Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2014, 15245Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 15 mei 2014, nr. WJZ/14059862, houdende de vaststelling van de tarieven voor het bel-me-niet-register (Regeling tarieven bel-me-niet-register 2014)

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 16.1, zesde lid van de Telecommunicatiewet en artikel 12, vierde lid, van het Besluit bel-me-niet-register;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

callcenter:

een onderneming die als dienst aanbiedt natuurlijke personen te benaderen door middel van telefonische oproepen, met het doel daardoor communicatie als bedoeld in artikel 11.7, vijfde lid, van de wet aan te bieden;

gebruiker:

degene die de communicatie, bedoeld in artikel 11.7, vijfde lid, van de wet, aanbiedt;

markeerbestand:

het bestand, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Besluit bel-me-niet-register;

ontdubbelingsbestand:

het bestand, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit bel-me-niet-register

record:

een bestandsdeel waarin de gegevens van één persoon zijn vermeld.

Artikel 2

  • 1. Een gebruiker die door de beheerder in een markeerbestand wil laten aangeven welke telefoonnummers in het register zijn opgenomen, brengt de beheerder hiervan in kennis op een door de beheerder aangegeven wijze.

  • 2. Hij geeft in ieder geval de gegevens op die de beheerder nodig heeft voor de administratie waaronder: naam en adres van degene die het bestand ontvangt, naam en adres van de gebruiker, het merk of de dienst en de campagne ten behoeve waarvan de download plaatsvindt.

Artikel 3

De gebruiker die de dienst van de beheerder afneemt om in een markeerbestand aan te geven welke telefoonnummers in het register zijn opgenomen is daarvoor per merk of dienst een bedrag verschuldigd van:

  • a. € 175,– voor ten hoogste 10.000 records;

  • b. € 400,– voor meer dan 10.000 en ten hoogste 25.000 records;

  • c. € 825,– voor meer dan 25.000 en ten hoogste 75.000 records.

Artikel 4

  • 1. Een gebruiker die een ontdubbelingsbestand wil ontvangen, brengt de beheerder hiervan in kennis op een door de beheerder aangegeven wijze.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde gebruiker geeft in ieder geval de gegevens op die de beheerder nodig heeft voor de administratie, waaronder: naam en adres van degene die het bestand ontvangt, naam en adres van de gebruiker, het merk of de dienst en de campagne ten behoeve waarvan de download plaatsvindt.

Artikel 5

  • 1. De gebruiker die het ontdubbelingsbestand van de beheerder ontvangt is daarvoor per keer dat het bestand wordt gedownload een bedrag van € 550,– verschuldigd.

  • 2. Indien de gebruiker gedurende het gehele jaar het ontdubbelingsbestand wil ontvangen, dan is hij daarvoor per merk of dienst per jaar een bedrag verschuldigd van € 6.600,–.

Artikel 6

  • 1. Een callcenter dat het ontdubbelingsbestand van de beheerder ontvangt, is daarvoor jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 1.200,–.

  • 2. Aan het gebruik van het bestand, bedoeld in het eerste lid, kunnen door de beheerder voorwaarden worden gesteld.

Artikel 7

In geval de gebruiker uitsluitend communicatie aanbiedt met een charitatief doel, worden de in artikelen 3, 5 en 6 genoemde bedragen vermenigvuldigd met factor 0,8264.

Artikel 8

De beheerder stelt de vormgeving van het ontdubbelingsbestand en het markeerbestand vast.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven bel-me-niet-register 2014.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 mei 2014

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

TOELICHTING

I. ALGEMEEN

In deze regeling wordt nadere invulling gegeven aan artikel 12, vierde lid, van het Besluit bel-me-niet-register. Deze regeling bepaalt de tarieven die de beheerder van het bel-me-niet-register (hierna: register) in rekening brengt voor het gebruik van het register door ondernemingen. Wie gebruik wil maken van het register, meldt zich aan bij de beheerder van het register. Daarbij worden alle gegevens aangeleverd die de beheerder nodig heeft voor de administratie en de berekening van het verschuldigde bedrag.

De tarieven worden per merk of dienst in rekening gebracht. Indien een adverteerder dus voor twee of meer verschillende merken communicatie aan wil bieden, wordt voor ieder merk een vergoeding aan de beheerder betaald. Deze methodiek leidt ertoe dat een grote adverteerder met meerdere merken in zijn pakket niet in een voordeliger positie komt dan een adverteerder met een enkel merk. Wanneer niet per merk of dienst betaald zou moeten worden, zouden adverteerders met meerdere merken of diensten in een aanmerkelijk betere positie terecht komen dan adverteerders met een enkel merk. Het zou er tevens op neer komen dat de kosten voor het register over een kleinere groep gebruikers wordt verdeeld, waardoor voor kleinere adverteerders telemarketing niet meer mogelijk zou zijn. De gekozen methodiek sluit ook aan bij het uitgangspunt dat de gebruiker betaalt, immers een adverteerder die meerdere campagnes voert, gebruikt het register meer en moet ook meer betalen.

Er zijn drie tarieven voorzien, voor verschillende groottes van de bestanden. Wanneer het markeerbestand van de adverteerder kleiner is dan het aantal records waarvoor betaald is, kan het restant later worden gebruikt voor een volgende campagne. Wie dus tweemaal een campagne wil voeren, waarbij telkens 12.000 records in het oorspronkelijke markeerbestand aanwezig zijn, betaalt in totaal eenmalig € 400,–.

De hoogte van de tarieven is gebaseerd op de kosten die de beheerder maakt op grond van haar wettelijke taak en op basis van het aantal gebruikers van het register. In de tarifering is rekening gehouden met kleinere gebruikers, die voor een lager tarief gebruik kunnen maken van het register, hoewel deze kleinere gebruikers relatief meer kosten veroorzaken bij de beheerder. De tarieven worden naar beneden bijgesteld op het moment dat blijkt dat deze meer dan kostendekkend zijn. Indien lagere tarieven kunnen worden vastgesteld zal de drempel verlaagd worden om gebruik te maken van het register.

In de regeling is niet gekozen voor een vaste omschrijving, maar aan de beheerder overgelaten op welke manier ondernemers bestanden kunnen aanbieden. Hierdoor is de beheerder beter in staat maatwerk te leveren. Tevens past deze benadering beter bij de huidige tijdgeest. De beheerder heeft meer ruimte om snel in te spelen op nieuwe wensen en technische ontwikkelingen zonder hierin door de Regeling te worden beperkt. De beheerder kan in overleg met gebruiker steeds vaststellen wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van de gevraagde dienst.

Naast adverteerders is er in voorzien dat callcenters de beschikking kunnen krijgen over de inhoud van het register. Hiermee kunnen zij een bestand dat reeds eerder is ontdubbeld opnieuw ontdubbelen, zodat niet opnieuw voor dezelfde campagne hoeft te worden betaald. Wel kan de beheerder hier voorwaarden aan stellen, zoals het aantal malen dat voor dezelfde campagne mag worden ontdubbeld.

In het belang van een goed functioneren van het register en het belang van de in dat register opgenomen abonnees is het gewenst dat de gegevens uit het register ook ter beschikking staan aan ondernemingen die handelen in gegevens. Deze ondernemingen, de zogenaamde databewerkers, waaronder listbrokers, listowners en listmanagers, zijn dan in staat om bestanden met gegevens aan te bieden, waarin niet langer de personen zijn opgenomen, wier gegevens in het register staan opgenomen. De gegevens in het register kunnen slechts uitgeleverd worden met het doel de personen die dat hebben aangegeven te beschermen tegen deze ongevraagde communicatie. Databewerkers kunnen in overleg treden met de beheerder van het register en afspraken maken over de mogelijke uitlevering van gegevens. Deze uitlevering kan aan voorwaarden gebonden zijn, en het blijft aan de beheerder van het register of hij wel of geen overeenkomst met betrekking tot die gegevens wil aangaan.

Administratieve lasten

Er zijn jaarlijks ongeveer 200 gebruikers van de zogeheten ontdubbelfabriek, 125 partijen die het bestand downloaden en 25 afnemers van een licentie om het ontdubbelingsbestand te verkrijgen. Bij de aanvragen hiervoor moeten NAW gegevens en enkele gegevens over de campagne worden ingevuld via een webapplicatie. Uitgaande van een tijdsbesteding van 15 minuten per keer en een uurtarief van € 30,– geeft dit per keer € 7,50 aan administratieve lasten.

Gemiddeld voert een ‘ontdubbelaar’ maandelijks een campagne voor iedere licentie die men afneemt. Dat betekent dat als er 200 ‘licenties’ worden afgenomen, dit zal leiden tot 2400 maal het uploaden en laten ontdubbelen. Dit resulteert in € 18.000,– totaal per jaar.

Voor de 125 ‘downloaders’ geldt dat zij naar schatting gemiddeld 10 maal per jaar een campagne voeren. Voor hen resulteert dit in 1250 aanvragen per jaar, oftewel € 9.375,– totaal per jaar.

Voor het dagelijks kunnen schonen van bestanden worden servicelicenties verstrekt. Er worden 65 van dergelijke licenties per jaar verwacht. Dit levert € 107.250,– totaal per jaar.

In totaal komen de administratieve lasten daarmee uit op € 134.625,–.

Notificatie

Lidstaten van de EU mogen op grond van het Europese Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de interne markt niet ongerechtvaardigd belemmeren. Nu Nederland tarieven vaststelt voor gebruik van het bel-me-niet-register, wordt deze handel potentieel belemmerd. Deze regeling vormt daarom een technisch voorschrift in de zin van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204). Tegelijkertijd vormt de regeling een potentiële belemmering in de zin van richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376). De eisen zijn te rechtvaardigen uit het oogpunt van bescherming van afnemers van diensten. De ontwerpregeling is op 9 april 2014 ingevolge artikel 8, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG voorgelegd aan de Commissie van de Europese Unie (notificatienummer 2014/177/NL). Er is geen sprake van een standstilltermijn.

II. ARTIKELEN

Artikel 1

In deze regeling wordt onder record verstaan een deel van het digitale bestand dat de gegevens bevat betreffende één abonnee.

Voor callcenters is een aparte regeling opgenomen. Deze partijen zitten vaak aan het eind van een langere keten, maar zijn direct in contact met de abonnees. Deze positie rechtvaardigt dat zij meerdere malen per jaar de bestanden opschonen met behulp van het bel-me-niet-register. Op die manier is de kans het kleinst dat er iemand de ongevraagde communicatie aangeboden krijgt, die zich had ingeschreven in het register. Zie voor die aparte regeling artikel 6.

Artikel 2 en 3

De gebruiker kan op een door de beheerder aangegeven wijze de beheerder in kennis brengen van het feit dat hij een bestand wil ontvangen met daarin de in het register opgenomen telefoonnummers. De beheerder van het register geeft dan in die markeerbestanden aan dat de abonnee is opgenomen in het register, en dat deze dus niet langer benaderd kan worden met ongevraagde telefonische communicatie.

Om de beheerder in staat te stellen de daartoe vastgestelde tarieven in rekening te brengen geeft de gebruiker daartoe in ieder geval de in artikel 2, tweede lid, genoemde gegevens op.

In artikel 3 worden de tarieven genoemd die voor deze markeerlicentie zijn verschuldigd. De tarieven worden berekend per merk of dienst waarvoor de gebruiker de communicatie wenst aan te bieden.

Artikelen 4 en 5

De gebruiker kan ook een uittreksel krijgen van de gehele inhoud van het register opdat de gebruiker zelf één of meerdere bestanden kan opschonen of ontdubbelen. Dat uittreksel wordt ook ontdubbelingsbestand genoemd. Om de beheerder in staat te stellen de daartoe vastgestelde tarieven in rekening te brengen geeft de gebruiker daartoe in ieder geval de in artikel 4, tweede lid, genoemde gegevens op. De gebruiker levert deze gegevens op een door de beheerder aangegeven wijze aan. Het verschuldigde tarief wordt berekend per merk of dienst waarvoor de gebruiker communicatie aan wil bieden.

In het tweede lid van artikel 5 is een tarief opgenomen ingeval een gebruiker voor een enkel merk gedurende het hele jaar campagne voert. In dat geval betaalt hij een eenmalig jaartarief van € 6.600,– per jaar per merk of dienst.

Artikel 6

Voor een jaarlijks bedrag van € 1.200,– kunnen callcenters zo vaak als nodig beschikken over de jongste gegevens uit het bel-me-niet-register. De beheerder kan hieraan voorwaarden stellen. Zo kan de beheerder daarbij aangeven dat het niet toegestaan is om de op deze wijze verkregen bestanden te gebruiken om een initiële ontdubbeling uit te voeren. Ook kan de beheerder van de callcenters verlangen dat zij aangeven voor welke merken en campagnes zij de bestanden wensen te gebruiken. Op die manier kan worden nagegaan dat de adverteerder heeft voldaan aan de verplichting om zijn bestanden te ontdubbelen. Of dat de adverteerder daarvoor alsnog het daarvoor gestelde tarief dient te betalen.

Artikel 7

Gebruikers die uitsluitend met een charitatief doel gebruik maken van het register krijgen een korting op de tarieven. Deze gebruikers kunnen in het algemeen de BTW die zij moeten betalen voor de licenties niet terugvorderen. Dit impliceert dat zij op deze manier worden geconfronteerd met hogere kosten voor het gebruik van het register dan de meeste commerciële gebruikers.

Artikel 8

De beheerder heeft de vrijheid om aan te geven op welke manier het ontdubbelingsbestand en het markeerbestand worden vormgegeven. Op deze manier kan gewaarborgd worden dat er maatwerk wordt geleverd en de beheerder snel in kan spelen op nieuwe wensen en technische ontwikkelingen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp