Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, van 2 oktober 2014, kenmerk 548420, houdende vaststelling van normbedragen ten behoeve van de vaststelling van de uitkering bureau jeugdzorg (Regeling normbedragen jeugdzorg 2014)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 73b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg;

Besluiten:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet op de jeugdzorg;

b. traject:

intensieve begeleiding als bedoeld in artikel 5, of een scholings- of trainingsprogramma als bedoeld in artikel 6.

HOOFDSTUK 2. NORMBEDRAGEN TAKEN, BEDOELD IN ARTIKEL 10, EERSTE LID ONDER A TOT EN MET D, VAN DE WET

Artikel 2

Voor het uitoefenen van de (voorlopige) voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of op grond van andere wetten, geldt een gemiddeld normbedrag van € 5.130 per minderjarige per jaar.

Artikel 3

Voor het uitvoeren van een voorlopige ondertoezichtstelling en van een ondertoezichtstelling gedurende de eerste twaalf maanden nadat de ondertoezichtstelling is uitgesproken, geldt een normbedrag van € 8.758 per minderjarige per jaar.

Artikel 4

Voor het uitvoeren van een ondertoezichtstelling nadat de termijn genoemd in artikel 3 is verstreken, geldt een normbedrag van € 7.323 per minderjarige per jaar.

Artikel 5

  • 1. Voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c, van de wet, geldt een normbedrag van € 6.528 per jeugdige per jaar.

  • 2. Indien de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, inhoudt de uitvoering van een gedragsbeïnvloedende maatregel, gelden de volgende bedragen. Voor begeleiding geldt een normbedrag van € 6.516 per jeugdige per jaar en voor advies een normbedrag van € 1.460 per traject.

  • 3. Indien de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, inhoudt intensieve begeleiding van een allochtone jeugdige geldt, in afwijking van het eerste lid, een normbedrag van € 1.647 per traject per maand.

  • 4. Indien de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, inhoudt intensieve begeleiding van jeugdigen die behoren tot de harde kern van een criminele groep, geldt, in afwijking van het eerste lid, een normbedrag van € 1.242 per traject per maand.

Artikel 6

Voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder d, van de wet, inhoudende het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deelnemen aan een scholings-en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen geldt een normbedrag van € 1.647 per traject per maand.

Artikel 7

In afwijking van artikel 5 geldt voor de uitvoering van de taken, bedoeld in dat artikel een normbedrag van € 1.638 indien de taak wordt uitgevoerd ten aanzien van een minderjarige voor wie tevens een taak als bedoeld in artikel 2, 3 of 4 wordt uitgevoerd.

Artikel 8

De Regeling normbedragen jeugdzorg wordt ingetrokken.

Artikel 9

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normbedragen jeugdzorg 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

TOELICHTING

Ingevolge het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg worden de uitkeringen bureau jeugdzorg die op grond van de Wet op de jeugdzorg worden verleend aan de provincies en grootstedelijke regio’s deels opgebouwd volgens een p x q-systematiek. Het betreft de door het bureau jeugdzorg uit te voeren justitiële taken: het uitoefenen van de (voorlopige) voogdij, het uitvoeren van een (voorlopige) ondertoezichtstelling en de uitvoering van taken op het terrein van de jeugdreclassering. Ingevolge artikel 73b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg moeten zowel de prijs als de omschrijving van de eenheid product waarvoor de prijs geldt bij ministeriële regeling worden vastgesteld. De onderhavige regeling strekt ter uitvoering daarvan.

De in de onderhavige regelingen neergelegde bedragen gelden voor het jaar 2014. Hoewel in beginsel de bedragen jaarlijks worden aangepast voor loon- en prijsbijstelling, gold tot op heden de regeling van 2009. De bedragen genoemd in de regeling zijn echter achterhaald. Jaarlijks worden de bureaus jeugdzorg aan de hand van de definitieve vaststelling op basis van p x q op de hoogte gesteld van de dan geldende tarieven (p). Artikel 8 van deze regeling bepaalt dat de regeling van 2009 wordt ingetrokken.

De normbedragen gelden in de relatie Rijk-Provincie. De provincie is vrij bij de subsidiëring van het bureau jeugdzorg andere bedragen te hanteren. Wel moet bij die subsidiëring een p x q-systematiek worden gevolgd, waarbij als eenheid product de omschrijvingen van de onderhavige regeling gevolgd dient te worden. Dit om een zodanige uniformiteit tot stand te brengen dat benchmarking mogelijk is.

Het jaar 2014 is het laatste jaar waarin de p x q systematiek voor de uitkeringen bureaus jeugdzorg geldt. Vanaf 2015 wordt een lump sum bedrag overgeheveld naar het gemeentefonds van waaruit de uitkeringen worden gefinancierd.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven