Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Buitenlandse ZakenStaatscourant 2014, 19014Interne regelingen

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 juli 2014, nr. MinBuZa.2014.303289, houdende instelling van het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (Instellingsbesluit NCP 2014)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de minister:

de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

b. het NCP:

het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

c. de mede betrokken bewindspersonen:

de Minister van Economische Zaken, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 2

  • 1. Er is een Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (NCP).

  • 2. Het NCP heeft tot taak:

    • a. het uitdragen en interpreteren van de inhoud en betekenis van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen om te stimuleren dat bedrijven deze implementeren;

    • b. het behandelen van meldingen van vermeende schendingen van (onderdelen van) de richtlijnen en het faciliteren van een dialoog om vermeende schendingen van (onderdelen van) de richtlijnen op te lossen.

Artikel 3

  • 1. Het NCP bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.

  • 2. De leden worden door de minister benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar en zijn herbenoembaar. De leden dragen uit hun midden een voorzitter voor.

  • 3. De minister draagt zorg voor openbaarmaking van een vacature in het NCP.

  • 4. De leden worden, na overleg met de mede betrokken bewindspersonen en met vertegenwoordigers van bedrijven en maatschappelijke organisaties, benoemd op grond van deskundigheid op het gebied van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, bemiddelingsbekwaamheid en maatschappelijke kennis en ervaring.

  • 5. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

  • 6. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister, na overleg met de mede betrokken bewindspersonen, worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de functie of wegens andere zwaarwegende de persoon van de betrokkenen betreffende redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.

  • 7. De vergoeding van de voorzitter en leden van het NCP wordt vastgelegd in een separaat bezoldigingsbesluit.

Artikel 4

  • 1. Het NCP bestaat voorts uit ten minste vier adviserende leden.

  • 2. De adviserende leden vertegenwoordigen in ieder geval de minister en de mede betrokken bewindspersonen. Adviserende leden die een mede betrokken bewindspersoon vertegenwoordigen worden door de minister benoemd, op voordracht van de mede betrokken bewindspersoon.

  • 3. Het NCP stelt vertegenwoordigers van de Nederlandse belanghebbenden, te weten werkgevers, werknemers en maatschappelijk middenveld, regelmatig in de gelegenheid om het NCP van advies te dienen.

Artikel 5

De minister voorziet in het secretariaat van het NCP.

Artikel 6

  • 1. Het NCP stelt zijn eigen werkwijze vast met inachtneming van hetgeen in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen is opgenomen ten aanzien van die werkwijze. Het NCP draagt zorg voor de bekendmaking van zijn werkwijze.

  • 2. De werkwijze beschrijft volgens welke procedure een melding door het NCP wordt behandeld en bevat in elk geval de indicatieve behandeltermijnen en een beschrijving van de wijze waarop de scheiding tussen de verschillende onderdelen van een NCP-procedure wordt gewaarborgd, informatie wordt verkregen en met verkregen informatie wordt omgegaan.

  • 3. Het NCP kan, indien dat voor een goede behandeling van de melding noodzakelijk wordt geacht, gebruik maken van door hem voor te dragen externe bemiddelaars.

  • 4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het NCP geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het NCP bewaard in het archief van dat ministerie.

Artikel 7

  • 1. Tenzij effectieve toepassing van de richtlijnen het meest gebaat is bij vertrouwelijkheid stelt het NCP, na behandeling van een melding, daarover een verklaring op en zendt die aan de minister.

  • 2. Binnen één maand na ontvangst voegt de minister, na overleg met de minister(s) wie het mede aangaat, zijn bevindingen bij de verklaring en maakt deze bekend aan het NCP.

  • 3. Het NCP zendt de verklaring tezamen met de bevindingen van de minister aan de betrokkenen bij een melding en maakt deze bekend.

Artikel 8

  • 1. Het NCP stelt jaarlijks voor het volgende jaar een werkplan en een begroting op en legt deze uiterlijk 1 oktober ter goedkeuring voor aan de minister.

  • 2. Het NCP stelt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden, bevindingen en resultaten conform de instructies van de OESO. Het NCP zendt dit jaarverslag aan de minister, die het aanbiedt aan de OESO.

  • 3. Op verzoek van de minister brengt de voorzitter mondeling verslag uit van de werkzaamheden van het NCP.

Artikel 9

De minister zendt elke vier jaar een verslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van het functioneren van het NCP.

Artikel 10

Het Instellingsbesluit NCP 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit NCP 2014.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

TOELICHTING

Algemeen

De Richtlijnen voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: OESO-richtlijnen of Richtlijnen) maken duidelijk wat de overheden van de landen die deze Richtlijnen onderschrijven verwachten van het gedrag van bedrijven die internationaal zaken doen. De OESO-richtlijnen bevatten aanbevelingen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en bestrijken onderwerpen als informatieverstrekking, arbeid, milieu, corruptiebestrijding, consumentenbelangen, kennisoverdracht, mededinging en belastingen.

Om de implementatie van de OESO-richtlijnen te bevorderen, stelt ieder land dat de OESO-richtlijnen onderschrijft een Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (NCP) in. Ieder land is bevoegd het NCP naar eigen inzicht in te richten binnen de kaders die worden gesteld in de OESO-richtlijnen. Het NCP zet zich in om de effectiviteit van de OESO-richtlijnen te vergroten. De kerncriteria voor het functioneren van het NCP zijn zichtbaarheid, toegankelijkheid, transparantie en verantwoording.

Het Nederlandse NCP werd voor het eerst ingericht in 2000. Toen bestond het NCP uit een interdepartementaal ambtelijk comité. Na een grondige beleidsevaluatie is in december 2006 besloten de inrichting van het Nederlandse NCP te herzien. Gekozen is toen voor een meer onafhankelijk NCP met een niet-ambtelijke voorzitter en ten hoogste vier niet-ambtelijke leden. Naast een wijziging in de structurele inrichting van het NCP zijn tevens maatregelen genomen ter verbetering van de taakuitoefening van het NCP.

Op verzoek van de Tweede Kamer is in 2013 onderzocht op welke wijze het functioneren van het Nederlandse NCP verder versterkt zou kunnen worden. Daarbij is gekeken naar de organisatie van enkele andere NCP’s (Denemarken, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk) en is gesproken met diverse belanghebbenden alsmede het NCP zelf. Om tot een gedegen en toekomstbestendig Instellingsbesluit NCP 2014 te komen, dat aansluit bij de ontwikkelingen in het internationale domein en de ambitieuze agenda van Nederland op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, zijn de niet-ambtelijke NCP-leden, de adviserende ambtelijke NCP-leden en vertegenwoordigers van de Nederlandse belanghebbenden betrokken geweest bij de totstandkoming van dit nieuwe besluit. Het nieuwe Instellingsbesluit en de toelichting daarop voorzien in:

  • De mogelijkheid tot een meer expliciete rol voor het NCP in het interpreteren van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, bijvoorbeeld bij het sluiten van MVO-convenanten en de mogelijkheid voor het kabinet om aan het NCP bedrijfsoverstijgend onderzoek te vragen;

  • Ruimte voor het NCP om een dialoog over de Richtlijnen te begeleiden, ook wanneer die dialoog niet plaatsvindt op basis van de formele melding van een (vermeende) schending van de OESO-richtlijnen;

  • Formalisering van het overleg met belanghebbenden;

  • Mogelijkheid voor het NCP om structureel advies in te winnen bij andere vakdepartementen, in aanvulling op de reeds bestaande advisering door de adviserende ambtelijke leden van BZ, EZ, SZW en I&M.

Instelling en taak van het Nationaal Contact Punt (NCP)

Het NCP is ingesteld ter uitvoering van een internationale verplichting. Zoals beschreven in de OESO-richtlijnen heeft het NCP twee taken, te weten het uitdragen en interpreteren van de richtlijnen en het behandelen van aan het NCP voorgelegde meldingen van vermeende schendingen van (onderdelen van) de Richtlijnen.

Het NCP draagt de OESO-richtlijnen actief uit om te stimuleren dat Nederlandse bedrijven deze richtlijnen naleven. Hiertoe wordt ook gerekend het geven van bekendheid aan de functie en werkwijze van het NCP onder ondernemingen en andere belanghebbenden. Het NCP kan vragen beantwoorden over de naleving van de OESO-richtlijnen en dient als kennisorgaan voor de interpretatie van de OESO-richtlijnen.

Wanneer dit met (vrijwillige) medewerking van partijen en op basis van openbare bronnen gebeurt, kan het NCP binnen het uitvoeren van zijn taken zelfstandig onderzoek doen en initiëren. De OESO verwacht van NCP’s een proactieve houding; NCP’s worden aangemoedigd om te participeren in breder gedragen initiatieven die risico’s voor bepaalde producten, regio’s, sectoren of industrieën identificeren en hierop reageren. Wanneer ernstige misstanden voortduren en dergelijke initiatieven niet van de grond komen, kan het kabinet zelf het initiatief nemen om het NCP te vragen een bedrijfsoverstijgend onderzoek te doen. Het gaat dan om zwaarwegende omstandigheden, waarbij Nederland (via Nederlandse bedrijven of bedrijven in hun keten) nadrukkelijk betrokken is. Het onderzoek, eveneens met vrijwillige medewerking van partijen en op basis van openbare bronnen, dient ter duiding en interpretatie van de Richtlijnen voor een bepaalde situatie of sector en beoogt een advies te geven waardoor misstanden in de toekomst kunnen worden voorkomen. Bovendien dient het ter ondersteuning van een maatschappelijk dialoog. Het bedrijfsoverstijgend onderzoek past hierdoor bij uitstek bij de taken van het NCP. Ter bevordering van een gelijk speelveld zullen de uitkomsten van een dergelijk onderzoek internationaal worden gedeeld. Ook passend bij de proactieve agenda van de OESO, is de rol die het NCP kan spelen bij het opstellen van IMVO-convenanten. Partijen die werken aan een dergelijk convenant, kunnen de hulp van het NCP inroepen bij het interpreteren van de te maken afspraken in het licht van de Richtlijnen. Met de behandeling van meldingen over vermeende schendingen van de OESO-richtlijnen draagt het NCP bij aan de beslechting van geschillen die ontstaan bij de toepassing van de OESO-richtlijnen. Het NCP dient als platform voor overleg en faciliteert het bedrijfsleven, werknemersorganisaties en ander betrokken partijen om tot een gezamenlijke oplossing te komen.

Samenstelling NCP

Het NCP bestaat uit niet-ambtelijk leden en adviserende ambtelijke leden. Er zijn ten hoogste vijf niet-ambtelijke leden. Besluitvorming, zoals over de uitoefening van taken en invulling van de werkwijze is voorbehouden aan deze niet-ambtelijke leden die uit hun midden een voorzitter voordragen. De voorzitter en leden ontvangen een vaste vergoeding die, op basis van de omvang van de te verwachten werkzaamheden, wordt geregeld in een separaat bezoldigingsbesluit. Daarnaast geldt voor hen een aanvullende reiskostenvergoeding op basis van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Naast de niet-ambtelijke leden heeft het NCP adviserende ambtelijke leden, doorgaans ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu. Laatstbedoelde leden adviseren de niet-ambtelijke leden voor het uitvoeren van hun taak over onder andere de interpretatie en het uitdragen van de richtlijnen. Wanneer wenselijk geacht door de niet-ambtelijke en/of adviserende leden kunnen vertegenwoordigers van andere ministeries eveneens om advies worden gevraagd.

Met het oog op een transparant proces bevat het besluit diverse bepalingen over de benoeming en het ontslag van de niet-ambtelijke leden. Opgenomen zijn onder andere benoemings- en ontslagcriteria. Behalve deskundigheid op het gebied van de OESO-richtlijnen is voor de benoeming van de niet-ambtelijke leden ook van belang dat zij beschikken over bemiddelingscompetentie. Verder is aangegeven dat leden voor ten hoogste vier jaar worden benoemd, dat ze kunnen worden herbenoemd (ook voor ten hoogste vier jaar) en dat benoeming niet alleen plaatsvindt in overleg met de Minister van Economische Zaken, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, maar ook in overleg met belanghebbenden.

Het NCP voert op regelmatige basis overleg met afgevaardigden van de belanghebbenden. Zij vertegenwoordigen werkgevers, werknemers en maatschappelijk middenveld. Zij geven het NCP advies en fungeren als klankbordgroep ten aanzien van de interpretatie van de OESO-richtlijnen, de werkwijze van het NCP en andere onderwerpen die voortvloeien uit de taken van het NCP. Voornoemd overleg sluit aan bij de in de OESO-richtlijnen opgenomen aanbeveling om samen te werken met belanghebbenden. Betekenisvolle consultaties met deze belanghebbenden worden ten minste vier keer per jaar georganiseerd.

In artikel 5 wordt geregeld dat het NCP wordt bijgestaan door een secretariaat waarin de minister voorziet. De minister draagt zorg voor de beschikbaarheid van bekwame secretariaats-ondersteuning en een passend budget voor de werkzaamheden van het NCP. Het NCP wordt betrokken bij de aanstelling en beoordeling van de medewerkers van het secretariaat.

Werkwijze en procedures

Voor de uitvoering van zijn taken stelt het NCP zijn eigen werkwijze vast. Hierbij neemt het NCP de bepalingen van de zogenoemde Procedurele Aanwijzingen van de OESO-richtlijnen over informatie en promotie alsmede toepassing in specifieke gevallen als uitgangspunt.

Ter uitvoering van zijn promotionele taak wordt verwacht dat het NCP op actieve wijze bedrijven, investeerders, brancheorganisaties, werkgevers- en werknemersorganisaties en andere relevante maatschappelijke organisaties van informatie voorziet over de OESO-richtlijnen en de implementatie van deze richtlijnen. Dit met als doel de naleving van de Richtlijnen door Nederlandse bedrijven te bevorderen. Daarnaast zal het NCP betrokkenen actief informeren over de procedures en de werkwijze van het NCP.

Uitspraken van het NCP over de interpretatie en de toepassing van (onderdelen van) de OESO-richtlijnen zullen actief bekend worden gemaakt aan belanghebbenden en op de website van het NCP worden geplaatst (www.oesorichtlijnen.nl). Indien door het Investeringscomité van de OESO afspraken worden gemaakt over de interpretatie van de OESO-richtlijnen is het NCP gehouden deze interpretatie te volgen. Bij de voorbereiding van dergelijke afspraken consulteert de Nederlandse vertegenwoordiger (een ambtenaar van BZ) in het Investeringscomité het NCP. Een van de onafhankelijke leden van het NCP zal daarnaast deel uitmaken van de Nederlandse delegatie voor de vergadering van de Nationale Contactpunten bij de OESO.

Voor de uitvoering van zijn geschillenbeslechtingstaak stelt het NCP in elk geval een werkwijzebeschrijving vast, die publiekelijk toegankelijk is voor belanghebbenden. De werkwijze zal onder andere procedureregels bevatten. In het besluit is opgenomen dat de werkwijze aan een aantal randvoorwaarden moet voldoen. De werkwijze moet bijvoorbeeld zo zijn ingericht dat er een scheiding is tussen bemiddeling in het geval van een vermeende niet-naleving van de OESO-richtlijnen en onderzoek ten behoeve van een eindverklaring. Daarnaast dient de werkwijze een duidelijke indicatie van behandeltermijnen te bevatten. Het NCP kan, indien dat voor een goede behandeling van de melding noodzakelijk wordt geacht, gebruik maken van door hem aan te wijzen externe bemiddelaars.

Bij de behandeling van meldingen van een vermeende niet-naleving van de OESO-richtlijnen staat het NCP een melder en een bedrijf bij om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Na afloop van de procedure die volgt op een melding stelt het NCP een eindverklaring op over de naleving van de OESO-richtlijnen en doet het aanbevelingen indien van toepassing. Ook als betrokken partijen niet tot een oplossing komen, een partij niet heeft willen meewerken aan de procedures of indien een melding wordt ingetrokken nadat het NCP haar ‘goede diensten’ heeft aangeboden, publiceert het NCP een eindverklaring. Artikel 7 voorziet in een procedure voor de bekendmaking van eindverklaringen van het NCP. Het artikel bepaalt dat de eindverklaring, samen met de bevindingen van de minister daarover, door het NCP aan betrokkenen wordt gezonden en openbaar gemaakt. Omdat een dergelijke eindverklaring bijvoorbeeld voor grote institutionele beleggers van belang kan zijn, zullen eindverklaringen actief onder de aandacht van belanghebbenden worden gebracht.

Verslag en evaluatie

Het NCP stelt jaarlijks voor het volgende jaar een werkplan en een begroting op en legt deze uiterlijk 1 oktober ter goedkeuring voor aan het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB). Hierdoor wordt de eigen verantwoordelijkheid van het NCP vergroot. Bovendien ontstaat hierdoor meer duidelijkheid over de verwachtte werkzaamheden van het NCP. Zoals bepaald in de OESO-richtlijnen komen alle NCP’s bijeen om ervaringen uit te wisselen en verslag te doen aan het OESO-investeringscomité. Ten behoeve hiervan zendt het NCP jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden, bevindingen en resultaten aan de minister, die dit verslag aan de OESO aanbiedt. Voorts wordt elke vier jaar verslag gedaan aan de Tweede Kamer over het functioneren van het NCP.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen