Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

Datum: 16 januari 2014

Nummer: ILT-2014/2261

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 4 oktober 2013, ontvangen op 6 januari 2014, van Cheshire Flying Services Limited (Ravenair), adres: Business Aviation Centre, Viscount Drive, Liverpool, John Lennon Airport; contactpersoon: de heer W. Barrett, tel.: +44 151 7284748, e-mail: fltplanning@ravenair.co.uk;

Overwegende dat het doel is het uitvoeren van verschillende fotovluchten in delen van Nederland;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Partenavia P68B met als registraties G-RVNP, G-HUBB en G-RVRX of een gelijkwaardig luchtvaartuig, in gebruik bij Cheshire Flying Services Limited (Ravenair), waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd in Nederland.

Artikel 2

VFR-VLUCHTEN IN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENINGSGEBIEDEN MET KLASSE A

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de gezagvoerder is te allen tijde in staat en bevoegd de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften voort te zetten;

  • c. de vluchten worden slechts uitgevoerd indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1500 m en verticaal 300 m bedraagt;

  • d. het luchtvaartuig is uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften (OPS 1.865).

Artikel 3

Aan de gezagvoerders van de vliegtuigen die de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoeren, wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. voor deze vluchten wordt de procedure gevolgd voor ‘Survey projects’, zoals die is gepubliceerd op de site van de Operationele Helpdesk LVNL: http://www.lvnl-ohd.nl/;

  • b. vóór aanvang van een vlucht worden de volgende gegevens ter informatie naar aviation-approvals@ilent.nl gestuurd:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon,

    • het maatschappelijk belang van de opdracht,

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving),

    • gewenste vlieghoogten,

    • tijdsduur van opdracht,

    • periode waarbinnen opdracht moet zijn gevlogen,

    • het door de Operationele Helpdesk LVNL verstrekte projectformulier;

  • c. de aanvraag wordt pas door de Operationele Helpdesk LVNL in behandeling genomen wanneer deze vergezeld gaat van een ondertekende opdracht(verklaring); deze ondertekende opdracht bevat minimaal de informatie, genoemd in onderdeel b; voor het invullen van deze gegevens is een formulier beschikbaar; dit formulier is op te vragen bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • d. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren.

Artikel 4

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 5

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de opdrachtgever.

Artikel 6

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 7

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten met een klein en langzaam vliegtuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A waarin normaliter alleen IFR-vluchten worden uitgevoerd door grote en snelle vliegtuigen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 8

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 9

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2015, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze, De senior inspecteur A.E. Schurink-van der Klugt

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Team Juridische Zaken

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Naar boven