BESLUIT: Op basis van het gestelde in artikel 7.17 van de Wet Milieubeheer, alsmede het Besluit milieu-effectrapportage hebben wij besloten geen MER te verlangen van aannemerscombinatie NijeDaam met betrekking tot de activiteit “Bemaling foliekuip Noordzijde Centrale As Midden 2” te Burgum.
Logo Wetterskip Fryslân
Op 1 september 2014 hebben wij van aannemerscombinatie Nije Daam de “Aanmeldingsnotitie Bemaling foliekuip Noordzijde Centrale As Midden 2” conform artikel 7.16, lid 1 van de Wet Milieubeheer (Wm) ontvangen. Wij dienen na te gaan of voor het besluit over de voorgenomen activiteit een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld.
Beschrijving en locatie van de voorgenomen activiteiten
Aannemerscombinatie Nije Daam heeft de opdracht aangenomen een aquaduct te realiseren in het Prinses Margrietkanaal te Burgum. Dit aquaduct is onderdeel van de nieuwe verbindingsweg genaamd “De Centrale As”.
Om een waterdicht bouwwerk te krijgen dient een folieconstructie te worden aangelegd. Deze folie moet in de eindsituatie het grondwater tegenhouden en de weg beschermen. Om de folie in den droge aan te kunnen leggen, dient een (bron)bemaling te worden aangelegd.
M.e.r . beoordelingsplicht
De m.e.r.-procedure is een traject waarin zo objectief mogelijk wordt onderzocht welke milieueffecten te verwachten zijn bij een bepaalde activiteit. Het besluit milieueffectrapportage maakt onderscheid tussen m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten.
De voorgenomen bronbemaling/grondwateronttrekking valt in categorie D15.2 van het Besluit m.e.r.. Op grond van deze categorie geldt de m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten die:
•De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater mogelijk maken, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m3 of meer per jaar. Het betreft het besluit, bedoeld in de artikelen 6.4 of 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel van het besluit tot vergunningverlening bedoeld in een verordening van een waterschap, in dit geval de Keur Wetterskip Fryslân 2013.
Voor deze bemaling van circa 8,9 miljoen m3 en een bemalingsduur van circa 40 weken is een onttrekkingsvergunning in het kader van de Waterwet van het Wetterskip Fryslân benodigd.
Dit betekent concreet dat op grond van de Wet milieubeheer moet worden beslist of voor dit project de procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) moet worden doorlopen. Daartoe is in opdracht van aannemerscombinatie Nije Daam een aanmeldingsnotitie opgesteld.
Het is aan het Wetterskip in haar rol als bevoegd gezag om op grond van deze aanmeldingsnotitie te bepalen of er sprake is van een noodzaak tot het opstellen van een MER. Deze beoordeling vindt plaats op basis van het ‘nee, tenzij-principe’; het opstellen van een MER is in principe niet nodig, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Wettelijke grondslag
Gelet op het Besluit milieueffectrapportage , onderdeel D, geldt er voor de voorgenomen activiteit geen MER-plicht. De voorgenomen activiteit is gericht op het onttrekken van meer dan 1,5 miljoen m3 grondwater binnen 1 jaar dat op grond van onderdeel D, categorie D 15.2 beoordeling plichtig is. Op basis van artikel 7.17 van de Wet Milieubeheer, dienen wij te beoordelen of bij de voorbereiding van de gevraagde vergunning voor deze activiteit een milieueffectrapportage moet worden gemaakt.
Toets
Overeenkomstig artikel 7.17, derde lid van de Wet Milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage, is getoetst of voor de voorgenomen activiteit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Hierbij is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria. Deze criteria hebben betrekking op:
  • 1.
    De kenmerken van de activiteit;
  • 2.
    De plaats van de activiteit;
  • 3.
    Kenmerken van het potentiele effect.
Overwegingen
Bij de kenmerken van de activiteit hebben we de volgende criteria in ogenschouw genomen:
  • -
    De omvang van het project;
  • -
    Cumulatie met andere projecten;
  • -
    Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
  • -
    De productie van afvalstoffen;
  • -
    Verontreiniging en hinder;
  • -
    Het risico van ongevallen.
Omvang van het project
Het plangebied ligt ten westen van Burgum, aan de noordzijde van het Prinses Margrietkanaal.
Het werkgebied waar de kuip gemaakt wordt is ongeveer 19 hectare groot. In het diepste deel van de kuip zal een grondwaterstandsverlaging van 14 meter noodzakelijk zijn. Door middel van een combinatie van deepwells, drains en filters zal dit gerealiseerd worden.
Cumulatie met andere projecten
In de directe omgeving van de Centrale As wordt in de komende jaren Waterfront Burgum gerealiseerd. De realisatie van saunacomplex Leeuwerikoeve vindt gelijktijdig met de bemaling plaats. Gezien de beperkt aard en omvang van dit project, wordt geen cumulatief effect op de bemaling verwacht. Er zijn verder geen andere ontwikkelingen die in samenhang moeten worden beschouwd.
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Er worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt.
Productie van afvalstoffen
Het grondwater dat wordt onttrokken, wordt deels retour bemalen in de bodem om de effecten van de grondwaterstandsdaling op te vangen. Het overige deel wordt geloosd op het Prinses Margrietkanaal. Formeel is er geen sprake van het produceren van afvalstoffen. De combinatie Nije Daam ontdoet zich echter wel van het overtollige grondwater, maar het gaat hier om grondwater dat niet verontreinigd is.
Verontreiniging en hinder,
Door het treffen van aanvullende maatregelen (in het bijzonder de retourbemaling) is er geen negatieve impact/hinder van de bemaling te verwachten op de omgeving. Dit geldt ook voor het grondwaterbeschermingsgebied (verontreiniging). Door middel van uitgebreide monitoring wordt gecontroleerd of er inderdaad geen negatieve impact is. Indien nodig wordt de bemaling bijgesteld of kunnen aanvullende maatregelen worden getroffen.
Hinder voor omwonenden zal voornamelijk ter plaatse van de bemalingsinstallaties kunnen plaatsvinden en heeft een tijdelijk karakter. De installaties staan niet dicht bij woonbebouwing, zodat geen hinder wordt ondervonden door direct omwonenden.
Het risico van ongevallen
De voorgenomen activiteit leidt er niet toe dat het Besluit risico zware ongevallen of het Besluit Externe veiligheid van toepassing wordt.
Er is geen sprake van een potentieel risicovolle activiteit.
Afweging
Er is geen sprake van (een mate van) verontreiniging en hinder of risico van ongevallen die het nodig maken dat een MER wordt opgesteld.
Bij de plaats van de activiteit hebben we de volgende criteria in ogenschouw genomen:
  • -
    Bestaand bodemgebruik;
  • -
    Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;
  • -
    Opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor “gevoelige gebieden”
Het bestaand bodemgebruik van de locatie waar de activiteiten plaatsvinden is op dit moment overwegend landbouwgrond.
Het gebied kenmerkt zich niet door de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen derhalve is dit aspect niet relevant voor de beoordeling.
De grondwaterstandsverlaging richting de omgeving wordt beperkt door het toepassen van retourbemaling en voldoende oppervlaktewater in de omgeving. Het overtollige grondwater wordt geloosd in het watersysteem van de Friese Boezem. De ten noordoosten en zuidwesten van de locatie gelegen grondwaterbeschermingsgebieden (drinkwaterwinning Noard Burgum),het ten westen gelegen natura 2000 gebied (De Alde Feanen) en de ten oosten gelegen EHS (Burgumer Mar) zullen geen significante hinder ondervinden van de activiteit.
Afweging
De mate van kwetsbaarheid van het milieu in het gebied waarop de voorgenomen activiteit van invloed is, achten wij verwaarloosbaar. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om een MER te verlangen.
Bij de kenmerken van het potentiële effect hebben we de volgende criteria in ogenschouw genomen:
  • -
    Het bereik van het effect;
  • -
    Grensoverschrijdend karakter;
  • -
    Orde van grootte en complexiteit van het effect;
  • -
    Waarschijnlijkheid van het effect;
  • -
    Duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
Deze moeten in samenhang met de eerste twee criteria van dit besluit in overweging worden genomen.
In de aanmeldnotitie is aangegeven tot waar het effect van de bemaling zich uitstrekt. Er is een modelberekening gemaakt met MicroFEM en dat laat zien dat er geen gevoelige objecten binnen de effectenzone aanwezig zijn.
De activiteit is niet grensoverschrijdend en er zijn geen onvoorziene effecten te verwachten die een potentieel risico vormen. De verlaging van de grondwaterstand wordt gevolgd door middel van monitoring en daar wordt actief op gestuurd.
Afweging
Er is geen sprake van potentiële aanzienlijke effecten die een MER rechtvaardigen.
Conclusie
Wij zijn van mening dat voor de uitvoering van de voorgenomen activiteit zich geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voordoen, waarvoor het opstellen van een MER noodzakelijk is. De kenmerken en plaats van de activiteit zijn niet van dien aard dat daardoor mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De kenmerken van het potentiële effect zijn voldoende inzichtelijk. Een nader onderzoek door het opstellen van een MER wordt niet noodzakelijk geacht.
Besluit
Op grond van de bovenstaande overwegingen en op basis van het gestelde in artikel 7.17 van de Wet Milieubeheer, alsmede het Besluit milieueffectrapportage hebben wij besloten geen MER te verlangen van aannemerscombinatie Nije Daam met betrekking tot de activiteit “Bemaling foliekuip Noordzijde Centrale As Midden 2” te Burgum.
Met vragen en/of opmerkingen over deze brief kunt u contact opnemen met de heer A. Slagter van de Cluster Vergunningverlening, telefoonnummer 058 2922806.
Namens het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân,
mevrouw mr. G. de Jong,
clustermanager Vergunningverlening.
Bezwaar
De aanmeldingsnotitie en het besluit hierop maken onderdeel uit van een procedure ter voorbereiding op de procedure voor een watervergunning. Op basis van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht staan de aanmeldingsnotitie en het besluit hierop niet open voor bezwaar of beroep tenzij belanghebbenden rechtstreeks in hun belang getroffen worden. Indien u het niet eens bent met de aanmeldingsnotitie of het besluit hierop, dan heeft u tijdens de procedure voor een watervergunning de mogelijkheid bezwaar hiertegen in te dienen.
Naar boven