Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
KansspelautoriteitStaatscourant 2014, 18428Besluiten van algemene strekking

Beleidsregels van de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit van 24 juni 2014, kenmerk (00.030.198), voor de uitvoering van integriteitsbeoordelingen op grond van de Wet integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Beleidsregels integriteitsbeoordeling exploitatievergunningen 2014)

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Paragraaf 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. aanvraag:

een aanvraag om een exploitatievergunning;

b. advies:

het advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob;

c. Awb:

de Algemene wet bestuursrecht;

d. beleidsregels:

de onderhavige beleidsregels;

e. betrokkene:

de betrokkene als bedoeld in de Wet Bibob;

f. Bibob-vragenformulier:

het formulier als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c, van de Regeling Bibob-formulieren;

g. Bureau Bibob:

het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;

h. exploitatievergunning:

de vergunning als bedoeld in artikel 30h lid 1 van de Wet op de Kansspelen;

i. ernstige mate van gevaar:

ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet Bibob;

j. gerelateerde:

de andere persoon bedoeld in artikel 3 lid 4 aanhef en onder c van de Wet Bibob;

k. integriteitsbeoordeling:

de integriteitsbeoordeling als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels;

l. mindere mate van gevaar:

mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 lid 7 van de Wet Bibob;

m. onderneming:

de onderneming waarmee betrokkene de speelautomaten exploiteert als bedoeld in artikel 30h lid 2 van de Wet op de Kansspelen, met inbegrip van eventuele aan deze onderneming gelieerde ondernemingen, zoals houdster- of dochtermaatschappijen.

n. Ksa:

de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit als bedoeld in artikel 33a van de Wet op de Kansspelen;

o. vergunninghouder:

de natuurlijke persoon of natuurlijke personen, dan wel rechtspersoon of rechtspersonen aan wie de exploitatievergunning is verleend;

p. WoK:

de Wet op de Kansspelen;

q. Wet Bibob:

de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

Paragraaf 2 De integriteitsbeoordeling

Artikel 2 Aanvragen en verleende exploitatievergunningen

  • 1. Alle aanvragen worden door de Ksa onderworpen aan een integriteitsbeoordeling.

  • 2. Een verleende exploitatievergunning kan door de Ksa onderworpen worden aan een integriteitsbeoordeling indien:

    • a. aannemelijk is dat vergunninghouder handelt of de afgelopen vijf jaar heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Kansspelen, de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie of een verordening als bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet dan wel tegen hem is opgetreden ter handhaving van het bij of krachtens genoemde wettelijke voorschriften bepaalde;

    • b. binnen een periode van twee jaar bij een significant deel van de locaties waar een speelautomaat van vergunninghouder opgesteld staat, geconstateerd wordt dat:

      • 1. het aannemelijk is dat de uitbater van die locatie handelt of binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de constatering heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Kansspelen, de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie of een verordening als bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, of,

      • 2. ten aanzien van bedoelde locatie of de uitbater daarvan binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de constatering een besluit is genomen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Kansspelen, de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie of een verordening als bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet;

    • c. één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen:

      • 1. de vergunninghouder heeft voor het tweede achtereenvolgende jaar niet tijdig de opstelgegevens inzake zijn speelautomaten ingediend;

      • 2. een vergunninghouder heeft langer dan 1 jaar geen speelautomaten opgesteld;

      • 3. een vergunninghouder die minder dan 3 jaar speelautomaten exploiteert groeit sneller dan op basis van de, al dan niet lokale of regionale, ontwikkeling van de branche mag worden verwacht;

      • 4. een vergunninghouder heeft voor het tweede achtereenvolgende jaar niet tijdig de door hem verschuldigde kansspelheffing betaald;

    • d. dat bij wijze van steekproef gebeurt. De Ksa kan een steekproef zodanig inrichten dat een vergunninghouder een grotere kans heeft om aan een integriteitsbeoordeling onderworpen te worden, indien ten tijde van vergunningverlening of ten tijde van een eerdere periodieke integriteitsbeoordeling is vastgesteld dat zijn beheerders of leidinggevenden blijkens de door de Justitiële Informatiedienst op grond van de Wet Justitiële en Strafvorderlijke Gegevens verstrekte uittreksels betrokken waren bij strafbare feiten.

  • 3. Een verleende exploitatievergunning kan tevens onderworpen worden aan een integriteitsbeoordeling indien:

    • a. bij navraag door de Ksa bij Bureau Bibob blijkt dat ten aanzien van betrokkene in de achterliggende periode van twee kalenderjaren een ernstige mate van gevaar of een mindere mate van gevaar is vastgesteld;

    • b. blijkt dat ten aanzien van betrokkene door een ander bestuursorgaan geconstateerd is dat sprake is van ernstig gevaar of mindere mate van gevaar;

    • c. het naar aanleiding van verkregen informatie voor de hand ligt om te onderzoeken of sprake is van ernstig gevaar of mindere mate van gevaar; of,

    • d. sprake is van een bijzonder geval waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de exploitatievergunning mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen.

Artikel 3 Adviesverzoek Bureau Bibob

De Ksa vraagt Bureau Bibob na de integriteitsbeoordeling om een advies indien:

  • a. vragen blijven bestaan over de structuur van de onderneming;

  • b. vragen blijven bestaan over de financiering van de onderneming;

  • c. vragen blijven bestaan over omstandigheden van een betrokkene of een gerelateerde bij de onderneming;

  • d. de officier van justitie de Ksa adviseert om ingeval van een bepaalde aanvraag of een bepaalde verleende exploitatievergunning een advies aan Bureau Bibob te vragen; of

  • e. feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel verleende exploitatievergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping).

Paragraaf 3 Gevolgen van de integriteitsbeoordeling en het advies

Artikel 4 Weigeren en intrekken

  • 1. Een aangevraagde exploitatievergunning kan worden geweigerd indien uit de integriteitsbeoordeling of uit het advies blijkt dat sprake is van ernstig gevaar.

  • 2. Een verleende exploitatievergunning kan worden ingetrokken indien uit de integriteitsbeoordeling of uit het advies blijkt dat sprake is van ernstig gevaar.

  • 3. Een verleende exploitatievergunning kan worden ingetrokken indien vergunninghouder een aan de exploitatievergunning verbonden voorschrift als bedoeld in artikel 3 lid 7 van de Wet Bibob niet naleeft.

Artikel 5 Verbinden van voorschriften aan de exploitatievergunning

  • 1. Indien uit de integriteitsbeoordeling of het advies blijkt dat sprake is van een mindere mate van gevaar, worden aan een aangevraagde exploitatievergunning voorschriften verbonden indien en voor zover daardoor dat gevaar wordt weggenomen of in voldoende mate wordt beperkt.

  • 2. Indien uit de integriteitsbeoordeling of het advies blijkt dat sprake is van een mindere mate van gevaar, worden aan een verleende exploitatievergunning voorschriften verbonden indien en voor zover daardoor dat gevaar wordt weggenomen of in voldoende mate wordt beperkt.

Paragraaf 4 Slotbepalingen

Artikel 6 Citeertitel

Deze Beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels integriteitsbeoordeling exploitatievergunningen 2014.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 juni 2014

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, J.J.H. Suyver

TOELICHTING

Deze beleidsregels beschrijven de wijze waarop de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit de aanvragen om exploitatievergunningen en reeds verleende exploitatievergunningen toetst aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) en wanneer de uitkomst van die beoordeling kan leiden tot weigering van een aangevraagde exploitatievergunning, de intrekking van een reeds verleende exploitatievergunning of het verbinden van voorschriften aan een exploitatievergunning. De beleidsregels dragen bij aan een zorgvuldige en voorspelbare uitoefening van de bevoegdheden tot verlening, weigering en intrekking van de exploitatievergunning.

De beleidsregels zelf worden gevormd door de artikelen 1 tot en met 7.

Juridische grondslag

Op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit beleidsregels vaststellen met betrekking tot de hem toekomende bevoegdheden.

Op grond van artikel 30h en artikel 30k van de Wet op de Kansspelen (hierna: WoK) is de raad van bestuur bevoegd tot verlening en weigering van een exploitatievergunning. Ingevolge artikel 30k lid 4 kan de exploitatievergunning worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. De juridische grondslag voor de intrekking van een reeds verleende exploitatievergunning wordt gevormd door artikel 30l van de WoK. Ingevolge artikel 30l lid 3 van de WoK kan een vergunning worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Wet Bibob wordt een vergunning geweigerd of wordt een verleende vergunning ingetrokken, indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om:

  • a. Uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of

  • b. Strafbare feiten te plegen.

Als sprake is van een mindere mate van gevaar, kunnen op grond van artikel 3 lid 7 van de Wet Bibob aan de vergunning voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften moeten zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

Intrekken van een verleende en weigeren van een aangevraagde vergunning

Als sprake is van ernstig gevaar, weegt het belang dat aanvrager of houder van een exploitatievergunning heeft bij het verkrijgen of behouden van de vergunning in beginsel niet op tegen het belang dat gemoeid is met het voorkomen dat de exploitatievergunning gebruikt wordt of zal worden voor het benutten van uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen dan wel het plegen van strafbare feiten. Dit volgt uit één van de kerntaken en -waarden van de Kansspelautoriteit: het voorkómen van aan kansspelen gerelateerde illegaliteit en criminaliteit. Het is daarom dat artikel 4 van deze beleidsregels aangeven dat de aanwezigheid van ernstig gevaar kan leiden tot intrekking van een verleende of weigering van een aangevraagde exploitatievergunning.

Als sprake is van een mindere mate van gevaar, kunnen voorschriften aan de exploitatievergunning worden verbonden teneinde dat gevaar weg te nemen of in voldoende mate te beperken. Ook in dit geval weegt het belang dat aanvrager of houder van een exploitatievergunning heeft bij het zonder voorschriften verkrijgen of behouden van een vergunning in beginsel niet op tegen het belang dat gemoeid is met het voorkomen dat de exploitatievergunning gebruikt wordt of zal worden voor het benutten van uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordleen dan wel het plegen van strafbare feiten.