Inkomstenbelasting. Aanmerkelijk belang. Wijziging van het besluit van 4 september 2012, nr. BLKB2012/101M, Staatscourant 2012, nr. 18480

17 september 2014

nr. BLKB2014/1321M

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit wijzigt het besluit van 4 september 2012, nr. BLKB2012/101M, Staatscourant 2012, nr. 18480 . De wijziging betreft een aanvulling van het besluit in verband met een versoepeling van een faciliteit. Het onbelast uitkeren van dividenden aan erfgenamen van vererfde aanmerkelijkbelangaandelen wordt verruimd.

Het besluit van 4 september 2012, nr. 2012/101M, Staatscourant 2012, nr. 18480, wordt gewijzigd als volgt.

ARTIKEL I

A

Aan onderdeel 1, eerste alinea wordt, na ‘de volgende onderdelen zijn nieuw opgenomen in het besluit’, ingevoegd:

  • onderdeel 3.2: ‘Onbelast reguliere voordelen genieten’: dit onderdeel heeft betrekking op verruiming van de mogelijkheid reguliere voordelen bij vererfde aandelen niet als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking te nemen;

B

Aan onderdeel 3 wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat luidt:

onderdeel 3.2 Onbelast reguliere voordelen genieten

Een belastingplichtige die aanmerkelijkbelangaandelen erft, heeft onder omstandigheden de mogelijkheid over die verkregen aandelen onbelast reguliere voordelen te genieten. De voordelen moeten onder andere zijn genoten binnen 24 maanden na het overlijden van de erflater en bij laatstgenoemde moet bij de overgang van de aandelen inkomen uit AB in aanmerking zijn genomen. Ook brengt de regeling mee dat de verkrijgingsprijs van de aandelen met het genoten voordeel wordt verlaagd (artikel 4.12a van de Wet IB 2001).

Dividend wordt op grond van het civiele recht uitgekeerd over alle aandelen in de vennootschap (artikel 2:201 BW). Dit kan bezwarend zijn voor degene die (ook) niet-vererfde aandelen in diezelfde vennootschap bezit (bijvoorbeeld de langstlevende die aandelen bezit krachtens huwelijksvermogensrecht). Alleen voor de vererfde aandelen bestaat nu immers recht op de faciliteit terwijl een dividenduitkering over alle aandelen plaatsvindt. Toepassing van de regeling heeft voor genoemde belastingplichtigen dus tot gevolg dat zij wat de niet-vererfde aandelen betreft verplicht worden geconfronteerd met een heffing in box 2. Dit acht ik niet gewenst. Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving het volgende goed.

Goedkeuring

  • 1 Ik keur goed dat de verkrijger krachtens erfrecht bovengenoemde faciliteit kan toepassen op zowel de vererfde aandelen/winstbewijzen als op de aandelen/winstbewijzen van dezelfde soort in dezelfde vennootschap die reeds in het bezit zijn op het tijdstip van overlijden.

  • 2 Ik keur onder de volgende 2 voorwaarden ook goed dat de erfgenamen voor wie de wettelijk vereiste 24-maandentermijn al is verstreken, desgewenst alsnog gebruik kunnen maken van de hiervoor geformuleerde verruimde faciliteit. Dit geldt ook voor de erfgenamen die:

    • in aanmerking zouden kunnen komen voor de verruimde faciliteit;

    • hiertoe geen verzoek hebben ingediend of gedeeltelijk hebben moeten afrekenen en

    • wiens aanslagen al onherroepelijk vaststaan.

Voorwaarden behorend bij goedkeuring 2

  • 1. Het verzoek moet uiterlijk op 31 december 2014 zijn ingediend bij de inspecteur.

  • 2. De reguliere voordelen moeten uiterlijk op 31 december 2014 zijn genoten.

Bovenstaande goedkeuringen gelden niet als de aandelen na het overlijdenstijdstip van de erflater geheel of gedeeltelijk zijn vervreemd.

ARTIKEL II

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op het moment dat de wijziging van artikel 4.12a Wet IB 2001 in werking treedt.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 17 september 2014

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, T.W.M. Poolen Lid van het managementteam Belastingdienst

Naar boven