Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 15 oktober 2014, nr. IENM/BSK-2014/214072, tot wijziging van de Regeling hernieuwbare energie vervoer in verband met de verlenging van de inlevertermijn voor de biobrandstoffenbalans

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 5, derde lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer;

BESLUIT:

ARTIKEL I

In artikel 4 van de Regeling hernieuwbare energie vervoer wordt ‘1 maart’ vervangen door: 1 april.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

TOELICHTING

Met het Besluit van 4 september 2014 tot wijziging van het Besluit hernieuwbare energie vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met vaststelling van de jaarverplichting voor 2015 en enkele technische verbeteringen (Stb. 2014, 328) is op het niveau van een algemene maatregel van bestuur de datum voor het inleveren van de biobrandstoffenbalans van het voorafgaande kalenderjaar gewijzigd in 1 april. Voor bedrijven die biobrandstoffen bijmengen, bleek de bestaande termijn te vroeg te zijn om de administratie inzake de duurzaamheid en de dubbeltelling van biobrandstoffen volledig af te ronden. Met deze regeling wordt hetzelfde geregeld op niveau van een ministeriële regeling.

De regeling behelst enkel een administratieve aanpassing. Er zijn geen financiële gevolgen of gevolgen voor het milieu. De handhaving van de Regeling hernieuwbare energie vervoer blijft in handen van de Nederlandse emissieautoriteit (hierna: NEa). De wijzigingsregeling is op verzoek van het bedrijfsleven en in overleg met de NEa opgesteld. Aangezien er geen sprake is van noemenswaardige gevolgen voor het bedrijfsleven, overheden en burgers, is geen internetconsultatie toegepast.

De wijzigingsregeling treedt op 1 januari 2015 in werking. Hiermee wordt aangesloten bij het kabinetsbeleid inzake de aanpak van administratieve lasten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309).

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Naar boven