|
1. Een door hem/hen opgestelde en ondertekende verklaring over de samenstelling van
het huishouden, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen
|
1. Check de samenstelling van het huishouden (kopers en eventuele medebewoners m.u.v.
minder- en meerderjarige kinderen) en bepaal aan de hand daarvan het gezamenlijke
huishoudinkomen.
|
|
Bepaal of 2.1, of 2.2 van toepassing is.
|
|
2.1 indien geen (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (aanslag IB) beschikbaar of
in de inkomensverklaring van de Belastingdienst geen inkomen is vermeld,
|
|
Per betrokkene een schriftelijke verklaring van een functionaris van de rijksbelastingdienst
die bij regeling van de Minister van Financiën als inspecteur is aangewezen, dat de
aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting of de inkomensgegevens, bedoeld in
artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van degene die
de woning wensen te betrekken niet bekend zijn bij de rijksbelastingdienst
|
Check per betrokkene de schriftelijke verklaring van de Belastingdienst dat inkomensgegevens
van (het) betreffende lid/leden van het huishouden daar niet bekend zijn
|
|
2.2 indien sprake is van een aantoonbare wijziging vanwege verandering van baan, ontslag,
of bijvoorbeeld gewijzigde gezinssituatie.
|
|
Onderbouwing van het feit dat het inkomen aantoonbaar lager is dan het inkomen dat
door de Belastingdienst is vastgesteld (bijv. andere baan, pensioen, ontslag).
|
Check of de onderbouwing aannemelijk is.
|
|
3. Elke betrokkene stelt een inkomensverklaring op en ondertekent deze. Deze verklaring
dient minimaal de volgende elementen te bevatten omtrent de geschatte omvang van het
actuele inkomen:
• inkomen uit arbeid;
• inkomen uit vermogen. Indien dit in tegenstelling tot inkomen uit arbeid onveranderd
is, kan hiervoor worden verwezen naar het inkomen uit vermogen (box 3), aangegeven
op de aanslag IB;
• vakantiegeld (ja/nee, hoogte);
• eventuele 13e maand;
• eventueel inkomen uit onderneming of freelance-activiteiten.
|
3. Controleer het geschatte inkomen per betrokkene en bepaal het jaarinkomen op basis
van de door hem opgestelde en ondertekende inkomensverklaring en onderliggende bewijsstukken.
• Jaaropgaven van werkgever(s) of uitkeringsinstanties: inkomen = het loon voor loonheffing
(vermeld op de opgave als ‘fiscaal loon’, ‘loonheffing loon’, ‘LH-loon’, ‘heffingsloon’
of ‘loon voor loonbelasting/premies’)
• Recente loonstrook/uitkeringsspecificatie (1 loonstrook/specificatie is voldoende):
– Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) x 12 (indien loon/uitkering
maandelijks wordt uitbetaald), of
– Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) x 13 (indien loon/uitkering
per 4 weken wordt uitbetaald)
– Indien op een loonstrook incidentele beloningen of andere variabele inkomenscomponenten
zijn aangegeven, bijv. overwerk, dan dienen deze niet te worden meegerekend. Bij twijfel
kan de toegelaten instelling meerdere loonstroken van de woningzoekende verlangen.
– Indien het vakantiegeld niet maandelijks wordt uitgekeerd: uitkomst stap 1 x 1,08
• Bij inkomen uit onderneming of freelance: het belastbare jaarinkomen bestaat uit
de omzet minus bedrijfskosten (=winst).
|
|
4. Per betrokkene een jaaropgave van de werkgever over het kalenderjaar dat direct
voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de koopovereenkomst wordt gesloten, dan wel
een jaaropgave over eerstbedoeld kalenderjaar van de instantie of instanties die aan
diegenen een uitkering verstrekken, hetzij loonstroken of uitkeringsspecificaties
van die werkgever of werkgevers respectievelijk die instantie of instanties met betrekking
tot één kalendermaand, welke maand geen eerdere is dan de zesde kalendermaand voorafgaand
aan het tijdstip van de ondertekening van de koopovereenkomst.
|
4.1. Bepaal per betrokkene het jaarinkomen op basis van de aangeleverde stukken
4.2. Indexeer per betrokkene het jaarinkomen:
– inkomen(s) over 2014 x 1,0067
– inkomen(s) over 2013 x 1,0199
4.3. Bepaal het gezamenlijke huishoudinkomen van kopers en overige leden huishouden
(indien van toepassing)
|
| |
5. Bepaal of het gezamenlijke huishoudinkomen lager of gelijk is aan de inkomensgrens
(€ 38.950 met ingang van 1 januari 2015)
|