Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die niet plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied of boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenmenigten

Datum: 15 september 2014

Nummer: ILT-2014/53523

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing van 5 september 2014 van het Federal Institute for Geosciences and Natural Resources, contactpersoon: Dr. U. Meyer, adres: Stilleweg 2, D 30655 Hannover, Germany; telefoonnummer: 0049 511 643 3212; e-mail: uwe.meyer@bgr.de;

Overwegende dat het doel van de vluchten is het verzamelen van geofysische informatie, in dit geval het in kaart brengen van grondwater nabij Terneuzen en Breskens met het Airborne Electromagnetic (AEM) systeem onder een helikopter;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type Sikorsky S-76B, met nationaliteits- en registratiekenmerk D-HBGR, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter in gebruik bij het Federal Institute for Geosciences and Natural Resources, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd ten behoeve het verzamelen van geofysische informatie, in dit geval het in kaart brengen van grondwater nabij Terneuzen en Breskens, met het Airborne Electromagnetic (AEM) systeem onder een helikopter.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 1 november 2014 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die nietplaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied of boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenmenigten, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht; de minimale vlieghoogte is hierbij 250 tot 300 ft AMSL;

  • c. vóór en ná de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • d. er worden geen passagiers vervoerd tijdens het vliegen met een last, anders dan benodigd voor het uitvoeren van de metingen;

  • e. de vluchten worden uitgevoerd volgens een patroon, zoals aangegeven in de bijlage bij deze beschikking, zonder dat boven wegen en woningen wordt gevlogen;

  • f. vóór aanvang van de vlucht worden ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel. 020 5025693 of fax 020 5025699 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en ILT (e-mail aviation-approvals@ilent.nl), waarbij de volgende gegevens worden verstrekt:

    • 1°. de naam van de gezagvoerder(s), registratie en model/type;

    • 2°. de route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. het nummer van deze beschikking.

Artikel 3

De aanvrager voert bij de voorbereiding van de vluchten een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte en met een last onder de helikopter. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast op een zodanige wijze dat de vlucht verantwoord kan worden uitgevoerd.

Artikel 4

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Voorafgaand aan de vlucht zorgt het Federal Institute for Geosciences and Natural Resources ervoor dat er in de plaatselijke media aandacht is besteed aan de uit te voeren vlucht.

  • 3. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking is een strafbaar feit.

  • 4. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in artikel 2, kan dat aanleiding zijn deze beschikking in te trekken.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 5 oktober 2014 en vervalt met ingang van 2 november 2014, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Team Juridische Zaken

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

BIJLAGE

Genoemd in artikel 2, onderdeel e

Naar boven