Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van DefensieStaatscourant 2014, 16746Besluiten van algemene strekking

Besluit houdende instelling van de Adviescommissie Internationaal Recht en Conventioneel Wapengebruik

5 juni 2014

Nr. BS2014011603

De Minister van Defensie,

Besluit:

Artikel 1

Ingesteld wordt de Adviescommissie Internationaal Recht en Conventioneel Wapengebruik, hierna te noemen de Adviescommissie.

Artikel 2

De Adviescommissie heeft tot taak de Minister van Defensie op diens verzoek of eigener beweging te adviseren over de verenigbaarheid met het geldende en in ontwikkeling zijnde internationale recht en in het bijzonder het humanitaire oorlogsrecht van:

  • a. het verwerven, het bezit, en elk gebruik van conventionele wapens en munitiesoorten, inhoudende alle wapens en munitiesoorten anders dan kernwapens en -munitie,

  • b. strijdmethoden.

Artikel 3

  • 1. Tot voorzitter tevens lid van de Adviescommissie wordt benoemd de Commandant der Strijdkrachten.

  • 2. Tot plaatsvervangend voorzitter tevens lid van de Adviescommissie wordt benoemd de Directeur Juridische Zaken.

  • 3. Tot leden worden benoemd de Hoofddirecteur Beleid, de Directeur van de Defensie Materieelorganisatie en de Commandant van de Defensie Gezondheidszorgorganisatie.

  • 4. Aan de Adviescommissie wordt door de Directeur Juridische Zaken een secretaris toegevoegd.

Artikel 4

De Adviescommissie is bevoegd adviezen in te winnen bij dan wel studies te doen verrichten door departementale en niet-departementale organisaties en organisatieonderdelen.

Artikel 5

De Adviescommissie is bevoegd departementale en niet-departementale deskundigen uit te nodigen om haar te adviseren.

Artikel 6

De Adviescommissie stelt haar adviezen aan de Minister vast met eenparigheid van stemmen.

Artikel 7

  • 1. Ter ondersteuning van haar werkzaamheden stelt de Adviescommissie een werkgroep in.

  • 2. Als voorzitter tevens lid van de werkgroep wordt aangewezen de secretaris van de Adviescommissie.

  • 3. Als leden van de werkgroep worden aangewezen vertegenwoordigers van:

    • a. de Hoofddirecteur Beleid;

    • b. de Directeur Aansturing Operationele Gereedstelling van de Defensiestaf;

    • c. de Directeur Plannen van de Defensiestaf;

    • d. de Directeur van de Defensie Materieelorganisatie;

    • e. de Commandant van de Defensie Gezondheidszorgorganisatie;

    • f. de Commandant Landstrijdkrachten;

    • g. de Commandant Zeestrijdkrachten;

    • h. de Commandant Luchtstrijdkrachten;

    • i. de Commandant Koninklijke Marechaussee.

  • 4. De werkgroep is bevoegd departementale en niet-departementale deskundigen uit te nodigen om haar te adviseren.

Artikel 8

Het besluit van de Minister van Defensie van 19 december 2007, Nr. C/2007033138, houdende Instelling van de Adviescommissie Internationaal Recht en Conventioneel Wapengebruik wordt ingetrokken.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 juni 2014

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert.

TOELICHTING

Achtergrond

Artikel 36 van het Eerste Aanvullende Protocol van 1977 bij de Verdragen van Genève van 1949 (Trb. 1978, 41, Nederlandse tekst bekendgemaakt in Trb. 1980, 87) bevat de verplichting voor de Staten-Partij om, kort gezegd, bij de ontwikkeling of aanschaf van nieuwe methoden of middelen van oorlogvoering deze te toetsen aan het internationale recht. Voor Nederland wordt deze rol vervuld door de Adviescommissie internationaal recht en conventioneel wapengebruik. Deze commissie werd ingesteld op 5 mei 1978 bij Ministerieel Besluit nr. 458.614/A en op basis van wijzigingen in de organisatie van Defensie heropgericht op 19 december 2007 bij Ministerieel Besluit nr. C/2007033138.

Actualisering

De nieuwe organisatiestructuur en het nieuwe besturingsmodel van Defensie na de reorganisatie van 2012–2013 geeft aanleiding om de Adviescommissie en de daaronder geplaatste werkgroep opnieuw in te richten, omdat de leden benoemd waren op basis van functies die niet allen meer voorkomen in de nieuwe organisatie, of een andere benaming hebben gekregen.

Hoewel het aantal uitgebrachte adviezen beperkt is, wordt het werk van de Adviescommissie van groot belang geacht. De toets die wordt uitgevoerd is niet alleen een verdragsverplichting, maar is ook een waarborg dat de nieuw te verwerven middelen en methoden van oorlogvoering voldoen aan de eisen van het internationale recht. Ook deze toets levert daarmee een bijdrage aan de taak van de regering om de internationale rechtsorde te bevorderen en die rechtsorde te handhaven.

De reorganisatie heeft geen gevolgen voor de inhoudelijke werkzaamheden van de Adviescommissie en de werkgroep. De wijze van advisering en de totstandkoming van de adviezen verloopt naar wens en zullen worden gehandhaafd. Dat maakt dat deze heroprichting van de Adviescommissie eerder moet worden gezien als een herinrichting, waarbij alleen de samenstelling van de Adviescommissie en de werkgroep wijzigt. Daarbij zij opgemerkt dat het hier uitsluitend organisatorische wijzigingen betreft. De vertegenwoordigde deskundigheden en verantwoordelijkheden veranderen niet ten opzichte van de eerdere samenstelling.

Samenstelling

De Adviescommissie zorgt voor een eenduidige en bindende vaststelling van de uitkomsten van de toets binnen de Defensie organisatie. Om deze reden is een aantal functionarissen noodzakelijk in de commissie opgenomen, om als lijnmanager de opvolging van het advies te kunnen zekerstellen. De inbreng van specifieke kennis, ervaring of expertise is primair van belang in de werkgroep, terwijl de bevoegdheid tot het bindend vaststellen van beleid of interne aanwijzingen en regelgeving van belang is voor de commissie.

De nieuwe samenstelling van de commissie is, gelet op de wijze waarop in het besturingsmodel de relevante disciplines zijn belegd, als volgt vormgegeven:

  • de Commandant der Strijdkrachten (voorzitter)

  • de Directeur Juridische Zaken (plaatsvervangend voorzitter)

  • medewerker Directeur Juridische Zaken (secretaris)

  • de Hoofddirecteur Beleid

  • de Directeur van de DMO

  • de Commandant van de Defensie Gezondheidszorgorganisatie

  • externe deskundigen (op uitnodiging voor relevante onderwerpen, indien gewenst of noodzakelijk)

De samenstelling van de werkgroep is als volgt vormgegeven:

  • vertegenwoordiger DJZ (voorzitter)

  • vertegenwoordiger DS/DAOG

  • vertegenwoordiger DS/PLAN

  • vertegenwoordiger HDB

  • vertegenwoordiger DMO

  • vertegenwoordiger DGO

  • vertegenwoordiger CLAS

  • vertegenwoordiger CLSK

  • vertegenwoordiger CZSK

  • vertegenwoordiger CKMar

  • externe deskundigen (voor relevante onderwerpen)

Wat betreft externe deskundigen voorziet het besluit in de mogelijkheid om dergelijke deskundigen op ad-hoc basis uit te nodigen. Daarbij kan worden gedacht aan vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie, TNO, enz.

Werkwijze

Wat betreft nieuwe methoden van oorlogvoering betekent de rol van de Adviescommissie formeel dat elke nieuwe tactiek of oorlogvoeringdoctrine getoetst zou moeten worden. In de praktijk komt dit echter niet voor. Formele doctrines worden door de Doctrineraad Krijgsmacht vastgesteld, waarin eveneens multidisciplinair wordt samengewerkt. Incidentele of niet-doctrinaire methoden van oorlogvoering worden in de praktijk door de betreffende (militair) juridisch adviseur van de betreffende commandant beoordeeld, zo nodig in overleg met de Directie Juridische Zaken, en zijn vaak spoedeisend of ad-hoc van aard. Wel is het mogelijk dat bij formele doctrines, alsnog toetsing door de Adviescommissie wenselijk of nodig wordt geacht. Omdat meerdere van de leden van de Adviescommissie tevens in de trajecten voor beoordeling van doctrines zijn vertegenwoordigd, is een koppeling tussen de twee adviestrajecten geborgd. Een eventueel wenselijke toetsing kan daardoor snel en efficiënt worden opgestart.

Wat betreft middelen van oorlogvoering dient rekening te worden gehouden met de reeds bestaande DMP systematiek en met het risico op schadeclaims of andere kosten indien materieelprojecten in een te laat stadium zouden moeten wijzigen of worden teruggedraaid. Gelet op deze overwegingen, dient de werkgroep op twee momenten te worden geraadpleegd: eerst bij de initiële ontwikkeling van de behoeftestelling, en in tweede instantie bij de keuze van de specifiek aan te schaffen producten ter invulling van de behoeftestelling. Wat betreft de tweede raadpleging dient deze plaats te vinden voordat de betrokken producenten om offertes zijn gevraagd of dat enige (overige) verplichtingen zijn aangegaan. Bij aanbestedingen dient in het op te stellen pakket aan eisen eveneens rekening te worden gehouden met de rol van de Adviescommissie.

Het werk van de Adviescommissie is alleen uitvoerbaar als de secretaris van de Adviescommissie tijdig van relevante ontwikkelingen binnen de verschillende ressorts en krijgsmachtdelen op de hoogte wordt gesteld. Ieder lid van de werkgroep is dan ook verantwoordelijk voor het monitoren en tijdig signaleren van ontwikkelingen ter zake de ontwikkeling, aanschaf, enz., van middelen en methoden van oorlogvoering die niet reeds in gebruik zijn bij de krijgsmachtdelen. Voor de toets van reeds in gebruik zijnde wapens en munitie wordt een nullijn gehanteerd met een peildatum van 1 januari 2000.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert