Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren buiten de daglichtperiode, alsmede tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

17 januari 2014

Nr: ILT-2014/2923

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 16 december 2013 van Aerodata Remote Sensing B.V., Claudius Prinsenlaan 128, 4818 CP Breda. Contactpersoon: de heer S. Bot. Tel.: +32 3 287 0030; e-mail: s.bot@aerodata-surveys.com;

Overwegende dat het doel van de vluchten is het opnemen en leveren van stereobeelden tot volledig geometrische orthofotobestanden ten behoeve van topografische metingen en kartering van alle mogelijke infrastructuur, zoals wegen, dijken, waterlopen, duinen, gebouwen en straten voor de aanmaak, controle en bijhouding van onder andere Top 10NL basiskaart, Grootschalige Basiskaart Nederland, de Basisregistratie van Adressen en Gebouwen en vervaardiging van hoogtemodellen en 3D-visualisaties; tevens het vervaardigen van gedetailleerd hoogtebestand van Nederland in opdracht van waterschappen en Rijkswaterstaat voor het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN);

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op luchtvaartuigen van het type Fairchild Merlin SA226 met registratie PH-PIX, Cessna 310 met registratie OO-MSN, Cessna 402 met registratie D-ISAV, Cessna 340 met registratie D-ICBB, Cessna 404 met registratie OO-MAP, Partenavia P-68C met registratie OO-PXL en D-GERY, Piper PA-34 Seneca met registratie D-GIWL en Twin Commander 690A met registraties SE-LZU en OO-GOA, dan wel een gelijkwaardig vervangend luchtvaartuig in gebruik bij Aerodata Remote Sensing b.v., waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd.

Artikel 2 VFR-VLUCHTEN BUITEN DE DAGLICHTPERIODE

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde luchtvaartuigen wordt van 18 januari 2014 tot en met 31 december 2014 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor IFR-vluchten, aangevuld met verlichting van instrumenten en installaties, navigatielichten, een landingslichtinstallatie, verlichting in de passagiersruimte en een elektrische zaklantaarn voor ieder lid van het stuurhutpersoneel;

  • b. de gezagvoerders beschikken over een geldige CPL met bevoegdverklaring IR;

  • c. vóór de vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend; indien de vlucht plaatsvindt in de CTR’s en/of TMA’s van Schiphol en Rotterdam dient men tijdig te coördineren met de Operationele Helpdesk LVNL, tel.: 020-4062201 (0700-1700 LT); fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl;

  • d. tijdens het uitvoeren van de vluchten is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • e. het vliegzicht bedraagt ten minste 5 kilometer en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1.500 meter horizontaal en 450 meter verticaal;

  • f. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven (zie artikel 3, onderdeel a) nageleefd, tenzij een afwijkende klaring is verkregen.

Artikel 3

Aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig dat de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoert, wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. voor deze vluchten wordt de procedure gevolgd voor ‘Survey projects’, zoals die is gepubliceerd op de site van de Operationele Helpdesk LVNL: http://www.lvnl-ohd.nl/ ;

  • b. vóór aanvang van een vlucht worden de volgende gegevens ter informatie naar aviation-approvals@ilent.nl gestuurd:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon,

    • het maatschappelijk belang van de opdracht,

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving),

    • gewenste vlieghoogten,

    • tijdsduur van opdracht,

    • periode waarbinnen opdracht moet zijn gevlogen,

    • het door de Operationele Helpdesk LVNL verstrekte projectformulier;

  • c. de aanvraag wordt pas door de Operationele Helpdesk LVNL in behandeling genomen wanneer deze vergezeld gaat van een ondertekende opdracht(verklaring); deze ondertekende opdracht bevat minimaal de informatie, genoemd in onderdeel b; voor het invullen van deze gegevens is een formulier beschikbaar; dit formulier is op te vragen bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • d. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren.

Artikel 4 VFR-VLUCHTEN IN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENINGSGEBIEDEN MET KLASSE A

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde luchtvaartuigen wordt van 18 januari 2014 tot en met 31 december 2014 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van het Luchtverkeersreglement met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de gezagvoerder is te allen tijde in staat en bevoegd de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften voort te zetten;

  • c. de vluchten worden slechts uitgevoerd indien het vliegzicht minimaal 8 kilometer bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1.500 meter en verticaal 300 meter bedraagt;

  • d. het luchtvaartuig is uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften;

  • e. ten minste 5 werkdagen van tevoren worden vluchtgegevens, de te vliegen route en andere relevante informatie aangeleverd bij de Operationele Helpdesk LVNL, tel.: 020-4062201 (0700-1700 LT); fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl.

Artikel 5

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de ontheffinghouder in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 6

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de desbetreffende opdrachtgevers.

Artikel 7

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 8

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van:

  • VFR-vluchten met een klein en langzaam luchtvaartuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A waarin normaliter alleen IFR-vluchten worden uitgevoerd door grote en snelle luchtvaartuigen, of

  • VFR-vluchten buiten de daglichtperiode.

  • Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 9

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 10

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 18 januari 2014 en vervalt op 1 januari 2015, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Team Juridische Zaken

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven