Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2014, 24928 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2014, 24928 | Ontheffingen |
Datum: 28 augustus 2014
Nummer: ILT-2014/49197
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek van Air-Vision ontvangen op 30 mei 2014 door tussenkomst van EuroUSC en de aanvullende gegevens, ontvangen per e-mail op 29 juni, 17 juli en 4 augustus 2014, contactpersoon de heer J. Dummer, tel.: 043 6042180, e-mail: info@air-vision.nl;
Gezien het gegeven dat:
– lichte onbemande luchtvaartuigen volgens artikel 20 van het Luchtverkeersreglement voorrang moeten verlenen aan al het andere luchtverkeer; dat dit mogelijk is door binnen zichtafstand van de piloot te blijven en naast de piloot nog een waarnemer te verplichten;
– uitvoerende regelgeving in ontwikkeling is en internationaal overeenstemming bestaat over de uitgangspunten voor beroepsmatig gebruik van licht onbemande luchtvaartuigen op veilige afstand van mensenmenigten en gebouwen;
– EuroUSC in haar advies, kenmerk C0169 van 30 mei 2014, aangeeft dat
○ Air-Vision voldoende kennis en ervaring heeft om op verantwoorde wijze een vlucht uit te voeren met haar UAS;
○ de piloot van Air-Vision beschikt over een door EuroUSC afgegeven BNUC-S- certificaat;
○ Air-Vision beschikt over een goedgekeurd operationeel handboek waarin de verantwoordelijkheden en procedures zijn vastgelegd;
○ voor het lichte onbemande luchtvaartuig van het type DJI S800 (registratie PH-1CE) een Design and Construction Certificate is afgegeven door EuroUSC;
– Air-vision bij de aanvraag van een reeks projectontheffingen aannemelijk heeft gemaakt te kunnen zorgen voor een voldoende vluchtvoorbereiding;
– het verboden is om beroepsmatig deel te nemen aan het luchtverkeer met een licht onbemand luchtvaartuig, tenzij hiervoor ontheffing is verleend;
Gelet op de artikelen 2.1, vierde lid, 3.21 en 5.5, derde lid, van de Wet luchtvaart;
BESLUIT:
1. Aan Air-Vision wordt ontheffing verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.8, eerste lid, en 3.19a, eerste lid, van de Wet luchtvaart en van de verbodsbepaling van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling modelvliegen om beroepsmatig (luchtfotografie – aerial work; aerial photography)deel te nemen aan het luchtverkeer met een licht onbemand luchtvaartuig, type DJI S800, met nationaliteits- en inschrijvingskenmerk PH-1CE, zonder dat het luchtvaartuig is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid en geluidscertificaat.
2. Aan de de heer J. Dummer van Air-Vision wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor het beroepsmatig maken van (test)vluchten met het in het eerste lid genoemde lichte onbemande luchtvaartuig, zonder in het bezit te zijn van een geldig bewijs van bevoegdheid (RPA-L; VLOS, VFR daylight; (H) mtom < 25 kg; unpopulated area; non EU; non ICAO).
3. Air-Vision fungeert bij de voorbereiding en uitvoering van de vluchten als exploitant van het in het eerste lid genoemde lichte onbemande luchtvaartuig.
Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. Air-Vision mag vluchten met het in artikel 1, eerste lid, genoemde lichte onbemande luchtvaartuig uitvoeren op locaties in Nederland, tot een maximale hoogte van 120 meter (400 voet AGL) boven de grond of het water;
b. de vluchten vinden plaats binnen de daglichtperiode zoals gepubliceerd in het AIP Netherlands GEN2.7;
c. de vluchten vinden plaats binnen de geldigheidsperiode van deze beschikking;
d. de vluchten worden uitgevoerd in:
1°. klasse G luchtruim bij een vliegzicht van ten minste 1,5 kilometer en vrij van bewolking;
2°. klasse C luchtruim bij een vliegzicht van ten minste 5 kilometer en ten minste 300 meter (1000 ft) verticale en 1.500 meter horizontale afstand van bewolking;
3°. klasse D luchtruim bij een vliegzicht van ten minste 5 kilometer en ten minste 300 meter (1000 ft) verticale en 1.500 meter horizontale afstand van bewolking;
e. de vluchten mogen niet plaatsvinden boven mensenmenigten, constructies, gebouwen, vaartuigen of voertuigen;
f. de horizontale afstand tussen het onbemande luchtvaartuig, mensen, constructies (zoals windmolens), gebouwen, vaartuigen en voertuigen, bedraagt ten minste 150 meter;
g. constructies en gebouwen die onder zeggenschap vallen van de operator mogen binnen 150 meter worden benaderd onder voorwaarde dat de UAS op minstens 150 meter van vaartuigen, voertuigen en mensen blijft;
h. het lichte onbemande luchtvaartuig blijft binnen het gezichtsveld/Visual Line of Sight (hierna te noemen: VLOS) van de piloot;
VLOS wil in ieder geval zeggen dat de afstand van het luchtvaartuig tot de piloot, die het externe besturingsstation bedient, of de gekwalificeerde waarnemer maximaal 500 meter en de vlieghoogte maximaal 120 meter boven de grond of het water (400 ft AGL) bedraagt;
i. Air-Vision voert de vluchten uit volgens een goedgekeurd operationeel handboek;
j. Air-Vision maakt voor iedere vlucht:
1°. een operationeel plan;
2°. een risicoanalyse
3°. en bewaart deze minimaal tot de eerstvolgende audit;
k. Air-Vision coördineert de vluchten in:
1°. civiel beheerde CTR’s (met luchtruimklasse C) conform de door LVNL via de operationele helpdesk gepubliceerde procedures;
2°. militair beheerde CTR’s (met luchtruimlasse C of D) vooraf met de luchtverkeersleidingsdienst van de desbetreffende militaire luchthaven
en voert een vlucht in een CTR pas uit na verkregen toestemming van de desbetreffende luchtverkeersleidingsdienst; omdat de vlieger van Air-Vision niet beschikt over de bevoegdverklaring RT en Air-Vision en niet beschikt over een radiogrondstation voor tweezijdig radiocontact met de luchtverkeersdienst en hun onbemande luchtvaartuig niet is voorzien van een SSR-transponder met mode S, is die toestemming niet vanzelfsprekend;
l. Air-Vision coördineert vluchten in militaire laagvlieggebieden of in de buurt van militaire laagvliegroutes met:
1°. het Operatie- en Coördinatiecentrum (OCC) van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor laagvlieggebieden met de aanduiding ‘GLV’ (e-mail: p56503@mindef.nl, tel.: 0161 296770);
2°. de Koninklijke Militaire School Luchtmacht van de vliegbasis Woensdrecht voor de militaire laagvliegroute VO en de area Zuid-Hollandse Eilanden(e-mail: kmsl.ops.emvo@mindef.nl);
3°. het DHC, Bureau Operaties De Kooy, tel.: 0223 658553 (e-mail: DHC.currentops.860sq@mindef.nl) voor het militaire laagvlieggebied Wieringermeerpolder,
en voert deze vluchten pas uit nadat toestemming van de desbetreffende instantie is verkregen;
m. Air-Vision voert geen vluchten uit binnen een afstand van 3 nautische mijlen van de laagvliegroute Link 10;
n. Air-Vision zorgt ervoor dat de piloot altijd direct de koers en hoogte van het luchtvaartuig kan wijzigen, ook als bij normale vluchtuitvoering geen sprake is van manuele besturing van het onbemande luchtvaartuig;
o. Air-Vision wijst voor de desbetreffende vlucht een gezagvoerder aan onder wiens verantwoordelijkheid de vlucht wordt uitgevoerd; vóór de vlucht neemt de gezagvoerder kennis van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang kunnen zijn;1
p. Air-Vision wijst naast de gezagvoerder en/of piloot2 voor de desbetreffende vlucht een waarnemer aan; het is de taak van de waarnemer om de gezagvoerder te voorzien van informatie over de omgeving en de daarmee samenhangende botsingsrisico’s en zo nodig daaromtrent instructies te geven;
q. verzekering
1°. Air-Vision is verzekerd voor aansprakelijkheid bij ongevallen al dan niet resulterend in schade of letsel ten aanzien van derden;
2°. Air-Vision voldoet ten minste aan de verzekeringseisen zoals deze zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees parlement en de Raad van 21 april 2004, betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen;
r. Air-Vision stelt voor iedere vlucht ten minste één veilige positie voor het onbemande luchtvaartuig vast voor die gevallen waarbij de communicatie tussen het onbemande luchtvaartuig en het externe besturingsstation wordt verbroken;
s. Air-Vision stelt voor iedere vlucht een plan vast waaruit in ieder geval volgt dat de risico’s worden gemitigeerd van een mogelijke botsing met overig luchtverkeer dan wel mensenmenigten en gebouwen op de grond;
t. voorvalmeldingen
1°. Air-Vision meldt voorvallen en ernstige incidenten binnen 72 uur aan het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge de Regeling melding voorvallen in de burgerluchtvaart; zie www.ilent.nl onder ‘luchtvaartvoorval melden’ en www.ais-netherlands.nl voor AIC-B 02/10;
2°. ongevallen (= met gewonde(n) of dode(n)) moeten (na de hulpverleningsoproep) direct worden gemeld aan:
a) de OVV (tel: 0800 MELDOVV of 0800 6353 688), en
b) de crisiscoördinator van ILT (tel.: 070 456 3434);
3°. incidenten worden binnen Air-Vision geadministreerd en beoordeeld en het management bekijkt of deze moeten leiden tot verbeteringen van de bedrijfsvoering, in ieder geval wanneer de incidenten betrekking hebben op de vluchtuitvoering;
u. Air-Vision draagt er zorg voor dat iedere geplande vluchtuitvoering op een terrein aangewezen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik wordt gemeld bij de Inspectie via een e-mail aan meldingtug@ilent.nl; ingevolge artikel 35, derde lid, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen meldt de houder van de ontheffing ten minste 24 uur vóór de dag waarop het terrein zal worden gebruikt, dit voornemen schriftelijk of per e-mail aan de Minister en de burgemeester van de gemeente waarin het desbetreffende terrein ligt; de melding aan de Minister kan worden gedaan middels de melding aan de inspectie;
v. Air-Vision draagt er zorg voor dat iedere vlucht die onder deze beschikking valt ten minste 24 uur van te voren per e-mail wordt gemeld aan aviation-approvals@ilent.nl o.v.v. ‘Evaluatie beschikking Air-Vision ILT-2014/49197’ met toevoeging van het operationeel plan en de risicoanalyse van de betreffende vlucht;
w. het is de verantwoordelijkheid van Air-Vision dat voldoende voor de vluchtuitvoering met dit luchtvaartuig opgeleid, gekwalificeerd en vakkundig personeel wordt ingezet bij de lichte UAS-vluchtuitvoering;
x. personeel dat gemoeid is met de vluchtvoorbereiding of -uitvoering van de lichte UAS werkt niet met het systeem indien er sprake is van een omstandigheid waarbij vermoeidheid of een gevoel van niet fit zijn een gevaar voor de luchtwaardigheid of de vlucht zou kunnen opleveren;
y. Air-Vision initieert uiterlijk 5 dagen vóór de vlucht plaatsvindt de publicatie van een NOTAM waarin de UAS-activiteit bekend wordt gemaakt, voor
1°. vluchten die plaatsvinden onder of in civiel gecontroleerd luchtruim bij de Operationele Helpdesk LVNL, per e-mail ops_helpdesk@lvnl.nl;
2°. vluchten die plaatsvinden onder of in militair gecontroleerd luchtruim bij het AOCS NM per e-mail AOCS.AIS@mindef.nl;
z. Air-Vision zorgt ervoor dat de bestuurder(s) beschikt (beschikken) over voldoende recente ervaring; in de voorgaande 90 dagen ten minste 3 starts, naderingen en landingen; minder recente ervaring wordt ondervangen met een opfriscursus en een proeve van bekwaamheid;
aa. om in aanmerking te komen voor verlenging van de geldigheidsduur van de ontheffing:
1°. moet het onbemande luchtvaartuig worden gebruikt en onderhouden volgens de aanwijzingen van de fabrikant(en);
2°. moet iedere vlieger ten minste vijftien uur als gezagvoerder van het onbemande luchtvaartuig hebben gefunctioneerd, waarbij ten minste 12 vluchten zijn uitgevoerd;
3°. moet Air-Vision een adequaat trainingsprogramma voor een opfriscursus en proeve van bekwaamheid hebben en gebruiken voor bestuurders van lichte onbemande luchtvaartuigen die niet aan de ervaringseis meer voldoen;
4°. moet zijn gewerkt in overeenstemming met deze beschikking en de van toepassing zijnde regels uit of gebaseerd op de Wet luchtvaart;
5°. moet een audit hebben plaatsgevonden waarbij minimaal de volgende onderwerpen positief getoetst zijn:
a) werken conform het operationele handboek (inclusief de werking van het veiligheidsmanagementsysteem);
b) de logboeken;
c) de luchtwaardigheid van het gebruikte luchtvaartuig.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE SENIOR INSPECTEUR ILT/VERGUNNINGEN, A. Schurink-v.d. Klugt
Bezwaarclausule
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Zoals weersomstandigheden en -verwachtingen, ter plaatse geldende luchtverkeersregels (o.a. zichtbaar via de VFR-luchtvaartkaart Nederland en de luchtvaartgids www.ais-netherlands.nl) en eventuele bijzondere omstandigheden, bekendgemaakt in berichten aan luchtvarenden (NOTAMS).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2014-24928.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.