de gewenste snelheid zo veel mogelijk wordt afgedwongen door het toepassen van snelheidsremmende maatregelen;
  • -
    het college van burgemeester en wethouders, overeenkomstig artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994, het bevoegd gezag is voor het nemen van dit verkeersbesluit en dat deze bevoegdheid op grond van het mandaatbesluit is gemandateerd aan de teamleiders Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid, overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 van het BABW is overleg gevoerd met de gemachtigde van de korpschef van de politie Rotterdam-Rijnmond, die positief heeft geadviseerd in deze;
Nemen, gelet op het voorgaand, het volgende
Besluit:
  • 1.
    het instellen van éénrichtingsverkeer in de Beierlandsestraat, Ouddorpsestraat, Goereesestraat en het Rozenburgseplein, door middel van het plaatsen van borden model C 02 en C 03 van Bijlage 1 van het RVV 1990, op de aangegeven wegen met als tekst op het onderbord “ uitgezonderd fietsen en bromfietsen “ ( pictogram OB 54 )
  • 2.
    het verwijderen van de borden G 05 en G 06 op de wegen Beierlandsestraat, Ouddorpsestraat, Goereesestraat en het Rozenburgseplein.
Voorgenomen rijrichtingen:
Bezwaar :
Tegen dit besluit kan iedere belanghebbende op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de dag van openbare kennisgeving een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Schiedam, Postbus 1501, 3100 EA Schiedam, onder vermelding van ‘bezwaarschrift’. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar bevatten.
Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Degenen die een bezwaarschrift hebben ingediend kunnen, indien er sprake is van spoedeisend belang, tevens op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, bij de president van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam , sector bestuursrecht, Postbus 50950, 3007 BL Rotterdam, vragen een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van een dergelijk verzoek wordt griffierecht geheven.
burgemeester en wethouders van Schiedam,
namens dezen,
teamleiders Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid
ir. P.C. Timmers / drs. M. Rook
Naar boven