Bekendmaking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juni 2014, 2014-0000074071, tot herziening van normen en bedragen genoemd in de Wet werk en bijstand per 1 juli 2014

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

deelt op grond van de artikelen 37, vierde lid, en 38 van de Wet werk en bijstand mee, dat met ingang van 1 juli 2014 in de Wet werk en bijstand:

  • 1. Artikel 20 als volgt wordt herzien:

    • a. Het eerste lid wordt als volgt herzien:

      • 1°. in onderdeel a wordt ‘€ 234,01’ vervangen door: € 234,88;

      • 2°. in onderdeel b wordt ‘€ 468,02’ vervangen door: € 469,76;

      • 3°. in onderdeel c wordt «€ 911,28’ vervangen door: € 914,63.

    • b. Het tweede lid wordt als volgt herzien:

      • 1°. in onderdeel a wordt ‘€ 504,92’ vervangen door: € 506,78;

      • 2°. in onderdeel b wordt ‘€ 738,93’ vervangen door: € 741,66;

      • 3°. in onderdeel c wordt ‘€ 1.182,19’ vervangen door: € 1.186,53.

  • 2. Artikel 21 als volgt wordt herzien:

    • a. in onderdeel a wordt ‘€ 677,27’ vervangen door: € 679,75;

    • b. in onderdeel b wordt ‘€ 948,18’ vervangen door: € 951,64;

    • c. in onderdeel c wordt ‘€ 1.354,54’ vervangen door: € 1.359,49.

  • 3. Artikel 22 als volgt wordt herzien:

    • a. in onderdeel a wordt ‘€ 1.040,16’ vervangen door: € 1.044,01;

    • b. in onderdeel b wordt ‘€ 1.308,98’ vervangen door: € 1.313,82;

    • c. in de onderdelen c en d wordt ‘€ 1.431,72’ vervangen door: € 1.437,02.

  • 4. Artikel 23, eerste lid, als volgt wordt herzien:

    • a. in onderdeel a wordt ‘€ 300,15’ vervangen door: € 301,26;

    • b. in onderdeel b wordt ‘€ 466,85’ vervangen door: € 468,58.

  • 5. In artikel 25, tweede lid, wordt ‘€ 270,91’ vervangen door: € 271,90.

  • 6. Artikel 31, tweede lid, als volgt wordt herzien:

    • a. in onderdeel j wordt ‘€ 2.305,00’ vervangen door: € 2.312,00;

    • b. in onderdeel n wordt ‘€ 193,00’ vervangen door: € 194,00;

    • c. in onderdeel r wordt ‘€ 120,89’ vervangen door: € 121,29.

  • 7. In artikel 37, tweede lid, ‘188,75%’ wordt vervangen door: 187,5%.

Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 23 juni 2014

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen, I.D. Nijboer

TOELICHTING

Het wettelijk bruto minimumloon, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, is met ingang van 1 juli 2014 vastgesteld op € 1.495,20 per maand. Bovendien is het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting in artikel 37, tweede lid, van de WWB gewijzigd.

In verband hiermee zal het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de WWB eveneens veranderen. Als gevolg hiervan dienen tevens de aan het netto minimumloon gekoppelde bijstandsnormen en bedragen te worden aangepast.

Hieronder volgt de berekening van het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de WWB. In de bijstandsnormen is 5% vakantiegeld begrepen.

Berekening netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de WWB, per 1 juli 2014

bruto minimumloon inclusief vakantie-uitkering

1.614,82

loonheffing

255,33

netto minimumloon ex artikel 37, eerste lid, WWB

1.359,49

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen, I.D. Nijboer

Naar boven