Tracébesluit Capaciteitsuitbreiding Coentunnel, Rijkswaterstaat

KENNISGEVING

Krachtens artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om de vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit. Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Milieu kennis van het feit dat het volgende besluit is genomen.

Welk besluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het Tracébesluit Capaciteitsuitbreiding Coentunnel is het volgende ontwerpbesluit voor cluster CTT 61 genomen overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4, Tracéwet juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht:

  • verkeersbesluit voor de intrekking van de in afwijking van de geldende maximumsnelheid van 100 km per uur vastgestelde tijdelijke maximumsnelheid van 80 km per uur op de rijksweg 10 tussen km 27.200 en het knooppunt Coenplein, de rijksweg 10 (noord) tussen het knooppunt Coenplein en km 32.700 en de rijksweg 8 tussen het knooppunt Coenplein en km 4.700 in de gemeenten Amsterdam, Zaanstad en Oostzaan.

Tegen het ontwerpbesluit zijn zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot wijziging van het voorgenomen besluit.

Het besluit is bekendgemaakt in de Staatscourant van 18 juli 2014.

Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?

Het besluit ligt met ingang van 21 juli 2014 tot en met 1 september 2014 tijdens kantooruren ter inzage bij Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Toekanweg 7 te Haarlem.

Hoe kunnen belanghebbenden beroep indienen?

Van 21 juli 2014 tot en met 1 september 2014 staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat alle beroepsgronden binnen de beroepstermijn bekend moeten zijn.

Het is niet toegestaan buiten de termijn nog (aanvullende) beroepsgronden aan te voeren.

Het instellen van beroep tegen het besluit geschiedt door indiening van een ondertekend beroepschrift dat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht, alsmede de gronden van het beroep bevat. Daarnaast dient u in het beroepschrift aan te geven tegen welk specifiek besluit beroep wordt ingesteld, aan wie het besluit is gericht en op welke datum het besluit is genomen.

Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet.

Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek tot een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd.

Voor het instellen van beroep en/of het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Meer informatie?

Voor nadere informatie met betrekking tot het besluit kunt u zich wenden tot de heer J.M. Bours, tel. 023 – 530 14 08.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd van de afdeling Werkenpakket RWS, S.J.S.D. Smit MPM

Naar boven