Beschikking, houdende ontheffing voor het beroepsmatig uitvoeren van vluchten met de onbemande luchtvaartuigsystemen Altura AT8 Pro zonder BvI, BVL, geluidscertificaat en BVB door de Universiteit van Wageningen (projectontheffing PPO-WUR)

Datum: 11 juli 2014

Nummer: ILT-2014/43672

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek van de Universiteit van Wageningen, ontvangen op 27 juni en aangevuld op 9 juli 2014, contactpersoon de heer L. Kooistra, tel.: 0317 481604, e-mail: lammert.kooistra@wur.nl;

Gezien het gegeven dat:

  • lichte onbemande luchtvaartuigen (UAS) volgens artikel 20 van het Luchtverkeersreglement voorrang moeten verlenen aan al het andere luchtverkeer; dat dit mogelijk is door binnen zichtafstand van de piloot te blijven en naast de piloot nog een waarnemer te verplichten;

  • uitvoerende regelgeving in ontwikkeling is en internationaal overeenstemming bestaat over de uitgangspunten voor beroepsmatig gebruik van UAS op veilige afstand van mensenmenigten, voertuigen, vaartuigen, objecten en gebouwen;

  • het verboden is om beroepsmatig deel te nemen aan het luchtverkeer met een UAS, tenzij hiervoor ontheffing is verleend;

  • de Universiteit van Wageningen (WUR) voldoende kennis en ervaring heeft om op verantwoorde wijze vluchten uit te voeren met haar UAS’en op deze locatie;

  • de piloten van de WUR beschikken over een door EuroUSC afgegeven BNUC-S-certificaat;

  • de WUR beschikt over een bedrijfshandboek dat weliswaar nog in ontwikkeling is, maar al wel alle essentiële procedures bevat die nodig zijn om veilig te kunnen werken met UAS;

Gelet op de artikelen 2.1, vierde lid, 3.21 en 5.5, derde lid, van de Wet luchtvaart;

BESLUIT:

Artikel 1

  • 1. Aan de WUR wordt ontheffing verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.8, eerste lid, en 3.19a, eerste lid, van de Wet luchtvaart en van de verbodsbepaling van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling modelvliegen om beroepsmatig deel te nemen aan het luchtverkeer met de UAS’en, type Altura AT8 Pro, met nationaliteits- en inschrijvingskenmerk PH-1CK en PH-1CL, zonder bewijs van inschrijving en zonder dat de luchtvaartuigen zijn voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid en geluidscertificaat.

  • 2. Aan de navolgende medewerkers van de WUR wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor het beroepsmatig maken van (test)vluchten met de in het eerste lid genoemde UAS’en zonder in het bezit te zijn van een geldig bewijs van bevoegdheid:

    • a. de heer J. Franke;

    • b. de heer H. Bartholomeus;

    • c. de heer L. Kooistra.

  • 3. De WUR fungeert bij de voorbereiding en uitvoering van de vluchten als exploitant van de in het eerste lid genoemde UAS’en.

Artikel 2

Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:

  • a. de WUR mag vluchten met de in artikel 1, eerste lid, genoemde UAS’en uitvoeren bij:

    • 1°. Lelystad, op de locatie met coördinaten 52°32’37.26”N – 005°32’37.69”E, tot een maximale hoogte van 120 meter (400 ft AGL) boven de grond of het water;

    • 2°. Marknesse, op de locatie met coördinaten 52°42’34.62”N – 005°50’07.31”E, tot een maximale hoogte van 120 meter (400 ft AGL) boven de grond of het water;

  • b. de vluchten vinden plaats binnen de geldigheidsperiode van deze beschikking;

  • c. de vluchten vinden plaats gedurende de daglichtperiode zoals gepubliceerd in het AIP Netherlands GEN2.7;

  • d. de vluchten worden uitgevoerd bij een vliegzicht van ten minste 1,5 km en vrij van bewolking;

  • e. de vluchten mogen niet plaatsvinden boven mensenmenigten, constructies, bewoonde gebouwen, vaartuigen of voertuigen;

  • f. de horizontale afstand tussen de UAS en mensen, constructies, gebouwen, vaartuigen en voertuigen, bedraagt ten minste 150 meter;

  • g. constructies en gebouwen die onder zeggenschap vallen van de operator mogen binnen 150 meter worden benaderd onder voorwaarde dat de UAS op minstens 150 meter van vaartuigen, voertuigen en mensen blijft;

  • h. de UAS blijft binnen het gezichtsveld/Visual Line of Sight (hierna te noemen: VLOS) van de piloot;

    VLOS wil in ieder geval zeggen dat de afstand van het luchtvaartuig tot de piloot, die het externe besturingsstation bedient, of de gekwalificeerde waarnemer maximaal 500 meter en de vlieghoogte maximaal 120 meter boven de grond of het water (400 ft AGL) bedraagt;

  • i. de WUR voert de vluchten uit volgens het operationeel plan van v 1.1 van 9 juli 2014;

  • j. de WUR zorgt ervoor dat de piloot altijd direct de koers en hoogte van het luchtvaartuig kan wijzigen, ook als bij normale vluchtuitvoering geen sprake is van manuele besturing van de UAS;

  • k. de WUR wijst voor de desbetreffende vlucht een gezagvoerder aan onder wiens verantwoordelijkheid de vlucht wordt uitgevoerd; vóór de vlucht neemt de gezagvoerder kennis van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang kunnen zijn;1

  • l. de WUR wijst naast de gezagvoerder en/of piloot2 voor de desbetreffende vlucht een waarnemer aan; het is de taak van de waarnemer om de gezagvoerder te voorzien van informatie over de omgeving en de daarmee samenhangende botsingsrisico’s en zo nodig daaromtrent instructies te geven;

  • m. verzekering

    • 1°. de WUR is verzekerd voor aansprakelijkheid bij ongevallen al dan niet resulterend in schade of letsel ten aanzien van derden;

    • 2°. de WUR voldoet ten minste aan de verzekeringseisen zoals deze zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004, betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen;

  • n. de WUR stelt voor iedere vlucht ten minste één veilige positie voor de UAS vast voor die gevallen waarbij de communicatie tussen de UAS en het externe besturingsstation wordt verbroken;

  • o. de WUR stelt voor iedere vlucht een plan vast waaruit in ieder geval volgt dat de risico’s worden gemitigeerd van een mogelijke botsing met overig luchtverkeer dan wel mensenmenigten en gebouwen op de grond;

  • p. voorvalmeldingen

    • 1°. de WUR meldt voorvallen en ernstige incidenten binnen 72 uur aan het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge de Regeling melding voorvallen in de burgerluchtvaart; zie www.ilent.nl onder ‘luchtvaartvoorval melden’ en www.ais-netherlands.nl voor AIC-B 02/10;

    • 2°. ongevallen (= met gewonde(n) of dode(n)) moeten (na de hulpverleningsoproep) direct worden gemeld aan:

      • a) de OVV via 0800 MELDOVV of 0800 6353 688, en

      • b) de crisiscoördinator van ILT: 070 456 3434;

    • 3°. incidenten worden binnen de WUR geadministreerd en beoordeeld en het management bekijkt of deze moeten leiden tot verbeteringen van de bedrijfsvoering, in ieder geval wanneer de incidenten betrekking hebben op de vluchtuitvoering;

  • q. de WUR draagt ervoor zorg dat iedere geplande vluchtuitvoering op een terrein aangewezen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik wordt gemeld bij de Inspectie via een e-mail aan meldingtug@ilent.nl; ingevolge artikel 35, derde lid, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen meldt de houder van de ontheffing ten minste 24 uur vóór de dag waarop het terrein zal worden gebruikt, dit voornemen schriftelijk of per e-mail aan de minister en de burgemeester van de gemeente waarin het desbetreffende terrein ligt; de melding aan de minister kan worden gedaan via de melding aan de inspectie;

  • r. het is de verantwoordelijkheid van de WUR dat voldoende voor de vluchtuitvoering met dit luchtvaartuig opgeleid, gekwalificeerd en vakkundig personeel wordt ingezet bij de lichte UAS-vluchtuitvoering;

  • s. personeel dat gemoeid is met de vluchtvoorbereiding of -uitvoering van de lichte UAS werkt niet met het systeem indien er sprake is van een omstandigheid waarbij vermoeidheid of een gevoel van niet fit zijn een gevaar voor de luchtwaardigheid of de vlucht zou kunnen opleveren;

  • t. de WUR initieert uiterlijk 5 dagen vóór de vlucht plaatsvindt de publicatie van een NOTAM, waarin de UAS-activiteiten bekend worden gemaakt, bij het AIS AOCS NM, per e-mail AOCS.AIS@mindef.nl.

Artikel 3

Het handelen in strijd met deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking op 14 juli 2014 en vervalt op 1 augustus 2014.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE SENIOR INSPECTEUR ILT/VERGUNNINGEN, A. Schurink-v.d. Klugt

Bezwaarclausule

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag


X Noot
1

Zoals weersomstandigheden en -verwachtingen, ter plaatse geldende luchtverkeersregels (o.a. zichtbaar via de VFR-luchtvaartkaart Nederland en de luchtvaartgids www.ais-netherlands.nl) en eventuele bijzondere omstandigheden, bekendgemaakt in berichten aan luchtvarenden (NOTAMS).

X Noot
2

De gezagvoerder is degene die eindverantwoordelijk is voor de vluchtuitvoering.

Naar boven