Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte

Datum: 2 oktober 2014

Nummer: ILT-2014/55516

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing van 16 september 2014 van de Landelijke eenheid, afdeling luchtvaart, adres: Thermiekstraat 2, 1117 BC Schiphol-Oost, contactpersoon: de heer S.J.M. Zandee, tel.: +31 65321 3099, e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl;

Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder andere, de opdracht van de Landelijke eenheid, afdeling luchtvaart, tot het naar behoren uitvoeren van de politietaak als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012;

Overwegende dat ter bescherming van de aan de oefening Poseidon deelnemende helikopters een tijdelijk bijzonder luchtverkeersgebied is ingesteld;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de luchtvaartuigen van verschillende politie-eenheden die deelnemen aan de Internationale terreuroefening Poseidon, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd boven het zeegebied van de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ) en de Waddenzee.

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde luchtvaartuigen wordt met terugwerkende kracht van 16 september 2014 tot 18 september 2014, 09.00 uur lokale tijd ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden, dan wel boven mensenverzamelingen 90 meter (300 voet) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig of zoveel lager als voor de uitvoering van de oefening noodzakelijk is;

  • b. elders dan in onderdeel a aangegeven: 60 meter (200 voet) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig of zoveel lager als voor de uitvoering van de oefening noodzakelijk is;

  • c. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de oefening noodzakelijk is;

  • d. voordat er boven de Waddenzee lager kan worden gevlogen dan de minimale vlieghoogte, dient er toestemming verkregen te zijn van de Provincie Friesland.

Artikel 3

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 4

Deze beschikking treedt met terugwerkende kracht in op 16 september 2014 en vervalt met ingang van 18 september 2014, 09.00 uur lokale tijd.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven