Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2014, 30236Besluiten van algemene strekking

Besluit van 17 oktober 2014, houdende aanwijzing aan de Gouverneur van Sint Maarten tot het aanhouden van de vaststelling van de landsbesluiten tot benoeming van ministers en de Minister-President totdat onderzoek is gedaan naar de benoembaarheid van de voorgedragen kandidaat-ministers, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 oktober 2014, nr 2014-0000552050,

Overwegende, dat het wenselijk is de Gouverneur van Sint Maarten een aanwijzing te geven tot het aanhouden van de vaststelling van de landsbesluiten tot benoeming van ministers en de Minister-President totdat onderzoek is gedaan naar de benoembaarheid van de voorgedragen kandidaat-ministers, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister;

Gelet op de artikelen 15 en 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten;

Artikel 10 van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De Gouverneur van Sint Maarten houdt de vaststelling van de landsbesluiten tot benoeming van ministers en de Minister-President na de Statenverkiezingen van 2014, aan totdat onderzoek is gedaan naar de benoembaarheid van de voorgedragen kandidaat-ministers, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister. Doel van het onderzoek is om te kunnen beoordelen of er voldoende waarborgen voor de integriteit van de kandidaat aanwezig zijn en daarmee geen beletsel bestaat voor de benoeming van een kandidaat.

Artikel 2

  • 1. De Gouverneur doet onderzoek naar de kandidaten die toestemming hebben gegeven voor onderzoek door of namens de Gouverneur aan de hand van een door de Gouverneur vastgesteld formulier.

  • 2. Het onderzoek heeft betrekking op kandidaten die daarmee hebben ingestemd.

  • 3. De instemming houdt tevens in dat de kandidaat ermee instemt dat derden wordt gevraagd om informatie te verstrekken die voor het onderzoek van belang is.

  • 4. De Gouverneur maakt bij het onderzoek gebruik van door Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter beschikking gestelde deskundigen.

Artikel 3

Het onderzoek omvat het inwinnen van inlichtingen over de kandidaten die redelijkerwijs in verband te brengen zijn met de integriteit van deze kandidaten, onder meer bij de Procureur-Generaal en de Veiligheidsdienst Sint Maarten, en verificatie van de door de kandidaat verstrekte inlichtingen. Die inlichtingen hebben in elk geval betrekking op ongebruikelijke transacties, de zakelijke en financiële belangen van de kandidaat en zijn gezinsleden, functies en nevenfuncties en nevenwerkzaamheden.

Artikel 4

De Gouverneur informeert de raad van ministers van het Koninkrijk over de uitvoering van de aanwijzing, voordat hij een beslissing neemt over de vaststelling van een landsbesluit tot benoeming van een minister, Minister-President of Gevolmachtigde Minister.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Het geldt tot de eerstvolgende verkiezingen van de Staten.

Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant en het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.

Den Haag, 17 oktober 2014

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze aanwijzing strekt ertoe te borgen dat de Gouverneur alvorens tot ondertekening van benoemingsbesluiten van ministers, Minister-President en Gevolmachtigde Minister over te gaan onderzoek doet naar hun benoembaarheid alsmede hem ten behoeve van dit onderzoek instrumenten en ondersteuning te verschaffen. Doel van het onderzoek is om te kunnen beoordelen of er voldoende waarborgen voor de integriteit van de kandidaat aanwezig zijn en daarmee geen beletsel bestaat voor de benoeming van een kandidaat. Zo verzekert de koninkrijksregering dat de Gouverneur over voldoende informatie beschikt om te kunnen beslissen of hij de voorgedragen benoemingsbesluiten kan ondertekenen (als landsorgaan) dan wel dat hij deze niet vaststelt (als koninkrijksorgaan). Sint Maarten is een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het land dient zorg te dragen voor het verwezenlijken van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijk bestuur, zoals is vastgelegd in artikel 43, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk. Autonomie houdt in dat Sint Maarten geheel zelf verantwoordelijk is voor de deugdelijkheid van bestuur en dus ook de integriteit van zijn ministersploeg.

De koninkrijksregering acht deze aanwijzing geboden, onder andere gelet op het rapport dat op basis van een koninklijk besluit is uitgebracht aan de Gouverneur (Integrity Inquiry into the functioning of the Government of Sint Maarten)1 en het rapport van de Commissie Integer Openbaar bestuur (Doing the right things right) aan de landsregering. Uit deze rapporten, waarvan de aanbevelingen door de regering van Sint Maarten zijn onderschreven, kan worden afgeleid dat sprake is van ongewenste belangenverstrengeling en misbruik van macht op alle niveaus en bij cruciale instellingen van het openbaar bestuur van Sint Maarten. Onder meer om uit te sluiten dat sprake is van oneigenlijke beïnvloeding van en door ministers van Sint Maarten en om te voorkomen dat op voorhand twijfels bestaan aan hun geloofwaardigheid en integriteit, ziet de koninkrijksregering reden te verzekeren dat voldoende onderzoek plaatsvindt naar de benoembaarheid van de kandidaat-ministers, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister.

De regelingen van Sint Maarten

Sint Maarten beschikt over eigen regels met betrekking tot de benoeming en de daartoe te volgen procedure van kandidaat-ministers, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister. Deze zijn verspreid in de Staatsregeling, de landsverordening integriteitbevordering en het Besluit benoemingsprocedure Kandidaat Ministers en Kandidaat Gevolmachtigde Minister.

Het onderzoek houdt kort gezegd in een justitieel antecedentenonderzoek, naslag door de veiligheidsdienst van Sint Maarten en indien het overleg tussen formateur en kandidaat daartoe leidt, ook een medisch onderzoek.

Op grond van de Landsverordening integriteitbevordering moet de minister zelf, kort na zijn benoeming, informatie verstrekken over zijn eigen nevenwerkzaamheden, zakelijke belangen en vermogensbestanddelen en die van zijn partner. Bovendien dient hij informatie te verstrekken over de zakelijke belangen en overige vermogensbestanddelen van de kinderen.

Overigens moet betrokkene ook binnen dertig dagen na afloop van het minister(president)schap informatie verstrekken.

De Minister-President beslist welke zakelijke belangen, nevenfuncties en nevenwerkzaamheden ongewenst zijn bij een ministerschap. De minister in kwestie dient in dat geval voorzieningen te treffen of zijn nevenfunctie en nevenwerkzaamheden neer te leggen. Waar het de Minister-President betreft, verstrekt hij de informatie aan de Raad van Advies die ook beslist welke zakelijke belangen, nevenfuncties en nevenwerkzaamheden ongewenst zijn bij een Minister-Presidentschap.

Voorts mag een minister niet deelnemen aan besluitvorming in de ministerraad over zaken die zijn nevenwerkzaamheden en nevenfuncties raken of over zaken die zijn zakelijke belangen of familieleden raken.

Op het niet nakomen van deze verplichtingen uit de landsverordening integriteitbevordering staat een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar.

Wat voegt dit koninklijk besluit toe?

Het koninklijk besluit verzekert dat de Gouverneur vóór de benoeming kan beschikken over alle informatie uit bovenstaande onderzoeken. Voorts legt de Gouverneur aan de kandidaten een vragenformulier voor. Invulling door de kandidaten betekent dat zij instemmen met onderzoek terzake door de Gouverneur en de door hem ingeschakelde deskundigen. De vragen op het formulier hebben onder meer betrekking op verschillende facetten van hun persoonlijke leven die relevant zijn voor de beoordeling van hun integriteit, zoals zakelijke en financiële belangen en ongebruikelijke transacties. Informatie kan worden gevraagd aan derden en door derden worden geverifieerd.

Het onderzoek

Al met al wordt een veelomvattend onderzoek beoogd die elke kandidaat-minister, kandidaat-Minister-President en kandidaat-Gevolmachtigde Minister onderwerpt aan een onderzoek waartoe behoren justitieel onderzoek, een fiscaal onderzoek, een onderzoek naar ongebruikelijke transacties en andere zaken die verband houden met de integriteit die van een (Gevolmachtigde) minister of Minister-President verwacht mag worden. De Gouverneur stelt ten behoeve van dit onderzoek een door de kandidaat in te vullen vragenformulier vast met vragen die zien op de diverse aspecten van het onderzoek. Ten behoeve van de opstelling van dit vragenformulier en bij het onderzoek zelf wordt de Gouverneur bijgestaan door deskundigen die de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem ter beschikking stelt. Deels is informatie al bekend bij de Gouverneur op grond van het Besluit benoemingsprocedure Kandidaat Ministers en Kandidaat Gevolmachtigde Minister. Daarnaast is artikel 24 van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten onverkort van toepassing. Dit bepaalt dat de landsorganen op verzoek van de Gouverneur hun medewerking bij de uitoefening van de aan de Gouverneur in dit reglement toegekende bevoegdheden verlenen en dat de onder de landsorganen ressorterende diensten en ambtenaren daartoe ten dienste van de Gouverneur staan. De raad van ministers van Sint Maarten dient dus de Gouverneur alle inlichtingen te verstrekken die de Gouverneur voor de uitoefening van zijn taken op grond van dit Besluit nodig acht.

Juridische grondslag

Landsbesluiten worden op grond van artikel 40 van de Staatsregeling van Sint Maarten ondertekend door de Gouverneur en een of meer ministers. Indien de Gouverneur een landsbesluit in strijd acht met het Statuut, een internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan wel met belangen, waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk is, stelt hij de landsverordening niet vast (artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten). Met dit besluit geeft de koninkrijksregering een aanwijzing aan de Gouverneur op basis van artikel 15 van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten, op welke wijze hij met de bevoegdheid die artikel 21 van genoemd Reglement hem als koninkrijksorgaan geeft, dient om te gaan. De bevoegdheid te beslissen over al dan niet vaststelling van het landsbesluit blijft bij de Gouverneur. Deze beslissing dient hij alleen aan te houden in afwachting van het door hem in te stellen onderzoek.

Na het onderzoek

De Gouverneur informeert de raad van ministers van het Koninkrijk over de uitvoering van het onderzoek voordat hij een beslissing neemt over de vaststelling van een landsbesluit tot benoeming van een minister of Minister-President. De Gouverneur informeert de ministerraad van het Koninkrijk tevens wanneer een kandidaat niet heeft ingestemd met het onderzoek. De koninkrijksregering gaat ervan uit dat de Gouverneur in elk geval niet tot ondertekening van een benoemingsbesluit zal overgaan, indien de kandidaat niet heeft ingestemd met het onderzoek of indien er zekerheid bestaat over de onbenoembaarheid respectievelijk twijfels zijn aan de benoembaarheid van een kandidaat. Artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten bepaalt dat indien de Gouverneur een landsbesluit niet vaststelt wegens strijd met het Statuut, een internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan wel met belangen, waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk is, hij de koninkrijksregering hiervan in kennis stelt. Vervolgens zal de koninkrijksregering, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, moeten beoordelen of de Gouverneur terecht heeft geoordeeld dat de gestelde strijd bestaat. Indien de koninkrijksregering het oordeel van de Gouverneur onderschrijft, kan het landsbesluit niet tot stand komen en kan een nieuwe kandidaat-minister worden gezocht en onderzocht. Vervolgens zal de Gouverneur volgens dezelfde procedure beslissen of hij de nieuwe kandidaat kan benoemen.

De koninkrijksregering verwacht dat uitvoering van deze aanwijzing ertoe zal bijdragen dat een nieuw kabinet het zelfreinigend vermogen van het land met de uitvoering van eerder genoemde rapporten zal bevorderen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstukken II 2014/15, 34 000 IV, nr 8.