Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2014, 19487 | Bekendmakingen aan de scheepvaart |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2014, 19487 | Bekendmakingen aan de scheepvaart |
De Minister van Infrastructuur en Milieu
Het eigendom en beheer van het Prinses Margrietkanaal, het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal welke deel uitmaken van de belangrijke hoofdvaarroute van Rotterdam/Amsterdam naar Hamburg, ook bekend als ‘Corridor 5’, is per 1 januari 2014 overgegaan van de provincies Groningen en Fryslân naar het Rijk.
Het Rijk is als beheerder van de hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD) verantwoordelijk voor de handhaving van de nautische wet- en regelgeving en de veiligheid en de vlotte vaart met betrekking tot de HLD. De komende 10-15 jaar wordt er gewerkt aan de opwaardering van de HLD. Deze werkzaamheden bestaan uit het verbreden en het verdiepen van het vaarwater en het verhogen van bestaande kunstwerken. Dit is nodig om ontwikkelingen die de beroepsvaart doormaakt bij te kunnen houden zodat het noorden van Nederland zijn positie als belangrijk onderdeel van de hoofdvaarweg van Amsterdam/Rotterdam naar Hamburg niet verliest en zo mogelijk versterkt.
De beroepsvaart die gebruikmaakt van de HLD zal de komende jaren intensiveren, waarbij ook de gemiddelde scheepsgrootte zal toenemen. Naast beroepsvaart komt ook veelvuldig recreatievaart voor op de HLD. Daarom is het nodig om, in het kader van de veiligheid, maatregelen te treffen die het scheepvaartverkeer op de HLD ten goede komen.
Op grond van de in het besluit genoemde overwegingen besluit ik om met ingang van de dag waarop het besluit gepubliceerd wordt in de Staatscourant, op het Prinses Margrietkanaal bij de bruggen van Kootstertille (km 36,300), Burgum (km 44,041), Oude Schouw (km 63,335), Uitwellingerga (km 73,628) en Spannenburg (km84,099):
I. De schepen van klasse Va en duwstellen te verplichten om gebruik te maken van het vaste brede deel van de bruggen;
II. Alle schepen, samenstellen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen te verbieden om elkaar te ontmoeten en voorbij te lopen;
III. Een snelheidsbeperking van 6 kilometer per uur in te stellen voor alle schepen, samenstellen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen;
IV. Alle schepen, samenstellen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen te verplichten om bijzonder op te letten;
V. Verkeerstekens te plaatsen welke de besluitpunten I tot en met IV onder de aandacht brengen van de vaarweggebruikers. Het betreft een bordencombinatie aan weerszijden van de verkeerstekens A.4, B.6, B.8 en E.11. Deze verkeerstekens worden geplaatst ter hoogte van kilometering: 36,100 / 36,500 / 43,841 / 44,241 / 63,135 / 63,535 / 73,428 / 73,828 / 83,899 / 84,299. Aan de bruggen zelf wordt boven de invaartzijde het verkeersteken E.15 geplaatst in combinatie met de tekst: ‘Uitgezonderd schepen Kl Va en duwstellen’.
Op grond van artikel 5, lid 1 van de Scheepvaartverkeerswet worden beslissingen met betrekking tot het aanbrengen of verwijderen van een verkeersteken genomen door het bevoegd gezag. Dit gezag draagt zorg voor het aanbrengen of verwijderen van verkeerstekens.
Op grond van art. 6, lid 1 van de Scheepvaartverkeerswet wordt een verkeersteken dat een gebod of verbod dan wel de opheffing van een gebod of verbod aangeeft, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven bijzondere omstandigheden, niet aangebracht of verwijderd dan nadat het desbetreffende besluit door de zorg van het bevoegd gezag is bekendgemaakt.
Voor een verkeersbesluit inhoudende een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, zijn de artikelen 4, 5 en 6 van de Scheepvaartverkeerswet van overeenkomstige toepassing op grond van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS).
Indien bij verkeerstekens bijkomende tekens worden aangebracht die de werking van het verkeersteken wijzigen, wordt zulks op grond van art. 3 BABS tot uitdrukking gebracht in het betrokken verkeersbesluit.
Onderhavig besluit bevat elementen van alle bovenstaande genoemde vereisten van besluit.
Op grond van artikel 2, lid 1, sub a, onder 1, en lid 5, van de SVW en het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RWS NN (Staatscourant 2013, nr. 7585) ben ik bevoegd het verkeersbesluit te nemen.
Gezien het feit dat nog niet de gehele vaarweg Lemmer-Delfzijl voldoet aan de karakteristieken die horen bij een vaarweg Va, is Rijkswaterstaat er veel aan gelegen om veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk weg te nemen en de vlotte vaart te bevorderen.
Op grond van artikel 5, BABS vermeldt de motivering van een verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het besluit worden beoogd. Daarbij moet worden aangegeven welke van de in artikel 3 van de SVVW genoemde belangen aan het besluit ten grondslag liggen. De belangen die aan dit besluit ten grondslag liggen, zijn:
• Het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
• Het in stand houden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
• Het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
• Het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen;
• Het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen.
Op grond van artikel 2, sub a, BABS kan het bevoegd gezag slechts verkeerstekens aanbrengen die opgenomen zijn in de bijlagen 7 en 8 van het BPR. Hetzelfde geldt voor bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken.
Op grond van het bepaalde in artikel 5.01, lid 2 van het BPR is een schip verplicht gevolg te geven aan een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken.
Op grond van artikel 10 BABS heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om zonder verkeersbesluit in de hierna genoemde omstandigheden en voor de duur van die omstandigheden verkeerstekens die een gebod of een verbod dan wel de opheffing van een gebod of een verbod aangeven, aan te brengen ingeval van:
a) Uitvoering van werken;
b) Dreigend gevaar;
c) Een andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard.
Gelet op het feit dat er in de afgelopen maanden diverse keren een brug is aangevaren, is besloten om zo snel mogelijk maatregelen te nemen om nieuwe aanvaringen te voorkomen. Daarom is voor de in het besluit genoemde bruggen een plan bedacht dat naar verwachting zal leiden tot een veiliger vaarweg. Het plan bestaat uit de in het besluit genoemde besluitpunten. Rijkswaterstaat heeft als bevoegd gezag gemeend dat snel handelen om zodoende gevaarlijke situaties op korte termijn te voorkomen gerechtvaardigd is, en kan daarom gebruikmaken van de mogelijkheid die art. 10 BABS biedt. Rijkswaterstaat wil ook transparant zijn in zijn besluitvorming op de momenten die vragen om resoluut optreden van het gezag om redenen zoals benoemd in art. 10 BABS. De in het besluit genoemde verkeerstekens worden dan ook zo spoedig mogelijk geplaatst. Achteraf zal geëvalueerd worden of het besluit aan de verwachtingen heeft voldaan. Hierbij worden dan ook de wettelijk verplichte overlegpartners betrokken alsmede de belanghebbende partijen.
Gelet op de aard en de inhoud van de te nemen beslissing heb ik de voorbereidingsprocedure van titel 4.1, afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd.
• Met ingang van de publicatiedatum van het besluit in de Staatcourant zijn schepen van klasse Va en duwstellen verplicht om op het Prinses Margrietkanaal bij de bruggen van Kootstertille, Burgum, Oude Schouw, Uitwellingerga en Spannenburg gebruik te maken van het vaste brede deel van de bruggen;
• Met ingang van de publicatiedatum van het besluit in de Staatcourant zijn alle schepen, samenstellen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen verplicht om bijzonder op te letten bij voornoemde bruggen en daarnaast is er een verbod om elkaar te ontmoeten en voorbij te lopen en is er een snelheidsbeperking van 6 km/uur ingesteld.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, de districtshoofden van het district Noord-Nederland West en Oost, Rijkswaterstaat Noord-Nederland, W.J. Adema districtshoofd West
A.P. Bernhardt, districtshoofd Oost
Mededelingen
Voor meer informatie over dit besluit kunt u terecht bij de in dit besluit genoemde contactpersoon. De contactgegevens staan in de zij kolom van het besluit. De contactpersoon kan uw vragen beantwoorden en het besluit met u doornemen.
Om te bepalen of u meer informatie wilt, kunnen de volgende vragen en aandachtspunten u helpen:
– Is de inhoud van het besluit duidelijk en is helder wat het concreet voor u betekent?
– Kunt u beoordelen of het besluit inhoudelijk juist is of niet? Of hebt u behoefte aan een toelichting?
– Kloppen de gegevens over u in het besluit en heeft u alle gegevens verstrekt?
Ook wanneer u andere vragen heeft over het besluit of de procedure, of wanneer u zich op de een of andere manier heeft gestoord aan de wijze waarop bij de besluitvorming met u of uw belangen is omgegaan, kunt u contact opnemen.
Bent u het niet eens met dit besluit?
Dan kunt u op grond van artikel 6, tweede lid, Scheepvaartverkeerswet en de Algemene wet bestuursrecht beroep instellen bij de bestuursrechter. Met deze procedure legt u de zaak aan de rechter voor om te bepalen of Rijkswaterstaat het juiste besluit heeft genomen. U moet hiervoor wel belanghebbende bij het besluit zijn.
De volgende vragen en aandachtspunten kunnen u helpen bij het maken van bezwaar:
– Wat zijn de redenen dat u het met het besluit niet eens bent?
– Welk doel wilt u met uw beroep bereiken? Wat verwacht u van Rijkswaterstaat?
– Is het u voldoende duidelijk wat een beroepsprocedure inhoudt en weet u of u met deze procedure uw doel kunt bereiken? Kunt u uw doel op een andere, wellicht eenvoudiger wijze bereiken?
Hoe dient u een beroep in?
Om in beroep te gaan bij de bestuursrechter moet u, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt, een beroepschrift indienen. U kunt uw beroepschrift sturen naar de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan u als indiener van het beroepschrift uw woon-of vestigingsplaats heeft. Indien u een onderneming voert, kunt u uw beroepschrift sturen naar de rechtbank binnen het rechtsgebied waar uw onderneming zetelt.
In het beroepschrift moet in ieder geval het volgende staan:
– uw naam en adres;
– een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u beroep instelt (bijvoorbeeld door de datum en het kenmerk van het besluit te vermelden en zo mogelijk een kopie van het besluit mee te sturen);
– de reden waarom u beroep instelt;
– de datum en uw handtekening.
Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat uw beroepschrift in behandeling is. Als u dit niet wilt, bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen heeft voor u, dan kunt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen. U doet dit door de Voorzieningenrechter van de hierboven genoemde rechtbank te vragen een voorlopige voorziening te treffen. Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde rechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierechten geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.
U kunt ook digitaal beroep instellen of een voorlopige voorziening aanvragen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2014-19487.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.