Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2014, 20467Besluiten van algemene strekking

Besluit van 11 juli 2014, houdende de aanwijzing aan de Gouverneur van Aruba tot het aanhouden van de vaststelling van de landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 en het doen van onderzoek naar de realiteit van de ramingen in de begrotingen en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juli 2014, nummer 2014-0000354235.

Overwegende, dat het wenselijk is de Gouverneur van Aruba een aanwijzing te geven tot het aanhouden van de vaststelling van de landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 en het doen van onderzoek naar de realiteit van de ramingen in de begrotingen en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba,

Gelet op de artikelen 15 en 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba;

Artikel 10 van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De Gouverneur van Aruba houdt de vaststelling van de door de Staten goedgekeurde landsverordening tot vaststelling van de door de Staten goedgekeurde begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 aan en doet onderzoek naar de realiteit van de ramingen in de door de Staten goedgekeurde begrotingen 2014 en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba. De Gouverneur kan voor het onderzoek de hulp inroepen van deskundigen.

  • 2. Het onderzoeksrapport bevat in ieder geval

    • a. de uiteenzetting of de ramingen in de begroting realistisch zijn;

    • b. de meerjarige gevolgen van de begroting voor het begrotings- of financieringstekort respectievelijk begrotingsoverschot en de staatsschuld; en

    • c. de cijfermatige weergave van de verhouding van deze meerjarige tekorten respectievelijk overschotten en de staatsschuld ten opzichte van in het Koninkrijk en internationaal gehanteerde criteria van houdbare overheidsfinanciën en terugbetalingscapaciteit.

Artikel 2

  • 1. De Gouverneur zendt het onderzoeksrapport zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 6 weken na de inwerkingtreding van dit besluit naar de minister van Financiën en Overheidsorganisatie van Aruba en, door tussenkomst van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de raad van ministers van het Koninkrijk.

  • 2. Indien het onderzoeksrapport daartoe aanleiding geeft, kan de Gouverneur de regering van Aruba uitnodigen binnen drie weken een nieuw voorstel van landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 dan wel een ontwerplandsverordening tot wijziging van de eerder goedgekeurde landsverordening voor advies voor te leggen aan de Raad van Advies. De in artikel 1, eerste lid genoemde aanhoudingsplicht vervalt, indien het onderzoeksrapport geen aanleiding geeft tot genoemde uitnodiging.

  • 3. Indien de minister van Financiën en Overheidsorganisatie van Aruba niet binnen twee weken schriftelijk aan de Gouverneur mededeelt bereid te zijn een nieuw voorstel van landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 dan wel een wijziging daarvan in procedure te brengen, vervalt de in artikel 1, eerste lid, genoemde aanhoudingsplicht en beslist de Gouverneur terstond over vaststelling van de door de Staten goedgekeurde landsverordening dan wel toepassing van artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba.

  • 4. Op een nieuw door de Staten goedgekeurd voorstel van landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 dan wel een door de Staten goedgekeurde wijziging van de eerder door de Staten goedgekeurde landsverordening zijn artikel 1 en artikel 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Op basis van het onderzoeksrapport dat tot stand komt na toepassing van het vierde lid, beslist de Gouverneur over vaststelling van het nieuwe door de Staten goedgekeurde voorstel dan wel het oorspronkelijke door de Staten goedgekeurde voorstel in combinatie met de door de Staten goedgekeurde wijziging van het voorstel, dan wel toepassing van artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

Wassenaar, 11 juli 2014

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze aanwijzing strekt ertoe de Gouverneur op te dragen niet te beslissen over de vaststelling van de begroting van het land Aruba dan nadat hij onderzoek heeft gedaan dat duidelijkheid verschaft over de stand van ’s lands financiën. Aruba is een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het land dient zorg te dragen voor het verwezenlijken van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijk bestuur, zoals is vastgelegd in artikel 43, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk. Autonomie houdt in dat Aruba geheel zelf verantwoordelijk is voor de overheidsfinanciën. Een deugdelijk financieel beleid is in het belang van de burgers van het land.

Met deze aanwijzing verzekert de koninkrijksregering dat de Gouverneur over voldoende informatie beschikt om te kunnen beslissen of hij de landsverordening tot vaststelling van de door de Staten goedgekeurde begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 (verder: de Landsverordening) kan ondertekenen (als landsorgaan) dan wel dat hij deze niet vaststelt (als koninkrijksorgaan). De koninkrijksregering acht deze aanwijzing nodig omdat haar zorgen over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën groot zijn, mede gezien de realisatiecijfers van voorgaande jaren (zie onderstaande tabel).

Tabel 1

Publieke sector

2009

2010

2011

2012

2013 (voorlopig)

Inkomsten

1.109

1.184

978

1.017

1.137

Uitgaven

1.229

1.337

1.283

1.435

1.434

Financieel tekort

– 163

– 189

– 325

– 442

– 335

Financieel tekort/GDP %

– 3.6

– 4.4

– 7.1

– 9.7

– 7.2

Overheidsschuld

2.226

2.394

2.793

3.063

3.412

Overheidschuld/GDP %

49.8

56.0

61.2

67.2

73.6

GDP (Bruto binnenlands product)

4.473

4.279

4.564

4.546

4.634

Bron: Centrale Bank van Aruba

Zorgen koninkrijksregering

Er bestaan grote zorgen bij de Rijksministerraad over de financiële situatie van de overheid en het begrotingsbeleid van Aruba. Zowel de Raad van Advies van Aruba1 als het IMF2 hebben de regering van Aruba geadviseerd het financieel beleid bij te stellen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) adviseerde in 2013 om de noodzakelijke additionele maatregelen te treffen om een risico op onhoudbare schulden te voorkomen. Het IMF voorzag bij het uitblijven van maatregelen dat Aruba in 2013 een financieel tekort zou hebben van – 5,7% ten opzichte van het bruto binnenlands product (GDP). In werkelijkheid is dat voorlopig – 7,2% geworden. Aruba volgt vooralsnog zelfs versneld het pad van het IMF dat het risico in zich draagt dat een onhoudbare staatsschuld ontstaat.

Het gerealiseerde tekort over 2013 was opnieuw aanzienlijk en boven de verwachting van Aruba en niet in lijn met het advies van het IMF. Met het oog op de houdbaarheid van de staatsschuld heeft het IMF geadviseerd dat er voor 2013 en 2014 gestreefd moet worden naar lagere tekorten dan waarvan de regering van Aruba uitging. Tevens adviseerde het IMF aan Aruba vanaf 2015 een overschot te genereren.

De regering van Aruba heeft in de concept begroting 2014 en de bij de behandeling in de Staten van Aruba gelijktijdig aangeboden ‘Nota Financiën 2014, behorende bij landsbegroting 2014’ met als ondertitel ‘Op weg naar duurzaam houdbare overheidsfinanciën’ gekozen van dit advies af te wijken zoals blijkt uit onderstaande tabel 2.

Tabel 2

Publieke sector

2014

2015

2016

2017

Inkomsten

1.150

1.190

1.234

1.294

Uitgaven

1.350

1.350

1.350

1.350

Financieel tekort

– 221

– 181

– 137

– 77

Financieel tekort/GDP %

– 4.6

– 3.7

– 2.7

– 1.4

Financieel tekort/GDP % volgens IMF bij ongewijzigd beleid (augustus 2013)

– 6

– 5,3

– 5

– 4,9

Overheidsschuld

3.633

3.814

3.951

4.028

Overheidschuld/GDP %

76.1

77.2

77.2

75.0

Overheidschuld/GDP % volgens IMF bij ongewijzigd beleid

75

77.2

79.4

81.5

GDP (Bruto binnenlands product)

4.774

4.940

5.118

5.371

Bron: Nota Financiën 2014, behorende bij landsbegroting 2014 met als ondertitel ‘Op weg naar duurzaam houdbare overheidsfinanciën’ en IMF landenrapport Aruba augustus 2013.

Zowel de absolute als de relatieve omvang van de in tabel 1 weergegeven tekorten zijn dusdanig dat de staatsschuld in hoog tempo is gestegen en verder zal stijgen. De ramingen door de Arubaanse regering van de ontwikkeling van de staatsschuld zijn herhaaldelijk te optimistisch gebleken. In het Financieel economisch memorandum van 24 mei 2012 ging de regering van Aruba bijvoorbeeld nog uit van een staatsschuld in 2016 van 54,1% ten opzichte van het GDP. In juni 2013 ging de regering van Aruba al uit van een staatsschuld van 61% ten opzichte van het GDP in 2016. Inmiddels is dat door Aruba opnieuw bijgesteld naar 77,2% ten opzichte van het GDP. De staatsschuld is ten opzichte van 1993 verdrievoudigd, ten opzichte van 2001 verdubbeld en ten opzichte van 2009 met meer dan de helft toegenomen. Op basis van de gegevens van de Centrale Bank van Aruba van juni 2014 is in het eerste kwartaal van 2014 de staatsschuld gestegen naar afgerond 75% van het GDP. Daarmee is eind maart al het niveau van eind 2014 van de staatsschuld bereikt volgens het IMF-scenario bij ongewijzigd beleid. Zo volgt Aruba een pad dat volgens het IMF binnen afzienbare tijd leidt naar een onhoudbare staatsschuld.

Met de gestegen staatsschuld zijn de rentelasten voor Aruba eveneens aanzienlijk toegenomen. De rentelasten zijn op basis van het advies van de Raad van Advies meer dan drie keer zo hoog dan door Curaçao en Sint Maarten maximaal toelaatbaar en wenselijk worden geacht op basis van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, namelijk 15,7%.

Op basis van de door de regering van Aruba verstrekte informatie vraagt de Rijksministerraad zich af of de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 (verder: de begroting 2014) in voldoende mate bijdragen aan een tijdig herstel van het evenwicht in de overheidsfinanciën van Aruba en de houdbaarheid op lange termijn daarvan. De Rijksministerraad vindt het van belang dat met de begroting 2014 het door de IMF geschetste pad dat bij ongewijzigd beleid kan leiden tot een onhoudbare staatsschuld wordt verlaten en dat een andere koers wordt gekozen. Ieder jaar dat daarmee gewacht wordt maakt de opgaaf van het IMF groter en dus moeilijker. De daadwerkelijke financiële effectuering van de door het IMF benodigd bevonden additionele maatregelen kost immers tijd. Gegeven het voorgaande is een reële en structureel houdbare begroting 2014 van cruciaal belang.

De Rijksministerraad sluit bovendien niet uit, mede op basis van de signalen van IMF en de Raad van Advies van Aruba, dat in de begroting 2014, waarbij geen fundamentele meerjarenramingen zijn opgenomen, nog belangrijke reeds te voorziene lasten en baten niet adequaat zijn verwerkt.

De Raad van Advies van Aruba geeft in essentie aan dat in de concept-begroting 2014 er onvoldoende inzicht bestaat in de gevolgen van3:

  • de doorwerking van structurele maatregelen over meerdere jaren;

  • het verloop van de rentelasten;

  • de doorwerking van public private partnership projecten op de (middel)lange termijn.

De Raad van Advies van Aruba geeft een aantal niet reële zaken danwel risico’s aan op het gebied van de tekorten in de fondsen inzake sociale zekerheid en de gezondheidszorg en de wettelijke aanzuiveringsplicht die het land heeft voor deze fondsen alsmede in plannen inzake de pensioenen voor ambtenaren (APFA).

De groei van de staatsschuld neemt meer en sneller toe dan begroot, waarmee tevens de rentelasten verder zullen stijgen. Op termijn zullen door de regering van Aruba gebruikersvergoedingen moeten worden betaald voor de projecten die thans door Public private partnerships gerealiseerd worden.

De twijfel aan de realiteit van de begroting 2014 wordt versterkt door het feit dat in de afgelopen jaren aanzienlijke verschillen bleken te bestaan tussen begrotings- en realisatiecijfers, waardoor begrotingstekorten van honderden miljoenen Arubaanse florijnen (Afl.) aan het einde van elk van de afgelopen drie jaar resteerden (tabel 1). De ramingen worden door Aruba voortdurend bijgesteld. In juni 2013 bijvoorbeeld raamde de regering nog een evenwicht (0% tekort) in 2016. Nu is dat geraamd op – 2,7%. Evenals bij de ramingen in de ontwikkeling van de overheidsschuld is er sprake van voortdurende bijstelling en opschuiven van een herstel van houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

Volgens recente cijfers van het het CBA (juni 2014) is het uitgavenniveau in het eerste kwartaal van 2014 (36 mln Afl) hoger dan in het eerste kwartaal van 2013. De eerste resultaten van 2014 geven een indicatie dat het balanced budget akkoord (waarin de regering onder meer een plafond in de uitgaven legt en aangeeft fors te bezuinigen ten opzichte van 2013) van Aruba nog niet in bereik ligt.

Voor 2014 verwacht de Raad van Advies4, op basis van de hem voorgelegde ontwerplandsverordening, een tekort in gelijke orde van grootte als voorgaande jaren. Het gemiddelde tekort in de afgelopen 5 jaren was afgerond 290 mln. Afl. De Raad van advies noemt een tekort van 288 mln. Afl. Dat tekort is exclusief eventuele resterende stelposten en risico’s.

Samenvattend kan gesteld worden dat de opeenstapeling van hoge en niet verwachte tekorten, het telkens opschuiven van het perspectief op herstel van een evenwicht en het sneller dan voorzien naderen van een onhoudbare staatsschuld – het IMF heeft aangegeven dat de kans op een onhoudbare staatsschuld groot is bij overschrijding van de 80% – de twijfel voeden over de realiteit van de begroting en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op langere termijn.

De Rijksministerraad concludeert dat in essentie het door de Raad van Advies geuite commentaar gedeeld wordt en acht het derhalve in aansluiting op het voorgaande essentieel dat er meer zekerheid komt over de realiteit (inclusief juistheid, volledigheid en controleerbaarheid) van de ramingen zoals opgenomen in de begroting 2014 en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba. In het licht van het advies van het IMF is de doorwerking van de begroting 2014 voor het meerjarig beeld de grootste zorg voor de Rijksministerraad.

Bij het aanhoudend uitblijven van eventueel nader gebleken noodzakelijke additionele maatregelen voor de begroting 2014 en verdere jaren kan de situatie leiden tot een onherstelbare cumulatie van de financiële problematiek die binnen afzienbare termijn leidt tot een onhoudbare staatsschuld.

Het voorafgaande proces

Bij diverse gelegenheden zijn de zorgen van de Rijksministerraad over de overheidsfinanciën van Aruba onderwerp van gesprek geweest tussen de minister-president en de minister van Financiën en Overheidsorganisatie van Aruba enerzijds en leden van de rijksministerraad anderzijds.

Zo is in de Rijksministerraad van 7 februari 2014 besloten dat Aruba diende te komen tot een vastgestelde begroting per 1 mei, gericht op een structureel meerjarig begrotingsevenwicht, en additionele maatregelen om dat evenwicht te bereiken. Daarbij diende de eerdere IMF advisering in ogenschouw te zijn genomen en een onafhankelijke toets op de begroting en het meerjarig beeld plaats te hebben gevonden. Aruba heeft tot op heden niet aan deze afspraken voldaan.

Nu duidelijkheid over de realiteit van de ramingen in de door de Staten behandelde begrotingstukken ontbreekt en gelet op de eerdergenoemde zorgen omtrent de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, en de Gouverneur voor de beslissing staat de landsverordening tot vaststelling van de begrotingen 2014 te bekrachtigen is, gegeven het voorgaande, eerst nader onderzoek onontbeerlijk.

Reactie Aruba

De regering van Aruba onderkent dat het land voor omvangrijke financiële risico’s en uitdagingen staat. De regering van Aruba stelt dat zij daarom reeds maatregelen heeft genomen om de tekorten te beperken en de houdbaarheid op lange termijn te realiseren. Zo heeft de regering van Aruba besloten tot invoering van de balanced budget rule, met onder andere een uitgavenplafond van Afl. 1.350 mln.

Ook heeft Aruba bijvoorbeeld inmiddels maatregelen genomen om de pensioenleeftijd te verhogen naar 65 jaar en zijn bezuinigingen doorgevoerd op de beoogde uitgaven (exclusief kapitaaldienst) die oorspronkelijk waren geraamd op Afl. 1.410 mln.

Wat betreft de in de Rijksministerraad van 7 februari 2014 gemaakte afspraken, heeft Aruba alleen ten aanzien van de onafhankelijke toets op de begroting 2014 in haar brief van 15 mei 2014 een eerste voorstel gedaan. Dat voorstel hield in om een interim ‘Fiscal Council’ te belasten met de beoordeling van de begroting 2014, de daarin verwerkte uitgangspunten, het financieringstekort van 4,6%, alsmede de evaluatie van de meerjarenraming voor de periode tot en met 2017 en het daarin voorgenomen herstelpad om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te garanderen.

Op de bovenbedoelde brief van Aruba heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij brief van 28 mei 2014 geantwoord dat wordt vastgehouden aan de besluitvorming van de Rijksministerraad van 7 februari 2014 en dat de begroting na behandeling door de Staten pas wordt bekrachtigd door de Gouverneur als voldaan is aan de drie afspraken. Daarvan is tot op heden geen sprake.

De aanwijzing

De aanwijzing houdt in dat de Gouverneur de door de Staten goedgekeurde landsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 dient aan te houden en onderzoek verricht naar de realiteit van de ramingen in de begrotingen en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba.

Doel van deze aanwijzing is om informatie te vergaren die de Gouverneur in staat zal stellen een afgewogen beslissing te nemen of hij de landsverordening zal vaststellen of niet. Het te verzamelen materiaal betreft de realiteit van de ramingen in de begrotingen 2014 en de meerjarige doorwerking daarvan. Dit met het oog op een terugkeer naar een herstel van evenwicht op de begroting en beheersing van de staatsschuld en overheidsfinanciën op langere termijn. Het uitblijven van financiële effecten van cruciale maatregelen kan, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek, tot een onherstelbare cumulatie van de financiële problematiek leiden met gevolgen voor 2014 en volgende jaren en Aruba doen afstevenen op een onhoudbare staatsschuld.

Met het onderzoeksrapport kunnen de Arubaanse regering, de Gouverneur en de Rijksministerraad zich een beeld vormen van wat nodig is voor houdbare overheidsfinanciën, ook in 2015 en latere jaren.

Gegeven de reikwijdte en de benodigde expertise voor een dergelijk onderzoek ligt het in de rede dat de Gouverneur deskundigen inschakelt. Het is daarbij van belang dat het onderzoek op de kortst mogelijke termijn plaatsvindt.

Grondslag

Landsverordeningen worden op grond van artikel II.7 van de Staatsregeling van Aruba ondertekend door de Gouverneur en een of meer ministers. Indien de Gouverneur een landsverordening in strijd acht met het Statuut, een internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan wel met belangen, waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk is, stelt hij de landsverordening niet vast (artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba).

Met dit besluit geeft de koninkrijksregering een aanwijzing aan de Gouverneur op basis van artikel 15 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba, op welke wijze hij met de bevoegdheid die artikel 21 van genoemd Reglement hem als koninkrijksorgaan geeft, dient om te gaan. De bevoegdheid te beslissen over al dan niet vaststelling van de landsverordening blijft bij de Gouverneur. Deze beslissing dient hij alleen aan te houden in afwachting van het door hem in te stellen onderzoek en een eventuele reactie van de Arubaanse regering. De aanwijzing bepaalt ook wanneer die aanhoudingsplicht vervalt (artikel 2, tweede lid, derde lid, en vijfde lid). De beslissing of de begroting 2014 naar aanleiding van het onderzoek wordt aangepast en zo ja, in welke zin, blijft bij de Arubaanse regering en Staten.

Het onderzoek

Onderzocht zullen worden de realiteit van de ramingen in de begrotingen 2014 en de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Aruba.

Het onderzoeksrapport bevat in ieder geval:

  • a. de uiteenzetting of de ramingen in de begroting realistisch zijn;

  • b. de meerjarige gevolgen van de begroting voor het begrotings- of financieringstekort respectievelijk -overschot en de staatsschuld; en

  • c. de cijfermatige weergave van de verhouding van deze meerjarige tekorten respectievelijk overschotten en de staatsschuld ten opzichte van in het Koninkrijk en internationaal gehanteerde criteria van houdbare overheidsfinanciën en terugbetalingscapaciteit.

Het betreft een beoordeling van begrotingtechnische aard. Er worden geen beleidsadviezen gegeven. De bevindingen van het onderzoek, die zoveel mogelijk kwantitatief dienen te zijn, maken zonder de beleidsadviezen en opvattingen over welke criteria voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën gehanteerd moeten worden, beoordeling door de regering van Aruba en de Rijksministerraad wel mogelijk.

De beoordeling van de realiteit van de ramingen in de begroting wordt zowel kwalitatief en waar mogelijk kwantitatief onderbouwd. De kwantitatieve aanpassingen naar het oordeel van de Gouverneur leiden tot een reëel beeld van de gevolgen voor de meerjarige ontwikkeling van de overheidsfinanciën in termen van tekorten respectievelijk overschotten en de staatsschuld. Voor het derde en laatste onderdeel van het onderzoeksrapport geldt dat voor de regering van Aruba en de Rijksministerraad zoveel als mogelijk kwantitatief duidelijk wordt welke afstand er bestaat ten opzichte van in het Koninkrijk en internationaal gehanteerde criteria van houdbare overheidsfinanciën.

De analyse behelst onder meer:

  • o Een onderzoek of de structurele lasten worden gedekt door structurele baten;

  • o Een analyse van de realiteit van de onderliggende ramingen. Specifieke aandacht is er daarbij onder meer voor de economische en demografische ontwikkelingen, vervangingsinvesteringen, onderhoudsramingen, kosten voor nieuw beleid, bezuinigingen/ombuigingen, noodzakelijke lasten, loon en prijspeil;

  • o Houdbaarheid van de ramingen mede met het oog op het meerjarenperspectief op een aantal specifieke terreinen: belastingen (inkomsten), eventuele grondexploitatie, weerstandcapaciteit en weerstandsvermogen (derhalve risicobeoordeling), kapitaalgoederen, verbonden partijen en treasury;

  • o Een analyse van de doorwerking van financiële risico’s binnen de collectieve sector5 van Aruba als geheel voor zover betrekking hebbend op het evenwicht van de begroting (mede met het oog op het meerjarenperspectief), zoals risico’s voortvloeiend uit Publiek private samenwerkingsconstructies, zorg/pensioenfondsen, overheids-NV’s.

  • o De realiteit van de ramingen van tekort- en schuldcijfers van Aruba bij voortzetting van het in de ontwerpbegroting opgenomen beleid.

Artikel 24 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba is onverkort van toepassing. Dit bepaalt dat de landsorganen op verzoek van de Gouverneur hun medewerking bij de uitoefening van de aan de Gouverneur in dit reglement toegekende bevoegdheden verlenen, en dat de onder de landsorganen ressorterende diensten en ambtenaren daartoe ten dienste van de Gouverneur staan. De raad van ministers van Aruba dienen dus de Gouverneur alle inlichtingen te verstrekken die de Gouverneur voor de uitoefening van zijn taken op grond van dit besluit nodig acht. Dat kan betekenen dat er nieuwe informatie moet worden gegenereerd. Tot de te verstrekken inlichtingen kunnen ook de gegevens van de desbetreffende collectieve sector van de landen behoren, voor zover de ministers over deze gegevens beschikken of voor zover zij deze kunnen opvragen. De raad van ministers dient de Gouverneur dan wel de door hem aangewezen vertegenwoordigers, te allen tijde toegang te geven tot dan wel inzage in alle goederen, administraties, documenten en andere informatiedragers.

De Gouverneur en de door hem ingeschakelde onderzoekers hebben zich uiteraard te houden aan de met betrekking tot natuurlijke personen en rechtspersonen in Aruba geldende geheimhoudingsbepalingen.

Na het onderzoek

De Gouverneur presenteert de bevindingen in een onderzoeksrapport aan de minister van Financiën en Overheidsorganisatie van Aruba en, door tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de Rijksministerraad. De Gouverneur beslist vervolgens of het rapport aanleiding geeft tot vaststelling van de landsverordening dan wel tot een uitnodiging aan de Arubaanse regering tot aanpassing van de begrotingen. Op basis van de bevindingen in het rapport is het aan de regering van Aruba om te besluiten of zij een nieuwe ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begrotingen van de ministeries van het land voor het begrotingsjaar 2014 dan wel een eerste begrotingswijziging daarop bij de Staten zal indienen. Overigens ligt het in de rede dat eventuele bevindingen over de meerjarenramingen tenminste worden vertaald naar de begroting 2015 (inclusief de door de regering aangegeven op te stellen meerjarenraming).

Als de regering niet binnen een termijn van twee weken schriftelijk aan de Gouverneur meedeelt dat zij tot aanpassing van de begrotingen zal overgaan, vervalt de aanhoudingsplicht en is het aan de Gouverneur te beslissen of hij de landsverordening al dan niet ondertekent.

Artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba bepaalt dat indien de Gouverneur deze niet vaststelt (wegens strijd met het Statuut, een internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan wel met belangen, waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk is, artikel 21 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba), hij de koninkrijksregering hiervan in kennis stelt. Vervolgens zal de koninkrijksregering, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, moeten beoordelen of de Gouverneur terecht heeft geoordeeld dat de gestelde strijd bestaat. Indien de koninkrijksregering het oordeel van de Gouverneur onderschrijft, kan de landsverordening dus niet tot stand komen en moet een nieuwe ontwerplandsverordening in procedure worden gebracht.

Indien de regering van Aruba de begrotingen 2014 aanpast naar aanleiding van de onderzoeksresultaten zullen deze wederom worden onderzocht. Vervolgens zal de Gouverneur moeten beslissen of hij de nieuwe door de Staten goedgekeurde landsverordening, dan wel de eerste door de Staten goedgekeurde begrotingswijziging op de door de Staten goedgekeurde begrotingen, zal bekrachtigen.

Indien de begrotingen dan in strijd zijn met hoger recht of een van de belangen waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk is, zal de Gouverneur de aangepaste begrotingen niet vaststellen en de Rijksministerraad daarvan op de hoogte stellen.

Ook hier geldt dat de koninkrijksregering, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, zal moeten beoordelen of de Gouverneur terecht heeft geoordeeld dat de gestelde strijd bestaat. Indien de koninkrijksregering het oordeel van de Gouverneur onderschrijft, kan de landsverordening dus niet tot stand komen en moet een nieuwe ontwerplandsverordening in procedure worden gebracht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Brief RvA, kenmerk, 229-13, van 16 december 2013, http://www.rva.aw/images/pdf/adviezen/2013/229-13.pdf; en brief RvA, kenmerk RvA 71-14, 9 mei 2014; http://www.rva.aw/images/pdf/adviezen/2014/71-14.pdf

X Noot
2

IMF country report No 13/258, Kingdom of the Netherlands – Aruba, augustus 2013, http://www.imf.org/external/pubs/cat/longres.aspx?sk=40869.0

X Noot
3

Brief RvA, kenmerk RvA 71-14, 9 mei 2014; http://www.rva.aw/images/pdf/adviezen/2014/71-14.pdf

X Noot
4

Brief RvA, kenmerk RvA 71-14, 9 mei 2014; http://www.rva.aw/images/pdf/adviezen/2014/71-14.pdf.

X Noot
5

Zoals gedefinieerd door het System of National Accounts (https://unstats.un.org/unsd/nationalaccount/sna.asp)