Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2014, 19735Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 7 juli 2014, nr. IENM/BSK-2014/137903, tot vervanging van bijlage 2 van het besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 21 januari 2013, nr. IENM/BSK-2013/6117, tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2013

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 7.21, eerste lid, van de Binnenvaartregeling;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Bijlage 2 van het besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 21 januari 2013, nr. IENM/BSK-2013/6117, tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2013 wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, Namens deze, DE DIRECTEUR MARITIEME ZAKEN, B.C.M. Gijsbers

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen dit besluit binnen zes weken na de dag, waarop dit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Milieu, ter attentie van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, sector Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20906, 2500 EX Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener

  • b. de dagtekening

  • c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

BIJLAGE BIJ HET BESLUIT VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU NR. IENM/BSK-2014/137903

Bijlage 2 examenreglementen en examenprogramma's van de Stichting VAMEX als bedoeld in artikel 2 van het besluit tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2013

Examenreglementen ten behoeve van de examens voor het klein vaarbewijs en het examen CWO groot motorschip

Zie de reglementen voor de examens voor het klein vaarbewijs en het diploma CWO groot motorschip op de website van VAMEX.

Examenprogramma bij het Examenreglement ten behoeve van de examens KVBl en KVB2

KVB1

Het examen KVB1 omvat de volgende onderdelen:

  • A. De wettelijke bepalingen voor zover deze van belang zijn voor de veiligheid van de vaart op die wateren

    • 1. Scheepvaartverkeerswet (SVW)

      SVW als basis voor de scheepvaartreglementen.

      Het varen onder invloed van bepaalde stoffen (zoals alcohol), de ademtest en de ademanalyse. Het intrekken van het vaarbewijs en de ontzegging van de vaarbevoegdheid.

    • 2. Binnenvaartwet (BVW)

      Het belang van de BVW voor de recreatievaart.

    • 3. Wetboek van Koophandel

      Verplichting tot hulpverlening in gevaarsituaties en bij aanvaring en tot het verstrekken van gegevens bij aanvaring.

    • 4. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

      Toepassingsgebied. Betekenis van enige uitdrukkingen. Verplichtingen van de schipper, de bemanning en andere personen die zich aan boord bevinden. Kentekens op schepen.

      Lichten en dagtekens. Geluidsseinen en regels voor marifoon. Vaarregels. Regels voor het stilliggen.

      Bijzondere bepalingen voor snelle motorboten en andere kleine schepen.

    • 5. Het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR)

      Toepassingsgebied. Betekenis van enige uitdrukkingen. Verplichtingen van de schipper, de bemanning en andere personen die zich aan boord bevinden. Lichten, dagtekens, geluidsseinen en vaarregels, in het bijzonder voor zover afwijkend van het Binnenvaartpolitiereglement.

      BPR-bepalingen die van toepassing zijn op RPR-gebied.

    • 6. Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT)

      Toepassingsgebied.

  • B. De behandeling van de voortstuwingswerktuigen; de veiligheidsmaatregelen

    • 1. Enige basis motorkennis en de behandeling van de voortstuwingswerktuigen

      Zorg te besteden aan de voortstuwingswerktuigen vóór, tijdens en ná het varen.

    • 2. De veiligheidsmaatregelen

      Maatregelen in acht te nemen ter voorkoming van brand en explosie.

      Bekend zijn met de blusmethoden en te gebruiken blusstof bij brand in: vaste stoffen, brandbare vloeistoffen, flessengas en in onder elektrische spanning staande apparaten.

      Plaatsing en gebruik van brandblusmiddelen.

      Plaatsing en gebruik van reddingsmiddelen.

      Plaatsing van radarreflectoren.

    • 3. Milieu

      Geluid.

      Vuilwaterafvoer.

  • C. De waterwegen, de omstandigheden van het vaarwater; elementaire meteorologie

    • 1. De waterwegen, de omstandigheden van het vaarwater

      De op kanalen, rivieren en meren voorkomende bebakening, betonning en verlichting, alsmede de verkeerstekens langs of boven de vaarwateren.

      Het NAP en andere vergelijkingsvlakken.

      Diepten en brughoogten, peilschalen en hoogteschalen.

      Het gebruik van de waterkaarten, nautische boekwerken en wateralmanakken.

    • 2. Elementaire meteorologie

      Het ontvangen van weerberichten via de diverse beschikbare communicatiekanalen en het interpreteren van de verkregen informatie.

      De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte begrippen.

  • D. Het varen en manoeuvreren, de onder bijzondere omstandigheden te nemen maatregelen

    • 1. Theoretische kennis van het varen en manoeuvreren

      Schroef- en roerwerking.

      Draaicirkel en ronddraaien in een beperkte ruimte.

      Aankomen, afvaren, meren en ontmeren, afhankelijk van wind en/of stroom, met en zonder boegschroef.

      Stopweg.

    • 2. Bijzondere omstandigheden

      Effect van varen in nauw en ondiep vaarwater (zuiging, oeverbeschadiging).

      Ankeren.

      Schutten in sluizen.

      Manoeuvre ‘man over boord’.

      Slepen en gesleept worden.

      Maatregelen te nemen na aan de grond lopen.

      Beperkingen in manoeuvreerbaarheid van bepaalde categorieën van schepen, zoals zeilschepen, sleep- en duweenheden.

KVB2

Het examen KVB2 omvat de volgende onderdelen:

  • E. De wettelijke bepalingen voor zover deze van belang zijn voor de veiligheid van de vaart op de ruime vaarwateren waarop vaarbewijs II wordt vereist

    • 1. Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW)

      Toepassingsgebied. Algemene begripsomschrijvingen. Verantwoordelijkheid. Voorschriften betreffende uitwijken. Lichten en dagmerken. Geluid- en lichtseinen. Bijzondere bepalingen voor het redegebied Vlissingen. Bepalingen voor kleine vaartuigen.

    • 2. Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) en Internationale Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op zee 1972 (BVA)

      Toepassingsgebied SRE.

    • 3. Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

      De specieke vaarregels die gelden met betrekking tot betonde vaargeulen en op ruim water (Markermeer, IJsselmeer, Waddenzee, IJmeer en Oosterschelde).

  • F. Navigatie

    • 1. Meteorologie

      Beginselen van de meteorologie. Benutten van weerberichten ten behoeve van een veilige vaart.

    • 2. Nautische bescheiden

      Het kunnen lezen en gebruiken van officiële zeekaarten voor de Nederlandse kust- en binnenwateren en de daarop betrekking hebbende publicaties uitgegeven door de Dienst der Hydrografie van het Ministerie van Defensie (Koninklijke Marine).

    • 3. Koers- en plaatsbepaling

      Betonningssysteem IALA-A en Signi gebruikt op de ruime binnenwateren.

      Lichten aan de wal.

      Gebruik van het kompas bij koersen en peilingen.

      Invloed van aard- en scheepsmagnetisme op de aanwijzing van het magnetische kompas en de daaruit voortvloeiende correcties bij koersen en peilingen.

      Herleiding van een koers, mede in verband met de invloed van wind en/of stroom.

      Merktekens ten behoeve van het bepalen van de positie.

      Horizontale en verticale getijbeweging en het benutten daarvan voor de navigatie.

      Het kunnen bepalen van een geografische (gis) positie met behulp van gegevens als koers, vaart, invloed wind en/of stroom of kompaspeilingen van kenbare punten aan de wal.

      Enige kennis van de werking, mogelijkheden, gebruik en de beperkingen van het Global Positioning System (GPS).