Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2014, 19586Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 4 juli 2014, nr. WJZ / 14083676, houdende regels inzake schoolfruit (Regeling schoolfruit 2014)

De Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op:

Verordening 1308/2013 van de Raad van 17 december 2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;

Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PbEU 2009, L 94); en artikel 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. DEFINITIES

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

begeleidende maatregelen:

maatregelen bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder b, en tweede lid, tweede volzin, van verordening 1308/2013;

leverancier:

degene die de producten aan de scholen levert en hiervoor steun aanvraagt;

minister:

Minister van Economische Zaken;

nationale strategie:

jaarlijks door de minister vastgestelde strategie als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van verordening 1308/2013;

producten:

producten bedoeld in Bijlage I, delen IX (groenten en fruit) en XI (bananen) van verordening 1308/2013;

schoolfruitregeling:

het stimuleren van groente- en fruitconsumptie bij kinderen en het bijdragen aan gezonde eetgewoonten door het gedurende een bepaalde periode gratis verstrekken van producten aan scholen door erkende leveranciers;

verordening 288/2009:

Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PbEU 2009, L 94);

verordening 1308/2013:

Verordening (EG) 1308/2013 van de Raad van 17 december 2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;

verordening 1370/2013:

Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten.

HOOFDSTUK 2. ERKENNING VAN LEVERANCIERS

Artikel 2

  • 1. De minister verleent op volgorde van indiening van een volledige aanvraag op verzoek voor de periode van één schooljaar een erkenning aan een leverancier indien deze:

    • a. voldoet aan de voorwaarden van artikel 7 van verordening 288/2009,

    • b. in staat is producten landelijk te leveren,

    • c. in staat is minimaal 80 scholen te beleveren, en

    • d. verklaart dat hij kennis heeft van en akkoord gaat met een vergoeding van maximaal 75% van de subsidiabele kosten van de steunaanvragen.

  • 2. Een verzoek om erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus van het schooljaar waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft.

  • 3. Een verzoek om erkenning als bedoeld in het eerste lid omvat:

    • a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;

    • b. een recent uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Artikel 3

De minister schorst een erkenning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of trekt deze in, in de gevallen omschreven in artikel 9 van verordening 288/2009.

Artikel 4

De minister houdt een register bij van erkende leveranciers.

HOOFDSTUK 3. DEELNEMENDE SCHOLEN

Artikel 5

  • 1. Een school die wil deelnemen aan de schoolfruitregeling meldt zich tussen 8 en 26 september 2014 hiervoor aan bij de minister.

  • 2. De scholen geven bij inschrijving een voorkeur op voor een erkende leverancier.

  • 3. De minister besluit op volgorde van aanmelding welke scholen aan de schoolfruitregeling deelnemen met inachtneming van het beschikbare budget dat aan Nederland is toegewezen op grond van artikel 5, tweede lid, van verordening 1370/2013 en welke scholen aan de erkende leveranciers worden toegewezen.

Artikel 6

Deelnemende scholen:

  • a. zorgen ervoor dat de geleverde producten zodanig worden opgeslagen dat de kwaliteit behouden blijft;

  • b. zorgen ervoor dat de producten op school worden uitgereikt aan en geconsumeerd door alle leerlingen;

  • c. wijzen een medewerker aan die de verspreiding van gratis groenten en fruit coördineert;

  • d. nemen het educatieve materiaal af;

  • e. brengen een EU-Schoolfruitposter als bedoeld in artikel 14 van verordening 288/2009 zichtbaar aan bij de hoofdingang van de school;

  • f. gaan akkoord met het ontvangen van een digitale nieuwsbrief;

  • g. hebben een inspanningsverplichting om deel te nemen aan begeleidende maatregelen en aanvullende activiteiten uit te voeren, gericht op het doel van de schoolfruitregeling;

  • h. vullen de ontvangstverklaring in waarin wordt aangegeven op welke dagen welke hoeveelheid producten geleverd is;

  • i. werken mee aan controles op grond van deze regeling, en

  • j. nemen deel aan monitoring en evaluaties.

Artikel 7

  • 1. Een erkende leverancier en een deelnemende school sluiten een overeenkomst, waarin tenminste wordt opgenomen:

    • a. de perioden van levering;

    • b. de afleverdata;

    • c. het aantal leerlingen waarvoor producten geleverd worden, en

    • d. de hoeveelheden te leveren producten.

  • 2. De door beide partijen ondertekende overeenkomst wordt voor 1 november van het schooljaar ingediend.

  • 3. De school kan het aantal leerlingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, tijdens de periode van levering eenmalig met maximaal 5% wijzigen op basis van de werkelijke mutaties van de school.

  • 4. De wijziging bedoeld in het derde lid kan tot uiterlijk 1 december van het schooljaar plaatsvinden.

HOOFDSTUK 4. SUBSIDIABELE KOSTEN

Artikel 8

  • 1. Producten zijn subsidiabel indien zij:

    • a. van kwaliteitsklasse I zijn;

    • b. vers en onbewerkt zijn;

    • c. geschikt zijn voor directe consumptie;

    • d. geen toegevoegde suiker, toegevoegde kunstmatige zoetstoffen, toegevoegd vet en toegevoegd zout bevatten.

  • 2. Producten zijn subsidiabel indien de verstrekte porties:

    • a. minimaal 10% groenten bevatten;

    • b. maximaal 30% hetzelfde fruit bevatten; en

    • c. een minimaal gemiddeld gewicht van 80 gram per portie hebben dan wel, bij levering van drie porties fruit of groente per week, een minimum gewicht per week van 240 gram.

  • 3. Voor scholen in het voortgezet onderwijs mag van het tweede lid, onderdelen a en b, worden afgeweken.

Artikel 9

  • 1. De subsidiabele kosten voor product en voor distributie en vervoer worden vergoed op basis van de werkelijk gemaakte en betaalde kosten.

  • 2. De subsidiabele kosten per portie bedragen maximaal € 0,28, waarvan voor het product maximaal € 0,10 en voor distributie en vervoer maximaal € 0,18.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde subsidiabele kosten voor distributie en vervoer betreffen:

    • a. Transportkosten;

    • b. Orderverzamelkosten;

    • c. Kosten voor coördinatie van de distributie en het transport;

    • d. Kosten van verpakkingsmateriaal;

    • e. Kosten distributiecentrum, gedurende de schoolfruitperiode;

    • f. Contact met scholen over de productlevering en terugkoppeling hiervan; en

    • g. Administratiekosten met betrekking tot de schoolfruitleveringen.

  • 4. De in dit artikel bedoelde subsidiabele kosten worden vergoed tot een maximum van 75%.

Artikel 10

  • 1. Loonkosten die deel uitmaken van de kosten genoemd in artikel 9, derde lid, komen alleen voor vergoeding in aanmerking, voor zover deze activiteiten zijn uitbesteed.

  • 2. Wanneer activiteiten binnen een onderneming of binnen een groep van verbonden ondernemingen worden uitgevoerd, wordt dit niet gezien als uitbestede activiteiten en komen deze derhalve niet voor steun in aanmerking.

  • 3. Indien voor loonkosten van uitbestede activiteiten op basis van gewerkte uren vergoeding wordt aangevraagd, moet hiervoor een juiste, volledige en sluitende urenadministratie worden bijgehouden.

  • 4. De urenadministratie bevat een volledig en juist inzicht van de bij het project betrokken medewerkers van derden, de gemaakte uren en de activiteit waaraan gewerkt is. In de urenadministratie moeten ook niet-subsidiabele activiteiten zijn vastgelegd.

  • 5. Voor de onderbouwing van de loonkosten ter berekening van het uurtarief, moet het cumulatieve loonkostenoverzicht worden opgeleverd.

HOOFDSTUK 5. STEUNAANVRAAG

Artikel 11

  • 1. Een erkende leverancier verzoekt de minister in vier termijnen om betaling van steun over de periode waarin hij in het schooljaar in het kader van deze regeling subsidiabele activiteiten heeft uitgevoerd.

  • 2. Steunaanvragen van leveranciers worden per periode van levering ingediend, waarbij de eerste periode in 2014 aanvangt in week 45. De perioden van levering voor het schooljaar 2014/2015 zijn:

    a.

    Periode 1 (2014):

    Week 45-51 (7 weken)

    b.

    Periode 2 (2015):

    Week 2-7 (6 weken)

    c.

    Periode 3 (2015):

    Week 10-15 (6 weken)

    d.

    Periode 4 (2015):

    Week 16-23 m.u.v. week 19 en 20 (6 weken)

  • 3. De steunaanvraag wordt ingediend uiterlijk op de laatste dag van de derde maand na de betreffende periode van levering.

  • 4. Een steunaanvraag van een leverancier omvat:

    • a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;

    • b. de schoolfruitovereenkomst bedoeld in artikel 7;

    • c. gespecificeerde ontvangstbevestigingen van de beleverde scholen; en

    • d. bewijsstukken van de in de aanvraag vermelde kosten van de geleverde producten en de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten. De bewijsstukken moeten zijn gekwiteerd of vergezeld gaan van het bewijs van betaling.

Artikel 12

  • 1. De steun wordt aangevraagd voor subsidiabele activiteiten die zijn verricht ten behoeve van een deelnemende school als bedoeld in artikel 5.

  • 2. De minister kent de steunaanvraag toe indien een erkende leverancier voldoet aan de relevante voorwaarden van verordening 1308/2013 en verordening 288/2009 en van deze regeling.

  • 3. De minister vordert de steun terug indien uit de ingevolge de artikelen 12 en 13 van verordening 288/2009 bedoelde controle blijkt dat de in het tweede lid bedoelde voorwaarden voor steun niet zijn nageleefd.

Artikel 13

De Regeling schoolfruit wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schoolfruit 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 4 juli 2014

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

1. Aanleiding

Deze regeling geeft uitvoering aan de Europese marktordeningsregels voor de groente- en fruitsector die zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PbEU 2009, L 94). Deze materie was voorheen geregeld in de Verordening PT schoolfruitregeling 2010 van het Productschap Tuinbouw. Vanwege de voorgenomen opheffing van de bedrijfslichamen, waaronder het Productschap Tuinbouw, zijn de gestelde regels inzake de schoolfruitregeling voor zover het Europese marktordeningsregels in de groenten en fruitsector betreft overgenomen door de minister en per 1 januari 2014 opgenomen in de Regeling schoolfruit. Die regeling wordt in artikel 13 ingetrokken. In de Regeling schoolfruit 2014 (hierna: deze regeling) die voor het schooljaar 2014/2015 geldt, zijn enkele aanvullende regels opgenomen die direct voortvloeien uit de Europese marktordeningsregels en voorheen waren opgenomen in circulaires van het Productschap Tuinbouw, die per 1 januari 2014 zijn komen te vervallen.

2. Inhoud van de regeling

Deze regeling geeft de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode gratis groente- en fruitproducten aan kinderen in scholen te verstrekken om op die manier bij te dragen aan het bevorderen van gezonde eetgewoonten. Leveranciers die aan deze regeling willen deelnemen, kunnen uiterlijk 1 augustus een aanvraag voor erkenning voor de periode van één schooljaar indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Deze erkenning is voorgeschreven in artikel 7 van Verordening 288/2009. De leveranciers moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om als erkende leveranciers in het register te worden opgenomen. Zo moeten leveranciers in staat zijn om producten landelijk te leveren, minimaal 80 scholen te beleveren en zich rekenschap geven van en akkoord gaan met een vergoeding ter hoogte van maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

Scholen die aan de regeling willen deelnemen kunnen zich aanmelden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De minister besluit op basis van volgorde van aanmelding welke scholen aan de schoolfruitregeling deelnemen met inachtneming van het aan Nederland toegewezen EU-budget voor schoolfruit. Ook besluit de minister welke scholen aan welke erkende leverancier worden toegewezen. Deelnemende scholen moeten ervoor zorgen dat de producten op school worden uitgedeeld aan alle kinderen in alle groepen en nemen, om de effectiviteit van de regeling te vergroten, educatief materiaal af dat wordt verstrekt in het kader van de begeleidende educatieve maatregelen. Om bekendheid aan deze EG-regeling te geven, hangen de deelnemende scholen een Europese Schoolfruitposter op. Verder hebben zij onder meer een inspanningsverplichting om gedurende het schooljaar deel te nemen aan begeleidende maatregelen en aanvullende activiteiten uit te voeren die bijdragen aan het bevorderen van gezonde eetgewoonten, kennis bij kinderen over de productie van landbouwproducten vergroten of die kinderen in contact brengen met landbouwbedrijven.

Erkende leveranciers sluiten met deelnemende scholen een overeenkomst waarin in ieder geval de perioden van levering, de afleverdata, het aantal leerlingen en de hoeveelheid te leveren producten worden opgenomen. De scholen krijgen deze producten gratis verstrekt en de leveranciers ontvangen de vergoeding voor de producten in de vorm van steun. Steun wordt gegeven voor verse en onbewerkte groenten en fruit. Om in aanmerking te komen voor steun worden er voorwaarden gesteld aan de kwaliteit, de variatie en het gewicht per portie van de geleverde producten De kosten worden vergoed op basis van werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 0,28 per portie voor productkosten (waarvan max. € 0,10 per portie voor productkosten en max € 0,18 per portie voor distributie en vervoer).

Onder transportkosten wordt verstaan: de kosten van vrachtauto en chauffeur, het transport van de productinkoop naar de leverancier of het distributiecentrum, en het transport van de leverancier of het distributiecentrum naar de scholen. De kosten van het distributiecentrum worden alleen vergoed voor de periode van de leveringen aan de scholen.

Ten aanzien van de loonkosten, die alleen voor uitbestede activiteiten kunnen worden gedeclareerd, geldt het volgende. Wanneer activiteiten binnen een onderneming of binnen een groep van verbonden ondernemingen worden uitgevoerd, wordt dit niet gezien als ‘uitbestede’ activiteiten en komen deze derhalve niet voor steun in aanmerking. Een groep is een economische eenheid, waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Er is sprake van organisatorische verbondenheid, als de feitelijke leiding in handen is van dezelfde persoon of groep van personen. Er is sprake van economische verbondenheid als er sprake is van een, in hoofdzaak, zelfde economisch doel of het ene onderdeel haar activiteiten in hoofdzaak verricht ten behoeve van het andere onderdeel.

Steunaanvragen voor subsidiabele activiteiten worden na afloop van de perioden, die 7 weken (eerste periode) respectievelijk 6 weken (2e t/m 4e periode) duren, ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

De Minister van Economische Zaken wordt aangewezen als bevoegde autoriteit om de besluiten te nemen en de handelingen te verrichten die voortvloeien uit de Europese verordeningen. Het toezicht op de naleving wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

3. Regeldruk

Deze regeling strekt ertoe uitvoering te geven aan de Europese marktordeningsregels voor de groente- en fruitsector. Voorheen werd hierin voorzien door de Verordening PT schoolfruitregeling 2010. Deze Verordening is per 1 januari 2014 omgezet in de Regeling schoolfruit. In onderhavige regeling zijn enkele zaken opgenomen die voorheen in circulaires van het Productschap Tuinbouw waren opgenomen. Nu die circulaires per 1 januari 2014 zijn komen te vervallen is het noodzakelijk enkele bepalingen over te nemen in de regeling. Ten opzichte van de circulaires is er geen sprake van nieuwe administratieve lasten of inhoudelijke nalevingskosten.

4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze datum is in afwijking van de lijn met het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten voor regelgeving, dat inhoudt dat ministeriële regelingen slechts inwerkingtreden per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober. De reden voor deze afwijking is om een goede voorbereiding van de uitvoering van de regeling in schooljaar 2014/2015, die aanvangt per 1 augustus 2014, mogelijk te maken.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma