Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2014, 28159Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2014, nr. PO/FenV/672589, houdende de vaststelling van de bedragen voor de materiële instandhouding van het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor het jaar 2015 en de vaststelling van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen voor de instandhouding van rijdende scholen voor het jaar 2015 (Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2015)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 113, vierde en vijfde lid, en 118, derde, negende en tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 111, vierde en vijfde lid, 113, eerste lid, en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 89a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs

De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, worden voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2. Vaststelling basisbekostiging en bekostiging voor zware ondersteuning (voortgezet) speciaal onderwijs

De bedragen van de programma's van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in de artikelen 111, vierde lid, 114 en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra worden voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3. Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur

De bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur, bedoeld in artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, wordt voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 4. Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs

De bekostiging voor de materiële instandhouding voor het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 118, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 89a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 5. Vaststelling bedragen ten behoeve van de vereveningsregeling materiële instandhouding

De bedragen ter berekening van de correctie bedoeld in de artikelen XIV en XVI, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel 6. Vaststelling bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen

Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.

Artikel 7. Wijziging programma’s van eisen

In verband met de Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES in verband met de overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school (Stb. 2014, 175) omvatten de programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs en de programma’s van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld in bijlagen 1 en 2 van de Regeling vaststelling programma’s van eisen PO en (V)SO en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverband 2012 met ingang van 1 januari 2015 tevens het buitenonderhoud van het schoolgebouw. De bedragen, bedoeld in artikel 1 en 2 van deze regeling zijn in verband met deze wijziging van de programma’s van eisen verhoogd.

Artikel 8. Omhangbepaling

Met ingang van het moment van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel GG, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), berust deze regeling mede op artikel 114, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2015.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap S. Dekker

BIJLAGE 1. BEDRAGEN PROGRAMMA'S VAN EISEN VOOR BASISSCHOLEN EN SPECIALE SCHOLEN VOOR BASISONDERWIJS VOOR HET JAAR 2015

Totale MI-vergoeding

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb + Yc + Yd

waarbij

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen

Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen

Yd = extra bekostiging (zie bijlage 3)

Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).

Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen.

A. Groepsafhankelijke programma's van eisen

Ya = bedrag per school afhankelijk van het aantal te huisvesten groepen leerlingen als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO

2 groepen

3 groepen

4 groepen

5 groepen

6 groepen

€ 23.917,00

€ 30.939,00

€ 40.010,00

€ 47.910,00

€ 53.177,00

voor elke groep meer: € 6.145,00

     

Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met:€ 2.341,00

 

B. Leerlingafhankelijke programma's van eisen

Vergoedingsformule:

Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 13.394,58

Bedrag per leerling = € 313,16

C. Aanvullende programma’s van eisen

Nederlands Onderwijs aan AndersTaligen (NOAT)

Vergoedingsformule:

Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal NOAT-leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 110,98

Bedrag per leerling = € 19,88

BIJLAGE 2. BEDRAGEN MATERIËLE INSTANDHOUDING VOOR SCHOLEN VOOR (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS VOOR HET JAAR 2015

1. De basisbekostiging

I. Cluster 1 t/m 4

De bedragen, bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel.

type

bedrag per leerling

per leerling SO <8

€ 639,43

per leerling SO >=8

€ 559,23

per leerling VSO

€ 1.177,41

II. Vaste voeten cluster 3 en 4

De bedragen per school en per schooltype als bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel

Onderwijssoort

per school

SO-schooltype

VSO-schooltype

Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)

€ 26.980,92

€ 20.384,01

€ 20.296,69

1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S)

€ 20.741,12

€ 8.622,10

€ 13.449,30

2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P)

€ 18.872,90

€ 8.147,47

€ 14.376,66

Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)

€ 20.071,64

€ 10.376,85

€ 13.021,11

Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)

€ 18.872,90

€ 8.147,47

€ 14.376,66

Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI)

€ 18.872,90

€ 8.147,47

€ 14.376,66

meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK

€ 24.526,29

€ 7.205,56

€ 9.913,84

Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 3.964,27.

III. Brancardliften

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.266,72

IV. Schoolbaden

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.

Soort bad

Bedrag per bad

Bedrag per m3 waterinhoud

hydrotherapiebad

€ 9.732,69

€ 283,34

watergewenningsbad

€ 21.043,95

€ 164,69

toeslag beweegbare bodem

€ 1.020,66

€ 77,18

2. Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning

Cluster 1

In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114, van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel.

Brinnr

Naam instelling

Aanvullende bekostiging

25GP

Visio Onderwijsinstelling Noord

€ 412.310,12

25GR

Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen

€ 901.718,78

25HD

Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden

€ 572.941,03

25HE

Onderwijsinstelling Sensis

€ 1.437.786,54

Cluster 2

In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt, met toepassing van artikel 113, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 juli 2015 van onderstaande bedragen 7/12 deel toegekend.

Voor de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 wordt van onderstaande bedragen 5/12 deel toegekend met toepassing van artikel 114 van de Wet op de expertisecentra, zoals dat artikel met ingang van 1 augustus 2015 komt te luiden.

Administratienr.

Naam instelling (i.o.))

aanvullende bekostiging

CL2003

Stg Op weg naar Zuid

€ 2.188.227,37

CL2002

Koninklijke Auris Groep

€ 6.253.757,17

CL2004

Koninklijke Kentalis

€ 9.737.122,23

CL2005

VierTaal

€ 2.269.922,46

In onderstaande tabel is opgenomen hoe deze bedragen per onderliggende school zijn vastgesteld.

Instelling IO

bestaande uit

Totaal ondersteuning 2015

Koninklijke Auris Groep

01HD

€ 839.446,06

 

01JO

€ 1.127.614,87

 

02FN

€ 550.785,90

 

02RJ

€ 726.987,11

 

02YS

€ 232.525,16

 

16TW

€ 279.700,64

 

16ZL

€ 152.292,68

 

17JA

€ 658.551,86

 

17WV

€ 402.163,81

 

17ZT

€ 264.198,78

 

18DN

€ 122.398,00

 

18KL

€ 421.243,90

 

21JR

€ 277.297,05

 

21KW

€ 198.551,35

Totaal Koninklijke Auris Groep

 

€ 6.253.757,17

Koninklijke Kentalis

00RG

€ 526.302,14

 

01JG

€ 942.831,08

 

02CH

€ 124.108,06

 

02CV

€ 722.189,42

 

02GB

€ 398.479,80

 

02MO

€ 610.165,46

 

02OM

€ 598.789,29

 

02QY

€ 489.038,95

 

02YG

€ 856.286,69

 

03JT

€ 141.002,89

 

04IV

€ 272.664,69

 

04LQ

€ 147.154,42

 

05AP

€ 135.631,93

 

05VQ

€ 166.349,16

 

07QN

€ 143.483,48

 

08XZ

€ 183.796,69

 

09VM

€ 257.726,34

 

14NT

€ 913.603,89

 

14QX

€ 397.251,13

 

14TV

€ 135.533,37

 

14UP

€ 170.325,78

 

17GW

€ 304.466,64

 

18CP

€ 177.359,22

 

20WD

€ 275.598,64

 

22DC

€ 205.376,45

 

24EN

€ 222.657,79

 

24FD

€ 218.948,83

Totaal Koninklijke Kentalis

 

€ 9.737.122,23

Stg. Op weg naar Zuid

05GS

€ 274.682,78

 

08ZP

€ 608.740,76

 

13KL

€ 554.531,15

 

17WM

€ 750.272,68

Totaal Stg. Op weg naar Zuid

 

€ 2.188.227,37

VierTaal

10BW

€ 509.525,39

 

10TS

€ 155.417,21

 

20JL

€ 306.598,85

 

20WO

€ 122.169,60

 

20WQ

€ 290.483,59

 

20WR

€ 674.264,07

 

29ZB

€ 211.463,75

Totaal VierTaal

 

€ 2.269.922,46

Cluster 3 en 4

De bedragen voor zware ondersteuning bedoeld in artikel 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel.

ondersteuningscategorie

per leerling SO <8

per leerling SO >=8

per leerling VSO

categorie 1

€ 702,26

€ 784,40

€ 575,27

categorie 2

€ 1.171,72

€ 1.252,44

€ 915,14

categorie 3

€ 1.545,44

€ 1.539,08

€ 1.066,91

BIJLAGE 3. BEKOSTIGING VOOR DE MATERIËLE INSTANDHOUDING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND SAMENHANGEND MET DE INRICHTING VAN DE ONDERSTEUNINGSSTRUCTUUR

1. Ondersteuningsbekostiging basisonderwijs.

Het bedrag, bedoeld in artikel 118, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 7,43.

2. Extra bekostiging.

Voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt op basis van artikel 115 van de Wet op het primair onderwijs voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband een extra vergoeding van € 223,32 per leerling verstrekt. Indien in het samenwerkingsverband meerdere speciale scholen voor basisonderwijs aanwezig zijn, vindt de verdeling van deze vergoeding plaats overeenkomstig de rekenregel ondersteuningsformatie:

l = p/q x (0,02 x r) x eerdergenoemd bedrag per leerling. De factor (0,02 x r) wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. In deze rekenregel hebben de componenten de volgende inhoud:

l = extra vergoeding MI voor een speciale school voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband

p = het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs, voor zover dat aan het desbetreffende samenwerkingsverband is toe te rekenen

q = het totale aantal leerlingen van alle speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen

r = het totale aantal leerlingen van alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen.

BIJLAGE 4. AANVULLENDE BEKOSTIGING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING VOOR ZWARE ONDERSTEUNING PRIMAIR ONDERWIJS EN VOORTGEZET ONDERWIJS VOOR HET SAMENWERKINGSVERBAND.

A. Primair onderwijs

1. Normbekostiging

Het bedrag, bedoeld in artikel 118, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 30,01.

2. Ondersteuningsbekostiging.

De bedragen, bedoeld in artikel 118, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs staan in onderstaande tabel.

Ondersteuningscategorie

so jonger dan 8

so 8 jaar en ouder

so categorie 1

€ 702,26

€ 784,40

so categorie 2

€ 1.171,72

€ 1.252,44

so categorie 3

€ 1.545,44

€ 1.539,08

B. Voortgezet onderwijs

1. Normbekostiging

Het bedrag, bedoeld in artikel 89a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is € 27,12

2. Ondersteuningsbekostiging

De bedragen, bedoeld in artikel 89a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs staan in onderstaande tabel.

Ondersteuningscategorie

vso

vso categorie 1

€ 575,27

vso categorie 2

€ 915,14

vso categorie 3

€ 1.066,91

BIJLAGE 5. VASTSTELLING BEDRAGEN TEN BEHOEVE VAN DE VEREVENINGREGELING MATERIËLE INSTANDHOUDING

A. Primair onderwijs

1. Normbekostiging ten behoeve van de vereveningsregeling

Het bedrag, bedoeld in artikel 118, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), is € 29,32.

2. Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF ten behoeve van de vereveningsregeling

De bedragen, bedoeld in artikel 70a van de Wet op het primair onderwijs, zoals die bepaling luidde op de dag direct voorafgaande aan het tijdstip waarop genoemd artikel is vervallen, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), staan in onderstaande tabel.

Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van:

bao

sbao

CLUSTER 4

€ 1.496,00

€ 1.272,00

LG

€ 1.550,00

€ 1.327,00

MG

€ 1.496,00

€ 1.272,00

LZ

€ 1.496,00

€ 1.272,00

ZMLK

€ 1.281,00

€ 1.058,00

ZMLK BB

€ 309,00

n.v.t.

3. Ondersteuningsbekostiging ten behoeve van de vereveningsregeling

De bedragen, bedoeld in artikel 118, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), staan in onderstaande tabel.

ondersteuningscategorie

so jonger dan 8

so 8 jaar en ouder

so cat 1 (CLUSTER 4, ZMLK,. LZ)

€ 702,26

€ 784,40

so cat 2 (LG)

€ 1.171,72

€ 1.252,44

so cat 3 (MG)

€ 1.545,44

€ 1.539,08

B. Voortgezet Onderwijs

1. Normbekostiging ten behoeve van de vereveningsregeling

Het bedrag, bedoeld in artikel 89a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), is € 26,50.

2. Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF ten behoeve van de vereveningsregeling

De bedragen, bedoeld in artikel 77a van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die bepaling luidde op de dag direct voorafgaande aan het tijdstip waarop genoemd artikel is vervallen, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), staan in onderstaande tabel.

Toelaatbaar verklaard tot (voortgezet) speciaal onderwijs aan/van:

Overig vo

Lwoo/pro

CLUSTER 4

€ 252,00

€ 252,00

LG

€ 432,00

€ 432,00

MG

€ 252,00

€ 252,00

LZ

€ 252,00

€ 252,00

ZMLK

€ 137,00

€ 137,00

3. Ondersteuningsbekostiging ten behoeve van de vereveningsregeling

De bedragen, bedoeld in artikel 89a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, ter berekening van de correctie, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), staan in onderstaande tabel.

ondersteuningscategorie

vso

vso cat 1 (CLUSTER 4, ZMLK, LZ)

€ 575,27

vso cat 2 (LG)

€ 915,14

vso cat 3 (MG)

€ 1.066,91

BIJLAGE 6. BEKOSTIGING VAN DE MATERIËLE VOORZIENINGEN TEN BEHOEVE VAN DE INSTANDHOUDING VAN RIJDENDE SCHOLEN

Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, is voor het jaar 2015 vastgesteld op € 16.484,21.

TOELICHTING

Deze regeling geldt zowel voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs als het voortgezet speciaal onderwijs en de samenwerkingsverbanden po en vo.

De programma's van eisen vormen de onderbouwing van de rijksvergoeding voor de materiële instandhouding van de scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. De bedragen van de programma's van eisen voor het jaar 2014, alsmede de bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de zorgstructuur voor dat jaar en het vaststellen van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen voor dat jaar, worden met ingang van het jaar 2015 aangepast volgens de methodiek die hieronder is beschreven onder het kopje ‘Prijsbijstelling’.

Prijsbijstelling

De bedragen van de programma's van eisen voor het jaar 2014 en de bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor 2015 en het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen zijn aangepast op basis van de werkelijke prijsontwikkeling in 2013, de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2014 en de verwachte prijsontwikkeling in 2015. Dit heeft geresulteerd in een bijstelling van –0,62% om op het prijsniveau voor het bekostigingsjaar 2015 te komen. De afzonderlijke vergoedingsbedragen voor het jaar 2014 zijn overeenkomstig dit percentage aangepast. Deze prijsbijstelling kan door de gehanteerde methodiek, waarin ook een verwachting is meegenomen, afwijken van de inflatiecorrectie die gaat gelden voor het desbetreffende jaar.

Op grond van artikel 113, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 111, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, kan de minister bij het vaststellen van deze regeling wijzigingen in de programma’s van eisen aanbrengen indien de toestand van ’s Rijks schatkist of onderwijskundige ontwikkelingen dat noodzakelijk maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. Hieronder worden deze wijzigingen toegelicht.

Buitenonderhoud

Bij wet van 7 mei 2014 (Stb. 2014, 175) zijn de WPO, de WEC en de WPO-BES gewijzigd. Met die wijziging worden de taken en budget voor aanpassing van onderwijshuisvesting van de gemeente per 1 januari 2015 overgeheveld naar de schoolbesturen. Daartoe zijn de bedragen in de programma’s van eisen verhoogd met in totaal 135 mln. Dit is niet het gehele bedrag dat is gemoeid met de overheveling; in het eerste jaar van inwerkingtreding van de wetswijziging is er een bedrag van € 23,8 mln gereserveerd voor een overgangsregeling.

Voor het (speciaal) basisonderwijs is het bedrag per m2 in het pve gebouwonderhoud verhoogd met € 13,33. Ten behoeve van de WEC is de basisbekostiging verhoogd met € 76,06 en is de bekostiging voor zware ondersteuning verhoogd met € 193,88.

Verder is een deel van het beschikbare budget inzetbaar voor de inhuur van expertise en/of een kennisbank huisvesting.

In volgende jaren zullen de bedragen verder worden verhoogd tot dat het totale budget van € 158,8 mln in de prijzen is verwerkt.

ICT

Om het scholen mogelijk te maken zich aan te sluiten bij ‘Vensters PO’ is de € 1 mln ontwikkelsunsidie toegevoegd aan de materiële bekostiging. Hiertoe is het bedrag per leerling in het programma van eisen Overige Uitgaven met € 0,64 verhoogd.

Daarnaast is de door Financiën toegekende prijsbijstelling van € 13 mln.iverwerkt. Het bedrag per leerling bij het pve Overige Uitgaven is daarom met € 8,31 verhoogd.

Passend onderwijs

De invoering van passend onderwijs betekent een verandering van de bekostigingssystematiek voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ((v)so). De materiële bekostiging bestaat met ingang van 1 januari 2015 uit de basisbekostiging en de ondersteuningsbekostiging. De basis bekostiging per leerling is voor alle (v)so scholen/instellingen gelijk. Voor de cluster 1 en 2 instellingen is de ondersteuningsbekostiging een vast bedrag per instelling en voor de cluster 3 en 4 scholen zijn er 3 categorieën leerlingen waarvoor een ondersteuningsbedrag wordt vastgesteld. Deze ondersteuningsbedragen worden in principe betaald door de samenwerkingsverbanden die daarvoor een normbekostiging voor de zware ondersteuning ontvangen. Omdat deze veranderingen leiden tot herverdeeleffecten bij samenwerkingsverbanden is er in artikel XIV en XVI, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) een overgangsregeling getroffen. In artikel 5 van deze regeling worden de daarvoor benodigde bedragen vastgesteld.

Administratieve lasten

In deze regeling worden alleen de bedragen van de programma’s van eisen PO en (V)SO en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverband voor het jaar 2015 vastgesteld. De regeling leidt daarom niet tot wijziging van de administratieve lasten.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015, tenzij de Tweede Kamer anders bepaalt. De leden van de Tweede Kamer kunnen tijdens de op deze regeling van toepassing verklaarde procedure, de zogeheten voorhangprocedure, gedurende een termijn van 4 weken aangeven dat zij overleg wensen over de voorgestelde inhoud van de regeling. Als dit overleg ook daadwerkelijk resulteert in een wijziging van de regeling, wordt voor 1 januari 2015 de inhoud van de regeling gewijzigd en wordt de regeling opnieuw gepubliceerd.

Voorlichting

Bij deze regeling horen twee digitale voorlichtingsbrochures die te raadplegen zijn via de website van DUO-CFI, www.cfi.nl.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker